REEKS: DE OSCAR VOOR DE BESTE BUITENLANDSE FILM

Deel V: de jaren tachtig

Miramax (Nuovo Cinema Paradiso) Rademakers Prod. (De aanslag) A-Film (Pelle) Mafilm (Mephisto)

Bij de oscarwinnaars uit de jaren tachtig keert een aantal bekende namen en gezichten terug. Michel Piccoli en Stéphane Audran, de sterren uit Luis Buñuels Le Charme Discret de la Bourgeoisie spelen mooie rollen in La Diagonale du Fou en Babette’s Feest. Met Fanny och Alexander werd een vierde film van Ingmar Bergman bekroond. Nog meer opvallend is dat de Academy een aantal minder goede films bekroonde. Zelfs voor volbloed filmfreaks is het geen schande dat ze nog nooit gehoord hebben van Moscow Does Not Believe In Tears, Volver a Empezar en La Diagonale Du Fou. In de jaren tachtig werd voor het eerst een Deense, Hongaarse, Zwitserse en een Nederlandse film bekroond. De Nederlandse prijswinnaar hoort in het rijtje van de zwakkere films die de prijs wonnen.

In 1989 was het alweer vijftien jaar geleden dat een Italiaanse film de oscar pakte in de categorie – Amarcord was de laatste. Nuevo Cinema Paradiso brak de ban. De Franse acteur Philippe Noiret speelt de hoofdrol in de Italiaanse kaskraker. Vijf jaar later speelde hij de hoofdrol in Il Postino, die andere Italiaanse succesfilm: Il Postino die een beetje onverwacht géén Academy Award won.

Films over film zijn er met hopen. Shades van Erik Van Looy is de Vlaamse bijdrage aan het subgenre. De Oscarwinnaars Otto e Mezzo en La Nuit Américaine zijn waarschijnlijk de beste. Recent maakte Claude Miller La Petite Lili, vijfentwintig jaar geleden scoorde Woody Allen met Stardust Memories. Tom DiCillo’s Living in Oblivion in 1995 is een moderne komische met independent filmsterren Steve Buscemi, Catherine Keener en Dermot Mulroney. De Boekverfilming is een geestige Nederlandse film en dan hebben we Sunset Boulevard, The Player, Gods and Monsters, Ed Wood en Tesis nog niet genoemd.

Voorbeelden genoeg maar er is in heel de geschiedenis van de cinema niet één film die zo veel liefde aan het medium betuigt als Nuevo Cinema Paradiso van Giuseppe Tornatore uit 1989. De Italiaanse oscarwinnaar is een ode aan de donkere zaal, de mooie kuise verhalen in zwart-wit en de tijd dat het uitje naar de dorpsbioscoop de belangrijkste kans op sociaal contact was. Zonder cinema geen lief.

Ook al is zijn film een liefdesbetuiging dronken van heimwee toch ligt een grote bezorgdheid aan de basis van de film. De wereld die Tornatore evoceert, bestaat niet meer. De sociale rol van de cinema is voor goed uitgespeeld. De megacomplexen met de luxe zetels en onbetaalbare kaartjes hebben de dorpscinema’s weggedrukt.

Philippe Noiret speelt een onvergetelijke rol als Alfredo, de projectionist in de cinema in een Siciliaans dorpje. De kleine Toto sluipt zo vaak als hij kan weg van huis en verschuilt zich bij Alfredo in de projectiecabine. Alfredo wordt zijn mentor, hij brengt hem zijn eerste wijsheden bij, leert hem filosoferen over het leven en vrouwen, hij geeft hem raad en brengt hem vooral de liefde voor de film bij. De Tweede Wereldoorlog loopt op zijn einde. Toto’s vader is nog aan het front en de cinema is voor Toto de ideale manier om te ontsnappen aan de realiteit.

De bioscoop is het centrale punt van het dorp. Mensen ontmoeten er elkaar, geven hun eerste kus, maken er ruzie en gaan er dood. Enkel de films die de priester goedkeurt, worden getoond. Wat niet aanvaardbaar is voor de Kerk wordt geknipt. Toto doet in de bioscoop de inspiratie op die hem een professioneel regisseur zal maken.

