Hij had ook de makkelijke weg kunnen kiezen, Chris Wedge. De personages, het concept en wellicht nog een reservelade vol grappen voor Ice Age 2 waren voorhanden. Maar echte creativiteit kiest graag onbetreden paden en dus waagde Wedge zich aan een totaal ander project in een totaal ander universum. Van de ijstijd naar een robotstad: het is een wereld van verschil. Eén ding bleef: een fantastisch grappige prent.
De twee grote digitale animatiereuzen van Hollywood kennen we onderhand al wel: het geniale Pixar en het halfgeniale PDI. De derde speler op de markt houdt zich liever in de schaduw. Vanuit White Plains, New York, ver weg van alle glamour en glitter, timmert Blue Sky animation nu al vijftien jaar aan de weg. Ze zorgden onder meer voor de pratende kakkerlakken uit Joe’s Apartment en maakten enkele monsters voor Alien Resurrection. De grote doorbraak kwam er uiteraard in 2002, toen Blue Sky’s Ice Age door het noodlijdende Fox werd opgepikt en een instant succes werd. Fox had twee jaar eerder danig de broek gescheurd aan hun eigen project Titan A.E. Van de 75 miljoen dollar die Don Bluth voor de productie gekregen had, kwam er maar 22 miljoen terug. De gevolgen waren rampzalig: de Fox Animation studio’s konden de deuren sluiten en de ooit zo getalenteerde Bluth (The Land Before Time) kon zich nu full time bezig houden met het spelen van zijn videogame Dragon’s Lair. Blue Sky betekende voor Fox een geschenk uit de hemel. Scrat, Sid en Manfred vulden het door Titan A.E. achtergelaten gat met 176 miljoen dollar. Zo’n filmsucces is het resultaat van honderden medewerkers, maar één man stond symbool voor de aanpak van Blue Sky: Chris Wedge. Blue Sky en Fox sloten een contract voor vijf jaar.
Lange tijd had men gedacht dat Wedge zelf wel de sequel op Ice Age (Ice Age 2: The Meltdown komt er in 2006 aan; in Amerika zit de 90 seconden durende trailer vóór Robots) zou regisseren, maar hij liet dat klusje over aan Jon Vitti, een Simpsons-veteraan die voor Ice Age nog story consultant was geweest. Wedge had immers zijn zinnen gezet op een futuristisch verhaal dat al sinds 2001 bij Blue Sky in de pipeline zat en gebaseerd was op een idee van kinderschrijver William Joyce. Nog voor Ice Age alle harten had doen smelten, werden de eerste tests voor de CGI-karakters van Robots al door de computers van Blue Sky gejaagd, maar de echte computeranimatie begon in het voorjaar van 2003. Met de helft minder animatoren dan pakweg PDI of Pixar (een goeie 200) had het team dus minder dan twee jaar de tijd om Robots klaar te stomen. Gezien de complexiteit van de shots is dat een fenomenale, bijna onmogelijke, prestatie.
Robots start in het kleine en saaie stadje Rivet City, waar de robot Herb Copperbottom (Stanley Tucci) dolgelukkig door de straten huppelt, op weg naar huis. Hij wordt eindelijk papa. Wanneer hij thuiskomt, is de kleine robotbaby al aangekomen – in een doos met onderdelen die in elkaar gezet moeten worden. Het resultaat van een nachtje schroeven en vijzen is Rodney (Ewan McGregor), een kleine robot die zich algauw tot een echte uitvinder ontpopt. Samen met zijn vader werkt hij op zijn achttiende in het plaatselijke restaurant, maar dan wordt de lokroep van de metropolis, Robot City, te groot. Rodney wil namelijk zijn uitvindingen (waaronder een wel erg hyperkinetische keukenrobot) voorstellen aan zijn groot idool Bigweld (Mel Brooks). Bigweld is een grote, sympathieke robot die zijn hele leven geprobeerd heeft om het leven van de robots door middel van allerlei uitvindingen beter te maken. Wanneer Rodney in Robot City aankomt, is er van Bigweld echter geen spoor. Hij heeft plaats moeten ruimen voor de energieke superrobot Phineas T. Ratchet (Greg Kinnaer) die samen met zijn geschifte moeder, Madame Gasket (Jim Broadbent), de stad wil zuiveren van oude robotmodellen. Gelukkig maakt Rodney in Robot City al snel kennis met de Rusties, een groep straatrobots onder leiding van de goedhartige Fender (Robin Williams) en diens zusje Piper (Amanda Bynes). Rodney krijgt ook steun uit onverwachte hoek: de sexy Cappy (Halle Berry) keert zich tegen haar baas en vormt een team met haar nieuwe vrienden.
