BRUSSELS INTERNATIONAL FESTIVAL OF FANTASTIC FILM

Asian invasion

Sony (Kung-fu Hustle) Gold View (Vital) Filmax (Rottweiler) Universe (Abnormal Beauty) Klockworx (Taste of Tea)

Door het gebrek aan originele gruwel uit Amerika gaat de aandacht van horrorfans de laatste jaren vooral uit naar Azië. Begrijpelijk, want in filmlanden als Japan, Hongkong, China en recent Thailand en Zuid-Korea draait de filmproductie op volle toeren en kunnen regisseurs zich veel meer permitteren. Ook dit jaar werd het BIFFF weer overspoeld door een overdonderende hoeveelheid geschifte, waanzinnige en originele Aziatische producties. Blijkbaar is de Westerse honger naar Oosterse waanzin nog steeds niet gestild.

Van een Aziatische horror-trend kan ondertussen al geen sprake meer zijn; het gaat hier om een grootschalige invasie. Waar filmfanaten als Quentin Tarantino al jaren van dromen, is werkelijkheid geworden: Oost en West hebben elkaar op filmgebied eindelijk gevonden. Niet alleen trekken een hoop Aziatische regisseurs (zoals recent Takashi Shimizu en Hideo Nakata) naar Hollywood om hun geluk te wagen, Hollywood zelf put gretig uit het aanbod Aziatische toppers om de tanende blockbusterformule nieuw leven in te blazen. Tarantino bracht met Kill Bill al een onverbloemd hommage aan de kung-fu-film, en zelfs een typisch Amerikaanse regisseur als Martin Scorsese raakte in de ban van het Oosten. Hij werkt momenteel met Matt Damon en Leonardo DiCaprio aan de remake van Infernal Affairs.

Maar ook de ‘gewone’ filmfan kijkt met veel ongeduld uit naar nieuwe werken van zijn helden Takashi Miike, Oxide & Danny Pang, Shinya Tsukamoto of Stephen Chow; ronkende namen die een paar jaar geleden amper een belletje deden rinkelen, maar ondertussen bij de meeste filmfans bekend zijn. Ook de organisatoren van het BIFFF hebben goed gekeken naar de Aziatische toppers van het afgelopen jaar en hebben van al deze regisseurs een film op het programma gezet. Vooral naar de nieuwste telg van de Japanse veelfilmer Takashi Miike werd reikhalzend uitgekeken. Vorige week maakte hij in de trilogie Three... Extremes al veel indruk met zijn hypnotische segment Box, en zijn langverwachte samurai-epos Izo beloofde veel goeds. Niet alleen omdat hij in die film voor het eerst samenwerkt met cult-idool Takeshi Kitano, maar ook omdat Miike (en scenarist Shigenori Takechi) een bijtend anti-oorlogsepos hadden beloofd. Helaas bleek dat Izo niet meer was dan een brute, incoherente en bijzonder afstompende geweldorgie die zelfs bij de doorgewinterde Miike-aanhangers op weinig sympathie kon rekenen. Van de aangekondigde positieve boodschap was tussen al dat misselijks helemaal niets te bespeuren en dankzij de bizarre muzikale intermezzo’s en lompe filosofische uiteenzettingen krijgt Izo meteen de prijs voor de slechtste en meest hypocriete film van het festival. Want hoe kun deze sadistische stijloefening nog als anti-geweldpamflet verantwoorden?

Minstens even bizar, maar daarom niet noodzakelijk beter, was het omhooggevallen sci-fi-epos Casshern, van de debuterende Japanse regisseur Kazuaki Kiriya. Ook deze film werd als anti-geweldfilm aangeprezen, maar faalde minstens even schandelijk als Izo. Niet omdat Casshern overdreven gewelddadig is, maar omdat regisseur Kiriya zijn publiek dermate overdonderd met indrukwekkende beelden, hersenverlammende montagetrucs en onontwarbare plotontwikkelingen, dat je niet anders kunt dan in lachen uitbarsten. Ook de goedbedoelde, maar belachelijk pathetische mono- en dialogen van de hoofdpersonages waren zo grotesk dat de film het al na een dik uur had verkorven. En met nog bijna anderhalf uur te gaan was Casshern niet meer te redden, zelfs niet met de enthousiaste opmerkingen van het melige publiek. Ook erg vervelend was Brian Yuzna’s actie-horrorfilm Rottweiler. Yuzna kon dankzij toppers als Society en Bride of Re-Animator op een trouwe fanschare rekenen, maar de duffe, slecht geacteerde nonsens van Rottweiler rook naar opgewarmde ‘80s horror. Een nieuw deel in de Re-Animator reeks lijkt ineens een goed idee te worden.

