Regisseur Paul Schrader had nooit gedacht dat hij de première van zijn Exorcist: The Beginning nog zou meemaken. De opnames van de film leken vervloekt en na een aanvaring met productiehuis Morgan Creek werd zijn film zonder pardon in de kluis opgeborgen. Pas na lang aandringen (en het floppen van de ‘andere’ versie van The Beginning) kreeg Schrader opnieuw de kans om de film af te werken. En nu zijn versie helemaal klaar is, wordt pas duidelijk hoe dom Morgan Creek is geweest om het project af te schrijven. Deze originele prequel blijkt namelijk een zeldzame triomf van kunst boven commerie.
Even alles opnieuw samenvatten. Want hoe zat de vork nu ook alweer precies in de steel? Was er vorig jaar al niet een film die Exorcist: The Beginning heette? Helemaal waar. Alleen was dat niet de film die u vanaf nu kan gaan bekijken. Deze versie werd geregisseerd door Paul Schrader, de film die begin dit jaar in onze zalen liep door Renny Harlin. Toevallig twee films met dezelfde titel, dus? Niet helemaal. Want er zit een verhaal achter. En dat gaat als volgt.
In 2001 kreeg producent James G. Robinson het idee om een nieuw deel in de langlopende Exorcist-reeks te draaien. The Exorcist III, het voorlopig laatste deel uit de reeks, was op dat moment alweer tien jaar oud, maar de release van de The Exorcist – Director’s Cut bewees dat er nog steeds leven in de franchise zat. Robinson’s productiehuis Morgan Creek had de rechten op de reeks in handen, en Robinson besloot werk te maken van een nieuw vervolg. Hij bestelde een scenario bij Terminator 2-scenarist William Whisher, die de opdracht kreeg om een pittige prequel te schrijven over de jeugdjaren van Father Merrin. Wisher’s scenario werd goedgekeurd, maar kreeg naderhand toch nog een opknapbeurt van de bekende schrijver Caleb Carr. Producent Robinson was ondertussen op zoek naar een regisseur en kwam terecht bij John Frankenheimer, die veel indruk op hem had gemaakt met zijn films The Manchurian Candidate en Black Sunday.
Helaas was de slechte gezondheid van Frankenheimer een flinke streep door de rekening en Robinson vond geen enkele verzekeringsmaatschappij die bereid was om Frankenheimer te verzekeren tijdens de uitputtende opnames in Marokko. Frankenheimer zag in dat hij de film op die manier niet kon draaien en gaf het project uit handen. In een van die vele vreemde Hollywood-toevalligheden viel het scenario van Exorcist: The Beginning in de schoot van Paul Schrader. Nu was Schrader niet bepaald de meest logische regisseur voor een commerciële horror-sequel. Het gros van zijn films en scenario’s (waaronder Hardcore, American Gigolo en Auto Focus, en de scenario’s voor Martin Scorsese’s Taxi Driver en Raging Bull) waren intieme, vaak sombere beslommeringen van een auteur/regisseur die in Hollywood amper een poot aan de grond had gekregen. Maar tot ieders verbazing was Schrader bereid om het project te adopteren, en met Stellan Skarsgard als vervanger van Liam Neeson (die oorspronkelijk de rol van Father Merrin zou spelen), vertrok de ploeg naar Marokko voor de opnames.
Paul Schrader was naar eigen zeggen behoorlijk in zijn nopjes tijdens de opnames. Hij kreeg het modernste materiaal ter beschikking gesteld en kon nauw samenwerken met cameraman Vittorio Storaro, die in het verleden Coppola’s Apocalypse Now en Bertolucci’s The Last Emperor had gefilmd. Bovendien lieten de ‘zware jongens’ van Morgan Creek hem tijdens de opnames met rust en hij kon ongestoord zijn eigen ding doen. Toch vond Schrader het eigenaardig dat de producenten hem aan de slag lieten gaan met een budget van 35 miljoen dollar en een scenario dat veel ‘intelligenter’ was dan je van een moderne horrorsequel zou verwachten. Voor het tekenen van zijn contract had Schrader bovendien een aantal eisen gesteld. Hij vond namelijk niet dat hij moest proberen om de originele film te imiteren; veel liever wilde hij een prequel draaien die de sfeer en ideeën uit die film benaderde. Exorcist: The Beginning zou dus geen draaiende hoofden of kotsende demonen opvoeren, maar moest een intellectueel duel worden tussen Father Merrin en de demon Pazuzu. Blijkbaar hadden de producers van Morgan Creek geen problemen met die voorwaarden. Het scenario was immers al goedgekeurd en iedereen vertrouwde erop dat Schrader een film zou maken die ook aan hun eisen voldeed.
