Martin Scorsese hoeft de wereld niets meer te bewijzen. 62 is hij intussen en met een curriculum waarop onder meer Taxi Driver en Raging Bull staan schaarde hij zich de afgelopen dertig jaar bij de grootste regisseurs uit de filmgeschiedenis. Scorsese blijft echter even bezeten filmen als vroeger en hoewel de man volgens de scherpste (of meest nostalgische) critici zijn hoogdagen misschien wel achter zich heeft, blijft het keer op keer uitkijken naar nieuw werk. The Aviator is een project dat hij overnam van collega Michael Mann, die oorspronkelijk de regie zou voeren. Mann vond een derde biopic op rij (na The Insider en Ali) echter te veel van het goede en besloot het levensverhaal van de Texaanse vliegenier Howard Hughes dan maar te produceren. Scorsese zette de film vervolgens naar zijn hand. Het resultaat blijkt oscarmateriaal.
We maken kennis met Howard Hughes (Leonardo DiCaprio) op de set van Hell's Angels, eind jaren twintig. Hij is een bevlogen filmmaker, altijd op zoek naar een spectaculairder shot, altijd op zoek naar meer camera's, meer vliegtuigen en meer geld. Zo blijkt hij niet te beroerd om als totaal onbekende snotaap bij de grootste filmstudio van die tijd (MGM) aan te kloppen met de vraag om twee camera's te lenen. De 24 camera's die hij al gebruikte, blijken immers onvoldoende. De draaidagen van Hell's Angels worden door Scorsese schitterend in beeld gebracht. Het is een huzarenstukje hoe Hughes in een tijd waarin speciale effecten nog zuiver knip- en plakwerk waren, tot zo'n spectaculaire beelden kwam. Met de camera op de schouder kroop hij zelf het vliegtuig in om zijn epos over de Eerste Wereldoorlog in te blikken. Tekenend voor zijn obsessie is de manier waarop hij dagenlang op wolken zit te wachten voor hij de vliegscènes kan schieten. Het duurt uiteindelijk drie jaar en bijna 4 miljoen dollar voor hij de film kan voltooien, maar als hij in 1927 The Jazzsinger ziet, de eerste klassieke geluidsfilm, besluit hij Hell's Angels opnieuw te draaien, dit keer mét geluid. Zijn zakenwaarnemer Noah Dietrich (John C. Reilly) trekt zich bijna de weinige haren uit het hoofd. Tijdens het filmen komen bovendien nog eens vier piloten om het leven.
Geld is niet eens zo'n groot probleem, want op zijn dertigste is Hughes, die een geweldig kapitaal erfde van zijn vader, al eigenaar van zijn eigen vliegtuigmaatschappij. Het liefst van al hijst Hughes zich zelf in de cockpit om een snelheidsrecord te breken. In 1938 breekt hij ook het vliegrecord van Charles Lindbergh door in 3 dagen, 19 uur en 17 minuten de wereld rond te vliegen. Zijn grootste droom is het verwezenlijken van een vliegend schip, de Hercules. Het is een houten vliegtuig dat 750 passagiers kan vervoeren. Hughes weet de Spruce Goose, zoals tegenstanders het smalend noemen, na veel bloed, zweet en tranen in 1947 te voltooien. Het vliegtuig zal uiteindelijk maar enkele honderden meters vliegen. Tegen die tijd is Hughes een van Hollywoods beroemdste celebs. De World's Greatest Womanizer deelt de lakens met onder meer Jean Harlow, Katharine Hepburn, Bette Davis, Olivia de Havilland, Ginger Rogers, Lana Turner en Ava Gardner.
Op het moment dat hij Hollywood aan de voeten heeft, slaat zijn enthousiasme om in perfectionisme en ook deze episodes uit het leven van Howard Hughes brengt Martin Scorsese in beeld. Hughes' relatie met Hepburn loopt op de klippen, hij krijgt af te rekenen met plein- en smetvrees (Scorsese legt de reden hiervoor via een flashback in zijn kinderjaren; een weinig bevredigende hypothese) en af en toe is er zelfs sprake van achtervolgingswaanzin. Bovendien geraakt zijn luchtvaartmaatschappij TWA in een scherpe concurrentiestrijd verwikkeld met Pan American Airlanes van Juan Trippe (Alec Baldwin) en wordt hij door de corrupte senator Owen Brewster (Alan Alda) voor de rechtbank gedaagd omdat hij zijn Spruce Goose, bedoeld om in te zetten tijdens de tweede Wereldoorlog, niet op tijd had kunnen afleveren. Hughes weet zich uiteindelijk uit die penibele situatie te redden, maar betaalt wel een tol: eenzaam in zijn hotelkamer, nog steeds gefascineerd door de helden van het witte doek, ziet hij ze nu letterlijk en figuurlijk vliegen. De verdere aftakeling van de multimiljonair is geen onderwerp meer van de film, die zich beperkt tot de periode 1927-1947, maar een lesje geschiedenis. Hughes stopte eind jaren vijftig met het produceren van films en trok zich terug in een akelig steriele hotelkamer in Las Vegas, waar hij op 5 april 1976 overleed aan een nierziekte. In totale eenzaamheid.