Gelukkig boden de harde stoetjes van de Cinema Nova het nodige tegengewicht tegen al die opgeblazen onzin. Het programma in de Nova is altijd net een tikkie alternatiever en gewaagder dan dat van de Passage 44. Met als enige nadeel dat de titels vaak zo obscuur zijn, dat je als kijker nauwelijks een idee hebt waar je terecht zult komen. Gelukkig hebben wij dit jaar weinig last gehad van desoriënterende Nova-ervaringen. Sterker nog, een aantal van de films behoorden tot de hoogtepunten van het festival. Vooral het grappige en poëtische A Taste of Tea kon op een hoop bijval rekenen en regisseur Katsuhito Ishii bewijst meteen dat hij meer in zijn mars heeft dan hyperkinetische actiefilms. Ook de bizarre thriller Hellevator was een eigenzinnige, maar soms wat vermoeiende combinatie van sci-fi en humor, die de komende jaren ongetwijfeld heel wat fans zal verzamelen. De reputatie van debuterend regisseur Hiroki Yamaguchi is alvast verzekerd. Twee andere Nova-toppers waren het kitscherige, maar onweerstaanbaar schattige Kamikaze Girls (een geslaagde toevoeging aan het in Japan erg populaire Cutie Honey-genre) en de introverte mystery-film Spider Forest van de Koreaanse regisseur Il-gon Song.

Ondertussen ging ook in de Passage 44 het Aziatische offensief onverminderd voort. Een van de grote toppers van de tweede week was de snuff-thriller Ab-Normal Beauty, van de Thaise broers Danny en Oxide Pang. Het tweetal scoorde al internationale successen met de gangsterfilm Bangkok Dangerous en de commerciële (maar verbluffend spannende) horrorfilm The Eye, maar zijn niet bang om het ook in de alternatieve hoek te zoeken. Ab-Normal Beauty is eerst en vooral een visuele film, die veel van zijn kracht haalt uit de verzorgde montage en de verrassende muziekkeuze. De broertjes Pang bewezen met Bangkok Dangerous dat ze meesterlijk overweg kunnen met beelden en ook in Ab-Normal Beauty hebben ze nauwelijks woorden nodig om hun verhaal te vertellen. Bovendien kunnen ze rekenen op het talent van de jonge Race Wong, die een overtuigende en gedurfde prestatie neerzet als de fotografiestudente die gefascineerd raakt door de dood. Nog zo’n opvallende acteerprestatie kwam van regisseur Shinya Tsukamoto, die zich door collega Takashi Shimizu liet overtuigen om samen in acht dagen de experimentele videofilm Marebito in te blikken. Tsukamoto speelt de rol van geobsedeerde cameraman die na een bizarre zelfmoord in de metro van Tokio op zoek gaat naar de belichaming van pure angst. Regisseur Shimizu haalde de mosterd uit het werk van schrijver H.P. Lovecraft, net als Edgar Allen Poe een haast onuitputtelijke bron van ideeën. Shimizu legt uitgebreid de nadruk op sfeer, maar vergeet daardoor wel een logisch verhaal te vertellen. In ware Blair Witch-filmstijl laat Shimizu allerhande genres voorbijkomen: van horror tot mystery, zelfs fantasy en vampierenlegendes. Toch gaat er van die vreemde mix een grote fascinatie uit, en de laatste beelden van de film behoren tot de meest angstige momenten van het festival.

Naast zijn uitstapjes als acteur heeft Shinya Tsukamoto ook als regisseur niet stilgezeten. Wie zijn werk een beetje kent, weet dat hij gefascineerd is door het menselijke lichaam. In films als Tetsuo en Tokyo Fist ging hij er nog keihard tegenaan, maar zijn latere films (waaronder het indrukwekkende A Snake of June) stappen af van de bikkelharde cyber-horror en hebben meer weg van existentiële drama’s. Ook zijn nieuwste film Vital is weer een serene en trage studie van verlies, doorspekt met bizarre autopsieën en expliciete wurgpartijen. Een vreemd project, en zeker interessant, maar minder beklijvend dan zijn eerdere films. Anders-dan-verwacht was ook de veelbelovende slotfilm Kung Fu Hustle, van acteur/regisseur Stephen Chow. Een paar jaar geleden maakte Chow furore met zijn geflipte actiefilm Shaolin Soccer en geheel volgens de formule is zijn nieuwste weer een combinatie van humor, actie en een flinke scheut speciale effecten. Misschien zelfs een scheut teveel, want Kung Fu Hustle is duidelijk een geval van té. Nog steeds erg vermakelijk en met veel liefde gemaakt, maar Chow begint zichzelf ondertussen wel erg te herhalen. Toch is dit alweer een ideale film om kennis te maken met de luchtige kant van de Aziatische cinema. Het moet natuurlijk niet altijd ernstig zijn.

Morgenavond krijgt u een overzicht van de winnaars van het BIFFF 2005.