Het leven zit vol verrassingen. Zo moeten Matt Stone en Trey Parker gedacht hebben toen een zekere Brian Graden, een producent van FOX, hen in 1995 vroeg om een geanimeerd kerstkaartje voor zijn vrienden en familieleden te maken. Het resultaat was The Spirit of Christmas, ook wel bekend als Jesus vs. Santa (eerder hadden Stone en Parker op de Universiteit van Colorado een Jesus vs. Frosty-animatie gemaakt).
Het duurde niet lang vooraleer de kerstkaart een controversieel onderwerp werd in het puriteinse Amerika. Toch kregen Parker en Stone steun uit onverwachte hoek en mede dankzij George Clooney, die de kerstkaart schitterend vond, werd beide heren de kans geboden om na hun Cannibal! The Musical aan de televisieserie die hen wereldberoemd zou maken te beginnen. De rest is, zoals dat dan heet, geschiedenis. South Park was geboren.
Hou ervan of verwerp het, hoe we het ook bekijken; South Park maakt sinds 1997 een deel uit van onze popcultuur en het is, naast Mike Judge’s King of the Hill, een van de weinige animatieseries voor adolescenten en volwassenen sinds The Simpsons die erin geslaagd is langdurig te blijven bestaan (de reeks is net aan haar negende seizoen begonnen). Anderen; zoals het leuke Duckman en het veelgeprezen, groteske Ren & Stimpy, verdwenen na enkele jaren van de buis.
South Park bleek in ieder geval een schot in de roos voor de dertigers die eigenlijk nooit echt opgroeiden en ze benutten de reeks en de politiek incorrecte personages die erin voorkomen om alle mogelijke heilige huisjes omver te werpen. Subtiliteiten worden doorgaans geweerd maar het is opvallend hoe kijkers, na die eerste shock die duidelijk maakt hoe ver Stone en Parker durven gaan, de serie blijven bekijken. We kunnen er dan ook niet onderuit: South Park is grappig. Van Starvin’ Marvin (een ondervoed kind uit de Derde Wereld) tot een gigantische robotversie van Barbara Streisand via de seksuele proza van Isaac Hayes als Chef; South Park is grof, gemeen en alles wat daar tussen ligt. Parker en Stone verzorgen, bijgestaan door enkele gelijkgestemde zielen, een flink deel van het stemmenwerk voor de vele figuren en de serie, die aanvankelijk handmatig werd vervaardigd, is ondertussen een door de computer in elkaar gestoken maar nog steeds erg tweedimensionaal boeltje geworden. De animatie lijkt eigenlijk nergens op maar die unieke en schijnbaar doodeenvoudige look (die het geheel er als een tekenfilm voor de allerkleinsten uit laat zien) draagt bij tot de absurde sfeer.
Ook al in ’97 realiseerden Parker en Stone Orgazmo; een komedie over een mormoon die in pornofilms gaat acteren. Verder namen ze in ’98 de hoofdrollen in David Zuckers sportkomedie BASEketball voor hun rekening maar het voorlopige hoogtepunt kwam in 1999 in de vorm van het ronduit hilarische South Park: Bigger, Longer and Uncut. De film vertelt hoe Cartman, Stan, Kyle en de mompelende, in elke aflevering hondsbrutaal stervende Kenny in de bioscoop de Canadese Terrance & Phillip Movie onder ogen krijgen. Het taalgebruik in die film (compleet met de titelsong Uncle Fucka) bederft de jeugd en de ouders uiten hun luide protest. Uiteindelijk mondt alles uit in een oorlog tegen Canada en krijgt het publiek ook nog zicht op de homoseksuele relatie tussen de overgevoelige Satan en de machtsbeluste Saddam Hussein. Vreemd genoeg werkt dit allemaal. Stone en Parker maakten van deze langspeelfilm die tevens een aanklacht is tegen de Amerikaanse samenleving én de censuurcommissie een uitbundige musical, boordevol aanstekelijke liedjes en Broadway-achtige danspassen. Het mag dan wel onzin zijn, daar is in het geval van deze South Park niets mis mee.
Minder succes hadden de heren met That’s My Bush!, een komische serie over de avonturen van George W. Bush (vertolkt door Timothy Bottoms) en zijn gevolg in het Witte Huis. Meer nog dan een politieke satire was de serie een parodie op de Amerikaanse sitcom, compleet met een overdadig aanwezige lachband, idiote plotlijnen en oneliners (“Oh Laura, one of these days, I’m gonna punch you in the face!”), waarbij het “publiek” steevast meebrult. De reeks werd echter gauw afgevoerd en telde slechts acht afleveringen (hoewel zeker geen toonbeeld van goede smaak, kunnen we een keiharde satire aan het adres van Bush en de zijnen natuurlijk alleen maar toejuichen).
Na That’s My Bush! bleef het even stil rond Stone en Parker. Ze werkten rustig verder aan South Park en Stone daagde even op in Michael Moore’s Bowling for Columbine maar het bleef wachten op iets nieuws. Nu droppen ze Team America: World Police; een prent die ze met bloed, zweet en tranen tot een goed, hilarisch einde hebben gebracht, in de zalen. Deze poppenfilm ridiculiseert en parodieert het hele post-11 september wereldbeeld. Linkse en rechtse politieke strekkingen en ideeën krijgen een veeg uit de pan (zo kon Sean Penn, die bekend staat als humorloos, er niet echt om lachen) en de personages zijn zich aan touwtjes voortbewegende, Thunderbirds-achtige, geslachtsloze poppen. De film werd als een keiharde, door Jerry Bruckheimer geproduceerde actiefilm gepromoot en het is ook dit keer opnieuw een musical geworden; met ballades als “America, Fuck Yeah” en het hilarisch “ontroerende” “I’m So Ronery” van een door een spraakgebrek en aangeboren megalomanie geknechte Kim Jong Il (Parker verklaarde in een interview dat hij zich voorstelt dat de echte Kim Jong Il, bij het zien van de scène waarin hij zingt, moet huilen).
Controverse blijft Stone en Parker achtervolgen. Zo kent Team America een seksscène tussen twee poppen die de MPAA (de censuurcommissie in Amerika) voor de borst stootte en het gevolg was dat er twaalf seconden moesten worden weggesneden.
Het blijft afwachten waar deze twee enfants terribles de volgende keer mee zullen uitpakken. Hun succes lijkt in ieder geval nog niet te verdwijnen en zolang ze ons aan het lachen brengen, hoeft dat zeker niet vlug te gebeuren. You will respect our authoritah!