STAR WARS

A Look Beyond The Stars

Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm Fox/Lucasfilm

Het vooruitzicht om een achtergrondartikel over een van meest – zoniet, dé – meest besproken filmreeks aller tijden (Lord of the Rings staat op een respectvolle tweede plaats) te schrijven is, zonder overdrijven, angstaanjagend en uitdagend tegelijkertijd. Zo ongeveer alles wat er in verband met George Lucas’ audiovisuele sciencefictionsaga te melden valt, werd al aan het grote publiek duidelijk gemaakt. Toch kunnen ook wij het niet nalaten om, met het finale hoofdstuk - Revenge of the Sith -  in aantocht (de warme gloed van ontelbare lightsabers kleurt reeds het luchtruim boven de bioscopen), een overzicht van de gehele saga aan te bieden. Geniet ervan; de laatste Star Wars is upon us.

Wat is Star Wars? Voor de een is het een levenswijze, terwijl de ander het als een door in overdadige outfits rondlopende “geeks” geadoreerde freakshow ziet. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden en wie de films zo objectief mogelijk bekijkt komt tot de conclusie dat de saga niets meer, maar ook niets minder dan een eenvoudig, door archetypische personages bevolkt sprookjesverhaal is; een knap gerealiseerde mythologie die op het juiste moment ontstond en daarmee de huidige filmwereld en de Westerse popcultuur voor altijd veranderde. Bioscoopbezoekers werden plotsklaps fans voor het leven en sciencefiction- en fantasyconventies, waar gastacteurs hun naar handtekeningen smachtende fans voor een slordige vijfentwintig euro met een al dan niet leesbare krabbel plezieren, schieten nog steeds als paddestoelen uit de grond. Begrijp ons niet verkeerd: het is niet onze bedoeling de in Stormtrooper-uniformen gehulde liefhebbers te ridiculiseren, wel integendeel. Want hoewel we de overdadige devotie aan all things Star Wars soms met opgetrokken wenkbrauwen en een bijna onmogelijk te verbergen, licht spottende grijns gadeslaan, kan en mag een filmliefhebber dat nostalgische jeugdsentiment en de onweerlegbare goede wil om ook nu weer (zelfs na de teleurstellingen van The Phantom Menace en Attack of the Clones) het allerbeste voor Sith te wensen, niet ontkennen. Ongeacht de kritische reacties die zullen volgen en ons eigen oordeel, hopen we dat George Lucas onze zintuigen overrompelt met een  grandioos spektakel. De wachttijd is over. Het Rijk van de Sith breekt aan!

De nietsvermoedende bioscoopbezoekers die in 1977 naar de eerste Star Wars (op dat moment nog niet Episode IV: A New Hope getiteld) gingen kijken, spreken bijna dertig jaar na datum nog steeds over de quasi religieuze gebeurtenis die het bleek te zijn en de overweldigende sfeer die aan deze prent gekoppeld was. In een tijd dat blockbusters nog niet eens bestonden (enkel Steven Spielbergs Jaws had in 1975 het concept van een spectaculaire zomerproductie voor het grote publiek op de voorgrond gebracht) kwam Star Wars als een keiharde rechtse aan. De Amerikaanse filmwereld, die net een periode vol drama’s achter de rug had, was niet voorbereid op de ongegeneerde “fun” en “verstand op nul”- mentaliteit die de jonge George Lucas met zijn sciencefiction fantasy in de bloedsstroom van het naar vertier smachtende publiek injecteerde. Die eerste scène, net nadat de gele letters van de proloog in de oneindige ruimte zijn verdwenen, waarin een klein ruimteschip belaagd wordt door een gigantische, monsterachtig grote Star Destroyer is verantwoordelijk voor de carrières van heel wat huidige regisseurs, die toen als kleine jongens en meisjes het schouwspel met grote ogen gadesloegen. Voor een jongere (en oudere) generatie is het niet altijd eenvoudig om precies die emotionele uppercut van het eerste deel te begrijpen (uw trouwe dienaar zag het levenslicht toen de originele trilogie bijna voltooid was en had zijn eerste “ervaring” met Star Wars toen The Empire Strikes Back op een niet nader genoemde commerciële zender te zien was) maar we kunnen de hype die met The Lord of the Rings trilogie gepaard ging misschien nog het best met de internationale scifi-koorts van toen vergelijken.

