Je mag toch veronderstellen dat filmmakers keer op keer proberen de best mogelijke film af te leveren. Wie zich tevreden stelt met de middelmaat begint immers niet aan zo’n helse onderneming. Zou je denken. Flight of the Phoenix is een film die zo middelmatig is, dat je niet kan geloven dat er ook maar een zweempje passie of energie achtersteekt.
De originele Flight of the Phoenix was op zich al niet zo’n hoogvlieger, maar kon wel rekenen op een sterrencast die de prent boven het normale niveau uittilde. Maarliefst vier oscarwinnaars (James Stewart, Ernest Borgnine, George Kennedy en Peter Finch) voerden de ensemblecast aan. Met zo’n pakketje acteurs kan je wel iets aanvangen, ook al zit het script vol ongeloofwaardigheden en heb je anno 1965 niet zo veel aan special effects voorhanden. Flight of the Phoenix was ook de laatste film van de legendarische stuntman Paul Mantz, die tijdens een stunt met het vliegtuig crashte en overleed. In 2005 staat Hollywood wat speciale effecten betreft lichtjaren verder. Ironisch genoeg slaagde men er niet in een Phoenix te bouwen die (in tegenstelling tot in 1965) ook echt kon vliegen. De meeste beelden die van het vliegtuig te zien zijn bestaan dan ook enkel bij gratie van de computer. Voor achtergrondshots gebruikte men een schaalmodel.
Deze remake volgt redelijk trouw het originele verhaal dat op zijn beurt weer was gebaseerd op de roman van Elleston Trevor. Aan het begin van de film zien we hoe de crew van een oliemaatschappij uit de Gobi-woestijn wordt opgepikt. De zoektocht naar olie is er niet rendabel en iedereen moet terug naar het hoofdkwartier. De maatschappij heeft daarom een vliegtuig gestuurd dat iedereen moet oppikken. Tijdens de terugvlucht steekt een zandstorm op en het vliegtuig stort neer. De balans: twee doden en een hoop problemen.
Dit is het dilemma van de overlevenden: de wet van de minste inspanning zorgt ervoor dat ze het langst met hun voedsel- en watervoorraad zullen toekomen, maar niemand kan garanderen dat er ook werkelijk hulp zal komen. Het plan van Elliot (Giovanni Ribisi) is om van het neergestorte vliegtuig zélf een nieuw vliegtuig te bouwen en deze Phoenix als het ware uit zijn as te doen herrijzen. Dat plan stuit op veel tegenkanting van de piloot, Frank (Dennis Quaid), een grimmig grijnzend onsympathiek heerschap. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt het groepje overlevenden belaagd door lokale nomaden die op rooftocht zijn.
Flight of the Phoenix is een erg, erg middelmatige film die braafjes de clichés van het overlevingsgenre volgt, maar nooit inspirerend of boeiend is. De effecten van landing (en opstijging) zijn oké, de landschappen van de Gobi-woenstijn zijn prima in beeld gebracht, maar het is vooral de cast die loopt te acteren alsof ze ten prooi zijn gevallen aan een collectieve zonneslag. Dennis Quaid is potsierlijk slecht in de originele rol van James Stewart en Giovanni Ribisi gaat over the top als Elliot. De andere bemanningsleden krijgen nauwelijks iets te doen. Mirando Otto kreeg de rol van Kelly om een romantische subplot in de film te smokkelen, maar tussen haar en Quaid knettert het nooit. Dat de vogel op het einde uit zijn as herrijst, is geen verrassing, maar een verlossing.
Titel: Flight of the Phoenix
Genre: Actie
Speelduur: 1u52
Regisseur: John Moore
Acteurs: Dennis Quaid, Giovanni Ribisi, Miranda Otto, Tyrese Gibson, Tony Curran, Kirk Jones