De Siciliaan Giuseppe Tornatore won met zijn film de Grand Prix du Jury op het filmfestival in Cannes, vijf BAFTA’s (de Britse Oscars) en de Golden Globe voor de beste niet-Engelstalige film. Salvatore Cascio werd op verschillende festivals bekroond als talent van de toekomst. Hij was tien toen de film werd gemaakt en het is nadien stil gebleven ronde kleine Italiaan. Hij speelde nog in Stanno tutti bene, ook van Tornatore, met Marcello Mastroianni.

Jacques Perrin (de volwassen Salvatore) pendelt al heel zijn leven tussen Franse en Italiaanse filmsets. Hij speelt in Les Choristes, de Franse film die dit jaar genomineerd is in de categorie beste buitenlandse film. In 1973 speelde hij in de Brusselse klassieker Home Sweet Home van Benoît Lamy. Oscarwinnaar Z is de bekendste film waarin Perrin te zien is.

Tornatore is niet bepaald een veelfilmer. L’Uomo delle stelle gaat ook over de aantrekkingskracht van cinema, bedrog en acteurs. Una Pura formalità en Malena waren succesrijk in Europa. De laatste maakte hij met geld van Miramax. Het is tot op heden één van de drie films – naast L’Appartement en Irréversible – waarin Monica Bellucci een aanvaardbare rol speelt. In 2003 verscheen de director’s cut van Nuevo Cinema Paradiso op dvd. De film duurt bijna een uur langer dan de bioscoopversie uit 1989. De finale versie schenkt veel meer aandacht aan de verliefdheid tussen het jongetje en het ventje. Ennio Morricone componeerde muziek.

De Scandinaven
Negenendertig jaar hebben de Denen gewacht op hun eerste Oscar voor beste buitenlandse film. Aan het eind van de jaren tachtig was het ineens twee jaar na elkaar prijs. In 1988 won het ontroerende boerendrama Pelle de Veroveraar. Eén jaar eerder was Babette’s Feest de allereerste Deense prent die met een Academy Award bekroond werd.

De Babette (Stéphane Audran) uit de titel is een Française op de vlucht voor de gevolgen van de opstand van de Comunards in Parijs in 1871. Ze belandt in een Deens dorpje waar ze terechtkomt bij twee zussen die zich voltijds bezighouden met liefdadigheid en leidinggeven aan de sektarische protestantse geloofsgroep die werd gesticht door hun overleden vader. Hun sobere leven staat in het teken van de godsdienst, de zorg voor de leden van hun geloofsgemeenschap en de angst God te mishagen.

In een korte flashback zien we hoe de zussen Martina (Birgitte Federspiel) en Philippa (Bodil Kjer) – genoemd naar Maarten Luther en diens vriend Philippus Melanchthon – als jonge meisjes de mooiste popjes van het dorp waren. Een hoge militair en een succesvolle Franse variétéartiest dongen tevergeefs naar hun hand. Hun vader poeierde hen af: “Mijn dochters zijn als mijn linker- en rechterhand.” De leefwereld van de zussen zou nooit groter worden dan hun geboortedorp. Op aanraden van de afgewezen Parijse muziekster zoekt Babette een onderkomen bij de zussen in Jutland, in the middle of nowhere.

Babette leert snel Deens en bestiert vanaf haar aankomst het huishouden. Wanneer ze op een dag het bericht krijgt dat ze in Frankrijk de hoofdprijs van de loterij gewonnen heeft, besluit ze een diner te bereiden voor de viering van de honderdste geboortedag van de vader van de zusters. Vanaf het moment dat de ingrediënten – levende vogels, een schildpad, kisten vol wijn, grote kazen – aankomen in het dorpje leeft Babette op. Ze dirigeert haar pannen zoals een dirigent zijn orkest. Haar lepels en spatels zijn als aangegroeide extra lange vingers. Koken is kunst en de artiest in haar wordt wakker.

In plaats van de gebruikelijke bruine broodpap krijgen de dorpelingen een exclusieve haute cuisinemaaltijd voorgeschoteld. Ze drinken Veuve Clicquot, eten kwarteltjes, schildpaddensoep en baba au rhum. De stugge Jutlanders beseffen niet wat ze meemaken en dat is te begrijpen. Als de gerechten nog maar half zo lekker smaken als ze in beeld gebracht zijn, verblijven ze een paar uur in de culinaire hof van eden. Hoewel ze van hun geloof niet mogen genieten van vluchtige, aardse mist het vijfsterrendiner zijn uitwerking niet. De tafelgenoten kijken minder streng uit de ogen, ze leggen oude ruzies bij en hervinden vrede met zichzelf.

