Regisseur Zhang Yimou draait al een tijd mee in de filmwereld maar het is pas met Hero uit 2002 dat de man een internationale doorbraak forceerde. Die film, die momenteel best wel succes heeft in de Verenigde Staten en door de geïnformeerde Internet "geek" gemeenschap én de critici liefhebbend in de armen wordt gesloten, is misschien inhoudelijk, ondanks de niet-lineaire structuur, niet altijd even sterk en voelt toch soms aan als het kleinere broertje van Crouching Tiger, maar is en blijft een visuele parel, met sequenties die alle logica en verbeelding tarten. Zo herinneren wij ons een waanzinnige aanval waarbij duizenden pijlen door onze helden worden afgeweerd. Als we Zhang Yimou mogen geloven was Hero een vingeroefening, een try-out zeg maar, voor deze Flying Daggers. Blijkbaar is de man alvast een aanhanger van de "bigger is better" theorie.
Het Huis van de Vliegende Dolken is een verzetsorganisatie die in een ver, bijna mythologisch Oosters verleden de regerende instantie, de Tang Dynastie, van de troon wil stoten. Met andere woorden; een soort met martial arts verrijkte pre-Christus Al-Quada organisatie dus. Gelukkig kunnen we heel wat meer sympathie voor deze mysterieuze, in groene outfits gehulde dolkenwerpers opbrengen. Twee kapiteins van de politie, Leo en Jin, krijgen de opdracht om de vermoedelijke nieuwe leider van het genootschap bij de groene kraag te vatten en gerechtigheid te laten geschieden. Ze komen tot een gevaarlijk plan waarbij Jin de in de gevangenis vertoevende, blinde verzetsstrijdster Mei zal bevrijden, om dan als de "eenzame strijder" Wind met haar op de vlucht te slaan. De kapitein brengt het plan met verbazingwekkend gemak tot uitvoer en algauw zijn hij en de knappe Mei op weg naar het hoofdkwartier van de Flying Daggers. Onderweg worden ze geconfronteerd met allerlei gevaren en terwijl Jin het vertrouwen wint van Mei groeien bij hen allebei verlangens die vriendschap ver overstijgen... tot Leo hen ontdekt en de ware bedoelingen en allianties van de personages aan het licht komen.
Om maar meteen, terwijl we onbegrijpelijke strijdkreten uitslaken, met de deur in huis te vallen: wie bij de gedachte aan metershoog springende vechtersbazen die bovendien over meer levens dan de gemiddelde kat beschikken huivert kan deze prent maar beter niet gaan bekijken. Zoals opvallend veel producties in deze cynische tijd hoort de kijker alle vormen van cynisme, sarcasme en - tja, waarom niet - verstandelijk vermogen en realiteitsbesef thuis te laten indien hij of zij optimaal van dit twee uur durende spektakel wil genieten. Ondanks de vaker wel dan niet door henzelf opgelegde machtspositie die critici maar al te graag laten uitschijnen is hun, of beter, onze mening absoluut niet almachtig. Daarom is de vaststelling dat House of the Flying Daggers in essentie een "lege doos" is, wat velen ongetwijfeld zullen beweren, niet zozeer een kritische opmerking als wel een persoonlijke conclusie. Als we de film tot het inhoudelijke minimum herleiden en enkel de elementaire plot overhouden dan valt er behalve een Romeo en Julia-achtige driehoeksverhouding bitter weinig te beleven. Waar Hero nog een iets meer intellectuele, eerder kunstzinnige kijk op zijn verhaal bood worden de bedoelingen van Zhang Yimou hier vlug duidelijk. Daggers is in al zijn eenvoud een achtervolgingsfilm, waarin we van gevecht naar gevecht gaan, om uit te monden in een overdadig lange, melige finale.
Wie zich aan deze prent wil gaan ergeren kan dat dan ook probleemloos gaan doen. Zo is een liefdesscène zo gekunsteld en zijn de verdwaasde, naar de hemel gerichte blikken van het koppel na afloop zo pathetisch dat het onvermijdelijk op de lachspieren werkt. Verder is Yimou's drang om elke scène schaamteloos uit te melken vooral aan het eind storend en overbodig. Zonder daarom in detail gaan stapelen de wonderbaarlijke genezingen en spontane heroplevingen zich als een toren deus ex machina's op. Maar wat is er dan wel goed? Het antwoord schuilt net in die ongegeneerde, lijnrechte structuur die bewijst dat Yimou als doel had een plezierige avonturenfilm af te leveren. En daar is hij wel degelijk in geslaagd.
Vooreerst is de prent, net als Hero, visueel verbluffend. In prachtige, weinig vernieuwende maar niettemin erg knappe, widescreen fotografie ontvouwen Yimou en zijn crew een bijzonder kleurrijke waaier aan natuurtaferelen, oogverblindende decors en verfijnd gemaakte kostuums. Vroeg in de film is het genieten geblazen met de "echodans" waarin Mei, gewapend met enkel haar weelderige gewaad, een halve cirkel trommels bespeelt. Laten we het er gewoon bij houden dat woorden de scène onmogelijk recht aandoen. De ontelbare vechtpartijen die erop volgen, met als uitschieter de strijd in een bamboebos, mogen er zeker zijn en hoewel we over de waarde van Yimou's verlangen om elke "vliegende dolk" in slowmotion en als een naar de camera gegooide computeranimatie uitvoerig in beeld te brengen kunnen discussiëren stoorde het ons alvast niet bijster erg. Het acteerwerk van Takeshi Kaneshiro en Andy Lau als respectievelijk Jin en Leo valt best mee en Zhang Ziyi, die met rollen in Crouching Tiger en Hero wel een abonnement op dit soort films lijkt te hebben, weet te overtuigen als Mei.
Logisch is het allemaal niet maar wie bereid is de personages op hun tocht te volgen en de absurde gebeurtenissen voor waar aanneemt (zo gaat het land dat tijdens het finale gevecht onder een wolkenloze hemel ligt over in een sneeuwlandschap en brengt een figuur geruime tijd de film door met een dolk in de rug) zal zich best vermaken. Maar kom na afloop niet klagen dat er aan de uitgang van de bioscoop een pijnlijk bamboegevecht plaatsvond. Banzaï!
Genre: Drama
Speelduur: 1u59
Regie: Yimou Zhang
Acteurs: Takeshi Kaneshiro, Andy Lau,Zhang Ziyi, Dandan Song