In onze huidige, door alle vormen van multimedia gedomineerde maatschappij is het voor wie bereid is een beetje op zoek te gaan erg eenvoudig om informatie over zowat elke mogelijke film te vinden. Het gebeurt dan ook zelden dat we nog geconfronteerd worden met een prent waar we geen voorkennis over hebben. Toch slaagde D.E.B.S. erin om ons volledig onder de rader te besluipen en toen we ons, samen met andere in beperkte getale opgedaagde critici, in de knusse bioscoopzetels nestelden, enkel met het vooruitzicht aan een film over schaars geklede misdaadbestrijdende babes in gedachten, wisten we niet waar we ons aan konden verwachten. Het bleek nog maar eens: ignorance is bliss…
We kunnen onze mening niet onderbouwd en functioneel weergeven zonder het absurde openingsshot van deze film te vermelden. Stel je voor; je zit nietsvermoedend in de bioscoop als plots het scherm tot leven komt en een krantenjongen op een fiets verschijnt. Hij is bezig aan zijn ochtendronde en rijdt door een met mooie huizen bebouwde wijk; een elitaire interpretatie van typisch Amerikaanse “suburbia”. Plots neemt hij een krant uit het mandje vooraan en slingert het naar een van de grootste huizen in de buurt. Nog voor het op de voortuin in het gras terechtkomt openbaart zich opeens een gigantisch krachtveld rond het huis en de krant valt verschroeid op de grond. Het onverwachte van de scène, gekoppeld aan het feit dat we opeens beseften wat voor film dit kon zijn, deed ons in een irrationele schaterlach uitbarsten. Een genoegen dat ons, tenminste een klein halfuur lang, niet meer zou loslaten.
“They’re crimi-fighting hotties with killer bodies”. Dat is de tagline van deze film en meteen is alles ook gezegd. Vier, in stereotiepe karaktertrekken geschetste, dames paraderen in spannende truitjes en minirokjes, terwijl ze met onvoorstelbaar futuristische apparatuur schurken bestrijden. We zien hoe de meiden gerekruteerd worden (een schooltest die hun vaardigheden aan het licht moet brengen bepaalt niet of ze goed zijn in wiskunde of talen, maar toont aan in welke mate ze capabel zijn om te liegen, te stelen en zelfs te moorden; kwaliteiten nodig voor spionage, gevechtstechnieken en meer van dat fraais) en we zijn getuige van het leven dat ze lijden als D.E.B.S., onversaagde “agentes” van een geheime overheidsinstelling (aren’t they all?). Het wulpse viertal bestaat uit de keiharde leidster Max (Meagan Good), de net niet debiele Janet (Jill Ritchie), de rustige, immens populaire en intelligente Amy (Sara Foster) en de bijna uitsluitend in Franse oneliners pratende, kettingrokende beatnick- achtige nymfomane Dominique (Devon Aoki, binnenkort te zien in Sin City). Aan het hoofd van hun organisatie staat Mrs. Peatree (Holland Taylor) en de meiden leggen verantwoording af bij hun overste Mr. Phipps (hoe minder we over Michael Clarke Duncan in deze rol schrijven, hoe beter). Zo gaat het leven zijn amper geklede, slechteriken in de pan hakkende gangetje tot de gevaarlijke misdadigster Lucy Diamond (what’s in a name?), vertolkt door Jordana “The Faculty” Brewster, een of ander crimineel plan aanvat dat ze samen met haar rechterhand Scud (Jimmi Simpson) wil uitvoeren. De D.E.B.S. willen daar uiteraard een spreekwoordelijk stokje voor steken en drijven Lucy in het nauw. Als uiteindelijk Amy oog in oog komt te staan met de gevreesde Lucy, vliegen de kogels niet in het rond maar slaat de vlam tussen de dames over en ontspint zich vanaf dat moment een lesbische romance. Lucy ontvoert Amy en terwijl de dolverliefde D.E.B. (?) in het hol van de leeuw stomende liefdesnachten beleeft (die we tot onze grote opgedoken hormonale frustratie nooit te zien krijgen), zijn haar nietsvermoedende collega’s van plan om haar te bevrijden.
Regisseuse Angela Robinson (ze werkt nu aan – God help us – Herbie: Fully Loaded) realiseerde al in 2003 een elf minuten durende korte D.E.B.S.- film (met een cast waarvan alleen Jill Ritchie in de langspeelfilm overbleef) en wat ze precies met deze prent wilde toevoegen aan het op een bierviltje passende verhaal is ons een raadsel. In de schaduw van de bombastische en hersenloze Charlie’s Angels films kent D.E.B.S. best enkele leuke momenten, en de onvoorstelbare hoeveelheid clichés, visuele gags en “in your face” geluidseffecten zorgen voor ridicuul vertier. Koppel daar vier knappe dames, een min of meer “respectvol” behandelde lesbische relatie, een in alle opzichten slapende Michael Clarke Duncan (in een scène komt hij à la Star Trek een kamer in “geteleporteerd”, ontstaat er een dialoog tussen de anderen en zien we hem, zonder een woord te hebben gelost, na afloop verdwijnen) en een zelfrelativerende cast en je krijgt een vermakelijke brok kitsch die zich nog het best laat bekijken als een kruisbestuiving tussen Spy Kids, James Bond en de “rondborstige vrouwen”- films van wijlen Russ Meyer. De dialogen zijn volstrekt idioot maar net daarom des te leuker (als Lucy Diamond in haar zoektocht naar de liefde een afspraak heeft met de Russische huurmoordenares Ninotchka dringt het volgende staaltje hoogstaande literatuur onze oren binnen. Lucy vraagt Ninotchka: “So, you’re an assasin right?” – Da.” – “How does that work?” – It’s mostly freelance.”). Het niveau overstijgt nooit dit voorbeeld en na verloop van tijd heb je het wel gehad (vooral als de film zich gaan concentreren op de liefde tussen Lucy en Amy en de idiote spionagetechnieken op de achtergrond verdwijnen) maar wie meent over de juiste mentaliteit en een hoop relativeringsvermogen te beschikken mag zich, wat ons betreft, wagen aan deze lowbudget, verstand-op-nul, romantisch komische farce.
En nu allemaal: girl power!
Titel: D.E.B.S.
Genre: romantische actiekomedie
Speelduur: 1u31
Regisseur: Angela Robinson
Acteurs: Sara Foster, Jordana Brewster, Meagan Good, Devon Aoki, Jill Ritchie, Jimmi Simpson, Holland Taylor, Michael Clarke Duncan