REEKS: DE OSCAR VOOR DE BESTE BUITENLANDSE FILM

Deel IV: de jaren zeventig

Bioskop Film (Die Blechtrommel) Warner Bros (Amarcord) Warner Bros (La nuit americaine)

De Tweede Wereldoorlog, het fascisme en nazisme was het onderwerp van nogal wat bekroonde films in de jaren zeventig. In Fellini’s Amarcord speelt de politiek slechts op de achtergrond een rol, in De Sica’s Il Giardino dei Finzi-Contini is jodenvervolging het centrale thema. In La Vie devant Soi verwerkt Simone Signoret trauma’s die ze opliep in een concentratiekamp en Die Blechtrommel is een harde film over de gevolgen van de oorlog op de prille jeugd van een jongetje. Van Luis Buñuel, Federico Fellini, François Truffaut en Bertrand Blier werden geestige, toegankelijke meesterwerken bekroond.

De oorlog
De vierde en laatste film van Vittorio De Sica die de oscar voor beste buitenlandse film won is Il Giardino dei Finzi-Contini. De film speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog op het landgoed van een joodse aristocratische familie. In de echte wereld vaardigt Mussolini wetten uit de joden het leven zuur maken. Binnen de veilige muren van hun eeuwenoude domein heeft de familie daar voorlopig niet veel last van. Ze zijn rijker dan de andere joden, zijn intelligenter, leven op een ander niveau en op een andere maatschappelijke planeet. Er is de wereld van de oorlog en de wereld van de Finzi-Continis.

Hoe strenger de regels in de buitenwereld worden, hoe meer de familie zich terugtrekt in hun schijnbaar veilige cocon. De familie Finzi-Contini staat tegenover de familie Bassini die er helemaal anders over denkt. In vergelijking met de situatie van de joden in Duitsland gaat het volgens hen niet eens zo slecht in Italië. Door de fascisten financieel te steunen denkt de familie Bassini buiten schot te blijven.

De Sica was weer helemaal terug aan de top met deze elegante film na een periode van films zijn niveau onwaardig. Het is een film over weten en niet willen weten. De gruwel van de concentratiekampen was niet algemeen bekend binnen Italië. De tuin van de Finzi-Continis staat symbool voor de onzekere tijd voor de joden. Binnen de tuin is de familie veilig, zoals de joden zogezegd veilig waren in hun getto’s. De geschiedenis bewees het tegendeel.

Il Giardino dei Finzi-Contini won de Gouden Beer in Berlijn en het scenario kreeg een oscarnominatie. (De oscar voor het beste scenario gebaseerd op bestaand materiaal ging dat jaar naar The French Connection dat won tegen A Clockwork Orange, Il Conformista en The Last Picture Show.) De roman waarop de film is gebaseerd, is geschreven door Giorgio Bassani,  die zoals het hoort niet te spreken was over de wijzigingen die de filmmakers hadden aangebracht in het verhaal. Vogue-model Dominique Sanda speelde pas haar tweede belangrijke filmrol. De Française is ook te zien in Une Femme Douce, Il Conformista, The Mackintosh Man, 1900 en de rol die haar een Palm opleverde in Cannes: L’Eredità Ferramonti van Mauro Bolognini. Manuel, de zoon van regisseur Vittorio De Sica, componeerde de muziek.

Die Blechtrommel speelt zich af in Danzig – tegenwoordig Gdansk - waar in 1924 de kleine Oskar Matzerath geboren wordt. Op driejarige leeftijd beslist de jongen dat hij niet meer wil groeien. Hij vindt de wereld een enge, gevaarlijke plek en de volwassenen vals, gemeen en oneerlijk. Hij zal zijn hele leven klein blijven en trommelen op zijn rood-witte blikken trommel. Hij heeft een stemmetje zo scherp dat hij glas kan doen barsten. Het is zijn wapen om zijn ongenoegen te uiten en dat doet hij vaak. Door de ogen van Oskar zien we de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, de opkomst van de NSDAP, de bombardementen, de dood en de vernieling. Volker Schlondorff stelt kinderlijke onschuld tegen het geweld van de oorlog, maar in tegenstelling tot wat gebruikelijk is een zeemzoete films, is kleine Oskar geen schattig ventje. Het is een ellendig rotjoch dat snel op zijn tenen is getrapt. Hij is ontzettend jaloers en bezitterig, erg egoïstisch en psychologisch zwaar verknipt.