De Franse actrice Stéphane Audran, bekend van haar werk in de films van haar ex-man Claude Chabrol, levert de beste acteerprestatie uit haar lange carrière. Haar ingetogen vertolking is oprecht en pakkend. Regisseur Gabriel Axel - die een deel van zijn jeugd doorbracht in Frankrijk – vertelt zijn delicate verhaal erg rustig. Geen woord is overbodig, geen handeling te veel. Geleidelijk aan laat hij de kijker kennis maken met Babette en de zussen en onthult de film zijn geheimen. Het is het wachten meer dan waard.

Bille August is al een tijd aan het werk in Hollywood waar hij met wisselend succes dure films mag maken met grote sterren. The House of the Spirits en Smilla’s Sense of Snow deugden niet, The Cider House Rules was wel mooie cinema. Ooit werd de Deen ontslagen als regisseur van Mermaids. Hij had het gewaagd aan het scenario te sleutelen en werd wegens 'artistieke meningsverschillen' buiten gebonjourd. Voor August naar Amerika trok had hij in Europa een sterk cv bij elkaar gefilmd. Zappa en Busters Verden en Twist and Shout zijn uitstekende kinderfilms.

Pelle de Veroveraar is de verfilming van het eerste deel van een in de Scandinavische landen beroemde vierdelige romancyclus van Martin Andersen Nexo, over de onheuse behandeling van Zweedse immigranten op een Deense boerderij rond het einde van de negentiende eeuw.

Vader Lasse (Max von Sydow) en zijn negenjarige zoon Pelle (Pelle Hvenegaard) komen met de boot aan in het Deense Bornholm. Ze vinden er werk op een grote boerderij waar ze slecht worden behandeld. De kleine Pelle spreekt Deens maar wordt net zo goed behandeld als een buitenlander, een immigrant, een allochtoon zoals dat tegenwoordig heet. Ze zijn het arme Zweden ontvlucht om in het rijkere Denemarken gelukkig te worden, maar in hun beloofde land zijn ze niet meer dan lijfeigenen, slaven die uitgebuit worden. Ze werken veel te hard voor een veel te laag loon. Vader Lasse durft niet in opstand te komen tegen de uitbuiters. Pelle is strijdvaardiger. Hij gaat de wereld veroveren en hij begint met de boerderij.

Pelle is een aangrijpende, authentieke boerenfilm. Het woord boerenfilm doet kokhalzen maar Pelle heeft niets gemeen met de Vlaamse boerendrama’s uit de jaren tachtig waarin de boeren akkerdjie akkerdjie schreeuwt naar Marie wanneer een kalf geboren is met kromme poten. Bille August vertelt over uitbuiting, het verlangen naar vrijheid en de klassenstrijd aan de hand van een subtiele vader-zoonrelatie. De personages zijn geloofwaardig, de dialogen afgemeten, de beelden puur.  Pelle de Veroveraar is het beste werk dat August maakte met zijn vaste compagnons, de Zweedse director of photography Jörgen Persson en de Zweedse componist Stefan Nilsson.

Pelle de Veroveraar won naast de oscar ook een Gouden Palm in Cannes. In 1992 zou Bille August dat kunstje overdoen met Best Intentions, een prachtige film gebaseerd op een scenario van Ingmar Bergman. Ook in die film speelt Max von Sydow een belangrijke rol. Bille August was jarenlang getrouwd met Pernilla August - Shmi Skywalker, de moeder van Anakin in Star Wars. Pernilla August speelt ook in Fanny och Alexander van Ingmar Bergman. De link naar de Zweedse grootmeester is gelegd.

Voor de vierde en laatste keer won een film van Ingmar Bergman de oscar voor de beste buitenlandse film. Fanny och Alexander is zijn indrukwekkende filmtestament.