Maar helaas zou dat de laatste keer zijn dat Morgan Creek en Paul Schrader op dezelfde golflengte zaten. Want wat ze bij Morgan Creek even vergeten waren, was dat Schrader een regisseur is met een heel eigen visie; een verteller van verhalen die graag zijn eigen ideeën doordrukt. Een kermisattractie moesten ze van hem niet verwachten. Helaas kwam dat besef er pas toen de film al bijna was ingeblikt. Er moesten dus drastische maatregelen genomen worden om ervoor te zorgen dat het project geen dure flop zou worden. Tijdens de laatste week van de opnames kreeg Schrader een verontrustende memo. Blijkbaar vonden de producers van Morgan Creek zijn film niet spannend genoeg en hadden ze meer bloed en shocks verwacht. In een poging om de film toch nog van de nodige gruwel te voorzien, eisten ze dat Schrader een paar boe!-momenten in zijn film verwerkte. Schrader deed wat hem werd opgedragen en begon daarna aan de ruwe montage van de film. De eerste versie van The Beginning klokte af op ruim twee uur en was volgens Schrader de film die hij zelf graag had willen zien. Maar al na eerste de screening met Robinson en de andere producenten van Morgan Creek werd duidelijk dat het resultaat helemaal niet naar hun zin was. “Knip er tien minuten uit”, was de boodschap. “Je hebt een week de tijd.” Een week later had Schrader een nieuwe versie van de film afgewerkt, maar ook die was niet naar de tevredenheid van de producers. Schrader bood aan om opnieuw aan de film te werken, maar al de volgende dag kreeg hij te horen dat zijn diensten niet meer gewenst waren. Hij was ontslagen.
Ondertussen werd duidelijk dat Morgan Creek al tijdens de post-productie van Schrader’s versie in alle stilte begonnen was met het ‘redden’ van de ‘onmogelijke film’. De Finse actie-regisseur Renny Harlin, die eerder al Die Hard 2 en Deep Blue Sea had gedraaid, werd ingehuurd om een aantal reshoots te doen. Maar Robinson vond zelfs dat niet genoeg om de film ‘commerciëler’ te maken en gaf regisseur Harlin dertig miljoen dollar om helemaal opnieuw te beginnen. Schrader’s versie werd opgeborgen in de kluis en het scenario van Carr en Wisher alweer herwerkt, deze keer door Alexi Hawley, die op vraag van de studiobazen meer bombastische horrorelementen (en een love interest voor Merrin) aan het scenario toevoegde. Het grote probleem was wel dat een aantal hoofdrolspelers niet meer beschikbaar waren tegen de tijd dat de reshoots konden beginnen. Maar ook op dat gebied werden kosten nog moeite gespaard: de belangrijkste rollen werden gewoon opnieuw gecast. Izabella Scorupco kreeg de rol die in Schrader’s versie door Clara Bellar werd gespeeld, James D’Acy verving Gabriel Mann in de rol van Father Francis, en het personage van Billy Crawford (die de gehandicapte jongen Cheche speelt) werd gewoon uit het scenario geschrapt. Alleen Stellan Skarsgard kon blijven, al moest hij het gros van zijn scènes helemaal opnieuw spelen.
