Hoe volg je niet een maar drie van de meest succesvolle films aller tijden op? Voor Peter Jackson; die vooraleer hij wereldberoemd werd als de naar een Hobbit gemodelleerde regisseur van The Lord of the Rings trilogie vooral met gore hersenen, ingewanden en bijtgrage zombiebaby’s te maken had, bleek het antwoord eenvoudig: een remake van Merian C. Cooper’s en Ernest B. Schoedsack’s nog steeds ronduit verbluffende King Kong uit 1933.
Wie kent het verhaal niet? Showman Carl Denham (Robert Armstrong) leidt een expeditie naar het beruchte, mysterieuze Skull Island. Daar ontmoeten hij en zijn crew wrede inboorlingen (politiek correct is het alvast niet) die er rituele gewoontes op nahouden. Ze ontvoeren de knappe actrice Ann Darrow (de niet lang geleden overleden Fay Wray die Jackson’s remake haar zegen gaf én de laatste zin in de film – “it’s beauty killed the beast” – voor haar rekening had mogen nemen) en “offeren” haar aan Kong; een reusachtige gorilla die haar, door haar schoonheid begeesterd, meevoert naar zijn woonst. Onderweg worden ze belaagd door allerlei prehistorische en onbekende monsters en terwijl Darrow langzaam haar angst voor Kong overwint, zetten Denham en de op Darrow verliefde avonturier Jack Driscoll (Bruce Cabot) de achtervolging in. Uiteindelijk slagen ze erin om Darrow te bevrijden en Kong te verdoven. Denham neemt het dier vervolgens mee naar New York waar hij tijdens een grootse show als het Achtste Wereldwonder aan het publiek wordt voorgesteld. Razernij maakt zich van de gorilla meester, hij breekt los en zaait paniek in de straten van de stad, op zoek naar zijn grote liefde: Ann. De film eindigt op het dak van het Empire State Building waar een gevecht tegen vliegtuigen Kong uiteindelijk fataal wordt.
King Kong heeft ondanks zijn inhoudelijke simpliciteit niets aan waarde ingeboet (het blijft tot de verbeelding spreken en beïnvloedt hedendaagse filmmakers; in Kerry Conrans recente Sky Captain and the World of Tomorrow is Kong op de achtergrond te zien terwijl hij het Empire State Building beklimt!) en de archetypische personages zoals de blonde schoonheid, de onversaagde held en de misvormde antiheld (King Kong is een herinterpretatie van The Beauty and the Beast, maar ook van The Hunchback of Notre Dame, Frankenstein en al die andere verhalen waarin onbegrepen “monsters” aanwezig zijn) zijn van alle tijden.
De in het origineel door Willis O’Brien (de mentor van Ray Harryhausen die op zijn beurt de effecten in de Sinbad-films voor zijn rekening nam) toegepaste stop-motion animaties blijven, hoewel houterig en lang niet realistisch, de tand des tijd doorstaan dankzij een ongeëvenaarde persoonlijkheid die O’Brien aan de diverse monsters meegaf. Hij maakt van Kong een oprecht personage dat, niet zonder ziel, de liefde die hij voelt voor de blonde schone in zijn handpalm, verdedigt.
Jackson (die voor de productie van start ging een deal maakte die hem maar liefst twintig miljoen dollar oplevert; een unicum voor een regisseur) heeft er nooit een geheim van gemaakt dat King Kong zijn favoriete film is. In zijn jeugd werd hij gefascineerd door de nu verouderde maar nog steeds erg leuke stop-motion animatie (die overigens nog gebruikt wordt door onder andere Aardman Animations voor Wallace and Gromit) en probeerde de techniek uit voor zijn eigen kortfilms. In 1996 schreef hij samen met zijn vrouw Fran Walsh een ondertussen probleemloos via het Internet op te sporen scenario voor een in 1998 uit te brengen remake van King Kong. Die ging, bij nader inzien, toen gelukkig niet door omdat er een overdaad aan “grote monsters in de stad” films waren met Roland Emmerich’s Godzilla en het geflopte maar desondanks niet onaardige Mighty Joe Young (een jeugdfilm die op zich een remake was van de eveneens door Cooper en Schoedsack verwezenlijkte gelijknamige film uit 1949; een rip-off/opvolger van Kong zelf). Jackson begon dan maar aan The Frighteners, kreeg tijdens de draaiperiode van die prent zin om een “monsterfilm” te realiseren en die bescheiden droom resulteerde in The Lord of the Rings. Met heel wat kennis, ervaring en financiële middelen rijker besloot Jackson om het scenario voor Kong af te stoffen en het samen met Walsh en Philippa Boyens te herwerken. Op zich zeker geen slecht idee want hoewel de zwarte humor, spectaculaire actiesequenties en nergens aflatende spanning in dat oorspronkelijke scenario te vinden zijn, blijft het verhaal onvoldoende uitgewerkt en worden de personages, gedropt in Jurassic Park-achtige “ren voor je leven” situaties, nergens meer dan bordkartonnen monstervoer.
