Er zijn om te beginnen een paar simpele redenen waarom u Open Water niet wil missen. De eerste hebben we al genoemd. De film heeft slechts 130.000 dollar gekost en bereikte met beperkte publiciteit de niet onaardige status die ze nu heeft. Dat is een verdienste op zich. Een tweede reden is dat Open Water zijn verworven reputatie voor het grootste deel aan zichzelf heeft te danken. En dit kan je van niet veel films die de grote zalen bereiken nog zeggen. Van een onafhankelijk filmpje een goedgesmaakte blockbuster maken, het is geen sinecure. Het moet ongeveer van de eerste Blair Witch Project geleden zijn dat zoiets gebeurde. Toen misschien veel meer dan nu, zorgde een lowbudget-film voor een ware schokgolf. De vergelijking met deze hype-film is hier ook lang niet te vergezocht. Met eenzelfde dosis durf, en een schijnbaar amateurisme storten enkele individuen - hier een koppel dat in hun vrije dagen op vakantie achter de camera kroop - zich op een middelmatig interessant onderwerp en met wat commercieel inzicht en een dosis geduld en geluk wordt de film een bescheiden succes. Want net zoals in The Blair Witch Project zit je in Open Water dan ook niet op filmtechnische hoogstandjes of het betere acteerwerk te wachten. Ter informatie, die komen er ook niet.
Open Water heeft nog meer gemeen met die meest overhypte film ooit. De makers van The Blair Witch Project gaven er verder hun persoonlijke artistieke en vooral commerciële invulling aan, maar dat Open Water 'gebaseerd' is 'op waargebeurde feiten' hoeft de kijker bij deze niet af te schrikken. Het heeft de film enerzijds een verwachtingspatroon mee dat je bij een niet op dergelijke manier aangekondigde film mist en het geeft je bovendien een reden om de film uit te zitten. Anderzijds heeft het de filmmakers ook creatief geïnspireerd om er een zo realistisch mogelijk uitziende film van te maken. Met alle gevolgen van dien. Op voorhand aankondigen dat er geen digitale effecten aan de film zijn toegevoegd, doet de kijker natuurlijk alleen maar nog harder op de nagels bijten. En geef toe, 'the film does not employ a single digital effect' werkt beter als appetizer dan 'the filmmakers used Hollywood shark-wrangler Stuart Cove, tame sharks and well-timed bloody bait to create the film's shark footage.' Niets is wat het lijkt, zelf niet in independent cinema.
Nu, het vreselijke verhaal is bekend, al blijken regisseur/schrijver Chris Kentis en Laura Lau (tevens producer van Open Water) toch het patent genomen te hebben op de lotgevallen van ene Tom en Eileen Lonergan, twee diepzeeduikers die in 1998 ongelukkig werden achtergelaten op het midden van de zee, nadat hun boot met collega-scubadivers gezellig terug huiswaarts keert. Pas de volgende morgen zal de nalatige instructeur merken dat er twee zuurstofflessen op zijn boot ontbreken. De twee duikers laten zich ondertussen al een dag en een nacht leiden door de stroming van de weidse zee, omringd door kolonies giftige kwallen en steeds nieuwsgieriger wordende haaien. De hoofdrollen zijn voor de bij ons al even onbekende Daniel Travis en Blanchard Ryan. Zij bewijzen dat je niet lang op het scherm hoeft te komen om een kritisch publiek ervan te vergewissen dat je niet in het rijtje van de groten thuishoort. Het minste wat we kunnen zeggen, is dat ze acteren. En dat is in dit geval een compliment. De andere acteurs in de film hebben waarschijnlijk de raad meegekregen om zo veel mogelijk zichzelf te zijn, kwestie van het realiteitsgehalte van de film niet onderuit te halen en zichzelf als would-be acteurs niet voorbij te steken. Gevolg: middelmatigheid troef.
Al willen we de inspanningen van een filmploeg, die met zo'n kleinschalig project toch heel eventjes de wetten van de Hollywoodfilm in vraag stelt, niet minimaliseren (moet een film veel geld kosten om veel mensen de stuipen op het lijf te jagen? Nee dus), toch is de film niet wat het had kunnen zijn. De echt nagelbijtende momenten zijn op één hand te tellen, en dat is zelfs voor een film van maar 80 minuten te weinig. En als er dan al eens een langere scène is waarin de film net die beoogde donkere en drukkende sfeer bereikt, wordt het publiek er op het verkeerde moment (iets te vroeg, iets te laat, of helemaal niet, zodat het begint te vervelen) uitgetrokken door vele misplaatste fade-outs. Of hoe een film als deze toont hoe essentieel een professionele montage kan zijn voor de spanningsopbouw van een film.
De aanloop is logisch, eenvoudig en moest niet meer zijn dan het nu is. Maar de beoogde spannende 40 minuten vanaf het moment dat de twee duikers moederziel alleen in een haaienveld ronddobberen worden niet volgehouden. De ene keer springen we onorthodox naar de hoteldirecteur die overduidelijk bezorgd op de deur van zijn twee niet teruggekeerde bezoekers klopt en dan verbijsterd de onbeslapen bedden gadeslaat. De andere keer worden we getrakteerd op lichtjes irriterende, waarschijnlijk bedoeld als sfeerscheppende, tableaux-vivants met tropische bloemen en beestjes, of onbezorgde feestvierders die duidelijk niet aan bloeddorstige haaien staan te denken. Dit is waarschijnlijk bedoeld om het contrast met de gruwel van de twee achtergelaten duikers in de verf te zetten, hoorden we vele mensen hardop denken. Dit gebeurt op een zo danige onpersoonlijke en contextloze manier dat het de kijker alweer eerder uit het verhaal wegtrekt dan hem er dieper in duwt. Wie durft zeggen dat de bliksemscène (die nu jammer niet langer duurt dan misschien 3 minuten) niet meer effect zou gehad hebben zonder die ongelukkige overgangen?
Er is trouwens nog een film die de vergelijking met Open Water doorstaat. En niet direct omdat de film met weinig geld is gemaakt of omdat het verhaal gebaseerd is op waargebeurde feiten. Net zoals in The Blair Witch project en in Open Water gaat Touching the Void over dezelfde oerangst, over de angst om verloren te lopen, om verdwaald te zijn, om alleen achtergelaten te worden. Maar terwijl het in Blair Witch en zeker in Touching the Void wel is gelukt om die angst uit te beelden en ook over de hele lijn vol te houden, loopt het in Open Water verkeerd. De banale discussies tussen de twee duikers mogen dan soms grappig zijn, en zijn zeker bedoeld om de aandacht nog meer op de ernst van de situatie te vestigen, ze zijn te triviaal en zorgen er net als de onzorgvuldige montage voor dat je uit de spanning weggetrokken wordt eerder dan... inderdaad.
Nadat u het niet langer kon uithouden en toch naar Open Water bent gaan kijken, omdat u wel eens wil zien hoe gemakkelijk uw gevoelens te bespelen zijn, of omdat u ervan houdt om u af en toe eens een ongeluk te schrikken, of gewoon omdat u heel hype-gevoelig bent, kunt u achteraf nadenken over waar u het anders zou gedaan hebben. Visueel verdienstelijk maar verteltechnisch tekortschietend en vanuit psychologisch oogpunt weinig gedurfd. Bekijken op eigen risico dus.
Genre: indie/drama/thriller
Speelduur: 1u20
Regisseur: Chris Kentis
Acteurs: Blanchard Ryan, Daniel Travis, Saul Stein