Tijdens de reshoots bleek namelijk dat Harlin maar weinig met de opnames van Schrader kon beginnen en gooide uiteindelijk zo’n tachtig procent van het gefilmde materiaal in de prullenbak. Na de intensieve reshoots kon Harlin wel een film voorleggen die aan de eisen van de producenten voldeed. Helaas betekende dat voor Schrader de definitieve doodssteek voor zijn versie. Renny Harlin’s nieuwe Exorcist: The Beginning kwam in augustus 2004 in de Amerikaanse zalen en ondanks het feit dat de critici hem niet lustten, bracht de film toch nog zo’n 40 miljoen dollar op. Voor Morgan Creek was dat helaas een grote ramp. Het totale Exorcist-debacle had hun bijna 80 miljoen dollar gekost, en zelfs met de inkomsten uit Europa en Azië (nog eens 30 miljoen dollar), was er van winst nog geen sprake. Toen Paul Schrader hoorde dat Morgan Creek op zoek was naar een manier om toch nog wat winst uit het zaakje te slaan, klopte hij aan bij Robinson. Hij wou hem overtuigen om hem zijn versie te laten afwerken, met het oog op een eventuele dvd-release. Morgan Creek gaf schoorvoetend toe en Schrader zag zijn kans schoon het project te redden. Hij monteerde de film volledig zoals hij hem voor ogen had en kon op de steun van een aantal Hollywood-collega’s rekenen (waaronder componist Angelo Badalamenti) om hem te helpen bij de afwerking.
Pas toen Schrader een kant-en-klare versie van de film kon voorleggen, begon Morgan Creek zich weer een beetje voor het project te interesseren. Niet dat ze van plan waren om er nog maar één cent in te investeren, maar omdat Schrader bleef geloven in het mogelijke succes van een bioscooprelease, lieten ze hem zijn gang gaan. Bovendien hadden de producenten opgevangen dat er ook binnen de internetgemeenschap nog steeds veel interesse was voor zijn versie van de film, en mocht een bioscooprelease uiteindelijk toch te hoog gegrepen zijn, konden ze de film nog altijd rechtstreeks op dvd uitbrengen. Ondertussen begon Schrader te peilen naar het interesse van de internationale filmverdelers en kwam terecht bij de Nederlandse distributeur Dutch FilmWorks, die beloofde werk te maken van een Nederlande release als Schrader zijn versie op het Brusselse Festival van de Fantastische Film geprogrammeerd kreeg. Dat leek te lukken, en toen de film in het programma was opgenomen, moedigde Schrader zijn cast en crew aan om allemaal naar Brussel te komen om de film te promoten. En ook dat lukte, zij het op eigen kosten.
Het moge duidelijk zijn dat de hele affaire rond Exorcist: The Beginning uniek is in de filmgeschiedenis. Het levert niet alleen twee films op die op elk gebied elkaars tegenpolen zijn; beide producties staan ook symbool voor de twee uitersten van Hollywood: kunst en commercie. De versie van Renny Harlin was een schoolvoorbeeld van een typische blockbuster: veilig, toegankelijk, spectaculair, maar ook hol, nietszeggend en weinig memorabel. Volgens de wetten van Hollywood de ideale publieksfilm. De aanvankelijk afgedankte versie van Schrader blijkt nu precies het tegenovergestelde te zijn. Schrader is een echte auteur die zelfs op een commercieel project zijn eigen stempel probeert te drukken. Zijn visie op The Exorcist ligt volledig in de lijn van zijn vorige werk. Geen goedkoop spektakel, maar een sombere, boeiend uitgewerkte doodsstrijd tussen een getormenteerde Father Merrin en de demon Pazuzu.
