De film die één van de symbolen werd van de vrijgevochten hippiegeneratie uit de jaren zestig, blijft na al die tijd nog als een onverwoestbare rots overeind. Eén van de aangesneden thema’s is immers opnieuw iets van deze generatie geworden.
Wyatt (Peter Fonda) en Billy (Dennis Hopper) hebben net enkele kilo’s verdovende middelen verhandeld en besluiten met hun verdiende geld een trip dwars door de Verenigde Staten per motorfiets te ondernemen. Ze hebben genoeg van het leven dat ze leiden en besluiten op zoek te gaan naar iets wat ze hun persoonlijke vrijheid noemen. De vrijheid die iedereen zou moeten hebben om zich ten volle te ontplooien binnen de jachtige maatschappij. De vrijheid die iedereen in staat stelt om alles te doen en te laten en zodoende gelukkig te worden als individu. Tijdens deze avontuurlijke trip ontmoeten ze verschillende mensen die hun kijk op de wereld grondig doen veranderen. In de vorm van lifters, bajesklanten, sekteleden en tooghangers steken ze heel wat nieuw gedachtegoed op. Ook ontdekken ze dat er mensen bestaan die het niet kunnen vinden met hun vrijgevochten levensstijl, die zich hierdoor bedreigd voelen en dat ook openlijk met woorden en daden laten merken. Een vorm van discriminatie en onverdraagzaamheid die heden ten dagen in onze maatschappij nooit veraf is.
Er worden heel wat drugs gebruikt doorheen de film, gaande van een licht jointje tot zware LSD. Eén van de trips die het tweetal samen met enkele hoertjes beleeft, zorgde in de jaren zestig voor heel wat opschudding. Het beeldresultaat is tegelijk psychedelisch, abstract en surrealistisch. Het is een soort kortfilm binnen de film die meteen ook voor een keerpunt zorgt. Op het einde van de rit zijn de twee antihelden heel wat wijzer geworden, maar spijtig genoeg is het giftige kennis die ze hebben vergaard. Het duo weet dat er geen weg terug is naar het “oude” leven dat ze ooit leidden. Uiteindelijk komt er aan hun zoektocht een erg abrupt einde, dat zowel symbool staat voor het toppunt van racisme, zinloosheid als waanzin.
Easy Rider is een mijlpaal van een film die ondanks zijn respectabele leeftijd nog steeds niets van zijn rauw-realistische kracht verloren heeft. Het is een film die je mee terug neemt naar de decenniumwissel tussen 1960 en 1970; toen de hippies de plak zwaaiden als zijnde het nieuwe jongerenfenomeen. Een tijd waarin niet enkel joints werden gerookt en lang haar werd gegroeid, maar waar ook veel nieuwe creatieve dingen werden uitgeprobeerd op gebied van muziek, mode en film. De prent kwam uit ten tijde van het legendarische Woodstock muziekfestival, en werd ingeblikt in het jaar dat zowel president Kennedy als Martin Luther King (beide twee iconen van hun tijd) vermoord werden. Neem daar ook nog eens de voorbereidingen inzake de Viëtnamoorlog bij, en het hoeft niet veel uitleg dat het moreel van veel Amerikanen zodanig laag zat, dat er nog maar weinig geloof aan het toenmalige establishment kon worden gehecht. Deze bittere woede wordt prima geventileerd in Easy Rider, zodat veel mensen zich nauw verwant met de prent voelden. Ook Hollywood kreeg hierdoor oog voor de wensen van de jeugd op bioscoopvlak, en gooide vanaf dan de deur wagenwijd open voor kritische drama’s.
Easy Rider is voor een groot stuk verantwoordelijk voor het wereldwijd vertakken van de independent film, in veel gevallen een kunstzinniger en spiritueler alternatief voor de traditionele Hollywood-cinema. Deze low budget film werd gemaakt voor een habbekrats van vierhonderdduizend dollar, en bracht maar liefst veertien miljoen terug in het laatje. Experimentele cinema was nog nooit zo lucratief geweest. Tot slot is het ook dankzij een memorabele bijrol als drinkende advocaat dat Jack Nicholson is uitgegroeid tot een wereldster. Na al die jaren heeft Easy Rider zeker zijn plaatsje tussen de belangrijkste filmklassiekers uit de geschiedenis verdiend!
Elke maand stoffen we bij Movie een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.