Wie tegenwoordig naar de bioscoop gaat, moet zich wapenen: de films die over twee of drie uur uitgesmeerd worden, zijn eerder regel dan uitzondering. Filmmakers blijken steeds meer tijd nodig te hebben om hun verhaal te vertellen. Films worden zo marathons en de echte epossen worden zowaar triathlons. Niet altijd is dat een goede evolutie. Films worden teveel verbeelde romans; beelden worden woorden op een doek. Volledigheid is een kunst, maar beperking ook. Wie filmt moet de gave van de bondigheid bezitten. Zoals een schilder met enkele strepen een verhaal kloddert op zijn canvas, zo moet de regisseur de beelden op zijn scherm kliederen. Eén beeld zegt vaak meer dan een hele film.
Wie kortfilms maakt weet hoe belangrijk dat is. In vijf of tien minuten heb je geen tijd voor lang uitgesponnen dialogen, oeverloze tussenshots of epische spanningsbogen. Alle ballast moet overboord, alle overtolligheid moet weggeschraapt. Wie daarin slaagt, houdt een gladde parel over. Kortfilms worden dan viagra voor de verbeelding en vitaminen voor de fantasie. Bij kortfilms gaat het nauwelijks over grote budgetten, inmenging van geldhongerige producenten of ego's van moeilijke acteurs. Kortfilms maken het wezen van de filmkunst uit: een beeld, een idee, een metafoor - en hoe die te verbeelden. De ideale kortfilm is het ideale gedicht. Poëzie in vierentwintig beelden per seconde.
Het zijn bedenkingen die je door het hoofd flitsen op Leuven Kort, het internationale kortfilmfestival dat in tien jaar tijd zijn publieksaantal wist te vertienvoudigen. Ook dit jaar ging het kijkcijferrecord er weer aan. Ruim 5.200 toeschouwers flaneerden door het Kunstencentrum Stuk en openden de deuren van Cinema Zed. Het festival is de afgelopen jaren gegroeid van een moeizaam kruipende baby tot een opgeschoten puber. De puber heeft gelukkig zijn sympathiek gezicht behouden. Alles op het festival straalt vriendelijkheid uit en is een verademing in vergelijking met de écht grote festivals voor de langspeelfilm. Het lijkt wel een beetje een metafoor voor de kortfilm zelf: die gaat zelden gebukt onder grootheidswaanzin. Kortfilmers kennen de gave van dankbaarheid. Dankbaar omdat ze hun film hebben kunnen maken, dankbaar dat ze een publiek hebben gevonden.
Leuven Kort selecteerde voor hun fictiecompetitie 53 Vlaamse kortfilms uit 200 inzendingen en 20 Europese kortfilms uit 450 inzendingen: recordcijfers. Uiteraard levert dat geen 73 goede films op, maar dat hoeft ook niet. Zoals een goed gedicht nog beter wordt tussen een dik boek slechte rijmelarijen, zo wordt een goede film nog beter in de armen van twee minder fraaie werken. Het is de perverse logica van een kortfilmfestival. Natuurlijk is dat aanvoelen zo subjectief als wat. Hoe korter of kleiner het werk, hoe minder groot ook de objectiviteit.
Dat bleek dit jaar uit de winnaars van de Vlaamse competitie voor korte fictiefilms. Het publiek koos voor Carlo van Michaël R. Roskam als beste film. Een afgezaagde boutade luidt dat het publiek altijd gelijk heeft, maar wij vonden de ruim 18 minuten durende film over een jonge man die door een misverstand ontvoerd wordt door gangsters zeker niet de sterkste film uit de reeks van 53. De jury pikte er Cologne van Kaat Beels uit, een 20 minuten durend verhaal over twee geliefden die er een weekendje op uit trekken. Het is een sfeervol verhaal, knap geacteerd, maar jammer genoeg steelt de pointe iets teveel van een bekende urban legend, een fout waar ook Romance van Douglas Boswell (over drie bedlegerige vrouwen in een ziekenhuis) zich aan bezondigde. Mooi gemaakt, maar weinig origineel. Het verdienstelijke My Bonnie van Nele Meirhaege, over een marginale familie die met elkaar moet leren leven, ging met de prijs voor het beste debuut aan de haal.
