In de jaren zestig bekroonde de Academy voor het eerst films uit het voormalige Oostblok. De twee gelauwerde films uit Tsjechoslovakije spelen zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. De epische Sovjetrussische verfilming van de roman Oorlog en Vrede won het beeldje in 1968. Opnieuw viel werk van Federico Fellini en Ingmar Bergman in de prijzen.
Oorlog en Vrede van Leonid Tolstoj is een van de meest magistrale romans uit de geschiedenis van de wereldliteratuur. Tolstoj schetst in zijn klassieker een panoramisch en gedetailleerd beeld van de Russische samenleving tijdens de oorlog tegen Napoleon (1805-1814). Met groot psychologisch inzicht beschrijft hij het wel en wee van vijf aristocratische families. Verhalen over gekonkelfoes in de salons en op bals, de liefdes en levens van de adellijke hoofdpersonen wisselt hij af met episodes over roem en vernietiging op het slagveld.
Dat een film het niveau van de roman kon halen, is lang onmogelijk geacht. In 1956 had King Vidor al een poging gewaagd met een Hollywoodversie van de roman. Die film met Audrey Hepburn, Henry Fonda en Vittorio Gassman kreeg drie oscarnominaties. De Sovjetrussische regisseur Bondarchuk deed het beter. Hij nam daarvoor uitgebreid de tijd tijd. Oorlog en Vrede duurt 390 minuten, dat is zes en een half uur (ter vergelijking: La Meglio Gioventu duurt 366 minuten, Gone with the Wind 238 minuten). Meer dan 120000 acteurs hezen zich in de authentieke kostuums, de opnames duurden ongeveer vijf jaar. De gevechten met de legers van Napoleon werden historisch accuraat nagespeeld. Op een Roebel werd niet gekeken. Oorlog en Vrede was een prestigeproject van de sovjetcinema, bij uitbreiding van het communistische sovjetregime. Het resultaat was er naar. De film kan zich meten met het beste dat Hollywood ooit heeft gemaakt. De ballroom scènes zijn grandioos, de oorlogsscènes zonder uitzondering overdonderend. Bondarchuk vond het perfecte recept om de spectaculaire scènes te combineren met scherp psychologisch inzicht in de personages. De regisseur speelt zelf ook een van de belangrijkste rollen in de film die in de filmgeschiedenis gerust naast epische monumenten als Gone With the Wind en Lawrence of Arabia kan staan.
Politiek en cinema
De Italiaanse regisseur Elio Petri heeft steeds in de schaduw gewerkt van zijn tijdgenoten Pier Paolo Pasolini en Bernardo Bertolucci. Petri werkte in zijn jonge jaren als criticus voor verschillende communistische kranten. Hij schreef later filmscenario’s en draaide documentaires. De cineast was een meester van de droge humor en van de politieke woede. In zijn geslepen, goedgemaakte, zelfs publieksvriendelijke films maakte hij brandhout van de kapitalistische maatschappij. Zijn Indagine Su Un Cittadino Al di Sopra di Ogni Sospetto (Investigation of a Citizen above Suspicion) werd bekroond met een Oscar. In de film noir speelt Gian Maria Volonté (bekend van de spaghetti westerns A Fistful of Dollars en For a Few Dollars More) een fascistische politie-inspecteur die zijn maîtresse vermoordt. Hij doet niet eens de moeite om de sporen van de misdaad te verwijderen. Hij is net gepromoveerd tot baas van een politieafdeling die subversieve burgers in de gaten moet houden. Hij acht zichzelf ver verheven boven de wet en gaat zelfs de politie-inspecteur helpen die het onderzoek voert naar de moord. Door zijn bijtende toon en controversiële onderwerp – straffeloosheid van machthebbers – is de film nooit erg populair en geweest en werd hij weinig vertoond. Het belette de eeuwig eigenzinnige jury in Cannes niet de film de Grote Prijs toe te kennen. Een nominatie voor een Golden Globe als beste niet-Engelstalige film en een oscarnominatie voor het beste originele scenario werden niet verzilverd.
Gian Maria Volonté blonk eerder uit in Elio Petri's La Classe Operaia va in Paradiso. Daarin speelt hij een arbeider die tot het besef komt dat zijn bazen hem uitbuiten. Volonté stak net als Petri zijn politieke overtuiging niet onder stoelen of banken.