Zijn familiegeschiedenis is niet simpel. Het is niet helemaal duidelijk wie zijn natuurlijke vader is, zijn moeder heeft een buitenechtelijke relatie, zijn geboortestad is verdeeld tussen Duitsers en Polen en zijn familie valt uiteen in twee kampen. Het ene kamp kiest partij voor de nazi’s, het andere kampt kiest de kant van de nationalistische Polen. Omdat hij het nergens mee eens is, vormt Oskar zijn eigen legertje, een eenmansoppositie. Hij communiceert met zijn trommel. Zijn leven verandert wanneer hij een groep dwergen ontmoet die meereizen met een circus. Met hen zal hij later op tournee trekken door Europa om het nazileger te entertainen. Zelfs met deze samenvatting is maar een kwart van het rijke verhaal verteld. Die Blechtrommel is een kunstwerk in vele lagen.

De film is een hard te kraken noot. Hij is erg hard gespeeld door onaantrekkelijke personages en door regisseur Volker Schlöndorff volledig gezuiverd van mooifilmerij. Op geen enkel moment biedt hij een troostende hand. Die Blechtrommel is een verfilming van de gelijknamige roman van de in Gdansk geboren  Nobelprijswinnaar Gunter Grass, die ook meeschreef aan het scenario.

Gunther Grass werd in de jaren ‘30 lid van de Hitlerjeugd, werd opgeroepen om te vechten in de oorlog toen hij zestien was en raakte gewond bij een gevecht in 1945. Hetzelfde jaar vloog hij in de gevangenis in Marienbad, Tsjechoslovakije. Over zijn jaren in Gdansk schreef hij een trilogie waarvan Die Blechtrommel het eerste boek is. De andere twee zijn Katz und Maus en Hundejahre. David Bennent was dertien toen hij Oskar Matzerath speelde, het jongetje dat niet meer wil groeien. Hij is voornamelijk actief op het toneel. Hij heeft na Die Blechtrommel nog meegewerkt aan Canicule van Yves Boisset en Legend, de Tom Cruise-film uit 1985. Vorig jaar had hij een minirolletje in She Hate Me van Spike Lee. Volker Schlondorff had voor Die Blechtrommel al Die Verlorene Ehre der Katharina Blum gemaakt, een film gebaseerd op de beroemde roman van Heinrich Böll. Angela Winkler en  Mario Adorf spelen net als in Die Blechtrommel de hoofdrollen. In 1985 maakte hij een nieuwe versie van Arthur Millers beroemde toneelstuk Death of a Salesman met Dustin Hoffman en een nog jonge John Malkovich. Hij maakt nog steeds films, maar met minder succes. Charles Aznavour heeft een mooie bijrol als speelgoedverkoper en oppas.

La Vie devant Soi won in 1977 een Oscar voor Frankrijk. De film is geregisseerd door de Israeliet Moshé Mizrahi die in de jaren zeventig een aantal gewaardeerde films heeft gemaakt die nu totaal vergeten zijn. Mizrahi vertelt het verhaal van Madame Rosa, een joodse ex-prostituée. Ze heeft haar verblijf in een naziconcentratiekamp nog niet helemaal psychologisch verwerkt. Ze is er van overtuigd dat de Gestapo haar nog steeds achtervolgt. Ze opent een opvangtehuis in de Arabische wijk van Parijs exclusief voor kinderen van prostituees. Wanneer alle kinderen het nest hebben verlaten, blijft enkel een Arabische wees over. De al wat oudere en door ziekte niet meer zo sterke Rosa (Simone Signoret) ontfermt zich over hem. Ze probeert hem van het criminele pad te houden. Ze mag fysiek dan niet meer honderd procent in orde zijn, geestelijk beschikt ze nog over al haar mogelijkheden.

De rol van de stervende Madame Rosa is een van de strafste vertolkingen uit de lange loopbaan van Simone Signoret. Madame Rosa en Mohammed (Samy Ben-Youb) hebben elkaar nodig. Zij heeft hem nodig om de boodschappen te doen en de man in het huis te spelen. Hij heeft haar nodig omdat hij nog nooit van iemand gehouden heeft.