Wat precies maakt Star Wars zo immens populair? En waarom lopen filmliefhebbers steeds opnieuw warm voor een nieuw hoofdstuk in de saga, terwijl de eerste twee prequels middelmatig en kritisch verguisd waren? Het antwoord op die vragen schuilt in een objectief overzicht van de zes films. Onze inleiding heeft nu genoeg plaats in beslag genomen. Tijd voor het echte werk!

STAR WARS: EPISODE IV – A NEW HOPE

Voor wie in 1977 de gezegende leeftijd van zeven bereikt had, was Star Wars de grootste en beste film ooit vertoond op het witte doek. Het oneindige heelal, dat voordien enkel op effectieve wijze in beeld gebracht was in Stanley Kubricks cinefiele klassieker 2001: A Space Odyssey, openbaarde diverse werelden binnenin een mythologisch, door vreemde creaturen bevolkt universum, waarvan niemand echt weet of het een toekomstbeeld, iets uit een ver verleden of een alternatieve realiteit is. Alsof het openingsstatement “A long time ago, in a galaxy far, far away” nog niet duidelijk genoeg maakt dat Star Wars een visueel modern sprookje is, worden we getrakteerd op een bijna naïef simpel verhaal over een arme jongen die, bijgestaan door een bont gezelschap, op queeste vertrekt om een prinses uit de klauwen van een Kwade Heer te bevrijden. Star Wars is een van de meest ultieme versies van de strijd tussen het Goede en het Kwade (de onschuldige Luke Skywalker versus de halfmechanische Darth Vader) en regisseur George Lucas geeft ondertussen al dan niet bereidwillig toe dat het verhaal beïnvloedt werd door sciencefictionseries zoals Flash Gordon, de “serials” uit de jaren ’30, The Lord of the Rings van Tolkien en zelfs het oeuvre van Akira Kurosawa.

Bijna dertig jaar later is de film nog steeds een bijzonder aangename prent. Van het illustere openingsbeeld via de twee droids C-3PO en R2-D2 (als een soort futuristische versie van The Odd Couple) in de uitgestrekte woestijn van Tatooine tot de introductie van Han Solo (Harrison Ford), de redding van Prinses Leia en de vernietiging van de Death Star blijft Star Wars entertainment van de bovenste plank. De acteerprestaties zijn voor het genre prima met een naar verluidt ontevreden Alec Guinness (later uitte hij zijn ongenoegen over de saga) aan het hoofd van een onervaren cast. Toch kwijten Mark Hamill (die het juk van de held Luke Skywalker nooit meer van zich af wist te schudden), Carrie Fisher (door haar onconventionele look en scherpe tong best een vreemde keuze voor de rol van een prinses) en vooral Harrison Ford (als de egocentrische ruimtepiraat Han Solo) zich uitstekend van hun taak. Bij de schurken vallen vooral Peter Cushing (uit de Britse Hammer horrorfilms) als Grand Moff Tarkin, een kwaadaardige bevelhebber van het Rijk en natuurlijk de wereldberoemde Darth Vader op. Met de fysiek van bodybuilder David Prowse (een man die nu leeft van acte de présences op conventies), de diepe stem van James Earl Jones, het gitzwarte pak en de beruchte, iconische helm met het subtiele doodshoofdmotief vestigde deze Meester van de Sith zich in de psyche van de internationale filmwereld.

Toch slaagt Episode IV – A New Hope (zoals de film na een jaar door Lucas opnieuw in de zalen kwam) er niet altijd even goed in om de jeugdherinnering na al die tijd eer aan te doen. Begrijp ons niet verkeerd; scènes zoals het statische duel tussen Darth Vader en Guinness’ Obi-Wan Kenobi en de hele introductie op Tatooine verliezen nimmer hun waarde maar wij zijn nooit de grootste liefhebbers geweest van het door hardcore Star Wars fans de stratosfeer in geprezen finale ruimtegevecht om de Ster des Doods te vernietigen (hoewel uitermate knap gemaakt – zonder CGI – duurt het te lang en is het gepraat tussen de voornamelijk anonieme gevechtspiloten niet bijster boeiend). Toch staat de film er in de eenentwintigste eeuw nog altijd en genieten we nog steeds met volle teugen als Luke Skywalker met prinses Leia in zijn armen als een volleerde Errol Flynn over een afgrond slingert en we zien hoe een Stormtrooper tegen een deur loopt.