Nog meer politiek getinte films werden geprezen en bekroond. Het politieke en cinefiele hart van de Academy klopte duidelijk links in de jaren zestig. Een roman van Vassilis Vassilikos ligt aan de basis van de politieke thriller Z van Constantin Costa-Gavras, de Franse regisseur met Griekse roots. De film en de roman zijn gebaseerd op waargebeurde feiten. Z werd opgenomen in 1968, de tijd van de flower power en de oproer aan de universiteiten. Het was mei 1968, toen de hoop nog levend was dat de wereld een betere plaats ging worden. Dictators regeerden over de meeste Zuid-Amerikaanse landen en in Oost-Europa smoorden de dogmatische communistische regimes iedere hoop op vrijheid in de kiem.
In Griekenland was het kolonelsregime aan de macht. Het verbood lang haar en zette de werken van Sophocles en Euripides op de zwarte lijst. Griekenland was toen een éénpartijstaat. Dimitris Lambrakis, een fel tegenstander van het regime overlijdt na een niet eens zo mysterieus auto-ongeluk. Het regime stopt de affaire in de doofpot. Wanneer de verzonnen theorie over de dood begint te rammelen, stelt het regime een onderzoeksrechter aan. Die loopt niet aan het handje van zijn politieke bazen maar doet zijn job zoals het hoort. Hij onderzoekt de zaak tot op het bot. Onderzoeksrechter Jean-Louis Trintignant en regisseur Costa-Gavras stormen recht op hun doel af. Ze hebben een zaak op te lossen. De karakters zijn ondergeschikt aan de plot en aan de brandende politieke boodschap van Z. Als complotthriller is Z een ijkpunt in de filmgeschiedenis. De complottheorie is geloofwaardig, goed verteld, straf in beeld gebracht en geacteerd. De film won oscars voor de montage en voor beste buitenlandse film. Andere nominaties gingen naar de regie van Costa-Gavras en het scenario dat hij schreef met Jorge Semprún. Z maakte ook kans op een bekroning als beste film tout court, Midnight Cowboy won. De thriller won de Golden Globe voor beste niet-Engelstalige film en Jean-Louis Trintignant werd voor zijn rol bekroond op het filmfestival in Cannes.
Z is niet alleen een film over Griekenland, het is een film over alle foute regimes, alle toegedekte misdaden en de woede daarover. Het is een universele schreeuw van woede en een erg spannende, krachtige film. Costa-Gavras zou in 1973 een andere politieke film maken. État de siège – met opnieuw Yves Montand in een hoofdrol – heeft het over de guerillastrijd tegen de fascistische Uruguayaanse regering gesteund door de Amerikaanse regering.
De Tsjechen
Closely Watched Trains en Shop on Main Streets zijn twee films uit het voormalige Tsjechoslovakije die zich afspelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beide films vertellen de grote geschiedenis van de oorlog aan de hand van een klein, eenvoudig verhaal. Hun hoofdpersonages zijn geen soldaten, noch generaals, politici of superhelden. Burgers die aan de oorlog niets te winnen en alles te verliezen hebben.
In Closely Watched Trains speelt de strijd tegen de nazi’s een belangrijke rol maar de lustgevoelens en het seksleven van een jonge spoorwegbeambte zijn nog veel belangrijker. De jongeman is onzeker over zichzelf en de kracht van zijn liefdespenseel. Om zich te bewijzen als Echte Man die vrouwen kan bevredigen gaat hij over tot heuse heldendaden.
Acteur Jiri Menzel debuteerde met Closely Watched Trains als regisseur. Menzel werpt een humoristische blik op de miserie van de oorlog en hij linkt seks aan verzetsdaden en nationalistische gevoelens: liefde en lust in tijden van bommen en vernieling. Hij doet het niet om te shockeren maar omdat hij weet dat mensen altijd wel goesting hebben. In Tsjechoslavakije is lachen met de Tweede Wereldoorlog not done, het onderwerp ligt er even gevoelig als jodenvervolging in Amsterdam. Dat een achtentwintigjarige debuterende regisseur een naïeve, stuntelige geile antiheld laat uitgroeien tot heroïsche nazibestrijder, strookte niet met de visie met de Communistische Partij. Zij eiste dat Menzel de Oscar zou terugsturen naar Los Angeles. Hij deed het niet.
De Slovaakse Regisseur Ján Kádar verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf in een werkkamp van de nazi’s. Zijn ouders en zijn zus stierven in Auschwitz. Hij verwerkte zijn persoonlijke geschiedenis in The Shop on Main Street en won er een Oscar mee.
