BATMAN BEGINS

Angst als wapen

Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros.

Vergeet de grillige fantasieën van Tim Burton en verban al helemaal de cartooneske grootheidswaanzin van Joel Schumacher. Tabula rasa, weg ermee. De Batman die onafhankelijk regisseur Christopher Nolan uit zijn as laat herrijzen heeft weinig tot niks met zijn moderne voorgangers te maken. Meer dan ooit is Batman een mens van vlees en bloed met behoorlijke vleermuizenissen. In Batman Begins moet hij het bovendien  opnemen tegen hét massavernietigingswapen van deze moderne tijd: angst

Hoe lang duurt acht jaar? Het is de tijd die de Batman-fans hebben moeten doden tussen Batman and Robin uit 1997 en deze Batman Begins. Die lange tijd in de woestijn is een schuld die regisseur Joel Schumacher zijn hele leven met zich mee zal zeulen. Met George Clooney als getepelde Caped Crusader en het irritante joch Chris O’Donnell aan zijn zijde wrong hij de franchise die Tim Burton in 1989 weer had aangezwengeld met een grote POW!, BAM! en ZAP! vakkundig de nek om. Die acht jaar leverden een pak aan ideeën op om de vleermuis opnieuw aan het fladderen te krijgen, gaande van een confrontatie met Superman, een spin-off over een puberende Batman tot een film die zou gaan over een bejaarde vleermuisman op pensioen. Regisseurs mengden zich in een hilarische stoelendans met Wolfgang Petersen, Clint Eastwood, David Fincher, Darren Oronofsky, Boaz Yakin en zelfs de broertjes Wachowski in de hoofdrol. De vraag wie in navolging van Michael Keaton, Val Kilmer en George Clooney in het zwarte pak zou kruipen, leverde een antwoord op dat vaak zo dik bleek als het telefoonboek. Joshua Jackson? Jake Gyllenhaal? Ashton Kutcher? Guy Pearce? John Cusack? Geen van allen.

Nu de film er is, liggen de kaarten bloot op tafel en is het pokeren voorbij – en het blijkt dat Warner Bros. dan toch eindelijk eens enkele goede beslissingen heeft genomen. Dat er uit de puinhopen van Batman 3 en 4 geen vervolg kon opgetrokken worden, bleek al snel duidelijk en dus ging de Britse wonderboy Christopher Nolan (Insomnia) samen met scenarist David S. Goyer (de Blade-saga) Memento-gewijs terug in de tijd, op zoek naar de roots van Batman. Dat brengt ons aan het begin van deze nieuwe – niét vijfde – Batman bij de piepjonge Bruce Wayne, die als 8-jarig jongetje in een waterput tuimelt en aangevallen wordt door vleermuizen. Die jagen hem zoveel angst aan dat hij tijdens een operavoorstelling overmand door een paniekaanval het gebouw wil verlaten. De beslissing is fataal, want even later worden in een donker steegje achter de opera zijn ouders, die bekend stonden als de wilde weldoeners van Gotham City, doodgeschoten door een bedelaar.

Vanaf dat moment staat Bruce Wayne er alleen voor – enkel in het gezelschap van de oude, trouwe butler Alfred (Michael Caine) en een hoop schuldgevoel. Terwijl Gotham City steeds verder ten prooi valt aan misdaad en corruptie, glijdt ook Wayne af naar de riolen van de samenleving. In een puik gemonteerde beginscène zien we hoe hij zelfs in de Bhutan-gevangenis in Azië is beland. Hij wordt uit dat stronthol gevist door Ra's Al-Ghul (Ken Watanabe), de leider van de duistere ninjabende The League of Shadows die beweert ten strijde te trekken tegen het onrecht in de wereld. Ra's Al-Ghul maakt van Wayne de perfecte vechtmachine, maar brengt hem ook innerlijke wijsheid en rust: enkel wie zijn eigen angsten overwint, kan zijn tegenstander verslaan. Wanneer Wayne naar huis terugkeert, merkt hij dat zijn geliefde Gotham City nu echt in een Sin City veranderd is. Om tegen de corruptie ten strijde te trekken, neemt hij het alter ego van Batman aan.

