KINSEY

Sexual healing

Paradiso Paradiso Paradiso Paradiso Paradiso Paradiso Paradiso

Het is niet zonder enige ironie dat we Bill Condons Kinsey aan ons netvlies lieten voorbijtrekken. De film verhaalt namelijk over de lotgevallen van Alfred Kinsey; een door het gedrag van wespen geobsedeerde wetenschapper die tijdens de jaren ’40 het puriteinse Amerika confronteerde met een weinig verhullende seksstudie. Het is dan ook niet moeilijk om op te merken dat er in al die jaren niet bijzonder veel veranderd is. Veel thema’s uit Kinsey’s studie blijven vandaag nog steeds amper bespreekbaar en de moraalridders vervolgen hun kruistocht terwijl ze onthouding prediken en alles dat buiten de voor hen “normale” norm ligt verwerpen.

Liam Neeson heeft het drukker dan ooit. Deze in Noord-Ierland geboren acteur, die George Lucas er op de set van The Phantom Menace toe genoodzaakte om wegens zijn lengte hogere sets te bouwen, vertolkt binnenkort rollen in Ridley Scotts Kingdom of Heaven, Christopher Nolans Batman Begins en daagt vervolgens op in The Proposition, Neil Jordans tragikomedie Breakfast on Pluto, de oorlogsfilm The White Rose en in 2007 is hij te zien als Abraham Lincoln in Steven Spielbergs aangekondigde biografie over de illustere Amerikaanse president. Het lijkt erop dat Neeson, na een reeks minder interessante en middelmatige (en dan drukken we ons in sommige gevallen nog zacht uit) producties (The Haunting, Gun Shy, K-19: The Widowmaker, Love Actually) weer helemaal terug is. Van zijn vertolkingen sinds 1999 onthouden we dan ook vooral de kleine maar belangrijke rol als Priest Vallon in Martin Scorsese’s onderschatte Gangs of New York en zijn vertolking van Qui-Gon Jinn in George Lucas’ veelbesproken Star Wars: Episode I - The Phantom Menace (wij zijn ervan overtuigd dat hij een van de betere dingen was in die door middelmatigheid gedomineerde maar ook wel een beetje oneerlijk met de grond gelijk gemaakte prent). In Kinsey staat hij er als het titelpersonage en hij slaagt erin de controversiële man als een karakter van vlees en bloed neer te zetten wiens eigen verlangens en frustraties op het voorplan komen.

Onder het juk van zijn conservatieve vader (John Lithgow) wacht de jonge Alfred Kinsey een weinig opzienbarende, door moraliteit geknechte toekomst. Onderwerpen zoals seks, masturbatie en andere “vleselijke lusten” worden geweerd maar dat belet Kinsey niet om toch het een en ander over zichzelf te ontdekken. Als hij uiteindelijk het ouderlijke huis vaarwel zegt en biologie gaat studeren beseft hij nog niet dat hij op zijn pad een van de meest besproken bestsellers in de Amerikaanse literatuurgeschiedenis zal schrijven. Onderweg ontmoet hij Clara (Laura Linney), een niet in de liefde onderwezen jongedame die Kinsey’s passies deelt en algauw de geneugten van een fysieke relatie weet te appreciëren. Kinsey komt tot het besef dat de mensheid niets afweet van wat seks precies kan betekenen en besluit een grote seksstudie aan te vatten. Hij verzamelt medewerkers en onderwerpt een heleboel vrijwilligers aan vragen over hun seksleven. De resultaten zijn buitengewoon en tonen een verscheidenheid aan voorkeuren, fantasieën en verlangens. Een mediacircus barst los, Kinsey wordt wereldberoemd en de moraalridders scherpen hun dolken. 