Het is een intiem en intelligent filmpje, waarvin lang van tevoren vaststaat wat er gaat gebeuren maar dat door de uitstekende manier van vertellen en door de uitmuntende acteerprestaties hartverscheurend is. Tono is een boer met een rustig leven. Zijn stad is ingenomen door de nazi’s. Van zijn schoonbroer mag hij zaakvoerder worden van een noodlijdend winkeltje in de hoofdstraat van de stad. Hij komt er in contact met Rozalie, een oudere joodse vrouw. Tono is niet de snuggerste maar beseft wel wat de nazi’s van plan zijn met de joden. Hij neemt de Rozalie in bescherming. Door een niet-jood te kiezen als hoofdpersonage kijkt regisseur Kadar met andere ogen naar de jodenvervolging. Shop on Main Street is geen typische slachtofferfilm over de gruwelijke misdaden van de nazi’s maar geeft weer hoe iedereen – jood of niet-jood, militair of burger, rijk en arm – in zijn directe omgeving te maken kreeg met de gevolgen van Hitlers de joden uit te roeien.
Acteur-regisseur Jiri Menzel is nog aan het werk. De meeste van zijn films bereiken onze bioscoopzalen niet. Kádar maakte later films in Frankrijk en Canada. Geen van die werken haalde het niveau van zijn oscarwinnaar.
Marcello Mastroianni
Twee jaar na haar eerste Oscar voor haar rol in La Ciociara, viel Sophia Loren opnieuw de eer te beurt voor haar vertolking van drie verschillende vrouwen in het drieluik Ieri, oggi e domani (vertaald: Gisteren, Vandaag en Morgen). Beide films zijn geregisseerd door Vittorio De Sica. Ieri, Oggi e Domani is één van de succesrijke films die de Italiaanse supersterren Marcello Mastroianni en Sophia Loren aan elkaar koppelt. Ze speelden samen in meer dan tien films waaronder de oscargenomineerde films Matrimonio all'italiana (Vittorio De Sica), I Girasoli (De Sica) en Una Giornata Particolare (Ettore Scola).
Ieri, Oggi e Domani is onder andere beroemd worden door de striptease die Loren doet. Ze speelt drie personages in dit drieluik over het erotische leven van drie vrouwen in Napels, Milaan en Rome. Mastroianni is haar tegenspeler in drie verhalen. Het eerste speelt zich af in Napels. Sophia Loren speelt Adelina Sbaratti een zwarthandelaarster in sigaretten met een groeiende schuldenberg. Wanneer ze haar schulden echt niet meer kan terugbetalen - alles in het huis is al verpand – wordt ze gearresteerd. Haar echtgenoot Carmine (Marcello Mastrioianni) staat er bij en kijkt er naar. Omdat ze zwanger is, vliegt Adelina niet achter de tralies. Het gerecht blijft jacht op haar maken.
Het verhaaltje in Milaan duurt minder lang. Anna Molteni (Sophia Loren) gaat op stap met haar minnaar Renzo (Marcello Mastrioianni). Die Renzo – een man naar ons hart – knalt met de peperdure luxeslee van Anna’s echtgenoot tegen een betonpaal. Het laatste gedeelte is het geestigste. In Rome is Sophia Loren een hoertje dat zich opmaakt om pret te maken met Augusto (Mastroianni), de zoon van een minister. Van op het balkon aan de overkant van de straat kijkt een pas ingewijde jonge priester toe. Hij verafgoodt het hoertje en wil voor haar het priesterambt opgeven. De grootmoeder van de priester wil dat ten koste van alles beletten en roept de hulp in van het hoertje. Die doet de priester een kuisheidsgelofte van één week afleggen. Inhoudelijk hebben de drie episodes weinig met elkaar gemeen. Loren en Mastroianni zijn het gemeenschappelijke punt net als de eenvoudige opbouw van de verhaaltjes en de charmante verteltrant.
Otto e Mezzo is het toppunt van felliniëske fantasie. De Italiaanse kunstenaar maakte gebruik van overdadige decors, uitbundige kostuums en een resem bijzondere personages. Martin Scorsese is een zelfverklaarde fan van de film net als Terry Gilliam. Gilliam besefte na het zien van 8½ dat hij een ‘auteur’ wilde zijn, wiens films – geheel in de geest van de fantasievolle Fellini – een volstrekt eigen wereld zouden oproepen.