Mizrahi begon zijn filmloopbaan als assistent van Franse regisseurs in de jaren vijftig. Zijn twee beste films maakte hij met monstre sacré Simone Signoret. La Vie devant soi won naast de oscar ook een César voor de Signorets hoofdrol en een Golden Globenominatie. Ze werkten een tweede keer samen voor de film Chère inconnue uit 1980. Die film was minder succesvol ondanks de medewerker van meester-scenarist Gérard Brach. Mizrahi maakte in de jaren tachtig nog een slappe oorlogsfilm met Tom Hanks: Every Time We Say Goodbye.

Fellini’s Amarcord kwam na een periode waarin hij de vormelijke en inhoudelijke lijn van La Dolce Vita en Otto e Mezzo doortrok. Giulietta degli spiriti, Satyricon, I Clowns en Fellini’s Roma werden minder goeg gesmaakt door publiek en critici. Zijn films werden Felliniesk tot in het extreme, voer voor intellectuelen en de die hard fans die kicken op zijn spielerei en barokke symboliek. De spontaneïteit en verrassing waren verdampt, Fellini was met handen en voeten gebonden aan het verwachtingspatroon dat hij voor zichzelf geschapen had.

Amarcord is een vrolijke Fellini en zijn laatste grootse werk. Amarcord is de fonetische vertaling van de Italiaanse woorden Mi Ricordo (Ik herinner me) in het dialect van Rimini. De Italiaan is een geboren verteller, een fantast die aan het eind van zijn leven niet meer wist wat hij echt had meegemaakt en wat hij verzonnen had. Gelukkig hebben biografen jaren van hun leven opgeofferd om uit te zoeken wie de echte Fellini was. Fellini is de Baron von Munchausen van de filmgeschiedenis. Wie kan het wat schelen of wat hij toont nu waarheid is of niet, als de verhalen zo mooi zijn? Net als Otto e Mezzo is Amarcord niet autobiografisch. Het verhaal speelt zich af in Rimini, Fellini’s geboorteplaats. De stad is het enige echte hoofdpersonage van de film. De fascisten zijn aan de macht gekomen maar daar hebben de inwoners niet veel last zijn. Ze hebben het veel te druk met hun eigen leven. Er is de processie waarin de heks van de winter wordt verbrand, raceauto’s scheuren door de stad en er zijn vrouwen, vooral veel vrouwen. In alle maten, alle kleuren en alle vormen. De mannen zijn verliefd op Gradisca of dromen van de hoer Volpina. De jonge Titto droomt van allebei en hij heeft ook een boon voor de rondborstige sigarettenverkoopster. Fellini schildert de fascistische leiders van de stad af als ontzettende onnozelaars en laat zijn kleurrijke personages fladderen door de stad terwijl een stadsgids commentaar geeft op de geschiedenis van de stad. Vermakelijke losse flodders zijn het van een buitengewone man.

Het is anno 2005 onverklaarbaar dat er nog altijd producers bereid zijn om hun centen te investeren in de films van Jean-Jacques Annaud. De man is er sinds La Guerre du Feu in 1981 niet meer in geslaagd een deugdelijke film te maken. De Fransman stapelt al jaren de quasi-filosofische vol pretentieuze prietpraat volgestouwde commerciële flops op. ’s Mans werk stinkt uren in de wind en hij vindt zichzelf heel erg geweldig.

In de jaren zeventig maakte hij nog kleine films met een echt verhaal. Noirs et blancs en couleur, zijn regiedebuut  is een goede film. Het is dat zijn naam op de aftiteling staat want anders zou niemand geloven dat de film het werk is van dezelfde man die Enemy at the Gates, Seven Years of Tibet en Two Brothers regisseerde. De film won een Oscar, maar Annaud zelf kijkt verbitterd terug op zijn beginperiode. Zijn twee eerste film waren artistiek verfijnde werkjes maar deden het slecht aan de kassa.

