REEKS: DE OSCAR VOOR DE BESTE BUITENLANDSE FILM

Deel VII: 2001-2004

Man's Films (No Man's Land) Paradiso (Les Invasions Barbares) Columbia (Crouching Tiger)

De laatste vijf jaar valt vooral op welke films de oscar voor beste buitenlandse film niet hebben gewonnen. Waar is Habla con Ella? Waar is Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain of Amores Perros en Goodbye Lenin?

Nirgendwo in Afrika is de snelst vergeten oscarwinnaar van de laatste vijf jaar. De film – bij ons uitgebracht als Nowhere in Africa - kende een kabbelend bioscoopbestaan. Zelfs de bekroning in Los Angeles kon daar geen verandering in brengen. De film van Caroline Link is een slappe hap, geschreven en gemaakt volgens een beproefde oscarrecept: jodenvervolging x schattig kind in de hoofdrol x geweldige fotografie = bingo.

De autobiografische roman van Stefanie Zweig leverde het materiaal voor de film over de Duits-joodse familie Redlich. Wanneer de dreiging van de nazi’s te groot wordt, vluchten de Redlichs naar Kenia, in donker Afrika. Dochter Regina past zich het best aan. Ze wordt goede maatjes met de Keniase kok, leert snel de plaatselijke taal en maakt zich ze gebruiken eigen van de Afrikanen. De moeder vervloekt haar nieuwe leven al vanaf het moment dat ze voet op Afrikaanse bodem zet. Het afscheid van haar vroegere luxeleven valt haar zwaar en ze schiet niet bijster goed op met de plaatselijke bevolking. Haar huwelijk – dat al haperde toen ze nog in Duitsland woonde – krijgt het nog zwaarder te verduren.

De film volgt de familie een jaar of tien. Regina wordt een tiener, gaat naar de kostschool en ondervindt voor het eerst in haar leven jodenhaat. Mama is ook softer geworden, ze houdt zelf al van haar nieuwe vaderland. Papa haalt het dan weer in zijn hoofd naar Duitsland terug te keren van zodra de oorlog voorbij is.

Link vertelt het allemaal oppervlakkig. Haar personage hebben de psychologische diepgang van een stripverhaal. Ze wil veel vertellen, maar haar verhalend vermogen is beperkt en ze heeft te weinig tijd. Ze had beter een tiendelige serie kunnen maken. Nirgendwo in Afrika is mooi gemaakt en best sympathiek. Caroline Link dong in 1998 al mee naar een Academy Award met Jenseits der Stille. Juliane Köhler die moeder Jettel speelt, is nu te zien als Eva Braun in Der Untergang. De jury van de Golden Globes liet zich niet vangen. Nirgendwo in Afrika kreeg wel een nominatie, maar de prijs ging naar Habla con Ella.

Een beetje België
België wacht nog steeds op een eerste Oscar dus ieder keer dat een oscarwinnaar van ver of van dicht met België te maken heeft, claimen we een deel van de overwinning. Denis Tanovic, de regisseur van No Man’s Land is een tot Belg genaturaliseerde Bosniër en zijn film werd voor een deel gefinancierd met Waals belastingsgeld. No Man’s Land klopte totaal onverwacht Le Fabuleux Destin D’Amélie Poulain.

Onverwacht is niet hetzelfde als onverdiend. No Man’s land is een satire op de niet zo geestige Bosnisch-Servische oorlog. Het uitgangspunt is spitsvondig: een Bosnische soldaat duikt in een loopgracht in het niemandsland tussen Bosnische en Servische troepenlinies. Hij slaagt er in een jonge Servische soldaat te overmeesteren die door zijn commandant op onderzoek werd uitgestuurd. De Serviër lichaam dat voor dood op het slagveld lag op een mijn gelegd. Als iemand het lichaam verwijdert, ontploft de mijn. Maar, de dode blijkt niet dood te zijn. De Bosniër, de Serviër en de on-dode zijn als vijanden tot elkaar veroordeeld. Ze moeten elkaar helpen om zelf te overleven. De status-quo is de loopgracht is een metafoor voor de situatie in de Balkanoorlog. Eén foute beweging kan grote gevolgen hebben. Vanuit die beginsituatie vertelt Tanovic een heerlijk verhaal over de zinloosheid van de oorlog, de onmacht van de internationale gemeenschap en de rol die de pers speelt in het conflict. No Man’s Land is grappig, maar nooit lollig. Tanovic zeikt mensen af maar vergeet nooit dat zijn film zich afspeelt tijdens een bloedige oorlog. Geen grap om de grap, wel humor om de grootste tragedie in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog te becommentariëren.

