77e ACADEMY AWARDS

Legende in het jaar van de legendes

Million Dollar Baby (Warner Bros) The Aviator (Warner Bros) Finding Neverland (RCV) Ray (UIP) Sideways (Fox) (organisatie)

Elk jaar opnieuw stoffen de mannen en vrouwen van de Hollywood-elite hun mooiste pakjes af en trekken ze allemaal samen naar het Kodak Theatre in Los Angeles om elkaar eens een ferme schouderklop te geven. Dit jaar waren die schouderklopjes vooral voor Clint Eastwood’s Million Dollar Baby en Martin Scorsese’s The Aviator.

Naast de hoeveelheid grote namen die ook dit jaar op het Oscarfeest hebben vertoond, was 2004 ook duidelijk het jaar van de grote namen op het witte doek. Heel wat recente en minder recente historische figuren kregen het afgelopen filmseizoen hun eigen filmbiografie. Ray Charles, Alfred Kinsey, Howard Hughes, J.M. Barrie, Paul Rusesabagina en zelfs Adolf Hitler. Met zoveel boeiende verhalen en memorabele personages was het natuurlijk geen wonder dat de lat in de acteercategorieën dit jaar ongemeen hoog lag. Helaas neemt dat niet weg dat zoals elk jaar een aantal van de allerbeste acteerprestaties over het hoofd werden gezien. Noem het gerust een schande dat zowat alles en iedereen die iets met Sideways te maken had op een nominatie kon rekenen, maar dat de grote verrassing uit die film, de verbluffende Paul Giamatti, schromelijk werd genegeerd. En ook Tom Cruise had voor zijn duivelse rol in Michael Mann’s Collateral zeker een nominatie verdiend. Toch hadden de Oscarwatchers ook dit jaar weer hun handen vol aan de voorspellingen. Want een ding is zeker: net als tijdens het bekendmaken van de nominaties is de Adacemy ook bij het uitreiken van zijn prijzen niet altijd vies van een verrassing.

Na de wat stroeve uitreikingen van de afgelopen jaren was de vorm van de Oscarshow dit jaar een beetje anders dan anders. De semi-vaste Oscarpresentator Billy Crystal werd bedankt voor bewezen diensten en vervangen door komiek Chris Rock, die na de ondragelijk melige openingscollage, zijn gebruikelijke stand-up truukjes deed. Rock mag dan niet de ideale Oscar-host zijn, lef heeft hij wel. Zelfs een paar politiek getinte anti-Bush punchlines ging hij niet uit de weg. Zijn grapjes werden aanvankelijk op flink wat applaus en (groen) gelach onthaald, maar Rock kon het niet laten om de Amerikaanse troepen in Irak en Afghanistan naderhand toch nog een hart onder de riem te steken. Of hoe zelfs een van Amerika’s scherpste komieken bang is om al zijn bruggen in één keer te verbranden. Helaas werd zijn optreden in de loop van de avond steeds fletser en begon de heimwee naar de pittige filmhumor van Billy Crystal de kop op te steken. Crystal’s filmcarrière mag dan wel in het slob zitten, als het gaat om het presenteren van de Oscars, blijft hij de enige echte.

Gelukkig bleef Rock’s rol in de avond redelijk beperkt, zodat de echte sterren van de avond ruimschoots de gelegenheid kregen om te stralen. Morgan Freeman bijvoorbeeld, toen hij glunderend zijn welverdiende Oscar voor de Beste Mannelijke Bijrol in Million Dollar Baby mocht komen ophalen. Freeman deed dat met zoveel waardigheid en oprechte emotie, dat de zaal er even stil van werd. Ook Cate Blanchett, die werd bekroond voor haar bijrol als Katherine Hepburn in The Aviator, hield zich sterk en kwam net als de echte Hepburn pittig en onsentimenteel uit de hoek. Het obligate tranentrekkermoment was dan weer voor de onmetelijk getalenteerde Hilary Swank (in een helaas weinig flatterende soepjurk), die na Boy’s Don’t Cry alweer met de prijs voor beste actrice ging lopen. Een haast legendarische dubbelslag, extra pijnlijk voor Annette Benning, die net als vijf jaar geleden, toen ze genomineerd was voor American Beauty, met lege handen naar huis ging. En ook Jamie Foxx hield het niet droog toen hij zijn welverdiende prijs mocht ophalen voor zijn sublieme vertolking in Ray. Foxx had toch al een topavond, want naast zijn Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol had hij ook nog een nominatie opgestreken voor zijn opmerkelijke (bij)rol in de thriller Collateral.

Als er op acteergebied niet veel verrassingen te rapen vielen, werd dat op het gebied van beste film en regie ruimschoots goedgemaakt. Clint Eastwood’s boksdrama Million Dollar Baby won verrassend in de top-categorieën Beste Film en Beste Regie, zodat Eastwood meteen nog twee nieuwe beeldjes op zijn schoorsteen mag zetten. Helaas betekent dat wel dat die andere levende legende, Martin Scorsese, voor de zoveelste keer zonder Oscar naar huis gaat. Waarschijnlijk wachten de leden van de Academy tot Scorsese dood en begraven is om hem eindelijk op een gepaste manier te belonen voor zijn bijdrage aan de Amerikaanse filmkunst. Nog zo’n rare verrassing was er in de categorie Beste Buitenlandse Film. Nadat films als The Motorcycle Diaries en House of Flying Daggers in die reeks naast een nominatie grepen, werd Alejandro Amenabar’s Mar Adentro geheel onverwachts de opmerkelijke winnaar in die categorie. Amenabar haalde het van Oliver Hirschbiegels intense oorlogsdrama Der Untergang, over de laatse dagen van Adolf Hitler in zijn bunker onder Berlijn. Normaal gezien doen oorlogsfilms het bij de Academy altijd erg goed, maar het aangrijpende en spectaculair geacteerde levens/stervensverhaal van Ramón Sampedro genoot blijkbaar de voorkeur.