Het is een kleurrijke fantasierijke film over twee kinderen die opgroeien in een artistieke familie. Hun ouders beheren de plaatselijke schouwburg. Ze lachen, dansen en vertellen verhalen. Wanneer hun vader sterft, hertrouwt hun moeder met een gevoelloze Lutheraanse bisschop en verhuizen ze naar zijn kanselarij. De kinderen voelen zich direct diep ongelukkig. De Bisschop moet niets hebben van levensvreugde, fantasie, grappen en gekkigheid. Gelukkig wordt de fantasie van de kinderen aangewakkerd door een oudere joodse man die verliefd is op hun grootmoeder. Fanny och Alexander bevat sterk autobiografische elementen, het is een film vol fantasie, prikkelend en magisch, behoorlijk mild en erg licht van toon, zeker naar Bergmans standaarden.

Fanny och Alexander kreeg niet alleen een Oscar voor beste niet-Engelstalige film, ook de art direction van Anna Asp en Susanne Lingheim, de kostuums van Marik Vos-Lundh en het camerawerk van Sven Nykvist werden onderscheiden. Na Fanny och Alexander stopte Ingmar Bergman met filmen. Hij bleef wel scenario’s schrijven en regisseerde stukken voor het Zweeds Koninklijk Theater. Zijn zoon Daniel verfilmde Söndagsbarn, Liv Ullmann verfilmde Trolösa (Faithless). Saraband, zijn aller-, allerlaatste televisiefilm is nu te zien in de bioscoop.

De vergeten films
De Noorse actrice Liv Ullmann weigerde in het begin van de jaren tachtig een rol in Fanny och Alexander. Ullman maakte haar Bergmandebuut in 1966 in Persona. De regisseur en de actrice werden verliefd en hadden vier jaar een passionele liefdesrelatie waaruit een dochter werd geboren. Ullmann, intussen zelf ook een succesvolle regisseur, had geen zin in een nieuw filmavontuur met Bergman. In een fax meldde ze af. Bergman kon er niet mee lachen. De twee spraken twee jaar niet met elkaar. Liv Ullmann speelt wel een rol in een andere oscarwinnaar uit de jaren tachtig. Helaas voor haar kan die film niet tippen aan de kwaliteit van Fanny och Alexander. In La Diagonale du Fou speelt Ullmann de echtgenote van Fromm, een Russische schaakspeler die overgelopen is naar het Westen. In een tweekamp om de wereldtitel neemt hij het op tegen de grootmeester Liebskind (Michel Piccoli).

Fromm (Alexandre Arbatt) is een oud-leerling van Moskoviet Liebskind die zelf al twaalf jaar ongeslagen is. Hun wedstrijd is niet enkel een strijd met pionnen maar ook een confrontatie tussen leraar en leerling, oost en west, jong en oud. De metaforen in de film zijn duidelijk, maar is er meer dan dat. Er is de verbeten strijd tussen twee schakers die alles proberen om de tegenstander uit het evenwicht te brengen. De film speelt zich af tijdens de Koude Oorlog. H Ijzeren Gordijn leek nooit neer te zullen komen. Schaken was een van de domeinen waarin de Sovjetrussen hun superioriteit ten opzichte van het Westen wilde bewijzen. Daarom was de overwinning zo belangrijk. Dat daar oneerlijke tactieken werden voor gebruikt mag dus niemand verbazen. Bijna alles wat in La Diagonale Du Fou wordt getoond, is historisch accuraat. Ook dat de spelers omringd worden dus heuse teams is waar. Het verhaal is losjes gebaseerd op de titelstrijd tussen Anatoly Karpov en Viktor Kortsjnoi in 1978.

La Diagonale Du Fou is behoorlijk uniek als oscarwinnaar. Niet alleen is er nagenoeg niemand die de film ooit heeft gezien, ook de regisseur is een nobele onbekende. Richard Dembo debuteerde als regisseur en toont zich een goede sfeerschepper die de spanning tussen beide kampen scherp weergeeft. Dembo kan rekenen op fantastische acteurs om het kleine verhaal gestalte te geven. De film is niet erg vriendelijk voor het Sovjetrussische blok zonder propagandistisch te worden. Daarvoor is de film te genuanceerd.

Richard Dembo is bekender als stichter van de Quinzaine des réalisateurs – een belangrijke nevensectie van het filmfestival van Cannes – dan als filmregisseur. La Diagonale du Fou blijft zijn enige succesfilm. Hij wachtte negen jaar alvorens L’Instinct de l’Ange te draaien. In 2004 maakte hij zijn derde en laatste film La Maison de Nina. Naast zijn activiteiten in de film was Dembo ook romancier en operaregisseur. Hij overleed in november 2004.