De Vlaamse kortfilmcompetitie herbergt zoals gewoonlijk erg zwakke en erg sterke deelnemers, gaande van kunstzinnige eindwerken van filmscholen (zoals McDollars of Brutus) tot commerciële films (zoals het debuut van Lien Willaert, De Ketchupsong). Ons konden vooral twee erg korte films bekoren: Jonas Govaerts bewerkte met veel gevoel voor sfeer Richard Christian Mathesons kortverhaal Mobius, over de ondervraging van The Offramp Slasher, een berucht seriemoordenaar. Govaerts is zo'n filmer die in enkele minuten kan laten zien dat hij een langspeelfilm in de vingers heeft. Niet erg origineel, maar wel erg te smaken, was TV-Dinner van Ian Swerts, een gitzwarte (kannibalistische) komedie over twee mannen die elkaar via een advertentie ontmoeten. De publieksprijs voor beste Vlaamse Animatiefilm ging, geheel verwacht en geheel terecht, naar het alom geprezen Flatlife van Jonas Geirnaert.
In de Europese kortfilmcompetitie, bestaande uit 20 werken, bleek de verscheidenheid aan kwaliteit nog groter dan in de Vlaamse. Volkomen normaal met films die uit alle uithoeken van Europa het scherm op komen dwarrelen. Het publiek koos als beste film de prent die ook absoluut onze favoriet was: Cashback van de Engelsman Sean Ellis. Vanaf de eerste minuut voel je dat alles aan deze kortfilm goed zit: toon, gevoel, ritme, sfeer. We maken kennis met Ben, een kunststudent in Londen die de nachtshift draait in een lokale supermarkt. Hij bekijkt zijn job nogal pragmatisch als ruilhandel: hij geeft acht uur van zijn leven en in ruil krijgt hij geld om leukere dingen te doen. Maar waar de film echt over gaat, is wat je met de tijd doet. Sean Ellis zet die letterlijk stil, een beetje zoals Ewan McGregor deed in Big Fish. De beelden van een bevroren wereld waar Ben door wandelt zijn hallucinant mooi. Het is de incarnatie van de ultieme droom: leven met de vinger op de pauzeknop om de schoonheid er letterlijk en figuurlijk van te ontdekken. Cashback won eerder dit jaar de Hugo Award op het festival van Chicago. Ellis werkt momenteel aan zijn langspeeldebuut, de psychologische thriller Broken. De jury was het niet met die keuze eens en lauwerde De Nouveau Lundi van de Fransman Alix De Maistre, een dag uit het leven van een vrouw die op een lege marktplaats fruit en groenten van de grond raapt en in haar tas steekt.
Waar anders dan op Leuven Kort moet je zeven hoog de trappen op om op een zolder, op een geïmproviseerde tribune, naar een piepklein schermpje te kijken naar de videoclipcompetitie? Zo knus, dicht bij elkaar naar muziek luisteren en de clip bekijken: we kunnen ons geen betere manier indenken. Zo'n videoclipcompetitie is natuurlijk wel een tweesnijdend zwaard, want in hoeverre kan je een videoclip objectief en onbevooroordeeld bekijken? Hou je van de muziek, dan ga je de clip bijna onvermijdelijk goed vinden. Wij staken onze liefde voor Joost Zwegers en Novastar niet onder stoelen of banken (ze zaten erin met Never Back Down en When the Lights go Down on the Broken Hearted). De jury koos voor Houswife van Daan Stuyven. Niet echt ons kopje thee. Dat was het festival in zijn geheel wel. Veel van wat we hier de voorbije week gezien hebben, verdient een groot publiek. Het blijft verdomd jammer dat er voor korte films geen plaats gemaakt wordt in de grote bioscoopzalen. Hopen dan maar dat Canvas, zoals in het verleden het geval was, het mooiste van Leuven Kort in zijn programmatie opneemt.