“It’s over, he’s not coming back,” zo luidt de conclusie na anderhalf uur griezelen in Boogeyman, de niet zo geslaagde horrorprent van Stephen Kay die bij ons pas eind oktober in de zalen komt. Fout. In horrorfilms is het nooit gedaan en komt de boeman/het monster/de moordenaar áltijd terug. Is het niet in de obligate sequel of spin off, dan wel in de op stapel staande remake. De oude horrorfilms zijn weer helemaal in. Omdat ze zo goed zijn of omdat Hollywood zonder nieuwe ideeën zit?
Remakes zijn niet nieuw, zeker niet in het horrorgenre. De voorbije jaren werden onder meer Dawn of the Dead, The Haunting, Psycho en The Texas Chainsaw Massacre al in een nieuw jasje gestoken, maar zelden werd er zoveel aan recyclage gedaan als dit jaar. Waarom haalt Hollywood zijn oude engerds weer vanonder het stof? Omdat het geld in het laatje brengt en omdat er nood aan is. Dat bleek toen de Aziatische horror overwaaide naar Hollywood. De zalen stroomden vol: de jeugd wil weer ouderwets griezelen en bang zijn. Volgens specialisten willen de jongeren van vandaag weer ontsnappen aan de gruwelijke werkelijkheid. De aanslagen op de WTC-torens, het terrorisme, de oorlog in Irak: het is allemaal te echt, te realistisch. Daarom is er nood aan een onschuldiger soort escapisme: de man met de bijl, de boeman in de kast, de vogels met de scherpe tanden.
En regent het in Hollywood, dan druppelt het in Europa, dus ook hier krijgen we de komende maanden een heus leger aan horrorremakes over de vloer. De remake van deze week is House of Wax, een behoorlijk expliciete en geslaagde update van de film uit 1953 met horrorlegende Vincent Price in de hoofdrol. House of Wax is een mooi voorbeeld van hoe een omzetting naar moderne tijd kan werken: de personages mogen dan wel lopen paraderen met hippe GSM’s of beschikken over het modernste GPS-systeem, wie in de shit zit, geraakt er ook anno 2005 niet zo makkelijk uit. Minder geslaagd, maar zeker geen sof, is de remake van The Amityville Horror, een film die op 8 juni in onze zalen te zien zal zijn. De film hoort thuis in het rijtje horrorremakes uit de jaren zeventig en tachtig van Michael Bays bedrijf Platinum Dunes (The Texas Chainsaw Massacre). Bay heeft een prequel op TCM op stapel staan en zal in 2007 ook The Hitcher (oorspronkelijk uit 1986) moderniseren. Films als The Hitcher bewijzen dat de simpelste ideeën vaak nog het effectiefst zijn: een lifter die eigenlijk een seriemoordenaar blijkt te zijn bijvoorbeeld.
Eind dit jaar is het uitkijken naar de remake van The Fog, het halve in de mist gehulde meesterwerk van John Carpenter uit 1980 met scream queen Jamie Lee Curtis in haar eerste post-Halloween rol en Janeth Leigh (Psycho) in een van haar laatste grote filmrollen. Regisseur van de remake is Rupert Wainwright, wiens barokke regie voor Stigmata (1999) loodrecht staat op de minimalistische regie van Carpenter. Benieuwd wat voor monsters er uit de mist zullen kruipen. Jammer dat Debra Hill het niet meer mag meemaken: de producente en schrijfster van het origineel stierf eerder dit jaar aan kanker en mag nu eeuwig griezelen in de hemel.
Voor volgend jaar springen minstens vier remakes nu al in het oog. Zo gaat de onbekende regisseur Todd Lincoln David Cronenberghs The Fly uit 1986 (op zich al een remake van een film uit 1958) opnieuw laten zoemen. Het is nog niet bekend wie de rol van Jeff Goldblum gaat spelen. Het is ook uitkijken naar de remake van The Hills Have Eyes van de Fransman Alexandra Aja, die pas nog Haute Tension in de zalen bracht. Elke rechtgeaarde horrorfan herinnert zich vast nog wel toen hij of zij voor het eerst met het perverse origineel van Wes Craven uit 1977 geconfronteerd werd en moest toegeven dat de tagline van deze film voor één keer klopte: The lucky ones died first... Craven gaat deze remake overigens zelf produceren en gezien zijn recente kalkoen met Cursed (bij ons pas medio juli in de zalen) is dat misschien niet eens zo’n slecht idee.
Erg Wes Craven-achtig was in 1979 When a Stranger Calls en ook die film krijgt volgend jaar een opfrisbeurt. De film van Fred Walton (in zijn tijd vooral bekend als regisseur voor Alfred Hitchcock Presents) zal onder handen genomen worden door niemand minder dan reclamefilmer Simon West die eerder explosieve films maakte zoals Lara Croft en Con Air. Ook hier: een eenvoudige verhaallijn, een sobere regie. Bij elke remake is het dan ook hopen en bidden dat de nieuwe, jonge wolven zich niet laten vangen aan de lokroep van de digitale effecten. Wat de horrorfilms van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig zo aantrekkelijk maken, zijn immers vaak de beperkingen van het budget, waardoor de regisseur op zoek moest naar creatievere (en vaak veel betere) oplossingen. Het is een les die de huidige generatie filmmakers niet altijd ter harte neemt, en dat is jammer.