Om maar meteen met de spreekwoordelijke deur in huis te vallen: het gebeurt niet vaak dat een film ons; geharde, berekende filmcritici die we zijn, met een onmiskenbaar schaamtegevoel confronteert. Dat lijkt bijna een te gemakkelijk en zelfs melig statement om dat zomaar even in een zo objectief mogelijke recensie te vermelden maar het is niet anders. Hotel Rwanda mag dan wel geen grootse cinema zijn, de film laat een onuitwisbare indruk achter en de makers durven het aan om het aan de mens inherente kwaad en de gevolgen van haat, zonder daarom op veel gewelddadige scènes te steunen, aan te kaarten.
Het is niet altijd even eenvoudig om een op ware feiten gebaseerd verhaal in scenariovorm te gieten, om het dan naar het witte doek te vertalen. Wie zich aan een dergelijke taak waagt, loopt het risico een weinig boeiend overzicht van de feiten weer te geven waarbij de dramatiek niet zelden op de achtergrond verdwijnt. Anderzijds is het gevaar ook nooit weg dat de film te ver van de gebeurtenissen afdwaalt en het resultaat op een door een faits-divers geïnspireerde televisiefilm gaat lijken. Het is dansen op een slappe koord en met een onderwerp als dat van Hotel Rwanda op de voorgrond, is het al helemaal noodzakelijk om een verfilming met respect en begrip te behandelen. Dat regisseur/scenarist Terry George en coscenarist Keir Pearson niet volledig in hun opzet slagen is uiteraard jammer maar dat neemt niet weg dat ze toch een verdienstelijke prent afleverden die het meest indruk maakt op de (te) zeldzame momenten dat we in de ziel van de door Don Cheadle zeer knap vertolkte Paul Rusesabagina mogen kijken.
Het is 1994 en er broeit iets in Rwanda. De ronduit ridicule en door de Belgische kolonisten aangewakkerde “verschillen” tussen Hutu’s en Tutsi’s bereiken een kookpunt en agressie spoelt over de straten. Paul Rusesabagina, de manager van een hoog aangeschreven hotel, probeert het conflict aan hem te laten voorbijgaan en laat zich door de onrust niet van de wijs brengen in zijn handelszaken met oorlogstaal predikende rebellen. Hij slaagt er wonderwel in om zijn klanten en hotelgasten tevreden te houden en meent dat hij zichzelf een vriend mag noemen van hoogwaardigheidsbekleders. Maar dan slaat het noodlot toe als Paul en zijn gezin zien hoe de dreigingen overgaan in brutaal geweld en tegenstanders met vervaarlijke machetes op elkaar inhakken. In een poging om zijn leven en dat van de mensen rondom hem veilig te stellen besluit Paul zijn werk in het hotel zo goed mogelijk verder te zetten en wanneer een bloederige genocide niet af te wenden blijkt, wordt het hotel een oord voor vluchtelingen waarin hoop en overleven zij aan zij staan.
Hoewel George en Pearson de gruwelpraktijken in beeld tot een minimum beperken slagen ze er toch in om de vinger op de wonde te drukken. Met een goede opbouw drijven ze de suspense op tot het bijna onhoudbaar wordt en de personages in een draaikolk van geweld en dood terechtkomen. Eens de ketel ontploft concentreren ze zich op Paul en de gebeurtenissen binnenin het hotel waardoor minder belangrijke subplots soms op de voorgrond komen. Toch blijft het geheel boeiend maar misten we soms enige subtiliteit. Zo ergert cameraman Jack (Joaquin Phoenix) zich aan het gebrek aan aandacht van de wereld voor wat er in Rwanda gebeurt (het is wreed om als kijker tot het besef te komen dat de Westerse wereld deze verschrikking zo goed als volledig negeerde) en als de “blanken” Rwanda moeten verlaten omdat het er te gevaarlijk wordt en ze in de gietende regen naar bussen worden geleid, kan Jack het maar moeilijk verkroppen dat zelfs dan, in het uur van het Westerse verraad, de Afrikaanse hotelmedewerkers paraplu’s boven de blanke hoofden houden. Als kijker besef je dit meteen maar George en Pearson vinden het toch nodig om dit punt te benadrukken door Phoenix te laten mompelen dat hij zich zo beschaamd voelt. Toegegeven, de film kan dit soort scènes niet negeren maar komt soms erg dicht in de buurt van prekerigheid. Doch, men kan een prent met een schrijnend thema als genocide moeilijk verwijten effectief te zijn. Hotel Rwanda mag dan wel een soms te klassiek vormgegeven sociaal drama zijn waarin het einde net niet aan de mechanismen van een televisiefilm ten onder gaat (compleet met een ietwat geforceerde conclusie die we als een kleinschalig “happy end” kunnen beschouwen), Terry George en Keir Pearson slagen er desondanks in om ons met onze neuzen op de feiten te drukken.
De film is op z’n best als het scenario zich concentreert op Paul. Hij is een man die zijn hele leven in dienst van mensen heeft gewerkt. Hij is geen slaaf en ziet zich als hun gelijke. Met de crisis in Rwanda komt hij tot de realisatie dat hij zo goed als betekenisloos is en nu hij niet langer aan de grillen en wensen van de invloedrijke hotelgasten kan voldoen, verliest hij zijn status en kan hij amper op hun hulp rekenen. Als een smekende hond tracht hij zoveel mogelijk mensen in leven te houden. De vaststelling dat hij in de ogen van zij die hij zijn vrienden noemde uitschot is knaagt verschrikkelijk aan hem. Het is in deze scènes, waarin het conflict even naar de achtergrond verdrongen wordt om plaats te maken voor Pauls emoties, dat Don Cheadle zijn oscarnominatie waarmaakt en de film tot de kern van de zaak doordringt. Hotel Rwanda gaat dan ook niet zozeer (of althans niet alleen) over een volkerenmoord maar over een man die zijn dromen en ideeën in rook ziet opgaan.
De rest van de cast is prima. De ook al voor een oscar genomineerde Sophie Okonedo is uitstekend als Pauls vrouw die vooral haar gezin veilig wil zien en Nick Nolte daagt in een opvallende bijrol op als Colonel Oliver, die Paul tijdens het meest pijnlijke moment in de prent vertelt waar het allemaal om draait (“Niemand komt jullie helpen. Voor hen zijn jullie erger dan negers, jullie zijn Afrikanen!”). Phoenix is solide en ook Jean Reno duikt op als de baas van het gedoemde Sabena Airlines.
Of Terry George met Hotel Rwanda het definitieve verslag van wat daar precies gebeurde heeft gerealiseerd valt sterk te betwijfelen, maar het is vooral een niet onbelangrijke, confronterende en thematisch harde productie waarin de meerwaarde in de psychologische tekening van Cheadle’s dappere Paul Rusesabagina ligt.
Titel: Hotel Rwanda
Genre: Oorlogsdrama
Speelduur: 2u01
Regisseur: Terry George
Acteurs: Don Cheadle, Sophie Okonedo, Nick Nolte, Joaquin Phoenix