Sinds Toy Story, de eerste digitale animatiefilm van tien jaar geleden, heeft de techniek een enorme sprong voorwaarts gemaakt. Vergelijk de animatie van Woody’s eenvoudige slaapkamer bijvoorbeeld maar eens met de drukke onderwaterwereld van Nemo. Robots gaat in die ontwikkeling nog een stapje verder. De sequentie waarin Rodney door Fender in Robot City geïntroduceerd wordt bijvoorbeeld is ongeëvenaard complex. Ze verzeilen samen in een soort rollercoaster die door een aaneenschakeling van buizen, liften, hefbomen en hamers tot het hartje van de stad dringt. Het fragment duurt maar een paar minuten, maar voor de animatoren moet het maanden werk gekost hebben.
Het decor van Robot City ziet er adembenemend uit, met wolkenkrabbers, bruggen, draaiende tandwielen en rondvliegende zeppelins. Opvallend is dat deze setting helemaal niet koud of kil aanvoelt, maar dat Chris Wedge erin geslaagd is om de stad een erg natuurlijk gevoel mee te geven. Je kan je echt wel voorstellen dat dit een robotstad is die niet door een stelletje tekenaars is verzonnen maar organisch gegroeid is. Uiteraard biedt de robotwereld enorme mogelijkheden voor grappige verwijzingen of anachronismen. Bedenk maar eens hoe een robot in ’s hemelsnaam door een metaaldetector moet, of hoe een robot ’s ochtends een lekker bakje olie naar binnen giet. Qua humor komt Robots dicht in de buurt van The Simpsons of Futurama. Wedge deed voor het verhaal een beroep op twee veteranen in het vak: Lowell Ganz en Babaloo Mandel schreven midden jaren zeventig al mee aan Happy Days en leverden ook grappen voor onder meer Splash, Parenthood, en Edtv. Niet alle gags zijn even origineel of fijnzinnig en hier en daar speelt Robots wel erg opvallend leentjebuur bij andere films, maar de moppen werken meestal wel.
Het is toch wel vreemd hoe uitgerekend een houten pop (Woody), een oranje clownvis (Nemo) of een groen, eenogig monster (Mike) onze harten kan stelen en we ze al na een paar seconden eerder als mens dan als ding gaan bekijken. Wedge wist dat zijn film zou staan of vallen met de herkenbaarheid van zijn hoofdpersonages. Hij koos er dan ook voor om zijn robots een soort retro-look te geven met herkenbare menselijke trekken, waarbij vooral de ogen een prominente rol spelen. Dit zijn robots met schroefdoppen als oren, handvaten als neuzen, deksels als kapsel of zelfs hele vaatwasmachines als buik. Enkel de rijkelui uit Robot City zien er, om het contrast nog wat groter te maken, uit zoals we ons échte robots voorstellen: grijs, metaalachtig, glad, wendbaar en vol upgrades. Onder leiding van booswicht Ratchet wil deze groep niet langer reserveonderdelen voor oude robots produceren. Oude modellen kunnen dan niet meer hersteld worden en zullen voorgoed door immense schoonmaakmachines naar de schroothoop van Madame Gasket geveegd worden. Een Überras in Robot City, een zuivering van ongewenste elementen: ja, ook in een kindertekenfilm zit vaak een verdoken boodschap.
De grote moraal van Robots is echter dat je altijd je dromen moet volgen. Ondanks het risico om gigantisch op zijn bek te gaan, moedigt papa Herb zijn zoon Rodney aan om de tocht naar Robot City te maken en er zijn uitvinding te gaan presenteren. Wie stopt met dromen, kan immers beter meteen ook stoppen met leven. Ook robots hebben bloed door de aderen pompen. Ook robots hebben een hart. Het is een boodschap die wel in meerdere tekenfilms opduikt en – toegegeven – op het einde wordt het allemaal een beetje overdreven melig en bij de haren getrokken: iedereen wint en zelfs Herb ziet een oude droom alsnog in vervulling gaan. Maar je moet al een zwartgallige kniesoor zijn om daar echt over te vallen. Met Robots staat Blue Sky animation mooi naast Pixar en PDI.
Titel: Robots
Genre: Animatie
Speelduur: 1u31
Regie: Chris Wedge en Carlos Saldanha
Originele stemmen: Ewan McGregor, Halle Berry, Mel Brooks, Dianne Wiest, Jim Broadbent, Amanda Bynes, Stanley Tucci
Vlaamse stemmen: Jelle Cleymans, Chris Van den Durpel, Roos van Acker, Ann Van Elsen, Tom Van Dyck, Herbert Flack, Rob Vanoudenhoven, Leen Demaré, Herbert Bruynseels, Tanja Dexters, Loes Van Den Heuvel, Frank Focketyn