Matilda, De Grote Vriendelijke Reus, Joris en de Geheimzinnige Toverdrank, De Griezels, De Reuzenperzik, De Fantastische Meneer Vos,… het veelzijdige oeuvre van de in 1990 overleden Britse auteur Roald Dahl heeft een plaats verworven in de harten van kinderen overal ter wereld. Zijn jeugdboeken (vaak geïllustreerd door Quentin Blake) worden gekenmerkt door kleurrijke personages, absurde verhaallijnen en zwarte humor. Hoewel enkele van zijn boeken hun weg naar het witte doek vonden (een animatiefilm van de GVR, Danny De Vito’s Matilda, Henry Selick’s stop-motion film James and the Giant Peach, Nicolas Roegs knappe The Witches en uiteraard Willy Wonka and the Chocolate Factory uit 1971 met Gene Wilder) bleven bigbudget verfilmingen uit en werd Dahls fantasierijke universum nooit echt, met alle toeters en bellen die Hollywood kan aanwenden, op het scherm tot leven gebracht. Tot nu.
Een verfilming van Charlie and the Chocolate Factory (of de net geen kokhalsneigingen veroorzakende Nederlandse titel Sjakie en de chocoladefabriek) anno 2005 bleek voor de makers een sterk bekritiseerde onderneming. De fans van het boek eisten trouw aan het geschreven woord maar vooral de liefhebbers van de Gene Wilder film ergerden zich aan wat ze als een ongeïnspireerde update én remake zagen. De marketingafdeling deed er alles aan om het publiek ervan te overtuigen dat de film geen remake maar wel een nieuwe versie van Dahl’s boek was en uiteindelijk leek de storm te luwen. Meer nog, Charlie dreigt momenteel een beetje te verdwijnen tussen de vele blockbusters die de bioscopen domineren. Dat zou zonde zijn want deze Chocolate Factory blijkt een fantastisch gemaakte, grappige en licht psychedelische interpretatie van Dahl’s boek.
Charlie Bucket (de beloftevolle Freddie Highmore uit Finding Neverland) woont samen met zijn ouders (Noah Taylor en Helena Bonham Carter) en vier bedlegerige grootouders in een armtierig, scheefgetrokken huisje. Hij droomt van een beter bestaan en luistert enthousiast naar de verhalen van Opa Joe (een aanstekelijk opgewekte David Kelly). Als het nieuws de wereld bereikt dat de illustere Willy Wonka (Johnny Depp), de excentrieke eigenaar van een mysterieuze chocoladefabriek, vijf kinderen in zijn fabriek uitnodigt, ontstaat er een ware mediaheisa. In slechts vijf chocoladereepverpakkingen zitten Gouden Tickets verborgen en de gelukkigen die de tickets weten te bemachtigen, mogen Wonka’s wereld betreden. Terwijl Charlie met lede ogen toekijkt hoe de ene na het andere hatelijke kind een ticket te pakken krijgt en zijn eigen wanhopige pogingen op niets uitdraaien, verliest hij de hoop. Tot hij op een dag, in een laatste wanhoopsdaad een reep koopt en er het allerlaatste ticket vindt. De poorten van de chocoladefabriek zwaaien open en de vijf kinderen, elk bijgestaan door een volwassene ontmoeten Wonka. Het wordt een waanzinnig bezoek dat ze nooit zullen vergeten!
Wij moeten het eerlijk toegeven: wij hebben altijd een zwak gehad voor de films van regisseur Tim Burton. Je kan zijn werk niets meer dan te uitdrukkelijk in sprookjesachtige Gothic of felle kleurenpracht ondergedompelde stijloefeningen vinden, maar sinds zijn Pee-wee’s Big Adventure bewees de man zich met films als Edward Scissorhands, Ed Wood, de eerste twee Batman films, Beetle Juice en Sleepy Hollow als een regisseur met een geheel eigen stijl. Zelfs weinig geprezen producties zoals het onderschatte Mars Attacks! weten wij te smaken en met de remake van Planet of the Apes bewees Burton dat iedereen wel eens een slechte dag heeft. Zijn Big Fish uit 2003 is zijn meest volwassen film; een prachtige prent over ouderschap, opgroeien en de kracht van de fantasie. Met Charlie and the Chocolate Factory gooit hij alle remmen los en wat blijkt; de samensmelting van Dahl en Burton levert prachtige resultaten op. Vanaf de grandioze openingsgeneriek en de naargeestige, ondergesneeuwde straten en huizen tot de onvervalste eye candy die hij ons in de fabriek voorschotelt, is deze film een lust voor het oog. Dit is misschien wel Burtons puurste film sinds Scissorhands en net zoals ook in die film laat hij het niet na om maatschappijkritiek te uiten. Let maar eens op de scène waarin Mr. Salt (James Fox), de vader van de rotverwende Veruca (Julia Winter), zijn werkneemsters opdraagt om aan de lopende band chocoladerepen te openen, op zoek naar een felbegeerd Gouden Ticket.