Hoe verschillend de twee films zijn, blijkt al uit de allereerste scène. Renny Harlin begon zijn Exorcist met een visueel indrukwekkend hoogstandje dat uiteindelijk niet zoveel met het verhaal te maken had. Regisseur Schrader pakt het helemaal anders aan en legt in zijn eerste scène de basis voor het belangrijkste thema uit de film. We zien hoe de jonge Lankester Merrin (Stellan Skarsgard) met een stuk of honderd dorpsgenoten door Nazi’s onder schot wordt gehouden. Het is 1944, Lankester Merrin woont en werkt in Nederland. De oorlog woedt in alle hevigheid en een luitenant Kessel van het Duitse leger (gespeeld door de Nederlander Antonie Kamerling) loopt zich verschrikkelijk op te winden over de moord op een van zijn manschappen. Hij is ervan overtuigd dat de moordenaar zich onder de dorpelingen bevindt en vraagt aan Merrin of hij weet het gedaan heeft. Merrin probeert uit te leggen dat de moordenaar waarschijnlijk allang gevlucht is, maar Kessel wil daar niets van horen. Hij riskeert gezichtsverlies en dwingt Merrin tien dorpelingen te kiezen die bij wijze van voorbeeld geëxecuteerd moeten worden. Merrin weigert natuurlijk en Kessel schiet zonder pardon een man overhoop om te bewijzen dat hij niet met zich laat spotten. In een ultieme wanhoopspoging vak Merrin op zijn knieën en smeekt de genade af van zijn God, maar Kessel is onvermurwbaar en sist “God is not here today, Priest!” Om te voorkomen dat het hele dorp slachtoffer wordt van Kessels willekeur, wijst Merrin tien dorpelingen aan die moeten sterven. Hij zou het zichzelf nooit vergeven en het incident zet zijn geloof in God op een laag pitje. Want waarom heeft Hij hem niet geholpen?
Als het Vaticaan na het einde van de oorlog ontdekt wat Merrin op zijn kerfstok heeft, moet hij noodgedwongen op sabbatsverlof. Eigenlijk heeft Merrin daar niets op tegen. Zijn geloof in God is verdwenen en het enige wat hem nog interesseert is archeologie. In opdracht van de kerk wordt Merrin naar een vallei in Kenia gestuurd waar hij de opgraving van een oude kerk in goede banen moet leiden. Tijdens de opgravingen ontdekt Merrin iets vreemds. De muren van de kerk zijn nog zo goed als nieuw en het lijkt erop dat de kerk na de voltooiing onmiddellijk weer werd begraven. Als ook de poort wordt blootgelegd, blijkt dat de kerk (per ongeluk?) werd neergezet op een heidense tempel. Merrin vreest dat de opgravingen wel eens kwalijke gevolgen zouden kunnen hebben, maar krijgt helaas niet veel tijd om het zaakje verder uit te zoeken. Het Britse leger is in aantocht en de schreeuwerige sergeant Harris wil meteen de omliggende dorpjes in het gareel brengen. Het feit dat Merrin en zijn assistent Father Francis nooit problemen hebben gehad met de lokale bevolking, is voor de soldaten geen argument. Maar hun bruutheid gaat niet onopgemerkt voorbij. Als het tussen de Britten en de dorpelingen tot een handgemeen dreigt te komen, wordt een onschuldige man zomaar geëxecuteerd. Merrin krijgt meteen visioenen van de gebeurtenissen tijdens de oorlog en begint de menselijke aard meer en meer te haten. Na een gesprek met Father Francis besluit hij dat het kwade diep in de mens geworteld zit, en de Duivel slechts een verzinsel is. “De duivel bestaat niet, dus is er weinig reden om aan te nemen dat God wel bestaat.”