Noirs et blancs en couleur speelt zich af in Kameroen waar kleine groepjes Duitse en Franse kolonialisten met maanden vertraging horen dat in Europa de Eerste Wereldoorlog is uitgebroken. Ze beginnen de strijd ook op hun eigen terrein uit te vechten. De Afrikanen reageren spottend op het rare conflict tot ze zelf mee in de strijd gesleurd worden. De koloniale posten liggen in een vergeten uithoek in Afrika die niets te maken heeft met het Europese conflict. Omdat Frankrijk in Europa in oorlog is met Duitsland, valt de Franse nederzetting, de Duitse koloniepost aan. Niet alleen uit overtuiging maar ook omdat het Franse leger bestaat uit zes Afrikanen en het Duitse maar uit drie. Kwestie van het numerieke overwicht zo snel mogelijk uit te buiten. Het oorlogje begint kolderiek, maar wanneer blijkt de Duitse Afrikanen beter kunnen vechten dan de Fransen ontaardt het conflict.

Annauds film is een satire oorlogvoering, imperialisme en kolonialisme. Hij maakt zich vrolijk over de manier waarop de Fransen de Afrikanen benaderen en doorprikt de gefrustreerde bourgeoismentaliteit van de Franse priesters en handelaars in Afrika. Zoals het ook in Europa ging, is het oorlogje in Afrika een uitgelezen gelegenheid om zich persoonlijk te verrijken. De Franse paters en zakenlui zijn een stelletje ongeregeld dat weinig uitwreet behalve denken aan geld en vrouwen. Ze maken zich vrolijk over de Duitsers in het naburige dorp. Die zijn weliswaar gedisciplineerd maar kunnen niet zonder de Fransen bij wie ze hun voorraad kopen.

Jean Carmet speelde een van de weinige hoofdrollen uit zijn lange loopbaan. Net als bij de andere vroege Annaud-films Coup de tête en La Guerre du feu stond Claude Agostini achter de camera. Door het oscarsucces kreeg Annaud de kans om met grotere budgetten te werken en zijn cinefiele droom te verwezenlijken: artistiek verantwoorde intelligente spektakelfilms maken. Het lukte hem met La Guerre du Feu waarin drie Neanderthalers op zoek naar een vlam die het verloren vuur van hun stam kan vervangen. Nadien volgden de peperdure, chique ogende maar vooral bloedeloze, gortdroge literatuurfverfilmingen The Name of the rose, L’Ours, L’Amant en Seven Years in Tibet.

Vrolijke en absurde Fransen
In oktober 2004 was het twintig jaar geleden dat de geniale Franse filmmaker François Truffaut overleed aan een hersentumor. Een triest feit dat herdacht werd op de best mogelijke manier: met retrospectieve van zijn werk op de betere televisiezender en in de betere bioscoop. La Nuit Américaine maakte deel uit van van iedere selectie – groot of klein. De oscarwinnaar uit 1973 is een film over film. De titel is ontleend aan de vakterm die aanduidt dat een regisseur een blauwe lens gebruikt tijdens opnames overdag om te suggereren dat het nacht is. De techniek wordt al zo lang gebruikt dat onze hersenen intussen zodanig geconditioneerd zijn dat we automatisch de link leggen tussen blauwachtige beelden en de nacht. Truffauts meesterwerk is een hommage aan het filmvak en aan de mensen die film maken. Het gaat hem in La Nuit Américaine om het proces, niet om het resultaat.

De crew uit La Nuit Américaine is in het Zuiden van Frankrijk begonnen aan de opnames van de romantische film Je Vous Presente Pamela. Zelfs zonder tegenslag is de film gedoemd een Gigli-achtige draak te worden. Spijtig voor de crew, gelukkig voor de kijker lopen de opnamen totaal in het honderd. Allen betrokkenen hebben hun persoonlijke problemen en verborgen agenda’s. De hoofdactrice is emotioneel labiel, de technici dreigen met opstappen, de vakbonden moeien zich en dreigen met staking, filmrollen worden per ongeluk vernietigd in het laboratorium en - zo lezen we het iedere week in de gespecialiseerde pers - iedereen gaat met iedereen naar bed. Truffaut speelt zelf de regisseur. In tegenstelling tot de echte Truffaut is zijn personage niet geïnteresseerd in de artistieke kwaliteit van de film. Hij is verliefd op het filmmaken.