STAR WARS: EPISODE V – THE EMPIRE STRIKES BACK

Als A New Hope het lichte, doch heerlijk smakende voorgerecht is, dan krijgen we met The Empire Strikes Back het maagvullende, zware maar goed verterende hoofdgerecht voorgeschoteld. Het openingsbeeld, dat ons een heleboel Star Destroyers in de schaduw van hallucinant gigantische ruimteschepen toont, maakt meteen duidelijk dat deze sequel groter en beter moet worden. John Williams’ Imperial March (het met Darth Vader “vergroeide” muziekthema dat niet te horen is in A New Hope) zet de juiste toon en voor je als kijker goed beseft dat het spektakel begonnen is vinden we Luke Skywalker en Han Solo, in het zadel van met stop-motion gerealiseerde wezens (Taun-Tauns), op de onmetelijke ijsvlaktes van de planeet Hoth. Als Luke die avond de rebellenbasis niet bereikt (hij is de gevangene van een Yeti-achtig gedrocht) en Prinses Leia niets anders kan doen dan de deuren voor de dodelijk koude nacht te sluiten wordt het duidelijk dat regisseur Irvin Kerschner (een leraar van een door de regie vermoeide maar nog steeds bij alle stadia van de productie betrokken én leidinggevende George Lucas) de film met een duistere sfeer versterkt. De personages worden emotioneel meer uitgespit (zelfs de huilende Wookie Chewbacca wordt niet vergeten), de humor is grappiger (het gekibbel tussen Han en Leia) en de actie intenser. Het grote gevecht op Hoth, waar de troepen van het Rijk in hun wolkenkrabberhoge AT-AT’s de rebellen een flinke klap verkopen, wordt meteen opgevolgd door een splitsing van de verhaallijn (in tegenstelling tot het rechtlijnige A New Hope) als de personages hun eigen weg gaan (recent zagen we iets dergelijks in die “andere” trilogie over kleine mannetjes met harige voeten). Zo vinden we Luke en R2-D2 terug bij de Jedi-Meester Yoda (het feit dat wat in essentie een Muppet is zo goed werkt en zelfs de ziel van de film wordt is volledig aan de stem en de poppenspelertechniek van Frank Oz te danken) op de moerassige planeet Dagobah en komen Han, Leia, Chewbacca en C-3PO na helse achtervolgingen (met als hoogtepunt de fantastische race door het asteroïdenveld) in de wolkenstad van Bespin terecht.

Daar worden ze opgewacht door Lando Calrissian (Billy Dee Williams) maar ook verraad. De finale, waarin Luke zijn vrienden gaat redden en de eerste confrontatie met Darth Vader aangaat is subliem. Als eerder Han Solo in een  vreemdsoortige “vriezer” wordt ondergebracht (voorafgegaan door de “I Love You” – “I Know” dialoog tussen Leia en Han) en we vervolgens getuige zijn van het koude rillingen veroorzakende “I am your father!” zijn we aanwezig bij het allerbeste dat Star Wars te bieden heeft. De deprimerende finale en de nadruk op interne conflicten in plaats van oorverdovende ruimtegevechten maken van Empire niet alleen de allerbeste Star Wars film maar ook een van die zeldzame vervolgfilms die beter is dan het origineel. Meer nog dan dat; The Empire Strikes Back is, los van alle hype en nostalgie, gewoonweg een steengoede film.          

STAR WARS: EPISODE VI – RETURN OF THE JEDI

Het is moeilijk om even lyrisch te zijn over Return of the Jedi. Dit door de ondertussen overleden Richard Marquand geregisseerde derde luik in de originele trilogie speelt als een weinig vernieuwende, maar gelukkig visueel opnieuw indrukwekkende afwikkeling van de plot waarbij veel scènes en momenten uit het eerste deel dunnetjes worden overgedaan. C-3PO en R2-D2 alleen op de woestijnplaneet Tatooine? Check! Een dodelijk effectieve Death Star? Check! De onversaagde Luke Skywalker die met Leia naar de veiligheid slingert? Check! Een ruimtegevecht dat het lot van het universum bepaalt? Check! Verder komen veel problemen die later duidelijk werden in de prequels naar voren. In alle journalistieke eerlijkheid moeten we toegeven dat we ons niet veel ergeren aan de in de bomen levende teddyberen de Ewoks (wij waren zelfs grote liefhebbers van de tekenfilmserie - gelieve de dreigbrieven achterwege te laten!) maar we beseffen wel dat ze, in het kader van de voorafgaande gebeurtenissen, een teleurstellende additie bij de cast zijn.