Het door Danis Tanovic geschreven scenario van No Man’s Land werd bekroon op het filmfestival in Cannes. De film kreeg een César als beste debuutfilm en een Golden Globe als beste niet-Engelstalige film. De populariteit van de film blijkt uit de publieksprijzen die de film won op de filmfestivals van São Paulo, Sarajevo, San Sebastián, Rotterdam, Fort Lauderdale, Cottbus en Los Angeles. Na No Man’s Land maakte Danis Tanovic een episode in 11'09''01 - September 11. Hij is bezig met de afwerking van de Franse film L’Enfer, gebaseerd op een scenario van de overleden Poolse filmmaker Krzysztof Kieslowski. Zijn luxecast bestaat uit Emmanuelle Béart, Karin Viard, Marie Gillain en Guillaume Canet.

Blablabla
Frankrijk heeft niet het alleenrecht op babbelfilms. De Canadese Franstalige film Les Invasions Barbares van Denys Arcand bestaat voor negentig procent uit gepraat, gezwets en geneuzel. Van het allerhoogste niveau weliswaar. De jury in Cannes smulde er van en bekroonde de film met de prijs voor het beste scenario en de beste actrice (Marie-Josée Croze). Denys Arcands scenario kreeg ook een oscarnominatie.

De regisseur uit Québec organiseerde een reunie van de personages van Le Déclin de l'empire américain uit 1986. In die succesfilm liet hij vier mannen en vier vrouwen honderuit praten over van alles en nog wat, maar toch vooral over seks, liefde en de maatschappij.

Bijna twintig jaar later hernemen dezelfde personages de conversatie. De soixante-huitards hebben wat van hun pluimen gelaten. Rémy is ongeneeslijk ziek. Zijn dagen zijn geteld en hij stelt vast dat zijn leven heeft vergooid. Zijn vrouw heeft hem verlaten, hij is vervreemd van zijn zoon, zijn professionele loopbaan is naar de knoppen en zijn vrienden ziet hij bijna niet meer. Vlak voor zijn dood zoekt zijn ex-vrouw contact met hun zoon. Ze wil dat hij helpt op de paparassen te regelen. Hij is niet enthousiast maar komt met zijn lief toch naar het ziekenhuis waar de verbitterde vader vanuit zijn bed de zaken regisseert.

De onderwerpen van de gesprekken zijn niet veranderd. De oude vrienden praten over seks, liefde, hun werk, cultuur en politiek. De katholieken stinken en de Amerikanen ook. Rémy gaat tussen de gesprekken door een beetje meer dood.

Les Invasions Barbares is een vrolijke film. Niet te luchtig, niet te zwaarmoedig. Niet te cru en niet te sentimenteel. Gewoon aardig. De vertolking zijn subliem en de dialogen zitten vol kwinkslagen. Fijn allemaal maar het is niet geheel toevallig dat van Denys Arcand behalve Le Déclin de l’Empire Américain en Les Invasions Barbares enkel Love & Human Remains bij ons in de zalen te zien was. Hij weet hoe hij een grappige dialoog moet schrijven en hij kan het beste uit zijn acteurs halen, maar hij heeft nu eenmaal niet heel veel interessants te vertellen.

