ZOMBIEFILMS

The return of the living dead!

UIP (Land of the Dead) Laurel (Night of the Living Dead) Laurel (Dawn of the Dead) Lamberto Film (Zombie 2) Laurel (Day of the Dead) Lions Gate (Braindead) Columbia (Resident Evil) Fox (28 Days Later) UIP (Dawn of the Dead 2004)
Zombies... Het is geen proper zicht! Van totaal paars uitgeslagen wezens tot wandelende lijken helemaal in staat van ontbinding. Lege oogkassen, gapende wonden, vermiste ledematen en dikwijls bewoond door smerige wormen en maden. Toch blijven miljoenen bioscoopgangers gefascineerd door de traag strompelende, naar hersenen en sappig mensenvlees hunkerende monsters. Sinds de eerste zombieprent White Zombie uit 1932 van Victor Halperin, met in de hoofdrol de legendarische Bela Lugosi, werden de bioscoopcomplexen om de zoveel tijd overspoeld door films met levende doden. Maar het is een zekere George A. Romero uit Pittsburgh die in 1968 het aanzien van het populaire subgenre voor eens en voor altijd zou veranderen met zijn onafhankelijk gemaakte lowbudget griezelfilm Night of the Living Dead. Nu zijn vierde deel Land of the Dead in de zalen komt, overlopen wij even de geschiedenis en de evolutie van het genre.

In de eerste films zoals White Zombie (’32), I Walked with a Zombie (’43), Voodoo Man (’44) en de Hammer-film Plague of the Zombies (’66) werden de levende doden terug tot leven gewekt door middel van voodoo. Van het ‘blood & guts’-gehalte, waarvoor het genre tegenwoordig bekend staat, is dan nog geen sprake. De films blinken dan weer wel uit in het brengen van sfeer en stijl. Vooral Plague of the Zombies, de eerste én enige zombiefilm ooit gemaakt door de beroemde en prestigieuze Hammer Studios, zou een belangrijke inspiratiebron vormen voor George A. Romero. Terwijl in 1968 de wereld zijn angstdosis nog haalde uit trage en dikwijls theatrale, met aanzwellende muziek volgestouwde griezelfilms, kwam reclamefilmer Romero op de proppen met zijn 114.000 dollar kostende debuut Night of the Living Dead. De rest is geschiedenis. Bij zijn release ging er een ware schokgolf door de wereldwijde filmgemeenschap, want niemand had het eerder aangedurfd om een productie uit te brengen met zoveel, althans voor die tijd, expliciet geweld en gruwel. Romero veranderde het concept ‘zombie’ helemaal. Weg met het totaal platgereden voodoogegoochel. Romero liet daarbovenop de kijker in het ongewisse van hoe ‘zijn’ kannibalistische creaturen ontstaan waren. De bioscoopgangers waren totaal gefascineerd en de film bleef maanden en maanden draaien voor volle zalen. Hoeveel de Night of the Living Dead in totaal heeft opgebracht weet niemand exact, maar het gaat hier over ettelijke miljoenen. George A. Romero is er spijtig genoeg niet rijk van geworden, want door een verplichte titelverandering (de oorspronkelijke titel Night of the Flesh Eaters bleek uiteindelijk al ingepalmd) is de sympathieke regisseur in al zijn haast de copyright op de titel Night of the Living Dead vergeten vast te leggen. Een fout die hij geen twee keer zou maken. Night of the Living Dead veranderde hoe dan ook voor eeuwig het aanzien van het genre en wordt door de gevestigde critici nog altijd gezien als een mijlpaal in de filmgeschiedenis.

Nadat Night of the Living Dead uitgroeide tot zo’n fenomeen, sprong bijna iedereen op de zombiewagen. Dit resulteerde in enkele echte toppers waarin het genre steeds meer de vorm krijgt zoals we die vandaag kennen. Vandaar dat volgens vele kenners en liefhebbers van het genre dé beste zombiefilms verschenen zijn in de jaren zeventig. Porky’s regisseur Bob Clark kwam zo op de proppen met de cultclassic Children Shouldn't Play with Dead Things (’72) en het interessante Deathdream (’74), dat overigens het FX-debuut was van “The Godfather of Gore” Tom Savini (Friday the 13th, Maniac). Ook amusant is Ken Wiederhorn’s sfeervolle Shock Waves (’77), met niemand minder dan Peter Cushing in de titelrol. Maar nieuwe hoogten werden bereikt toen Italië zich op de markt stortte met het door een heerlijk angstaanjagende sfeer gestuwde, doch schaamteloos onderschatte Non si Deve Profanare il Sonno dei Morti (’74) ofte Let Sleeping Corpses Lie van Jorge Grau. Terwijl de Spaanse (!) regisseur af en toe naarstig leentjebuur speelt bij Romero’s Night of the Living Dead, gooit hij op zijn beurt weer nieuwe dingen in de cirkel. Zo sterven de zombies bijvoorbeeld niet van kogelschoten, maar moeten ze verbrand worden om voor altijd dood te blijven. De grote inspiratie voor Lucio Fulci was ongetwijfeld het hoge realistische ‘gore’-gehalte in Let Sleeping Corpses Lie.