De avonturen op de planeet Endor, waar onze helden de Ewoks ontmoeten, dragen bij tot de overwegend onevenwichtige en licht schizofrene natuur van Jedi. Eerst is er de door allerlei creaturen gedomineerde openingssequentie op Tatooine, waarin Luke en co. de ingevroren Han Solo uit de klauwen van Jabba De Hutt moeten redden. Hoewel de scènes in Jabba’s Paleis en op zijn luchtschip best leuk zijn, kunnen we ons toch niet van de indruk ontdoen dat het de bedoeling was om de Cantina-scène uit A New Hope naar de kroon te steken. Natuurlijk kunnen we ons Jedi niet voorstellen zonder Jabba’s geile blikken naar een halfnaakte Leia en hoort het gevecht van Luke tegen de torenhoge Rancor thuis in het rijtje van onze favoriete momenten uit de saga. Eens Han bevrijd is bezoekt Luke nog even zijn stervende leermeester Yoda en in een van de meest ingetogen, rustige scènes van de zes films praat Yoda op zijn sterfbed over Darth Vader’s revelatie en “de andere Skywalker” waar hij het in Empire al even over had. Luke komt algauw tot de conclusie dat Leia zijn tweelingzus is, wat de driehoeksverhouding tussen Luke, Leia en Han uiteraard in een nieuw daglicht stelt (de scène in Empire waarin Leia Hans jaloezie wil aanwakkeren door Luke op zijn mond te kussen kunnen we met een beetje perverse fantasie in die context bijna als incestueus zien!).

Vandaar vliegen we naar Endor en gaat de prent zich concentreren op overbodige subplots zoals C-3PO die door de Ewoks als een god wordt vereerd en het weinig gevaarlijke conflict dat Han en Leia, bijgestaan door hun vrienden en de Ewoks (daar is dat “natuur versus technologie” motief weer!), moeten oplossen. Beter is het ronduit spectaculaire ruimtegevecht dat misschien niet de urgentie en de pretparkattractie- achtige sfeer van de strijd om de Death Star uit deel een heeft, maar excelleert in manische actie en intensiteit. Wat de effectenkunstenaars van ILM hier, in een tijdperk voor computergegenereerde beelden, tevoorschijn toveren is onbetwistbare kwaliteit. Het allerbeste houden Lucas en zijn team voor het laatst: de ultieme confrontatie tussen Darth Vader en Luke Skywalker, vader en zoon; beiden opgejut door de verwerpelijke, door de Duistere Kant van de Kracht verwrongen Keizer (Ian McDiarmid).

Lucas slaagt erin de zwart-witte dynamiek van A New Hope volledig omver te werpen door van Vader een tragische figuur te maken. Hij is een slaaf van zijn eigen woede en als Luke zijn vader uiteindelijk verslaat en hij tot de misselijkmakende conclusie komt dat een visioen uit Empire werkelijkheid wordt, barst de hel volledig los. De Keizer, een berekende psychopaat die alles op alles zet om Luke; de eerste van een nieuwe generatie Jedi-ridders, naar de Duistere Kant over te halen wordt razend en bestookt Luke, die zich tegen de haat verzet, met bliksemflitsen uit zijn vingertoppen. Ondertussen zien we het conflict bij Vader. Zonder enige gelaatsuitdrukking (de man zit nog steeds verborgen achter een masker) en dankzij de naargeestige, dreigende muziek van John Williams is de tweestrijd in deze verpersoonlijking van het kwaad meer dan duidelijk. De uiteindelijke beslissing en de onvermijdelijke dood van Vader is, in tegenstelling tot wat je na A New Hope en zelfs Empire zou verwachten, rustgevend en emotioneel. Wat ons betreft biedt Return of the Jedi dan ook het slechtste en beste uit het Star Wars universum. Zoals Vader en Luke met zichzelf in het reine moeten komen, maakt ook deze film een identiteitscrisis mee.                     

