Hoewel sommige cynische (of niet beter wetende) geesten misschien van mening zijn dat een filmschool een verderfelijk oord is waar aspirant-regisseurs in onvervalste A Clockwork Orange-stijl in stoelen gebonden worden én met de oogleden door grijphaken omhooggetrokken lijdzaam de meest obscure, kunstzinnige films moeten bekijken, is het een foute veronderstelling die we hen echter kunnen vergeven. De “filmschool” is altijd een alternatieve opleiding geweest en voor veel ouders is het vooruitzicht dat hun kroost het leven van een artiest kiest eenvoudigweg “not done”. Gelukkig zijn die waanideeën de jongste jaren sterk vermindert en bewijst de output van de nieuwe, jonge regisseurs steeds opnieuw dat er, hier in het kleine Vlaanderen, heel wat talent te vinden valt.
Aanvankelijk leek de jonge cinematografische garde vooral actief in Brussel, aan het Rits, maar recent zagen we ook onweerlegbaar talent in Gent de kop opsteken. Vorig jaar won de tweeëntwintigjarige Jonas Geirnaert met zijn Flatlife nog de juryprijs op Cannes voor de beste korte animatiefilm en zagen we het onderschatte Steve + Sky van Felix van Groeningen in de bioscopen. Elk jaar organiseert het KASK een minifestival in Gent en daar worden de eindwerken van de laatstejaars en enkele kortfilms van studenten van de eerste drie jaren voorgesteld. Woensdag 22 juni 2005 was het weer zover. Het drie uur (!) durende programma dat een overzicht toonde van het verrichte werk uit het eerste, tweede en derde jaar ging in de namiddag in Film-Plateau in Gent door en bood een veelheid aan ideeën, stijlen en verhaallijnen. Toch viel ons vooral op dat er weinig opzienbarende werken tussen zaten en op een paar in het oog springende korte documentaires na (zoals het te korte maar bijna als een visuele mop opgebouwde Rosita – “en dan geef ik ze een pijpbeurt” bleek een hilarische pointe) viel er niet veel te beleven.
We vestigden onze hoop dan maar op de eindwerken die ’s avonds in de Sphinx te Gent zouden worden voorgesteld. Naast een niet kleine groep animatiestudenten (die de hete adem van Geirnaerts succes ongetwijfeld in hun nekken voelen) studeerden er drie regisseurs van de optie Medium-Film af en ze realiseerden elk een korte fictiefilm.
IJsberen van Jan Tillon bleek een niet altijd geslaagd, ietwat rommelig verhaal over een stille, op het knappe meisje van de ijskar (Maaike “De Indringer” Neuville) verliefde jongen die af te rekenen heeft met een stoere ladykiller (een cameo van Titus Devoogdt) én een dildo’s als Tupperware aanprijzende, licht geschifte moeder. De half gesuggereerde, onuitgesproken incestueuze relatie tussen moeder en zoon is interessant maar wordt nooit uitgewerkt en het geheel kabbelt onopvallend naar een lauwe conclusie. IJsberen mocht, wat ons betreft, gemener en meer doordrongen van een niet sterk genoeg aanwezige zwartkomische ondertoon.
Steve Van Damme’s Beloofd vonden we dan heel wat beter. Toegegeven, het verhaal over een jongetje (Foeke van Haver) dat met zijn oma (Marilou Mermans) in een huis in een bos woont en er geconfronteerd wordt met een uit het niets opdagende man (Tom Waes) die al dan niet zijn vader is, lijkt geen voer voor een door spanning en intrige voortgestuwde kortfilm maar Van Damme maakt al vlug zijn bedoelingen duidelijk en baadt zijn film in een mooie, door de knappe fotografie van Renaat Lambeets geholpen sfeer. De drie personages wisselen weinig woorden uit en Van Damme laat de stiltes en de van de buitenwereld afgesloten leefruimte van de personages (we weten nooit waar de man vandaan komt of in welke tijd het verhaal precies speelt) voor zich spreken. Van de acteerprestaties onthouden we vooral Tom Waes die, na zijn rol als de agressieve broer van Bart De Pauw in Het Geslacht De Pauw, bewijst dat hij meer in zijn mars heeft. Beloofd is braaf en weinig vernieuwend maar degelijk gemaakt en biedt een blik op de visuele stijl van een nieuwe regisseur.
