THE BRIDGE AT REMAGEN

Do just what the enemy wants

MGM MGM MGM

De vergeten oorlogsprent The Bridge At Remagen verdient op zijn minst de status van een cult-klassieker. Vanwege zijn unieke mix van mainstream-cinema met alternatieve elementen uit de sixties mag de film zeker gezien worden. In de beste Hollywood-traditie wordt dit waar gebeurd verhaal verteld met fictieve personages. Zoals meestal wordt er met de historische feiten een loopje genomen. De term ‘politieke correctheid’ was nog niet uitgevonden. De grootste pretentie van de filmmakers was een goed geconstrueerde speelfilm realiseren met boeiende personages en een coherent narratief verhaal.

Het plot van The Bridge At Remagen is gesitueerd in Duitsland (maar werd gedraaid op Tsjechische en Italiaanse locaties) tijdens de laatste periode van de 2de wereldoorlog.  Duitse officieren krijgen de opdracht om een strategisch belangrijke brug over de rivier van Remagen te vernietigen. Ze negeren de orders van de Führer om zoveel mogelijk Duitse soldaten over de rivier te krijgen alvorens de brug op te blazen. Een Amerikaans peloton heeft de missie om diezelfde brug eveneens te vernietigen. Maar later in de film veranderen hun orders om de brug te bezetten.

The Bridge At Remagen werd uitgebracht in 1969 toen de Vietnamoorlog op zijn hoogtepunt was. De film gaf daardoor een meer realistische en vooral meer cynische kijk op de 2de wereldoorlog. Er worden veel overeenkomsten vertoond tussen de Amerikaanse en Duitse soldaten en het scenario spaart zijn kritiek niet op beide kanten (iets wat in de hedendaagse Amerikaanse cinema onder het Bush-regime ondenkbaar zou zijn). De oorlog wordt behandeld als een nutteloze onderneming dat alleen maar mensenlevens kost.

Dit is een sterk contrast met de zwart/witclichés uit de Amerikaanse oorlogsfilms uit de decennia 1940 en 1950. Daarin waren de Amerikaanse soldaten steeds patriotten en idealisten die vochten voor truth, justice en the American way. Sterren zoals Audie Murphy, Gary Cooper en vooral John Wayne hadden in die periode veel succes met het vertolken van GI Joe’s die nazi’s, Jappen en communisten in de pan hakte.

In The Bridge at Remagen daarentegen zijn de soldaten moe gevochten, cynisch en opportunistisch.  In plaats van de larger than life iconen uit de jaren ’40 en ’50 worden ze in The Bridge At Remagen vertolkt door de meer realistische acteurs George Segal (als Luitenant Hartman) en Ben Gazzarra (als sergeant Angelo). Het geïmproviseerde ‘go fuck yourself’ van method-acteur Gazzarra tegen zijn overste is wel zichtbaar, maar de klank is weg gedubd. De jaren ’60 waren wel progressief, maar nog niet zo progressief.

Hoewel niemand het destijds besefte waren de decennia 1960 en 1970 een gouden periode voor de Amerikaanse filmindustrie. Na het verdwijnen van het studiosysteem en voordat de filmbedrijven in de handen kwamen van multinationals produceerde de VS aan de lopende band speelfilms die tegen de stroom ingingen. Deze films hadden meestal wel hun zwakheden maar ze waren gedurfd, kritisch, grimmig en niet bang om een controversieel standpunt in te nemen. Enkele hoogtepunten van deze Amerikaanse filmrenaissance zijn Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), Easy Rider (Dennis Hopper, 1969), The Wild Bunch (Sam Peckinpah, 1971), THX 1138 (George Lucas, 1970), Dirty Harry (Don Siegel, 1971) en Taxi Driver (Martin Scorsese, 1975).

