NATIONAL TREASURE

Raiders of the Lost Screenplay

Foto: Buena Vista Foto: Buena Vista Foto: Buena Vista
Het is weinig producenten gegeven, maar Jerry Bruckheimer (de producer van films zoals Top Gun, The Rock en Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl om er maar een paar te noemen) is vaker wel dan niet belangrijker en bekender dan de regisseurs die voor hem werken. Zo zijn er slechts een handvol cineasten in geslaagd om boven Bruckheimer uit te stijgen en, al dan niet terechte "auteurs" van hun films te worden. We denken dan vooral aan Tony Scott en Michael Bay, kerels die onder het mentorschap van Bruckheimer hun eerste grote stappen in de weinig subtiele spektakelcinema hebben gezet.

Doch, op een paar namen zoals Gore Verbinski, wijlen Ted Demme, Antoine Fuqua en Joel Schumacher na zijn de meeste regisseurs die een film, voorafgegaan door het logo van de verlaten snelweg en de door een blikseminslag getroffen boom, inblikken nobele onbekenden die soms verwoede pogingen ondernemen om toch nog een carrière uit de grond te stampen. Zo verging het Simon West, die met Con Air in 1997 (overigens Bruckheimers eerste soloproject als producent na de dood van zijn beruchte zakenpartner Don Simpson) nog een plezante/stupide trommelvliezen vernielende actiethriller afleverde, minder goed en na de draak die Tomb Raider heette hebben we van de man weinig of niets meer gehoord.

National Treasure werd geregisseerd door Jon Turteltaub, een ietwat vreemde keuze. Niets in het eerdere werk van de man doen de capaciteiten om een grote actiefilm te maken vermoeden en hij is vooral verantwoordelijk voor zeemzoete middelmatige tussendoortjes zoals While You Were Sleeping, Phenomenon, Instinct en The Kid. Zijn populairste wapenfeit blijft Cool Runnings, een van acteur John Candy's laatste films over een Jamaicaans bobsleeteam. In Treasure wordt de cast aangevoerd door Nicolas Cage, het soort acteur dat evenveel voor- als tegenstanders heeft. Voor Bruckheimer lijkt Cage een muze; zijn moderne actieheld en hij draafde dan ook op in The Rock, Con Air en Gone in Sixty Seconds terwijl hij zijn curriculum vitae opvulde met interessante producties zoals Adaptation, Bringing out the Dead en Matchstick Men. In een poging om het geheel wat geloofwaardig te maken dagen ook Jon Voight, Christopher Plummer en Harvey Keitel op, terwijl de als Boromir in The Lord of the Rings eindelijk opgemerkte Sean Bean de schurkenrol op zich mag nemen (geen nood, we verklappen niets dat de kijker al niet uit de trailer kon afleiden) en de mooie Diane Kruger (pas nog het Gezicht dat Duizend Schepen te water liet in Troy) als love-interest mee op schattenjacht gaat.

Sinds hij een kleine jongen was en zijn grootvader (Christopher Plummer) over een mythische schat die doorheen de eeuwen van eigenaar veranderde hoorde vertellen is Ben Gates (Cage) gefascineerd door de schat. Als hij en zijn kompaan Riley Poole (Justin Bartha) tijdens hun zoektocht verraden worden door hun sponsor en partner Ian Howe (Sean Bean), besluit Gates dan maar "in eigen beheer" op zoek te gaan naar de schat. Aanwijzingen leiden naar de Onafhankelijkheidsverklaring. Op de rug van het document, tentoongesteld in Washington, zou de enige echte kaart te vinden zijn die de schattenjagers het pad naar de begeerde rijkdom kan wijzen. Maar Howe heeft ondertussen ook niet stilgezeten en wil de Onafhankelijkheidsverklaring stelen. Er zit voor Gates niets anders op dan hem te slim af te zijn.

National Treasure is een bij momenten gemakkelijk verteerbare maar overwegend zwakke avonturenfilm die zelfs aan de weinige verwachtingen niet kan voldoen. Een ridicule proloog waarin zelfs Christopher Plummer overbodig blijkt, gekoppeld aan een episch bedoelde maar flauwe geschiedenisles én een lachwekkende "jonge" Jon Voight (compleet met jaren '70 kapsel) doen meteen het ergste vermoeden. Wat volgt lijkt aanvankelijk licht vertier maar eens in Washington worden de ware bedoelingen van de prent duidelijk en blijft er van Treasure niet veel meer over dan een mislukte Indiana Jones meets Tomb Raider meets Ocean's Eleven hybride (Cage slingert in een scène aan een touw, zoals Harrison Ford met zijn zweep jongleerde in de Indiana Jones-films) die wanhopig in het kielzog van Pirates of the Caribbean én het succes van de bestseller De Da Vinci Code (in 2006 komt de door Ron Howard gerealiseerde verfilming met Tom Hanks en Jean Reno in de hoofdrollen in de zalen) een graantje tracht mee te pikken.

De diefstal van de Onafhankelijkheidsverklaring is niet onaardig in beeld gebracht maar we hebben dit soort sequenties met sympathieke boeven al te vaak gezien en Treasure voegt zeker niets nieuws toe aan het genre van de zogeheten heist-film. Teleurstellend is ook de realisatie dat de film geen spectaculaire "reis rond de wereld" zal inhouden, zoals wij eerder dachten. In plaats daarvan blijft het verhaal zich in Washington afspelen en hoppen de personages van de ene naar de andere nieuwe tip die hen dichter bij de schat moet brengen. Het maakt van Treasure eerder een tocht langs de monumenten en bezienswaardigheden dan een eigenlijke film waarin een plot en karakters centraal staan.

Nicolas Cage acteert op automatische piloot en valt terug op zijn gebruikelijke tics en maniertjes terwijl de zo goed als onbekende Justin Bartha zich halverwege de prent tot een weinig grappige komische sidekick ontpopt, alsof de scenaristen opeens wisten wat ze met hem aan moesten. Diane Kruger acteert niet slecht met het weinige materiaal dat ze krijgt en hoewel Sean Bean een wel heel erg ondankbare rol heeft als de Britse Schurk T lijdt hij geen gezichtsverlies. Minder goed vergaat het Jon Voight, die als Cage's vader, scène na scène het verhaal uit de doeken moet doen en bij elke nieuwe verhaalwending de hele situatie aan de kijkers lijkt uit te leggen. Net als in het verguisde Tomb Raider, dat opeens een melige vader- dochter soap werd, zorgen Voight en de monologen die hij krijgt ervoor dat we National Treasure de doodssteek moeten toedienen. En hoewel het verder best leuk is om Harvey Keitel aan het werk te zien, blijft zijn personage tergend oninteressant en voelden we net geen plaatsvervangende schaamte.

De luide, herkenbare muziek van Trevor Rabin is het auditieve equivalent van fast-food: effectief en bevredigend zolang het duurt, maar eigenlijk niet goed voor de gezondheid. Caleb Deschanel, wiens fotografie voor The Passion of the Christ op lof werd onthaald, is nergens opvallend of indrukwekkend en het hele project voelt op alle vlakken aan als twee haastig in elkaar geflanste uren die, en daar zijn we zeker van, u best op een betere manier kunt invullen.

Titel: National Treasure
Genre: Actie
Speelduur: 2u11
Regie: Jon Turteltaub
Acteurs: Nicolas Cage, Diane Kruger,Justin Bartha, Sean Bean, Jon Voight,Harvey Keitel, Christopher Plummer