Het Zwitserse La Diagonale du Fou is niet de enige film die in de vergeetput van het filmgeheugen is geraakt. Volver a Empezar en Moscow does not Believe in Tears zijn zo mogelijk nog onbekender.

Volver a Empezar is geregisseerd, geschreven en geproducet door José Luis Garci. Zijn film vertelt een heel eenvoudig verhaal over Antonio Albajara, een professor die net de Nobelprijs literatuur heeft gewonnen. Hij woont al jaren in de Verenigde Staten waar hij heen vluchtte toen duidelijk werd dat de troepen van Generaal Franco de oorlog zouden winnen. Hij is voor het eerst terug in Gijon, zijn geboortestad in Galicië (waar ook Mar Adentro zich afspeelt).

Het relaas van zijn tocht door de stad en zijn verleden vormt de kern van deze brave, zoete film. Albajara keert terug op plaatsen waar hij vroeger spannende avonturen beleefde, hij ontmoet oude vrienden en komt weer in contact met zijn oude vlam Paso. Oude liefde roest niet en een oude schuur staat snel in brand, om het met twee clichés te zeggen. Volver a empezar zelf hangt aaneen van de clichés, voorspelbare wendingen en mierzoete dialogen. Het verschil tussen gevoelig en sentimenteel is klein. In deze Spaanse film onttrekt het sentimentele glazuur de gevoelige onderlaag aan het zicht.

José Luis Garci heeft na Volver a Empezar geen bekende films meer gemaakt. In Spanje is de Madrileen een gewaardeerde regisseur en scenarist die getrouw voor elke film genomineerd wordt voor de Goya’s. Buiten zijn landsgrenzen is hij enkel bekend bij de hispanofielen. Hoofdrolspeler Antonio Ferrandis overleed in 2000. Misschien zag u hem in Luis Buñuels klassieker Tristana of in de Franse misdaadfilm Sept morts sur Ordonnance. Agustin Gonzalez die overleed in januari 2005 speelde later een fijne rol in Belle Epoque, de Spaanse oscarwinnaar uit welk 1992.

In 1980 won niet Akira Kurosawa’s Kagemusha, noch François Truffauts Le Dernier Métro of Istvan Szabo’s Bizalom. Het beeldje ging totaal onverwacht naar het Sovjetrussische Moscow Does Not Believe In Tears. De film van Vladimir Menshov vertelt in 240 minuten het verhaal van drie vrouwen die met veel hoop en dromen naar de Russische hoofdstad komen.

De film is een grootstadkroniek waarin de Stalingotiek, de brede boulevards en de troosteloze aanblik van de flats een even belangrijke rol spelen als de personages van vlees en bloed.

Liudmilla, Katerina en Antonina zijn hartsvriendinnen. Ze verlaten hun provinciestad en zijn vast van plan in Moskou het geluk – lees een man - te zoeken en te vinden. Een film met goede vrouwelijke personages is zeldzaam. Moscow does not believe in tears is er zo eentje. Het verschil tussen de overzichtelijke provinciestad waar ze zijn opgegroeid en de enorme, asphalt jungle is enorm. De stad is groot, eng, anoniem, de vrouwen voelen zich net mieren.

Het eerste deel van de film spelt zich af in de jaren vijftig. De drie vrouwen stippelen elk hun eigen weg richting geluk uit. De ene huwt vrij snel, de anderen hebben een woeliger liefdesleven. Op een feestje ontmoeten ze een goede partij. De ene begint met een hockeyspeler, de andere met een cameraman die werkt voor de televisie. Beide vrouwen zijn slovende arbeidsters maar geven zich tegenover hun vriendjes uit voor studenten aan de universiteit.

De vraag is hoe en wanneer de meisjes de waarheid gaan vertellen aan hun vriendjes. Dat die ooit gaan merken dat ze geen studenten zijn, is wel duidelijk. De hockeyspeler kan er nog mee omgaan, de cameraman niet. Hij laat zijn liefje achter, zwanger bovendien. Het zijn niet de grote wereldbranden die Moscow… wil blussen. De plotontwikkeling is zelfs soapachtig, maar nooit wordt de film goedkoop of voorspelbaar. Dat is vooral te danken aan de knappe vertolkingen van de drie vrouwen.