Hét hoogtepunt van het genre (en volgens sommige zelfs in de moderne film) werd bereikt met George A. Romero’s opvolger op Night of the Living Dead. De productie van het ambitieuze Dawn of the Dead - gebudgetteerd op 1,5 miljoen dollar, in coproductie met de Italiaanse horrorlegende Dario Argento (Deep Red, Suspiria) - liep niet van een leien dakje. Zo moesten er in het Monroeville winkelcentrum veel regels gehandhaafd worden en met de totale chaos die op de set heerste, mag het bijna een wonder heten dat de film er uiteindelijk gekomen is! Ook bij zijn release kreeg de film het niet makkelijk, want de Motion Picture Association of America dreigde om Dawn of the Dead, volgepropt met superbloederige effecten van Tom Savini, te voorzien van een commercieel niet aantrekkelijke X-rating - die toen eigenlijk nog uitsluitend bedoeld was voor pornofilms. Romero wilde niet buigen en overtuigde zijn verdelers om de film zonder rating uit te brengen, maar om in de publiciteitscampagne te duiden dat de film extreem gewelddadig was maar geen seks bevatte. Toen de film in de bioscopen gedropt werd, groeide deze uit tot een zo mogelijk nog grotere hit dan Night of the Living Dead. Dawn of the Dead bracht wereldwijd 40 miljoen dollar op, wat aangepast naar inflatie in de honderden miljoenen dollar zou lopen.

In Italië bracht Romero onder de supervisie van Dario Argento onder de titel Zombi een andere versie van Dawn of the Dead uit, met minder de nadruk op de sociale commentaar en meer op de sappige toestanden. En net in het land van de pizza en spaghetti zijn de copyrightregels helemaal anders vastgelegd, wat het mogelijk maakte dat er rip-off sequels op populaire films konden gemaakt worden. Dit wist producent Fabrizio De Angelis (Violent Naples, Emanuelle Around the World) uiteraard ook, die net aan een horrorproject bezig was samen met de toen nog onbekende regisseur Lucio Fulci (A Lizard in a Woman’s Skin, Don't Torture a Duckling). Om de film te linken aan de immens succesvolle Zombi (Dawn of the Dead) en zo een snel en makkelijk graantje mee te pikken, filmde men extra scènes in New York en titelde men de film Zombi 2 (’79). Fulci gaf gelukkig een eigen draai aan zijn ‘cash in’-sequel en greep terug naar het begin van het subgenre. Hij maakte opnieuw de link met voodoo, overgoot dit alles met een zeker gevoel van sfeer en voegde extreme bloederigheid toe (de beruchte “splinter in het oog”-scène is nog steeds onovertroffen!). De gedurfde combinatie bleek een schot in de roos te zijn en maakte van Fulci een begrip onder de horrorfans.

Het miljoenensucces van zowel Dawn of the Dead, als Zombi 2 zorgden ervoor dat de bioscopen in de eerste helft van de jaren tachtig overspoeld werden door de zombiefilm. Vooral de Italianen bleken bezige bijtjes en gaven de bloeddorstige horrorfans de gewilde mix van bloed, ingewanden en rotte zombies. Enkele op zijn zachtst gezegd ‘interessante’ uitschieters van deze periode zijn: Zombie Holocaust (’80), Incubo sulla città Contaminata ofte Nightmare City (’80), Inferno dei Morti-viventi wat zich laat vertalen als Hell of the Living Dead (’80), het lachwekkend onnozele Le Notti del Terrore beter bekend als Burial Ground (’80), Dead & Buried (’81) en de met borsten en billen gekruide Le Lac des Morts Vivants wat in het Engels Zombie Lake (’81) werd en diens sequel Oasis of the Zombies (’83) - originele titel La Tumba de los Muertos Vivientes. Maar de hoogtepunten van deze periode werden gerealiseerd door pioniers Lucio Fulci en George A. Romero. De kleine bebaarde Italiaan taste de grenzen van het genre af met de ultragore zombiefantasieën Paura Nella Città dei Morti Viventi, die in onze contreien uitgebracht werd als City of the Living Dead (’80), en L'Aldilà ofte The Beyond (’81), een film die door de critici aanzien wordt als zijn magnumopus. Met het soms onderschatte Quella Villa Accanto al Cimitero, beter bekend als The House by the Cemetery (’83), sloot Lucio Fulci zijn meest succesvolle periode uit zijn carrière af.