The Aviator is een triomf van talent. De film betekent in de eerste plaats de grote comeback van Leonardo DiCaprio, de gevallen engel van Hollywood. DiCaprio werd vorig jaar dertig en geraakt stilaan verlost van zijn eeuwig babyface-imago. Als Hughes torst hij voor het eerst met veel maturiteit een volwassen hoofdrol. Hij beheerst perfect het palet aan emoties dat hij moet tentoonspreiden: van naïef optimisme en enthousiasme over maniakale bezetenheid tot momenten van totale waanzin. Met zijn helder blauwe ogen priemt hij zijn stalen blik in de camera. Zelfs als de oudere Hughes - let op het streepje snor - komt hij nog geloofwaardig over. DiCaprio wisselt een sterk dramatische invulling van zijn rol af met voldoende humor, getuige het hilarische bezoek dat hij brengt aan het landhuis van Katharine Hepburn, waar hij tijdens een diner haar familie moet trotseren. Hilarisch is ook de scène waarin hij de censuurcommissie de borsten van Jane Russell laat zien in zijn film The Outlaw.
Howard Hughes mocht dan wel overdreven gesteld zijn op hygiëne, van vrouwelijk schoon was hij, net als Martin Scorsese trouwens, niet echt vies. In The Aviator staat vooral zijn relatie met Katharine Hepburn centraal. Om haar rol als sterke filmdiva te spelen, bekeek Cate Blanchett de vijftien eerste Hepburnfilms. Ze imiteert de actrice tot in de kleinste details. Hepburn is een zelfbewuste vrouw met een sterke eigen wil, maar blijkt wel het hart op de juiste plaats te hebben. Blanchett straalt als Hepburn en blijkt de perfecte keuze. Kate Beckinsale speelt Ava Gardner als de opportunistische actrice die haar relatie met Hughes enkel gebruikt om haar ster in Hollywood nog wat meer te laten flakkeren. Owen Brewster, de eigenaar van Pan Am, is Hughes' antagonist. Alec Baldwin bewijst met deze rol dat hij als slechterik nog altijd op z'n best is. John C. Reilly is zoals altijd erg goed, maar verdwijnt als Hughes' rechterhand op het einde van de film toch wat op de achtergrond. No Doubt zangeres Gwen Stefani mag Jean Harlow tot leven brengen. Jude Law passeert in een flits als besnorde Errol Flynn, de koning van de swashbuckler films.
The Aviator is met z'n 170 minuten een lange zit, en dat geeft je een dubbel gevoel. Aan de ene kant heb je op het einde van de prent de indruk dat je nog maar een glimp hebt opgevangen van het complexe en boeiende leven van Howard Hughes, maar aan de andere kant verliest het verhaal af en toe aan vaart en tempo, vooral in het nogal lang uitgesponnen middenstuk. Als regisseur is Martin Scorsese (zelf een grote fan van Hughes' Hell's Angels) op z'n best in de scènes waarin hij het glorierijke Hollywood uit de jaren dertig in al z'n grandeur op het witte doek laat herleven. De scènes waarin Hughes als een bezetene aan zijn film monteert of als een ster wordt onthaald op de rode loper, winnen het van de scènes waarin hij zich als vliegtuigfreak ontpopt. Dat lichte onevenwicht doet The Aviator af en toe een beetje onstabiel vliegen, maar met een schitterende cast, een bevlogen regie en een geweldige soundtrack van Howard Shore behoort The Aviator nu al tot één van de grootste films van 2005. Hughes blijkt dan toch een hoogvlieger.
Genre: Drama
Speelduur: 2u50
Regie: Martin Scorsese
Acteurs: Leonardo DiCaprio, CateBlanchett, Kate Beckinsale, John C.Reilly, Alec Baldwin, Alan Alda, IanHolm, Danny Huston, Gwen Stefani, JudeLaw