Martial arts ballet
Het verhaal van Crouching Tiger, Hidden Dragon is niet op een, twee, drie na te vertellen. Het gaat om oude liefde die niet roest, roversbendes in Peking, een beeldschoon adelijk dat verdomd goed kan vechten en een zwaard, Groene Lot genaamd.

Regisseur Ang Lee slaagde er in met zijn oscarwinnaar te overtuigen in een genre dat mijlenver af staat van zijn eerdere films. Hij brak international door met de delicate Taiwanese komedies Pushing Hands, The Wedding Banquet en Eat Drink Man Woman. Toen  hij in het westen kwam werken, bezwoer hij zichzelf dat hij nooit twee keer dezelfde film zou maken. Hij heeft woord gehouden. Hij maakte samen met Emma Thompson de innemende Jane Austen-verfilming Sense and Sensibility. Dat is de enige film van Ang Lee waarvan het scenario niet door James Schamus werd geschreven. Lee verraste later met The Ice Storm, de verfilming van de roman van Rick Moody die zich afspeelde in de verrotte jaren zeventig. Voor hij begon aan Crouching Tiger, Hidden Dragon maakte hij zijn eerste actiefilm: Ride with the Devil over de Amerikaanse Burgeroorlog.

Crouching Tiger, Hidden Dragon was Ang Lee’s terugkeer naar Azië en hij stortte zich op het meest platvoerse en poepcommerciële genre in zijn continent. In China was de film bedoeld als een kaskraker voor de megacomplexen. In Europa was het een pure arthouse film. Lee is er in geslaagd beide markten tevreden te stellen. Crouching Tiger is Lee’s eerbetoon aan de films die hij als jongetje zag in Taiwan. Het klinkt als een zin uit een Tarantino-recensie, maar daar heeft het niets mee te maken.

Crouching is geen ode aan de agressieve martial arts films waar Tarantino dol op is. De gevechten in Tiger zijn in de Wudan-stijl. Wudan-aanhangers zoeken de kracht vooral in zichzelf. De strijders hebben meer weg van monikken dan van vechtrobots. Martial arts is voor hen een spirituele discipline. De gevechten lijken wel een balletchoreografie. Voor de spectaculaire gevechtsscènes liet Lee zich helpen door Yuen Woo-Ping, die ook The Matrix choreografeerde. Natuurlijk werkte de computer ook een beetje mee om de acteurs stunts te laten uitvoeren waar Bruce Lee, de grote pionier van de martial arts, alleen maar van kon dromen. De personages fladderen over boomtakken, wippen over muren, huppelen over water. De zwaartekracht speelt hen geen parten. De confrontaties zij virtuoos. De gevechten zijn een adembenemend spel met vormen en lijnen.

Was The Matrix pure high Tech film, dan is Crouching Tiger met zijn magische sfeer een heerlijk charmante en lekker ouderwetse, sprookjesachtige martial arts-film. De film is ook een ode aan een mythisch China dat nooit heeft bestaan.

De film was een enorm commercieel succes in Chinees-sprekend Azië. Tiger is een multinationale Aziatische samenwerking. Michelle Yeoh komt uit Maleisië, Chun Yow-Fat uit Hong Kong, Chang Chen uit Taiwan, Zhang Ziyi uit China. Ang Lee zelf komt uit Taiwan, de film werd opgenomen in China, het hoofdkantoor van het prodcutiehuis staat in Hong Kong en de technici waren allemaal Chinezen. De muziek maakte componist Tan Dun en cellist Yo-Yo Ma wereldberoemd.

Crouching Tiger, Hidden Dragon won vier Oscars. Die voor beste buitenlandse film natuurlijk en die voor de beste decors, fotografie en muziek. Ang Lee won een BAFTA en een Golden Globe voor zijn regie. De film won ook de Golden Globe voor de beste niet-Engelstalige film.

Zhang Ziyi (Jen Yu) speelde na Crouching Tiger in het al even fabelachtige Hero van Zhang Yimou en in The House of Flying Daggers. Het meisje weet goede scenario’s te kiezen want ze speelde ook mee in Wong Kar Wai’s 2046.