Love’s Lost & Happiness vertelt het verhaal van een man (Bruno “Het Eiland” Vanden Broecke) die eindelijk de leeftijd bereikt heeft waarop hij zich volwassen dient te gedragen. Zijn vrouw (Tine “Het Peulengaleis” Embrechts) gebiedt een neef om “nonkel” met een camera te vergezellen terwijl die, in een poging om een midlifecrisis te overwinnen en de liefde voor zijn vrouw te herontdekken, zijn ex-vriendinnen gaat opzoeken. Wat een confronterende tocht zou moeten worden mondt uit in een absurd- komische docusoap als “nonkel” met de dochter van een van zijn oud-lieven tussen de lakens duikt en uiteindelijk de steeds achter de camera verscholen neef zijn lusten niet langer kan bedwingen. Wij wisten Lieven Van Droogenbroecks eindwerk het meest te appreciëren. Van Droogenbroeck is erin geslaagd een grappig, zelfs aandoenlijk karakterportret te realiseren en schuwt satirische elementen zoals de hele reality luchtbel en de drang van de “gewone man” om gefilmd te worden niet. Het wordt meteen ook duidelijk dat Van Droogenbroeck geïnteresseerd is in de mens met al zijn kleine kantjes en hoewel we het al dan niet karikaturale van de personages en de misschien iets te eenvoudige ontknoping als discussiepunten kunnen zien, liet Love’s Lost & Happiness ons met een tevreden gevoel achter. Dit is zeker niet het meest originele werk (er zijn parallellen met High Fidelity, waarin John Cusack ook al zijn ex-vriendinnen met een bezoek vereert en binnenkort verschijnt Jim Jarmusch’s Broken Flowers, een film waarin Bill Murray’s personage eveneens de vrouwen uit zijn leven gaat opzoeken) maar als kortfilm vonden we dit een onpretentieuze, goed gemaakte en amusante kijkervaring.
De animatiefilms waren alweer ongelooflijk divers en bewezen nog maar eens de mogelijkheden en de kracht van het medium. Niet alle films lieten echter een onuitwisbare indruk achter en sommige producties onthouden we vooral omwille van ergernis (het door Kubrick geïnspireerde Darkrooms: A Loss of Logic vonden we onsamenhangend, oninteressant en ronduit verwarrend pretentieus geleuter) maar het meest genoten we van Mr. Tiddles Searches for the Aurora; mooi werk over een kat die, geholpen door een walrus, op Antarctica op zoek gaat naar het Noorderlicht; For Butter or Worse; een door licht infantiele grappen geplaagde doch best amusante cartoon over een iets te enthousiaste pseudo-wetenschapper en De Sussen en de Geuzen, een misschien iets te veel door Flatlife geïnspireerde (de openingsmuziek!) maar erg plezante kortfilm over de rivaliteit tussen twee fanfares. Andere animatiefilms bleken te vaak chaotische en zelfs irriterende beeld- en geluidsstormen; net geen migraine- en epilepsieaanvallen veroorzakende warrige toestanden waar wij alvast geen boodschap aan hadden.
Een nieuwe groep artiesten gooit zichzelf op de markt en het wordt afwachten wie uiteindelijk de belofte waarmaakt. Kaskfilms 2005 bood alvast niet de meest overweldigende groep talenten, met eindwerken die meer wel dan niet vlees noch vis bleken, maar wij vestigen onze hoop op de toekomst en de Belgische filmwereld die er alweer enkele interessante artiesten bij heeft. Cut!