DRAGONHEART

Bij de draak genomen

Met Dragonheart zet Hollywood nog maar eens een tandje bij in de 'veel effecten, maar weinig verhaal' estafette die deze zomer lijkt te overheersen. Maar juist omwille van die effecten buiten categorie is dit een buitenbeentje dat toch niet geheel ontgoochelend.

Reeds twee jaar geleden werd er in de effectenwereld met heel veel poeha aangekondigd dat Dragonheart de extreem hoge standaard die door Jurassic Park was gezet opnieuw zou verpulveren. En, toegegeven, daarin zijn ze ook rijkelijk geslaagd, want wat men voor deze film uit de mouw schudde, behoort gewoon tot de beste (computer-) karakteranimatie ooit. Het is dan ook weer typisch Hollywood natuurlijk om het script op de tweede plaats te stellen.

Bowen, een ridder die probeert te leven volgens de oude erecode, is de persoonlijke leermeester van Einon, de zoon van de bloeddorstige koning. Tijdens een boerenopstand tijdens dewelke de koning gedood wordt, raakt ook Einon levensgevaarlijk gewond, en nadat hij gezworen heeft als een rechtvaardige koning te leven krijgt hij van een draak de helft van diens hart en levenskracht. Koning Einon wordt echter nog bloeddorstiger dan zijn vader, en Bowen, die de draak verantwoordelijk acht voor de kwaadaardige ommezwaai van zijn pupil, zweert niet te zullen rusten vooraleer hij de laatste draak heeft gedood.

En twaalf jaar later is het dan zover. Hij komt oog in oog te staan met Draco, de laatste der draken, maar omdat ze er beide baat bij hebben sluiten ze een zakelijk verbond: Draco belaagt de dorpen, waarna Bowen zijn diensten als drakendoder komt aanbieden. Maar wanneer hij de dochter van de 'rebellenleider' ontmoet wordt hij met de realiteit van het moordend regime, en zijn vergeten ere-code geconfronteerd. En hij ontdekt dat Draco in feite de draak die hij reeds al die jaren zocht.

De grooste troef, en tegelijk de grootste handicap van Dragonheart is echter de vuurspuwende draak Draco. Eigenlijk ga je naar de film om de draak te zien (een beetje zoals je naar Twister ging om de tornado's te zien), maar eenmaal Draco uit de schaduw getreden is verbleekt de rest van de film in de nabijheid van dit CGI-wonder. Daarenboven heeft Sean Connery als de stem van Draco ook de beste grappen, en elke seconde met de draak is er dan ook één om van te genieten. Geen kwaad woord dus over dit mythisch monster, maar was het nu echt niet mogelijk om de rest van de film op hetzelfde niveau te krijgen?

Niettegenstaande Dennis Quaid (Bowen) en Pete Postlethwaite (als een rondreizende monnik) nu en dan ook leuk uit de hoek mogen komen, worden ze door Draco zo van het scherm gespeeld, terwijl Dina Meyer enkel zorgt voor het vrouwelijk schoon.

En toch verveelt deze film van Rob Cohen niet, en dat is ook (we vallen in herhaling) dankzij Draco. Alle sterren zijn dan ook voor hem. Maar we vragen ons wel nog af hoe het kan dat Bowen dat Connery-accent van de draak niet herkende. Vreemd.