Ook in de categorie Beste Scenario ging de Oscar opvallend genoeg naar weirdo Charlie Kaufman en zijn slimme scenario Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Kaufman was er zichtbaar door aangedaan en had door de opwinding alleen maar oog voor de timer die hem buiten beeld meedeelde hoeveel seconden hij nog mocht spreken. Regisseur Alexander Payne was dan weer onaangedaan en kwam vrij nuchter zijn Oscar voor het bewerkte scenario van Sideways ophalen. De eerste staande ovatie was dan weer voor de legendarische regisseur Sidney Lumet die na vier onverzilverde nominaties toch nog werd bekroond met een ere-Oscar voor zijn hele oevre. Misschien niet meer dan een troostprijs, maar wel eentje die kan tellen. Lumet werkt momenteel namlijk aan Find Me Guilty en zijn herwonnen elan kan ervoor zorgen dat het publiek toch geïnteresseerd zal zijn in een rechtbankthriller met de volgens hem onderschatte Vin Diesel.

Halverwege de show leek het er even op dat de 77e Oscaruitreiking volledig zou worden opgeslorpt door Scorsese’s The Aviator. Naast Cate Blanchett waren editor Thelma Schoonmaker, cameraman Robert Richardson en production-designer Dante Feretti ook al in de prijzen gevallen. Scorsese mocht zelf ook nog het podium opkruipen om een ere-Oscar te geven aan de legendarische Louis Mayer, die onder impuls van verschillende filmstudio’s en de Amerikaanse Stichting voor Filmpreservatie honderden klassieke films heeft gerestaureerd. Het zou voor Scorsese helaas de enige keer zijn dat hij die avond het podium op mocht.

Opvallend was ook hoeveel moeite er werd gedaan om de wat saaiere categorieën een beetje op te leuken. De technische prijzen werden gepresenteerd door de charmante Scarlett Johansson en de Oscars voor de beste kostuums werden zelfs uitgereikt door de onweerstaanbare Edna Mode, de bebrilde techneut uit de animatiefilm The Incredibles. Gelukkig ging de Oscar voor beste lange animatiefilm naar naar diezelfde film, zodat de verlegen Brad Bird na het floppen van zijn meesterwerk The Iron Giant eindelijk de waardering krijgt die hij verdient. Brad Bird’s superheldenkomedie mocht nog de prijs voor beste geluidsmontage mee naar huis nemen, ongezien voor een animatiefilm, zeker omdat Bird ook een nominatie op zak had voor zijn uitstekende scenario. Ook de winnaar van de beste korte animatiefilm was een verrassing. Het 15-minuten durende, experimentele Ryan, over de Canadese animator Ryan Larkin, kaapte geheel onverwachts de Oscar weg voor de neus van Gopher Broke, een Pixar-achtige, maar wat vulgaire dijenkletser over een grondeekhoorn die groenten probeert te stelen uit voorbijrijdende vrachtwagens.

Het zag er lang naar uit dat de underdog van de avond, het heerlijke Finding Neverland, ook de underdog zou blijven. Daar kwam gelukkig toch nog verandering in toen de Poolse componist Jan A.P. Kaczmarek de Oscar voor beste soundtrack in handen kreeg gedrukt. Maar dat was waarschijnlijk alleen omdat The Aviator in die categorie geen nominatie had opgestreken. De prijs voor de beste make-up voor het onderschatte Lemony Snicket’s A Series of Unfortunate Events was niet meer dan verdiend, en ook de schitterende speciale effecten van het hyper-commerciële Spider-Man 2 werden bekroond.

Natuurlijk mocht ook een stevige portie plaatsvervangende schaamte niet ontbreken. Het eerste tenenkrommende moment kwam deze keer al vrij vroeg in de show, toen Destiny’s Child frontvrouw Beyoncé het genomineerde lied uit de Franse komedie Les Choristes kwam kwelen. De song op zich was nog dragelijk, Beyoncé’s Frans helaas niet. En tot ieders grote verschrikking kwam Beyoncé later op de avond nog twee keer terug om op minstens even afschuwelijk wijze de drakerige nummers uit The Phantom of the Opera en The Polar Express ten gehore te brengen. Alleen Jay-Z en Andrew Lloyd Webber vonden het geweldig, Prince hield zich sterk en Chris Rock zei er wijselijk niets over. Nog minder zullen we zeggen over het schabouwelijke duet van Antonio Bandeiras en Santana, die het genomineerde nummer uit Diarios de Motocicleta zo afschuwelijk brachten dat het gerust een wonder mag heten dat de originele versie van de song uiteindelijk met de Oscar naar huis mocht gaan.

Het enige muzikale moment uit de show dat de pijngrens niet overschreed, was het sobere eerbetoon van cellist Yo Yo Ma aan de overleden Hollywoodsterren van 2004. En het waren er een hele rij: Marlon Brando, Christopher Reeves, Fay Wray, Jerry Goldsmith, Johnny Carson, Rodney Dangerfield. Zelfs het obligate en altijd weer misplaatste applaus bleef niet uit, ondanks het verzoek van de Academy om deze keer alstublieft eens niet te klappen. Maar dat was dan ook zowat de enige ongeregeldheid in een strak geregisseerde en vlekkeloos verlopen Oscarshow. Alleen met die ene prangende vraag blijven we nog zitten: wanneer krijgt Martin Scorsese eindelijk eens een Oscar?