Voorgaande samenvatting zijn slechts de fundamenten van een film die veel meer lagen en verdiepingen kent, maar het zou uiteraard zonde zijn alles te verklappen. Fans weten wellicht wel dat in deze film ook de politieman Jim Gordon (Gary Oldman), de psychopaat Jonathan Crane (alias The Scarecrouw) en wetenschapper Lucius Fox (Morgan Freeman) hun opwachting maken. Feit is dat Nolan en Goyer zich als uitstekende verhalenvertellers bewijzen. Door op zoek te gaan naar de wortels van hun karakter, geven ze het voldoende geloofwaardigheid en basis mee om de rest van de film zijn daden te rechtvaardigen. Zowel Batmans innerlijke drijfveren en twijfels als meer praktische zaken (hoe komt hij aan zijn uitrusting, zijn batgrot of de batmobiel?) worden grondig uit de doeken gedaan. Batman is geen hersenloze moordmachine, maar een man van vlees en bloed met een missie. In tegenstelling tot andere comic-helden moet hij die missie zonder superkrachten tot een goed einde brengen. Het is fascinerend om te zien hoe Batman in het begin met de meest fundamentele superheldenzaken worstelt: hij is niet van staal, kan niet vliegen of kan niet naar hartelust spinnenwebben door de lucht klieven en moet dus op zoek naar andere oplossingen.

Dat brengt ons bij de keuze van Christian Bale als Batman. Bale haalde de rol pas in een ultieme castingronde binnen, maar wilde hem absoluut hebben. Hij moest de dertig kilo die hij voor zijn macabere skeletrol in The Machinist had verloren terug aankweken en gooide er nog eens tien kilo spieren bovenop, zodat hij als Bruce Wayne opnieuw rond en gezond in het vel zit. Bale is vooral uitstekend gecast als rijkeluiszoon, maar komt ook in de actiescènes prima tot zijn recht. Hij vecht met charisma en komt langzaam maar zeker tot het besef dat we vallen om leren op te staan. Regisseur Christopher Nolan kan trouwens ook voor de rest op een uitstekende cast rekenen: het spreekt voor zich dat acteurs als Michael Caine, Liam Neeson, Katie Holmes, Gary Oldman en Morgen Freeman als geen ander een bijrol tot een hoger niveau kunnen tillen. Vooral Caine is geweldig als Alfred.

De grote verdienste van deze Batman Begins is het lef van Nolan om zijn eigen stijl niet te verloochenen. Dat heeft als voordeel dat hij zich vooral focust op het drama van zijn hoofdpersonage. We kijken hier wel degelijk naar Batman en niet – zoals we in het verleden wel eens dachten – naar pakweg The Joker, Catwoman, Mr. Freeze of The Riddler. Het nadeel is dat de film na een ijzersterk eerste uur daarna even in een dipje belandt, want uiteraard moét Nolan er op een bepaald moment toch zijn nemesis bij sleuren. Nolan gaat even de rommelige toer op, de aandacht verslapt, de tijd rekt zich uit, maar wanneer de kaarten uiteindelijk geschud zijn, drukt Nolan het gaspedaal onbeschaamd in en kunnen we ons opmaken voor een zinderende finale in de straten van Gotham City, opgezweept door de prima soundtrack van het duo Hans Zimmer en James Newton. De grande finale maakt meteen ook duidelijk waar het gros van de 180 miljoen dollar naartoe ging en is meteen onze grootste vrees ook dat, nu Batmans origine afgehandeld is, de twee sequels onvervalste actiefilms zullen worden. De epiloog van deze Batman Begins laat er in elk geval al geen enkele twijfel over bestaan wie de slechterik in deeltje 2 zal zijn. Een goede keuze? Wait and see.

De keuze van Nolan om af te stappen van een Burtonesk Gotham City in ruil voor een soort futuristisch vervallen Chicago werd tot nu toe niet door iedereen gesmaakt, maar is voor ons een geweldige keuze. Het brengt Batman waar hij moet zijn: een stukje verder weg van de verbeelding en een beetje dichter bij onze realiteit waarin we met z’n allen gek gemaakt worden door angst. De boodschap van de Dark Knight dat angst een slechte raadgever is, lijkt op het eerste gezicht naïef en prekerig, maar wie er even over nadenkt beseft dat dat meer dan ooit het geval is. Christopher Nolan brengt ons de juiste Batman in de juiste tijd.


Titel: Batman Begins
Genre: Comic-adaptatie
Speelduur: 2u20
Regisseur: Christopher Nolan
Acteurs: Christian Bale, Michael Caine, Liam Nesson, Morgan Freeman, Gary Oldman, Ken Watanabe, Katie Holmes, Cillian Murphy, Tom Wilkinson, Rutger Hauer