IT'S ALL GONE PETE TONG

Half maf, half tragisch

Cineart Cineart Cineart Cineart
De interviews met echte dj’s en de tijdschriftcovers die in het begin van de film voorbijflitsen moeten de kijker doen denken dat dj Frankie Wilde echt bestaat. Niets is echter minder waar. Het enige echte in It’s all gone Pete Tong is de achtergrond waartegen alles zich afspeelt: het nachtclubleven in Ibiza met al zijn uitspattingen. Frankie Wilde daarentegen is wel degelijk een fictieve figuur.

Het eerste half uur van de film is inderdaad een goed gemaakte mockumentary. In heuse videoclipstijl krijgen we het leven van Frankie Wilde voorgeschoteld. Hij is de superster van één van de populairste nachtclubs van het eiland en dat heeft hem geen windeieren gelegd. In zijn designvilla kan hij zich immers tegoed doen aan drugs en alcohol en volgen de feestjes elkaar in razend tempo op. Het leven is dus één droom, maar dat blijft natuurlijk niet duren. Wilde wordt namelijk het slachtoffer van beroepsrisico nummer één onder de dj’s, namelijk doofheid. Hij kan zijn beroep niet langer meer uitoefenen, waardoor eerst het publiek hem in de steek laat en hij later ook nog eens gedumpt wordt door zijn niet al te trouwe vrouw en zijn overgestresseerde manager.

Regisseur Michael Dowse stelt het leven van de superdj aanvankelijk met de nodige zin voor maffe humor en overdrijving voor. Zo treedt Frankie als een heuse Christusfiguur de nachtclub binnen, kan hij tijdens een interview filosoferen over zijn flipflopverzameling en heeft hij met zijn echtgenote een zowat absurd gesprek over de titel van zijn nieuwe album. Maar als het noodlot toeslaat voor de dj, geldt dat helaas ook min of meer voor de film. Vanaf dat moment verandert de toon van de film namelijk iets te drastisch: gedaan met de hilarische toon, tijd voor een heus drama. We zien hoe Frankie in een zware depressie sukkelt en nadien met zijn handicap moet proberen leven en zijn brood verdienen. De komische hoogtepunten zijn dus dun gezaaid in het tweede deel van de film, maar ze zijn gelukkig wel geslaagd. Zijn zelfmoordpoging is hoe raar het ook klinkt een voorbeeld hiervan.

It’s all gone Pete Tong moet het dus minder hebben van de verdiensten van de regisseur, maar de film wordt enigszins gered door de geweldige soundtrack en vooral door de acteerprestatie van Paul Kaye, die de rol van de onfortuinlijke dj voor zijn rekening neemt. Kaye is in onze contreien niet echt bekend, maar aan de andere kant van de Noordzee is hij bekend geraakt als de komiek Dennis Pennis. Hoe dan ook, hij slaagt erin om van de illustere dj een geloofwaardige figuur te maken, wat gezien de onevenwichtige toon van de film toch geen makkie moet geweest zijn. Met overgave speelt Kaye zowel de dj die half stoned half dronken van zijn supersterstatus geniet als de man die wanhopig tot de conclusie komt dat hij zijn carrière kan vergeten en na zijn zenuwinzinking verbeten moet werken aan een nieuwe toekomst.

De titel van de film is overigens Cockney en betekent dat alles compleet fout gelopen is. Zo erg is het met de film nu ook niet gesteld, maar Dowse had zich beter ofwel beperkt tot de mockumentary of tot het drama in plaats van twee totaal verschillende genres in één film proberen te persen. En dat is toch een beetje zonde van het acteertalent van Kaye.


Titel: It’s all gone Pete Tong
Genre: Tragikomedie
Speelduur: 1u30
Regisseur: Michael Dowse
Acteurs: Paul Kaye, Mike Wilmot, Beatriz Batarda, Kate Magowan, Pete Tong, Dan Antopolski,