STAR WARS: EPISODE I – THE PHANTOM MENACE

En zo belanden we in 1999, aan de vooravond van de internationale release van The Phantom Menace; de langverwachte eerste episode en tevens het begin van een nieuwe trilogie die het leven van Luke’s vader Anakin, en diens onderwerping aan de Dark Side in beeld brengt. Tijdens de bijna groteske marketingcampagne bereikte de hype voor deze prent ongekende hoogtes en dankzij de zeer knappe trailers bereidde elke filmliefhebber zich voor op een filmgebeurtenis zonder gelijke. De desillusie was dan ook groot toen Menace niet alleen een teleurstellend deel in de saga bleek te zijn, maar vooral een erg middelmatige film die, Return of the Jedi achterna, inhoudelijk onoverzichtelijk en verwarrend was. De introductie van het computergegenereerde personage Jar Jar Binks (een door infantiele slapstick gedomineerde amfibie met een irriterend taaltje) en de “Yippie” schreeuwende Jake Lloyd als de kleine Anakin deden een kinderfilm vermoeden, maar het politieke subplot en de aanwezigheid van een Handelsfederatie stonden daar haaks op.

Visueel was en is de film sterk maar velen ergerden zich aan de “glanzende” computereffecten en verlangden naar de “ruwere” speciale effecten van de originele trilogie. De acteerprestaties bleken ook al niet van topkwaliteit te zijn. Natalie Portman en Ewan McGregor (beiden nochtans bij de beste in hun vak) liepen er verloren bij en leken soms licht beschaamd om George Lucas’ oppervlakkige proza uit te kramen. Jake Lloyd wist evenmin te overtuigen en de gedachte aan enkele bijrolacteurs doet ons schuimbekkend in elkaar zakken. De “jongere” Yoda was een non-entiteit en een mislukte poging om een pop in een bijna obsessief gedetailleerde wereld te plaatsen (de zwakke make-up effecten, gecombineerd met de allernieuwste CGI, dragen evenzeer bij tot de schizofrenie van Menace). Het feit dat Yoda anno 1999 niet langer op zijn “oudere ik” uit Empire en Jedi leek, werd door niemand in dank afgenomen. De reacties van de fans en de pers waren vernietigend. Hoewel de film aanvankelijk nog op goodwill kon rekenen (“het is Star Wars en dat kan toch niet slecht zijn?”) kwamen de meningen langzaam maar zeker aan de oppervlakte borrelen. Uiteindelijk klonk het vernietigende “George Lucas raped my childhood!” (George Lucas verkrachtte mijn jeugd!”, nvdr) dat zich als een virus in het Internet verspreidde.

Zes jaar later vonden wij het tijd om Menace, los van alle hype en onrealistische verwachtingen, een nieuwe kans te bieden. En wat blijkt? Hoewel de film nog steeds gebukt gaat onder de onmiskenbare problemen die ook in ’99 present waren, valt er toch heel wat plezier te beleven aan Menace. Liam Neeson, die de Jedi Qui-Gon Jinn vertolkt, slaagt erin een mooi personage neer te zetten en weet de rol, die in essentie een stereotiepe mentor is, met respect, humor en sympathie te kruiden. De finale, waarin hij samen met McGregor’s Obi-Wan de vuige Darth Maul (Ray Park, met de stem van Peter Serafinowicz, recent nog te zien in Shaun of the Dead) aanpakt brengt het beste in de drie acteurs naar boven en is Star Wars zoals het moet zijn. Het lightsaber gevecht lost de belofte in en toont Jedi op het toppunt van hun macht. De veelbesproken Darth Maul (rond wie de hele marketingcampagne voor Menace draaide) komt amper aan bod en is nooit de bedreiging voor de helden die hij had kunnen zijn, maar zijn aanwezigheid versterkt de film. Verder amuseren we ons best met het laatste half uur, waarin Lucas ons - alweer Jedi achterna – met de ene actiescène na de andere om de oren slingert.

Eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we de Gungans liever keihard in de onderbuik stampen maar de veldslag met de ineffectieve, “roger roger” krakende robots kan ons best bekoren. Het ruimtegevecht waarin Anakin de kans ziet om zijn vliegkunsten te tonen is nooit echt spannend maar draagt bij aan het overkoepelende enthousiasme dat de prent, die daarvoor geforceerd aanvoelt, in de derde act uitstraalt. Tot slot mogen we vooral Ian McDiarmid als Palpatine niet onvermeld laten. Als deze manipulerende politicus steekt McDiarmid er met kop en schouders bovenuit en terwijl de prequels het verhaal van de “geboorte” van Darth Vader vertellen, schuift Lucas ook het ontstaan van een nog groter Kwaad op de voorgrond: de groeiende macht van de megalomane Keizer. The Phantom Menace is een middelmatige opwarmer, genekt door enkele onoverkomelijke tekortkomingen, maar een objectieve kijk en een beetje goede wil maken hiervan toch nog twee plezante uren.                       

STAR WARS: EPISODE II – ATTACK OF THE CLONES

Na de initiële teleurstelling van Menace vlamde de hoop in de harten van fans weer op toen de promotiemachine van Lucasfilm in 2002 opnieuw in werking trad. De film; het controversieel getitelde Attack of the Clones. Toch verliep niet alles vlekkeloos. Ewan McGregor sprak zich in de internationale pers uit over zijn afkeur voor de titel en heeft er sindsdien (parallel met die “andere” Obi-Wan) nooit geheimen over gemaakt dat hij niet altijd de grootste fan is van de geleverde resultaten. Ook lieten filmkijkers zich liever niet overweldigen door een broeiende hype en de opnieuw veelbelovende trailers werden met argusogen én argwaan bekeken. Het is in dat opzicht vreemd hoe op een openingsdag Star Wars-liefhebbers alle vooroordelen laten varen en in enthousiast taterende communes naar de bioscopen afzakken. De consensus bleek dat Clones superieur was aan Menace, maar nog altijd niet bijzonder goed en lang niet op gelijke hoogte van de originele films.

Toch genoten velen met volle teugen van het spektakel en lag vooral de scène waarin Yoda tegen Christopher Lee’s Count Dooku vecht op ieders lippen. Hoewel wij een grote fan zijn van de knap gerealiseerde computergegenereerde Yoda (op Gollum uit Lord of the Rings na een van de beste CGI-personages tot nu toe) houden we een dubbel gevoel over aan deze knokpartij. Enerzijds is het vanuit een jeugdige mentaliteit plezant om te zien hoe de kleine groene dreumes zich tot een vechtmachine ontpopt maar anderzijds stellen we ons toch vragen bij het gebrek aan continuïteit tussen de nieuwe Yoda en de oude. Het was uiteraard onmogelijk om Yoda in 1980 en 1983 (de jaren dat respectievelijk Empire en Jedi uitkwamen) als een Jedi onderricht in de martial arts neer te zetten maar me dunkt dat Lucas het idee voor een “mobiele” Yoda kreeg door de mogelijkheden van evoluerende effecten. Het feit dat hij in Menace omwille van nostalgische redenen een pop verkoos bewijst dat hij zelfs in ’99 nog niet wist wat hij met Yoda aan moest vangen en dat is, wat ons betreft en hoe geslaagd we de CGI Yoda ook vinden, een smet op Lucas’ zogezegd tot in detail uitgekiende zesdelige saga.