Zoals al eerder in Scissorhands, Burtons meesterwerk Ed Wood en Sleepy Hollow voelt Johnny Depp zich opnieuw thuis in de wereld van Burton. Hij brengt Willy Wonka op een misschien licht controversiële maar erg interessante manier tot leven. Zijn Wonka is een aanvankelijk angstaanjagend veel op Michael Jackson lijkende weirdo, een groot kind dat er nooit in geslaagd is om de moeizame relatie met zijn vader (een koele maar onmiskenbaar aanwezige Christopher Lee), een tandarts, achterwege te laten. Depp vertolkt Wonka dan ook als een ietwat psychotische zonderling die er problemen mee heeft om het woord ouders over de lippen te krijgen en die er niet voor terugdeinst om irriterende kinderen een les te leren.
Toegegeven, het verhaal van The Chocolate Factory is eenvoudig en stelt inhoudelijk weinig voor. De film kan een episodestructuur niet vermijden als de personages, eens ze de fabriek betreden, van de ene naar de andere kamer gaan om er een avontuur waarbij telkens een van de vijf kinderen “gestraft” wordt te beleven. Elk bezoek wordt afgerond met de verschijning van de Oompa Loompa’s (kleine wezens die allemaal vertolkt worden door een acteur: Deep Roy) die in diverse muziekstijlen een lied brengen. Dit zal sommige kijkers irriteren want Burton kan onmogelijk beletten dat de film, tijdens deze toch wel leuk gechoreografeerde en knap vormgegeven scènes, nagenoeg volledig stilvalt. De muziek van Danny Elfman, die ook de songs van de Oompa Loompa’s schreef, is echter uitstekend. Elfman duwt, net als zijn regisseur, de creatieve gaspedaal volledig in en levert wervelende filmmuziek af die fantasierijke composities met Elfmans kinetische werk uit zijn dagen als lid van de groep Oingo Boingo combineert.
Burton slaagt er wel in om de achtergrond van Wonka aan de hand van flashbacks uit te werken en toont ons in een plezante scène waar de Oompa Loompa’s vandaan komen. De scènes in de fabriek zijn, op een paar uitzonderingen na, ronduit fantastisch. De prachtige groene tuin vol snoepgoed en de chocoladerivier, de wilde rit in een boot die eruitziet als een roze zeepaardje, de testruimte waar eekhoorns de kwaliteit van noten testen… het ziet er allemaal ongelooflijk uit. Niet alles is even succesvol (de televisieruimte blijft een beetje overbodig) en dit is ontegensprekelijk een voorbeeld van stijl boven inhoud (een opmerking – voor velen een verwijt – waar Burton zijn hele carrière lang mee geconfronteerd wordt), maar als de verpakking er zo goed uitziet en de hele cast en crew voluit gaat, dan kunnen wij alleen maar met ogen groot als schoteltjes, alsof we opnieuw tien jaar oud zijn, naar de illusie staren en hopen dat we, ooit eens, zelf een Gouden Ticket in onze gretige knuisten kunnen klemmen.
Titel: Charlie and the Chocolate Factory
Genre: fantasy / jeugdfilm
Speelduur: 1u45
Regisseur: Tim Burton
Acteurs: Johnny Depp, Freddie Highmore, David Kelly, Helena Bonham Carter, Christopher Lee, Noah Taylor, James Fox, Missi Pyle