Met de sprong naar het eind van de jaren zeventig confronteert Menshov de vrouwen met hun eigen dromen en aspiraties. De vroeg getrouwde huisvrouw lijkt best gelukkig, de vrouw die het deed met de hockeyspeler lijkt ook haar geluk te hebben gevonden. Zal haar geluk blijven duren? De derde heeft zich op haar werk gestort, ze is het prototype van de geslaagde zakenvrouw wat niet betekent dat ze noodzakelijkerwijs het meest gelukkig is.

De film is meer dan de optelsom van de delen. Het is meer dan de ervaringen van drie vrouwen, het is een generatieportret. De vrouwen zijn niet veranderd, maar ze zijn wijzer en hebben levenservaring opgedaan. Hun vriendschap is nog levend en ze hebben hun idealen niet verloochend. De film zit vol goede vondsten is fijn gemonteerd, wel sober maar zeker niet armoedig.

Toch weer de Tweede Wereldoorlog
Hoewel Fons Rademakers in zijn hele carrière maar elf films maakte, is hij één van de pioniers van de Nederlandse film. Hij debuteerde in 1958 met Dorp aan de rivier en zou in de volgende drie decennia enkele van Nederlands belangrijkste films maken, waaronder De dans van de reiger (1966), Mira (1971) en Max Havelaar (1976). De film waar hij het meeste succes mee haalde, bleek achteraf niet Rademakers favoriet werk: De aanslag uit 1986. Technisch perfect, zo zou hij later beweren, maar toch niet de film waar hij emotioneel het meest mee verbonden raakte.

De aanslag, het boek dan, is de meest gelezen roman van Harry Mulisch en is 23 jaar na publicatie nog altijd vaste prik op de boekenlijsten op middelbare scholen. Daar is een goede reden voor: het boek zit doorweven met mythische symbolen, heeft een interessante historische achtergrond, schetst de evolutie van zowel enkele individuen als van een hele maatschappij en stelt relevante vragen over schuld en boete. Rademakers adapteerde het boek in 1986 en deed voor het scenario een beroep op Gerard Soeteman, in die tijd de meest gevraagde scenarioschrijver van de lage landen. Toen hij Mulisch’ De aanslag onder handen nam, had hij al Turks Fruit, Keetje Tippel, Max Havelaar, Soldaat van Oranje en De vierde man op zijn resumé staan. Na De aanslag verdween Soeteman enkele jaren uit beeld. Hij kwam vorig jaar terug met de verfilming van Floris en pent momenteel voor Paul Verhoeven aan Zwartboek.

Rademakers en Soeteman hielden zich voor de verfilming heel strak aan de opbouw van het boek, in tegenstelling de hakbijl die Jeroen Krabbé in 2001 met De ontdekking van de hemel gebruikte. Enkel de eerste minuten van de film zijn nieuw, maar daarna lijkt het of de makers pagina per pagina aan het witte doek toevertrouwen. De prent opent tijdens de hongerwinter van 1945. Terwijl het grootste deel van Nederland al bevrijd is, staat Haarlem nog altijd onder Duitse bezetting. We maken kennis met de familie Steenwijk die in hun huisje Buitenrust net hun schamele avondmaal achter de kiezen hebben. Als ze zich opmaken voor een spelletje mens-erger-je-niet horen ze voor hun huis een aantal schoten. Anton, op dat moment twaalf, is door de gebeurtenissen overdonderd. Zijn grote broer Peter rent onmiddellijk het huis uit en ziet hoe de buren – de verpleegster Karin Korteweg en haar pa, een vroegere zeeman – een lijk verslepen tot het voor Buitenrust ligt. Het lijk is van Fake Ploeg te zijn, de hoofdinspecteur van de politie en een wrede collaborateur. Als de Duitsers de aanslag ontdekken, wordt Buitenrust in brand gestoken. Antons ouders worden afgevoerd en, zo vernemen we later, net als Peter beestachtig gefusilleerd.