Ondanks het overdadige visuele bombardement aan creaturen, vistas en ruimteschepen wordt Clones uiteindelijk genekt door wat het hart van de film zou moeten zijn: de romance tussen Anakin (Hayden Christensen) en Padmé (Natalie Portman). De gedoemde, met bijna “Shakespeariaanse” tragiek doorweven liefde tussen de twee hoofdrolspelers wordt jammerlijk herleid tot een stuntelig geschreven, emotieloos geacteerde en soms plaatsvervangende schaamte oproepende kalverliefde; een term die we letterlijk mogen nemen als Anakin, in een van de meest misplaatste scènes uit de saga, een rit maakt op een buitenaardse koe. Alsof dat nog niet genoeg is slaagt Lucas er niet in om tijdens een van de belangrijkste momenten in de evolutie van Anakins psyche met durf uit te pakken. Als Anakin zijn stervende moeder in het kamp van de gevaarlijke Tusken Raiders vindt en ze haar laatste adem in zijn tronie uitblaast, maakt zich een irrationele woede van hem meester (men zou kunnen stellen dat Darth Vader op dat moment “mentaal” geboren wordt) en gaat hij erop uit om de Raiders brutaal te vermoorden. Terwijl dit de uitgelezen kans was om de film naar een hoger niveau te tillen, snijdt Lucas weg en moeten we de gebeurtenis later uit Anakins mond horen. Christensen vindt in die scène nergens de juiste toon, blijft steken in het gemor van een hormonaal verknipte puber en kan, enkel gesteund door de altijd geslaagde muziek van John Williams, niets anders dan een flinke brok expositie uit zijn keel stoten.

Gelukkig zorgen de hyperkinetische finale waarbij de helden het tegen monsterachtige wezens moeten opnemen in een arena (onder de waakzame ogen van honderdduizenden buitenaardse termieten), Obi-Wans gevecht met de Kloon der Klonen Jango Fett, de eerste slag in de Kloonoorlogen én de aanwezigheid van Dracula himself; Christopher Lee (zijn rol zorgt voor een mooie symmetrie met die andere Britse Hammer horroracteur - Peter Cushing – die in de oude trilogie aantrad) voor pretentieloos vertier.                         

STAR WARS: EPISODE III – REVENGE OF THE SITH

De cirkel is rond. Revenge of the Sith explodeert op het witte doek. Overal weerklinkt het geluid van lightsabers en dagen Yoda en co. op alles van GSM-hoesjes tot kansspelen op. De hype is ditmaal iets getemperd maar wordt toch aangewakkerd door een overwegend positief gevoel bij deze derde prequel. De recensies zijn lang niet slecht, met de erkenning dat Sith de beste prent van de nieuwe trilogie is. Natuurlijk zullen lang niet alle acteerprestaties om over naar huis te schrijven zijn en bevat het scenario (dat, samen met zo ongeveer elke mogelijke spoiler, op het Net circuleert) enkele onvoorstelbaar knullige dialogen, maar geef toe: wie bereid is de oude trilogie uit de nostalgische waas te halen ontdekt dat – fluister het – lang niet alle conversaties kwalitatief aanvaardbaar zijn (wat meteen ook Harrison Fords beruchte uitspraak – “You can write this shit George, but you sure can’t say it!” – verklaart).

Wat Sith anders maakt dan Menace en Clones is een duistere sfeer, een gevoel van urgentie en het vooropgestelde concept dat het Kwade wint. De actiescènes staan dit keer, op een paar uitzonderingen na (niemand zal ontkennen dat de aanval op de Wookie-planeet weinig belang heeft voor de plot), in dienst van het verhaal, McGregor, Christensen en vooral McDiarmid krijgen beter materiaal om mee te werken en de snode General Grievous mag dan wel Sith’s Darth Maul zijn, de gedachte aan een met vier lightsabers tegelijk vechtende, in een robotomhulsel gestoken reptielachtige alien doet ons, als aan suiker verslaafde kinderen, op en neer springen.

Hoe de saga uiteindelijk zal worden beoordeeld laten we bereidwillig aan de toekomst over. Toch menen we, als onversaagde idealisten, dat zelfs de meest cynische filmliefhebbers een sprankel hoop koesteren dat ze de film waarderend zullen gadeslaan. Niemand wil Star Wars op zijn bek zien gaan en voor wie er maar niet genoeg van kan krijgen is er een aangekondigde live-action televisiereeks én raden we de zeer leuke Clone Wars animatiereeks, die een brug slaat tussen Clones en Sith, van Genndy “Samurai Jack” Tartakovsky aan.

Op 18 mei is de laatste Star Wars in de zalen te bewonderen. De beruchte episodes zeven, acht en negen zullen er waarschijnlijk niet komen (zeg nooit nooit). Wat ons betreft sluit Lucas de boeken en vliegen we nog een keer naar dat melkwegstelsel, hier ver, ver vandaan.

Vergeef ons, trouwe lezers, maar we konden ons echt niet bedwingen: May the Force be with you!