Truffaut was zelf bezeten door cinema. De oud-filmcriticus is de grondlegger van de Nouvelle Vague. Hij maakte 23 films op 25 jaar tijd waaronder een aantal echte klassiekers: La Femme d'à côté, Le Dernier métro, L’Homme qui aimait les femmes, L’Enfant sauvage, Fahrenheit 451, Jules et Jim, Tirez sur le pianiste en Les Quatre cents coups. Léaud (Alphonse) is het alter ego van Truffaut. Georges Delerue schreef de muziek, Nathalie Baye (Joelle) en Jacqueline Bisset (Julie) waren nog jong, mooi zijn ze nog steeds. Drie oscarnominaties wist de film niet te verzilveren: die voor de bijrol van Valentina Cortese die een ster speelt op haar retour. In de strijd om de oscars voor regie en scenario werd La Nuit Américaine geklopt door respectievelijk Francis Ford Coppola (The Godfather II) en Robert Towne (Chinatown).

Bertrand Blier – de zoon van acteur Bernard Blier - heeft steeds provocerende films gemaakt. Hij maakte grote faam met de schandaalfilm Les Valseuses waarin Miou Miou, Gérard Depardieu en Patrick Dewaere de hoofdrollen spelen. Met wisselend succes is Bertrand Blier een kroniekschrijver van de tijd waarin we leven, een niet zo fraaie wereld als we hem moeten geloven.

Het duo Gérard Depardieu - Patrick Dewaere keert terug in Préparez vos Mouchoirs waarin  Carole Laure het personage speelt waar de twee enigmatische mannen om heen draaien. Ze is Solange, de depressieve echtgenote van Depardieu die niet meer eet, praat of lacht. Om haar op te vrolijken besluit haar echtgenoot voor haar een minnaar te zoeken. Echt zoeken doet hij nu ook weer niet, hij kiest de eerste man die hij ziet. De buitenechtelijke seks maakt haar niet vrolijker, ook al doet ze het met Patrick Dewaere.

Wanneer Depardieu en Laure er niet in slagen kinderen te krijgen, grijpen ze naar een laatste middel. Ze organiseren een kamp voor kinderen. Préparez vos Mouchoirs gaat over de mysteries van de liefde waarin Blier de oorzaak van Laure’s depressie verborgen houdt. Hij toont enkel de symptomen. De film is absurd en triest, grappig en krachtig. Net zoals Les Valseuses draait Préparez vos Mouchoirs om mannen die niets begrijpen van vrouwen. De oplossing die Blier uit zijn hoge hoed tovert, is verbazingwekkend, shockerend, grappig en verbluffend. Depardieu en Dewaere staan erbij en kijken er naar.

Zeven keer werkte Bertrand Blier met Gérard Depardieu. De eerste in 1974 in Les Valseuses, de laatste keer in 1991 in Merci la Vie. Tussendoor maakte ze samen onder andere Tenue de soirée, Buffet Froid en Trop Belle pour Toi. Préparez vos Mouchoirs won géén Golden Globe, die gaan naar Ingmar Bergmans Herfstsonate maar wel een César voor de muziek van Georges Delerue.

Le Charme Discret de la Bourgeoisie is scherpe, grappige, onnavolgbare, heerlijke film van Luis Buñuel, de meest anarchistische filmmaker aller tijden. Hij had een schijthekel aan de bourgeois die hij keihard aanpakte in bijna al zijn films. In Le Charme Discret de la Bourgeoisie zouden de personages niets liever doen dan aan tafel gaan, maar dat zal hen een hele film lang niet lukken. Buñuel knoopt verschillende loshangende verhalen aan elkaar met een rode draad: er wordt niet gegeten. Van begin tot einde zet de regisseur de kijker en zijn personages op het verkeerde been. Hij speelt met genres en stijlen en laat al zijn stokpaardjes aan bod komen: seks, necrofilie, sadomasochisme, fetisjisme en alle andere ismen. Buñuel legt de schijnheiligheid van de burgermannetjes en vrouwtjes glashard bloot en pakt tegelijkertijd de religie, de staat en het leger aan. Hoe hij dat doet, welke technieken hij toepast kunnen we niet vertellen omdat dat te veel van het kijkplezier zou vergallen.