Fellini begon aan 8 ½ toen de storm van jubel, lof en overmatige positieve kritiek op La Dolce Vita (Gouden Palm in Cannes, een Oscar voor de kostuums en drie andere oscarnominaties) eindelijk was gaan liggen. La Dolce Vita had van Marcello Mastroianni een wereldster gemaakt en promoveerde Fellini gepromoveerd van een goed bewaard Europees geheim tot een wereldberoemde filmmaker. De hooggespannen verwachtingen zadelden Fellini op met een fenomenale writer’s block. Om dat te omzeilen besloot hij zijn identiteit als filmmaker te onderzoeken en maakte hij een ‘film over film’, waarin Marcello Mastroianni de rol vertolkt van de artistiek geblokkeerde regisseur Guido Anselmi.
Die Guido is oververmoeid en artistiek totaal leeg gemolken. In de hoop tot rust te komen laat hij zich opnemen in een kuuroord. Ook daar wordt hij van ’s morgen tot ’s avonds aangesproken door producers, actrices, financiers, auteurs, fans, zijn vrouw, zijn minnares, verliefde meisjes en iedereen die hem herkent. In plaats van te ontspannen, wordt hij alleen maar gekker. Heel de wereld heeft iets van hem nodig terwijl Guido helemaal niets te bieden heeft. Guido’s producer laat al peperdure decors bouwen voor de nieuwe film, terwijl Guido nog geen flauw idee heeft waarover de film zal gaan. Er is zelfs nog geen proefversie van een scenario.
In Otto e mezzo is het verhaal niet zo belangrijk. De film is niet bedoeld om te begrijpen maar om te ondergaan. De personages praten constant door elkaar, maken hun zinnen niet af en beantwoorden zelden vragen. Droom en realiteit zijn moeilijk te onderscheiden. De personages lanceren à volonté theorieën lanceren over film, literatuur, kunst en filosofie. Het is zeker niet de meest toegankelijke Fellini maar wel de meest kenmerkende voor de unieke stijl van de Italiaan in de jaren zestig. Otto e Mezzo zou later andere grote filmmakers aanzetten een film over film te maken. Stardust van Woody Allen en La Nuit Américaine van François Truffaut zijn de bekendste voorbeelden.
Franse liefde
Un Homme et une Femme is een Franse liefdesfilm van Claude Lelouch. De man en de vrouw uit de titel zijn weduwe en weduwnaar. Ze ontmoeten elkaar op de kostschool van hun kinderen. De vrouw heeft de trein gemist en de man biedt haar een lift aan naar Parijs. Een zondag later zullen ze elkaar opnieuw ontmoeten. De vrouw, gespeeld door Anouk Aimée (ook te zien in 8 ½ van Fellini) is productieassistent in de film, de man (Jean-Louis Trintignant, ook te zien in Z van Costa-Gavras) is autocoureur. Niet meteen mensen met een doorsnee beroep. Het is niet het verhaal dat de film belangrijk maakt, maar de poëzie, de stijl en de dialogen.
Lelouch draaide de film met een handcameraatje waarmee hij rond Aimée en Trintignant cirkelt. Hij is een echte man: hij kickt op spanning, gevaar en snelheid, hij barst van het zelfvertrouwen, is charmant en lustig. Zij is het archetype van de vrouw. Ze is mysterieus, kijkt een beetje verdrietig, is onweerstaanbaar mooi, ze onderdrukt haar geheimen en speelt emotioneel verstoppertje.
Un Homme et une Femme werd een gigantisch kassucces in Europa. Bijna veertig jaar na de release is de kracht van de film een beetje vervlogen. De film is populair bij filmhistorici maar om nu te zeggen dat hij erg spannend is...
Twee oscars won de film. Die voor de beste buitenlandse film en de belangrijke oscar voor het beste scenario. Anouk Aimée werd genomineerd in de categorie beste vrouwelijke hoofdrol, Claude Lelouch kwam in aanmerking als regisseur. De film won de Gouden Palm in Cannes en twee Golden Globes: die voor de beste niet-Engelstalige film en Aimée werd bekroond voor de vrouwelijke hoofdrol in een drama. Francis Lai componeerde zijn eerste soundtrack voor een speelfilm. Hij zou later een Oscar winnen voor de slijmmuziek van Love Story. Hij schreef ook de beroemde muziek van Bilitis. In 1986 maakte Claude Lelouch een vervolg: Un Homme et Une Femme, 20 Ans déjà. De vrouw is nu filmregisseur, de man racet nog steeds. De vrouw wil een muzikale film maken over hun relatie twintig jaar geleden.