Maar ook die overtuiging mag Merrin gauw weer overboord gooien. Want na het openen van een crypte in de begraven kerk, beginnen er in de vallei vreemde dingen te gebeuren. Een gehandicapte jongen geneest veel sneller dan verwacht, een vrouw bevalt van een dode baby, twee Britse soldaten komen op gruwelijke wijze om het leven en de koeien eten de kadavers van dode hyena’s. In de originele Exorcist, van regisseur William Friedkin uit 1974, wordt verwezen naar een uitdrijvingsritueel dat Merrin bijna het leven heeft gekost. Het is niet helemaal zeker of dat slaat op de gebeurtenissen in The Beginning, maar wat Merrin moet doorstaan, grenst aan het onmogelijke. Want in tegenstelling tot het origineel (en de versie van Harlin) is de demon die Merrin zal uitdagen geen tierende, kotsende druktemaker, maar een welbespraakte intrigant die hem op alle mogelijke manieren tot het kwaad probeert te verleiden. En in plaats van dat te doen met indrukwekkend arsenaal vuurwerk, confronteert hij Merrin op een meesterlijke manier met een zonde uit zijn eigen verleden. Op dat moment wordt meteen ook duidelijk waarom deze versie van The Beginning in de kast is verdwenen. Het scenario is gewoon té slim, en de uitwerking té subtiel om aan een ‘doorsnee’-publiek als lichtverteerbaar horrorvoer te kunnen verkopen. Productiehuis Morgan Creek had natuurlijk moeten weten dat Schrader geen doorsnee-horrorfilm zou afleveren, maar met hun beslissing om de film gewoon te schrappen hebben ze zichzelf letterlijk in de voet geschoten. Het is niet gezegd dat Schrader’s versie van The Beginning de kassa’s wel had doen rinkelen, maar ze hadden in elk geval met een film kunnen uitpakken die meer te bieden had dan wat goedkoop vertier voor een zaterdagavond.
Hoe serieus Schrader het met zijn film meent, blijkt duidelijk uit serieuze toon en de sobere maar verzorgde visuele uitwerking. De gruwelijke momenten zijn schaars en goed gedoseerd, en het sfeervolle camerawerk van Vittorio Storaro komt door de nieuwe montage veel beter tot zijn recht. Schrader hergebruikt voor de soundtrack handig aantal tracks die componist Trevor Rabin voor Renny Harlin schreef en kon zelfs op de goodwill van zijn vriend Angelo Badalamenti rekenen, die speciaal (en voor niets!) een nieuw hoofdthema voor de film componeerde. Aangezien Schrader veel tijd neemt om zijn verhaal te ontvouwen, komen ook de acteerprestaties veel beter tot hun recht. Vooral Stellan Skarsgard krijgt ruimschoots de gelegenheid om te schitteren. Schrader geeft hem veel ruimte om zijn personage uit te diepen en gooit hem nooit in een hectisch duel met een of ander special-effect. Ook de bijrollen worden een stuk zorgvuldiger uitgewerkt. Het personage van Clara Bellar is meer dan alleen maar een domme bimbo en, in tegenstelling tot Isabella Scorupco in Harlin’s versie, hoeft zij niet uit de kleren om de volgende goedkope shock in te leiden. Gabriel Mann is uitstekend als Father Francis en hoeft niet eens de trouwe sidekick te zijn. Hij heeft minstens evenveel branie als Merrin en legt hem dan ook regelmatig het vuur aan de schenen, vooral als ze weer eens kibbelen over de essentie van hun geloof. Zelfs popzanger Billy Crawford maakt onder Schrader’s regie een erg goede beurt. Het mag gerust een schande heten dat zijn rol zomaar uit Harlin’s versie werd geschrapt.
Het enige euvel dat ook Schrader niet heeft kunnen verhelpen is de ronduit slechte kwaliteit van de digitale effecten. Met de kunstmatig bijgewerkte landschappen is het wel in orde, maar de hyena’s en slangen komen nog steeds zo overduidelijk uit de computer dat zelfs een korte flits van de beestjes niet overtuigend is. Gelukkig hangt Schrader zijn film niet op aan de effecten en beperkt hij die scènes tot een minimum. Van de belabberd slechte hyena-aanval uit Harlin’s versie is bijvoorbeeld geen spoor te bekennen. Maar zelfs met die zwakkere elementen is Schrader’s versie van The Exorcist een film die staat als een huis. Niet alleen als toonbeeld van verzorgde opbouw en sterke sfeerschepping, maar ook als waardig luik in de Exorcist-reeks. En dat is toch al niet slecht voor een film die bijna begraven en vergeten was.
Titel: Paul Schrader’s Exorcist: The Original Prequel
Genre: Thriller
Speelduur: 1u57
Regisseur: Paul Schrader
Acteurs: Stellan Skarsgård, Gabriel Mann, Clara Bellar, Ralph Brown, Israel Adurama, Andrew French, Billy Crawford