Uiteraard kunnen we ons ergeren aan alweer een remake maar aangezien het origineel onvervangbaar doch bijzonder oud en, laten we eerlijk zijn, niet altijd even toegankelijk is voor niet-cinefielen hebben we een bijna naïef, enthousiast vertrouwen in deze update die hopelijk de vieze nasmaak van John Guillermins verguisde King Kong versie uit 1976 en de vele spin-offs wegspoelt! Het is in ieder geval duidelijk dat jackson (die de film zoals het hoort in de jaren ’30 situeert) dit bijzonder groots aanpakt. De production diaries die op de fansite www.kongisking.net te bewonderen zijn geven een leuk voorproefje op wat ons op veertien december te wachten staat en de weinige tekeningen en schetsen die we al gezien hebben beloven een epische monsterfilm. Een computeranimatietest waarin kleine figuurtjes door een jungle (de wouden uit de Jurassic Park-films lijken niets meer dan aangeplante parken in vergelijking) lopen spreekt boekdelen.
De cast is op z’n minst opmerkelijk te noemen. Adrien Brody, die een Oscar op zak heeft dankzij zijn vertolking in The Pianist, blijft een vreemde keuze voor de rol van Jack Driscoll, de “held” van het verhaal. Naomi Watts lijkt geboren voor de rol van Ann Darrow en deze actrice, die rollen in “kleine” films afwisselt met commerciële producties, lijkt goed op weg om – bij gebrek aan een betere benoeming – “de nieuwe Nicole Kidman” te worden. Een bijzonder gedurfde keuze is die van komiek/rocker Jack Black als Carl Denham. Dit personage, dat in de originele film een best sympathieke kerel bleek, werd in latere versies een meer megalomane, egocentrische schurk maar met Black koos Jackson voor een Denham die pompeus en zelfingenomen maar niet zonder hart is. Andy Serkis, onsterfelijk geworden door Gollum, is niet alleen Lumpy de scheepskok maar “speelt” ook de rol van de volledig met de computer gegenereerde King Kong, Thomas Kretschmann is Englehorn; de kapitein van het schip de Venture dat naar Skull Island vaart en verder dagen onder andere ook Jamie “Billy Elliot” Bell en Colin ‘zoon van Tom” Hanks op.
Het hoeft geen betoog dat Jackson de medewerkers die hij bij Rings vergaarde niet meteen wou laten gaan en de meeste van hen gingen dan ook meteen aan de slag bij Kong. Andrew Lesnie is director of photography, Alex Funke superviseert het niet onaanzienlijke modellenwerk en de fotografie van de visuele effecten, Grant Major en Dan Hennah ontwierpen de sets, Jamie Selkirk zal de montage doen, Howard Shore verzorgt de muziek en zelfs Tolkien-tekenaar Alan Lee bleef bij Jacksons entourage voor “concept design”. Verder hebben de computerfreaks bij Jacksons effectenbedrijf WETA hun handen vol met de diverse wezens want naast Kong zelf zijn er natuurlijk heel wat dinosauriërs en vreemde creaturen zoals onderwatermonsters. Misschien breidt Jackson nog een vervolg aan de Shelob sequentie uit The Return of the King met zijn versie van de uit de originele Kong beruchte, weggeknipte scène met de reuzenspinnen.
Wij voorspellen alvast dat King Kong anno 2005 de ongeslagen koning van het filmjaar wordt; althans wat boxoffice betreft. De concurrentie mag dan wel groot zijn, voor deze gorilla is elke andere film slechts een zwakke tyrannosaurus, wiens kaken probleemloos uit elkaar gerukt kunnen worden!
King Kong gaat normaal op 14 december 2005 in première.