De meest obscure film die in de jaren zestig de oscar won voor de beste buitenlandse film heeft Les Dimanches de Ville d'Avray. De Engelse titel luidt Sundays and Cybele. Regisseur Serge Bourguignon en de hoofdrolspelers Hardy Krüger, Patricia Gozzi en Nicole Courcel zijn niet erg bekend en de film zelf is maar zelden te zien op televisie en haast onvindbaar in de videotheek.
De prijswinnaar is gebaseerd op een roman van Bernard Eschasseriaux over een ongewone vriendschap die door iedereen verkeerd wordt geïnterpreteerd. De Duitse acteur Hardy Krüger speelt de piloot Pierre die lijdt aan posttraumatische stress nadat hij in de oorlog in Vietnam per ongeluk een kind heeft gedood. Hij lijdt aan geheugenverlies. Na zijn terugkeer van het oorlogsfront sluit hij zich af mentaal af van de wereld. Pierre blijft apathisch tegenover de liefde van zijn vriendin, een zachte verpleegster. Het liefst dwaalt hij door de stad en verdoet hij zijn tijd op een bankje in het treinstation. Op een zondag op de bank in het station slaat hij een vader en dochter gade. De vader stuurt zijn tienerdochter Cybele (Patricia Gozzi) naar een katholiek internaat, het meisje ziet dat niet zitten. Pierre sluit vriendschap met Cybele. Haar vader is intussen het land uitgevlucht en Pierre en Cybele doen alsof ze vader en dochter zijn om ongemoeid te blijven door de nonnen van het internaat. Dat lukt tot de twee besluiten samen Kerstmis te vieren in het bos.
De relatie tussen een volwassen man en een jong meisje doet denken aan Lolita. De relatie tussen Pierre en Cybele gaat een andere kant uit. Van fysiek contact is geen spraken, van liefde wel. Het meisje verklaart hem haar liefde en zegt dat ze met hem wil trouwen van zodra ze achttien is. Hij houdt zijn contact met Cybele verborgen voor zijn vriendin/verpleegster. Het is op het randje. De film speelt met grijswaarden: de liefde tussen volwassenen en kinderen is een zaak van zwart en wit, grijs kan niet. Les Dimanches de Ville d'Avray kreeg ook een oscarnominaties voor het scenario en de Franse componist Maurice Jarre kreeg één van zijn negen nominaties.
God is een spin
In de jaren zestig maakte Ingmar Bergman films over religie. Als in een donkere Spiegel maakt deel uit van zijn religieuze trilogie. Winterlicht (Nattvardsgästerna, 1963) zoekt het antwoord op de vraag of God zekerheid kan bieden, terwijl De Stilte (Tystnaden, 1963) het heeft over het zwijgen van God.
Als in een donkere Spiegel speelt zich af op het eiland Faro (waar Bergman ook woont) in de Baltische zee. Met vier personages, muziek van Johann Sebastian Bach en bijzonder licht vertelt Bergman een subtiel verhaal. Karin is een jonge schizofrene vrouw die haar vakantie doorbrengt met haar broer, vader en echtgenoot. De puberzoon leidt onder de voortdurende afwezigheid van zijn vader, een succesrijke auteur die vaak in het buitenland verblijft. Karin komt te weten dat ze wellicht nooit meer zal genezen. Haar toestand is relatief hopeloos. Haar man blijft geduldig, ook als Karin totaal begint door te draaien en er van overtuigd raakt dat God haar boodschappen inspreekt. Bergman volgt zijn personages een dag, een nacht en een ochtend. Op die korte periode worden de vier heel andere mensen. Bergman toont geleidelijk aan hun kleine, donkere kantjes. Als in een Donkere Spiegel zet niet onmiddellijk aan tot een vrolijke rondedans. Dat kan ook moeilijk met een film die gaat over twijfel, hopeloosheid en vooral koude machteloosheid. De Academy bekroonde Als in een Donkere Spiegel met een oscar. Bergmans scenario was ook genomineerd maar verloor die strijd tegen Divorzio all'italiana.
In de aanloop naar de uitreiking van de Oscars blikken we per decennium terug op de winnaars van de categorie beste buitenlandse film. Een categorie die werd toegevoegd kort na de Tweede Wereldoorlog.