Luis Buñuel schreef het scenario van de oscarwinnaar met Jean-Claude Carrière die ook meeschreef aan Cet obscur objet du désir, de laatste film die Buñuel bij leven afwerkte. Carrière is het genie achter de Franse klassiekers Borsalino, Le Retour de Martin Guerre, Danton en Cyrano de Bergerac. De scenario’s die Carrière en Buñuel schreven werden genomineerd voor de oscar voor het beste originele scenario. Origineel is het minste dat je kan zeggen. Over de films van  Buñuel worden veel ingewikkelde verhalen verteld. Het belangrijkste is dat het overgrote deel van zijn werk gewoon bekijkbaar is zonder voorkennis, genietbaar zonder alle symbolische en surrealistische elementen te herkennen. Viridiana won de Gouden Palm in Cannes, Belle de Jour de Gouden Leeuw in Venetië en Le Charme Discret de la Bourgeoisie dus de Oscar voor beste Buitenlandse film.

Niets dan grote namen in Le Charme Discret de la Bourgeoisie. Fernando Rey is een Buñuel getrouwe, hij is ook te zien Viridiana, Tristana en Cet obscur objet du désir. Michel Piccoli is een ander bekende gezicht in Buñuelfilms. Hij speelde in Belle de jour, Le Charme discret de la bourgeoisie, Le Fantôme de la liberté, Le Journal d'une femme de chambre, La Mort en ce jardin, La Voie lactée.

De Russische Kurosawa
In 1985 kreeg Akira Kurosawa zijn laatste Oscar  - als beste regisseur  - voor zijn magnum opus Ran. Tien jaar eerder won Dersu Uzala de Oscar voor beste Buitenlandse film. Na Rashômon in 1951 was het de tweede film van Kurosawa die de belangrijke prijs won. Dersu Uzala is een lyrisch meesterwerk waarin de regisseur balanceert op de fijne grens tussen maatschappijkritiek en pathetisch negativisme.

Het is dicht bij de waarheid dat Dersu Uzala geen typische Kurosawa is, maar het is ook een beetje zedenschennis. Want Dersu Uzala is een even doordachte als intelligente karakterstudie als zijn andere films, alleen speelt de film zich voor één keer niet af in Japan, maar op de Siberische ijsvlakte. Beweren dat Dersu Uzala niet past in het Kurosawaplaatje zou betekenen dat Kurosawa voor één gat te vangen is. Als er iets is dat je niet kan en mag zeggen over de Japanse regisseur dan is net dat. Al is de film – als het even mag – een buitenbeentje, maar dan vooral om redenen die niet onmiddellijk met de film zelf te maken hebben. Kurosawa was om verschillenden redenen na Dodesukaden beginnen twijfelen aan zijn eigen kunnen en probeerde in 1972 verschillende keren zelfmoord te plegen. Dersu Uzala is de eerste film na die zelfmoordpogingen. Hij was voor zijn vaderland ook plots te esoterisch en te lyrisch en niet meer bankable genoeg om nog de volledige artistieke vrijheid te krijgen die hij wilde. Hij klom uit het dal en maakte een grootschalige en epische film gebaseerd op het verhaal van de Russisch soldaat en ontdekkingsreiziger Vladimir Arseniev, die Kurosawa trouwens integraal door de Sovjet-Unie liet financieren, en niet door zijn vertrouwde studio Toho.

Visueel is deze aanval tegen industrialisatie en de daaraan verbonden verloederende morele waarden dubbelzinnig. Geen snelle montage en ongeduldig camerawerk werk meer, maar wel lang uitgerekte natuurbeelden, bijna geen close-ups en een schijnbaar saaie opeenvolging van statische frames. Anti-Kurosawa? Kurosawa heeft die frames met zo’n precisie en gevoel achter elkaar geplaatst dat hij de kijker opnieuw meer dan twee uur aan het beeld kluistert. De film is volgens Kurosawa echt voor het grote scherm gemaakt. Wie de film wil ontdekken op DVD is dus een beetje gehandicapt. Met de twee films die volgden op Dersu Uzala bewees Kurosawa alleszins zijn belangrijkste pijlen nog niet te hebben verschoten, want zowel Kagemuscha als Ran waren opnieuw Kurosawa pur sang.


In de aanloop naar de uitreiking van de Oscars blikken we per decennium terug op de winnaars van de categorie beste buitenlandse film. Een categorie die werd toegevoegd kort na de Tweede Wereldoorlog.