Deze traumatische gebeurtenis zal Antons hele leven verder beïnvloeden, van het moment dat hij samen met een mysterieuze vrouw (Monique Van De Ven) in de cel belandt tot hij bijna veertig jaar later tijdens een vredesdemonstratie in Amsterdam de ware toedracht over wat er die avond gebeurd is, te weten komt. Hoewel Anton zijn hele leven op de vlucht is voor de oorlog, wordt hij er steeds weer aan herinnerd. Hij ontmoet op de meest toevallige manieren zijn ex-buren, de zoon van de vermoorde Ploeg en hij komt zelfs oog in oog te staan met de moordenaar, de verzetsleider Cor Takes. Anton sukkelt door de gebeurtenissen steeds meer en meer in een depressie en stelt zich ernstige vragen over schuld en verantwoordelijkheid.

In De aanslag trekt Harry Mulisch alle registers open. Net als zijn Belgische collega Hugo Claus smokkelt hij veel mythologische symbolen in zijn boek, die door Rademakers lustig worden overgenomen: de dobbelsteen als symbool van het lot, de kruidnagel als verdovend middel tegen tandpijn, de steen als plaats van ontmoeting. De knappe opbouw van het boek (de persoonlijke beslommeringen van Anton zijn altijd gelinkt aan een bepaalde historische gebeurtenis) staat in schril contrast met de erbarmelijke acteerprestaties van onder meer hoofdrolspeler Derek De Lint, die het daarna toch tot in Hollywood schopte. De momenten waarop hij in hysterie uitbarst zijn zo lachwekkend dat ze afbreuk doen aan het verhaal. John Kraaykamp kreeg dan weer overal lof voor zijn prestatie als Cor Takes, de man die uiteindelijk, samen met zijn vriendin Truus Coster de moordenaars van Ploeg blijken te zijn. Filmisch is vooral de proloog in het huis van de Steenwijks een voltreffer. Voor cinematograaf Theo Van De Sande betekende het succes van De aanslag een ticket richting Amerika. In de jaren tachtig en negentig schoot hij er de beelden van grote films als Volcano en Blade.

De aanslag kwam op 6 februari 1986 in de Nederlandse zalen en bleek een prijsbeest. Fons Rademakers kreeg dat jaar een Golden Space Needle Award, John Kraaykamp won op het Nederlands Film Festival een Gouden Kalf en een jaar later won De aanslag ook een Golden Globe als beste buitenlandse film. Een paar maanden daarna bleek de film heter dan 37º2 le matin van Jean-Jacques Beineix. Het was de eerste oscar voor een Nederlandse film. Mulisch kreeg jaren later van Koning Albert de Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn hele oeuvre en schrijft nog steeds. Fons Rademakers is nu 84 en geniet al vijftien jaar van zijn filmpensioen.

Mephisto is de enige Hongaarse film die de oscar voor de beste buitenlandse film won. Het is met La Historia Official absoluut de beste film uit de jaren tachtig bekroond werd in deze categorie. Klaus Maria Brandauer speelt theateracteur Hendrik Höfgen die zijn ziel verkoopt voor het applaus. De speelt zich af in Hamburg, waar de jonge acteur Hendrik Höfgen droomt van succes en geld. Omdat het nuttig is voor zijn carrière trouwt hij met de dochter van de eigenaar van het stadstheater. Dat huwelijk belet hem niet zijn relatie met de donkere Juliette verder te zetten. De Nazi’s worden steeds machtiger en het artistieke gezelschap komt voor de keuze te staan. Zijn vrouw en collega’s vluchten voor het nazi-regime. Hendrik blijft waar hij zit. Hij neemt de hoofdrol rol aan in een toneelversie van Faust. Dat de artistieke leiding van het theater is overgenomen door het nazileger deert hem niet.

Brandauer is erg sterk als de acteur die zichzelf moet blijven overtuigen dat hij niets fout doet door in nazi-Duitsland te blijven. Hij is een acteur en acteren is wat hij doet. Het staat toch niet op het slagveld maar op de planken? Het sterke punt van de film is dat je Brandauer heel ver kan volgen in zijn redenering. Het gaat om doelen in het leven, om idealen waar je trouw aan wil blijven tot er een moment komt dat je toegevingen moet doen. De vraag is dan hoever je wil gaan. Höfgen kan eindelijk zijn grote droom realiseren, maar daarvoor moet hij zijn idealen, zijn vrouw en zijn vrienden verraden en liegen tegen zichzelf. Hij is zwak en bang. Mephisto is tragisch, menselijk en duivels. Istvan Szabo maakte later nog Oberst Redl en Hanussen, beiden met Brandauer in de hoofdrol. Hij maakte Meeting Venus (Glenn Close), Sunshine (Ralph Fiennes en Rachel Weisz) en Being Julia (Annette Bening en Jeremy Irons) met met grote sterren maar geen van die films had de impact van Mephisto.