Niet dat de traditionele Hollywood-film volledig verdwenen was. Die werd nog steeds sterk vertegenwoordigd met stervehikels zoals The Poseidon Adventure (Ronald Neame, 1972), The Towering Inferno (John Guillerman, 1974) en The Sting (George Roy Hill, 1973). De oorlogsprent The Bridge At Remagen valt tussen twee stoelen. Het is oppervlakkig gezien een traditionele actiefilm in het subgenre van de avonturen/oorlogsfilm met WO II als achtergrond. Dit genre werd in 1961 gestart met The Guns of Navarone (J.Lee Thompson). Meestal ging het om een stel stoere en kleurrijke mannen die op een zelfmoordmissie werden gestuurd achter vijandelijke linies.  Dit type van film had vooral in de jaren ’60 enorm succes met titels zoals The Heroes of Telemark (Anthony Mann, 1965), Operation Crossbow (Michael Anderson, 1965), The Dirty Dozen (Robert Aldrich, 1967) en Where Eagles Dare (Brian G. Hutton, 1968). In The Bridge At Remagen worden de clichés van dit genre doorspekt met progressieve elementen van de tegencultuur uit de jaren ’60.

De hoofdrollen in The Bridge At Remagen hebben meer overeenkomsten met de immorele personages uit de Italiaanse spaghetti-westerns van de jaren ‘60. In de eerste scène van het Amerikaans peloton zien we Ben Gazzarra lijken beroven van Duitse soldaten. George Segal krijgt zeer tegen zijn zin de leiding over het peloton nadat de oorspronkelijk leider door een dwaze actie om het leven kwam. Er is ook weinig terug te vinden van de traditionele camaraderie.

Er heerst meer camaraderie tussen de Duitse officieren. Het zijn niet de clichés van hielklikkende nazi’s. Ze zijn in de eerste helft van de film veel sympathieker dan hun Amerikaanse tegenhangers. Het Duitse leger en de bevolking hebben hun geloof in het vaderland van Hitler allang verloren. Ze proberen de oorlogswaanzin op een humane manier te overleven.

Maar de actieliefhebbers hoeven zich geen zorgen te maken. De film verspilt gelukkig niet al te veel tijd aan morele lessen en oordelen. The Bridge At Remagen is in de eerste plaats een geweldig opwindende actiefilm. Alles werd vakkundig ingeblikt door regisseur John Guillerman. De acteerprestaties, het locatiewerk, de muziek (van Elmer Bernstein) en de actiescènes zijn allemaal eersteklas. De opnames op de Tsjechische locaties moesten vroegtijdig beëindigd worden vanwege de Sovjetinvasie van 1968. De hele filmploeg werd snel geëvacueerd met 28 taxi’s. De acteurs hebben op die manier zelfs enkele Tsjechische vluchtelingen mee over de grens gesmokkeld. Maar veel van het apparatuur en rekwisieten moest worden achtergelaten. De film werd verder afgewerkt op Italiaanse locaties met een tweede gereconstrueerde brug (de echte brug was ingestort 15 dagen nadat het verhaal in de film eindigt). Het pleit voor het vakmanschap van de filmmakers dat de opnamen op twee verschillende locaties nergens in de film merkbaar is.

De beste vertolking in de film is die van Robert Vaugh in de rol Majoor Kreuger. De enige Amerikaan in de cast die een Duitser vertolkt. Met namen als Hartman, Angelo en Kreuger kunnen we al wel raden wie de eindmeet wel en niet haalt. Robert Vaugh en George Segal hebben geen enkele scène samen, maar er worden veel overeenkomsten getoond tussen beiden mannen. Het zijn typisch jaren ‘60-personages. Ze zijn allebei onvrijwillige leiders, zijn moe gevochten, willen redden wat er te redden valt en hebben geen vertrouwen in hun hypocriete bevelhebbers. Het wantrouwen tegenover autoriteit is natuurlijk het meest typische jaren ’60 cliché.

De broederschap tussen Robert Vaugh en George Segal (tussen Amerikanen en Duitsers) wordt gesymboliseerd door een sigarettendoos. Vaugh had de gouden sigarettendoos van zijn overleden vader verloren tijdens een actiescène op de brug die later wordt opgepikt door Segal. Wanneer een Duitse soldaat in de slotscène aan Segal vraagt van wie hij die sigarettendoos gekregen heeft antwoord hij cryptisch: “from a friend”.


Elke maand stoffen we bij Movie een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.