Regisseur Bill Condon verraste in 1998 met het knappe Gods And Monsters (met Brendan Fraser en Ian McKellen als de homoseksuele James Whale; de regisseur van de klassieke Frankensteinfilms) en gaat op de ingeslagen weg verder met deze mooie biografie (in 2006 mogen we van hem de musical Dreamgirls met Beyoncé Knowles als Diana Ross verwachten). Condon verfilmt zijn eigen scenario relatief sober (op een paar opvallende sequenties, zoals het letterlijke “in kaart brengen” van de geïnterviewden, na) maar weet het geheel een licht komische, relaxte en aangename sfeer mee te geven. De film werkt dan ook aanstekelijk en zorgt ervoor dat het publiek zich aan de zijde van de vrijgevochten, door seksualiteit gepassioneerde Kinsey schaart. Dat ligt natuurlijk ook aan de steengoede vertolking van Liam Neeson, die de kleine kantjes van Kinsey niet schuwt. Het scenario legt sterk de nadruk op Kinsey’s relatie met zijn keiharde vader maar Condon maakt niet de fout door Lithgows personage als een karikaturale, predikende bruut af te schilderen. In een hartverscheurende scène tussen vader en zoon verklaart Condon het waarom van vaders gedrag en wijst hij de vinger naar een maatschappij die seks en alles wat daarmee te maken heeft verafschuwde (en in veel gevallen gebeurt dat nog steeds). De prent is ook best grappig, met de meest vreemde seksuele verlangens (“I think about my cat… a lot!”) en erotische verhalen die, zonder daarbij de personages te beledigen, op de lachspieren werken (“I fuck the horse”).

De acteerprestaties zijn zonder uitzondering uitstekend. Laura Linney weet ons niet altijd te bekoren maar hier is ze uitstekend als de vrouw aan Kinsey’s zijde. Opvallend is ook Peter Sarsgaard als Clyde Martin, Kinsey’s biseksuele rechterhand. Sarsgaard bewijst zich na rollen in onder andere Boys Don’t Cry, Garden State, Shattered Glass en K-19: The Widowmaker (hij stal de show in die overigens erg middelmatige Das Boot/Crimson Tide kloon) nog maar eens als een van de rijzende sterren aan het filmfirmament en terwijl hij in Kinsey een paar keer zeer sterk met zijn capaciteiten als acteur uit kan pakken (“Fucking is a risky game, because if you’re not careful, it will cut you wide open!”) bewijst hij in een bepalende scène dat hij het aandurft om controverse aan te wakkeren. De rest van de cast wordt aangevuld met Timothy Hutton en Chris O’Donnell (beiden zeer goed) als Kinsey’s medewerkers, de altijd betrouwbare en onderschatte Oliver Platt (zie Funny Bones; een te weinig opgemerkte, ronduit hilarische én knap geschreven ode aan de humor) en de immer goede Dylan Baker. Let ook op de kleine maar hilarische rol van de fantastische Tim Curry (The Rocky Horror Picture Show, Legend, It, Mr. “Wilderness Girls” Jigsaw uit National Lampoon’s Loaded Weapon – ja, soms keert filmliefhebberij zich wel eens tegen ons) als een conservatieve leraar. Verder zien we ook nog de destijds door een Alien gedode en in The Witches of Eastwick kersenpitten uitkotsende Veronica Cartwright als Kinsey’s moeder, daagt William Sadler (Die Hard 2, The Shawshank Redemption) op als een angstaanjagend “studieobject” en ontroert Lynn Redgrave in een van de knapste scènes in de film.

Naarmate de film vordert wordt de humor naar de achtergrond geschoven en komen Kinsey’s bijna zelfdestructieve aard en de gevolgen van zijn onderzoek (voor hem en zijn omgeving) naar de oppervlakte. Gelukkig houdt Condon de teugels stevig in handen en zorgt hij er samen met zijn sterke cast, Frederick Elmes knappe fotografie en Carter Burwells onopvallende, met aanstekelijke songs uit het juiste tijdperk vermengde, passende muziek voor een uitstekend geheel, zonder daarbij in de valstrikken van het melodrama te vallen. Blijf vooral nog even zitten na de innemende slotscène waarna we tijdens de eindgeneriek Kinsey’s destijds voor velen absurde beweringen dat mensen en zoogdieren veel met elkaar gemeen hebben gestaafd zien door een montage van “beestachtige seks”.

Of uw sekshonger wordt aangewakkerd bij het zien van deze film kunnen we u niet beloven maar na het bekijken van deze ingetogen en gewoonweg leuke, intelligente biografie hebben wij alvast zin om een beetje veldwerk te verrichten.                


Titel: Kinsey
Genre: biografie/tragikomedie
Speelduur: 1u58
Regisseur: Bill Condon
Acteurs: Liam Neeson, Laura Linney, Peter Sarsgaard, Timothy Hutton, Chris O’Donnell, Oliver Platt, Dylan Baker, Tim Curry, John Lithgow, William Sadler, Veronica Cartwright