Mensenrechten
Cautiva en Kamchatka zijn twee recente onthutsende films over de militaire dictatuur in Argentinië. De sterke festivalfilms vonden geen distributeur in de Benelux waardoor we verstoken zijn gebleven van nijpende verhalen over verdwenen kinderen, gemartelde vaders, versplinterde dromen en een eeuwige zoektocht naar de waarheid, vaders, moeders, dochters en zonen. La Historia Official is gemaakt in 1985, twee jaar na de val van de militaire dictatuur toen de wonde nog vers was.

Nog iedere week komen de dwaze moeders samen op de Plaza de Mayo in Buenos Aires. Ze protesteren tegen de onwetendheid, tegen de trage afhandeling van de dossiers, tegen de obstructie van het onderzoek door de betrokken van het regime waarvan velen ook in het hedendaagse Argentinië een belangrijke maatschappelijke rol spelen. Centraal in de film staat een echtpaar met een geadopteerde dochter dat een comfortabel leven leeft in de Argentijnse hoofdstad. Alicia is geschiedenislerares, haar man Roberto is een advocaat met sterken banden met het gevallen militaire regime. Alicia ontmoet Sara, een van de dwaze moeders. Die dwaze moeders protesteren niet alleen, ze gaan ook zelf op onderzoek uit en roeren in potjes die niet geopend mogen worden. Roberto wordt almaar zenuwachtiger van de vriendschap tussen Alicia en Sara.

Toen het militaire regime de macht voelde afzwakken, gooide het duizenden politieke tegenstanders in de gevangenis. Onder de gevangenen waren er ook kinderen, baby’s en zwangere vrouwen. De kinderen werden van de moeders gescheiden en ter adoptie aangeboden aan medestanders van het regime, aan buitenlandse organisaties of gewoon aan onwetende, naïeve Argentijnen met een kinderwens.

Alicia vreest dat haar dochter Gaby één van die kinderen is die van een gevangen moeder werd gestolen. Alicia is lerares geschiedenis en ze weet helemaal niets over de afkomst van haar dochter. Ze is lerares geschiedenis en ze weet heel goed dat de geschiedenisboeken herschreven zijn door de ex-militairen die de officiële waarheid parafeerden met een in bloed gedrenkte pen. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar moedergevoelens, haar drang om de waarheid te kennen en de liefde voor haar man die liever zou hebben dat ze de zaak laat rusten.

Wat regisseur Luis Puenzo toont in La Historia Official is waar gebeurd, maar de film is fictie. Door de keuze van het onderwerp is de film uiteraard politiek getint al blijft het in de eerste plaats een film over mensen, de situaties waar ze in terechtkomen en de manier waarop ze er mee omgaan. In La Historia Official is iedereen betrokken partij bij de misdaden van het misdadig regime. De tegenstanders van het regime werden slachtoffers. Ook wie neutraal was – zoals Alicia – was vaak bewust of onbewust meewerkend voorwerp aan de onmenselijkheden.

La Historia Official is pure psychologische horror, getoond door de ogen van een normale vrouw. De film heeft veel oog voor detail, het scenario is erg ambigue omdat er simpelweg geen goede oplossing is voor Alicia’s probleem. Doet ze niets dan is het leven van haar dochten gebaseerd op een leugen. Komt ze de waarheid te weten dan riskeert ze haar dochter en haar man te verliezen.

Luis Puenzo bakte er na dit absolute meesterwerk niet veel meer van. Hij maakte in 1989 de peperdure flop Old Gringo met Gregory Peck en Jane Fonda in de hoofdrollen. Ook zijn verfilming van Camus’ La Peste met William Hurt, Sandrine Bonnaire, Robert Duvall en Raul Julia flopte net zo hard. La Puta y la ballena is zijn laatste productie.

La Historia Official won de oscar voor de beste buitenlandse film, de Golden Globe voor de beste niet-Engelstalige film, hoofdrolspeelster Norma Aleandro won een Palm in Cannes en het scenario geschreven door Luis Puenzo en Aída Bortnik kreeg een oscarnominatie.