Tegen 1984 begon er stilaan sleet op de formule te komen, mede door de overkill en het minder kwalitatief worden van de producties. In deze hectische periode wilde George A. Romero net zijn meest apocalyptische visie op de toenmalige wereld realiseren met het derde deel in zijn zombiereeks. Maar om het script naar het grote scherm over te zetten had hij geld nodig en het benodigde budget van 7 miljoen dollar kreeg hij van de producenten alleen als hij een met een ‘R’ gekeurde prent zou afleveren; uiteraard om commerciële redenen. Romero heeft altijd als een onafhankelijke filmer bekend gestaan en liet zich zoals vanouds niets opleggen. Dit resulteerde in een halvering van het budget, waardoor Romero heel wat van zijn ambitieuze zombiesequenties heeft moeten schrappen. En daar ging het ongetwijfeld fout met Day of the Dead (’85), een film die overduidelijk ‘ingekort’ aanvoelt. Ondanks dat Day Of The Dead dé beste speciale effecten (wederom spectaculair gedaan door gore-meister Tom Savini) en het beste acteerwerk uit de reeks bevat, werd de horrorfilm niet zo warm onthaald qua kritieken. Ook commercieel schoot de film ten opzichte van Night en Dawn wat te kort. Toch heeft de 3,5 miljoen dollar kostende film een mooie (aangepast naar inflatie) 8 miljoen dollar opgebracht op ‘maar’ 168 schermen. Over de jaren heen hebben de zombieliefhebbers Day of the Dead meer en meer naar waarde weten te schatten en ondertussen is de film net als de eerste twee uitgegroeid tot een onvervalste zombieclassic.

Een andere reden waarom Day of the Dead wat wegzakte, was de concurrerende release van de zombiekomedie The Return of the Living Dead (’85), ironisch genoeg meegeschreven door John A. Russo en Russell Streiner van de originele Night of the Living Dead. Het is een bekend feit dat wanneer een bepaald soort genre aan het einde van zijn Latijn zit dat men het begint te parodiëren. Maar het moet gezegd dat regisseur Dan O'Bannon de film wist in te blikken met zo’n zwier en enthousiasme dat het niet verwonderlijk één van de laatste echt grote zombiehits van de “eighties” werd. De film is een perfect huwelijk van angst en humor, zonder te rammelen met de pilaren van het genre, iets wat de Scary Movie films bijvoorbeeld wél deden. De 4 miljoen dollar gebudgetteerde film ging op 16 augustus 1985 in Amerika in première en bracht het meer dan gezonde bedrag van 23 miljoen dollar (aangepast naar inflatie) op. Ook elders deed de film het prima. Niet verwonderlijk kreeg de prent in ’88 een weliswaar inferieur staartje met Return Of The Living Dead Part II, nochtans in een regie van zombiekenner Ken Wiederhorn (Shock Waves).

De jaren daarop werd het duidelijk dat het genre zijn laatste stuiptrekkingen aan het beleven was, met een poging van horrorlegende Wes Craven (A Nightmare on Elm Street, Scream) om een realistische zombiefilm te maken met The Serpent and the Rainbow (’88), de B-film The Dead Next Door (’88) die amper de videotheken haalde en Lucio Fulci die op zijn beurt zijn carrière terug op de rails probeerde te krijgen met Zombi 3 (’88). Flutregisseur Bruno Mattei (SS Girls, Violence in a Women's Prison) heeft echter in de helft van de opnameperiode de megafoon moeten overnemen, omdat Fulci het project had verlaten. Volgens geruchten ging zijn gezondheid toen al achteruit en moest hij het project wegens ziekte verlaten, terwijl anderen zeggen dat Fulci niet tevreden was waar de productie naartoe ging. Wat ook de reden is, het eindresultaat is een platte en betekenisloze bedoening. Toch was het genre nog niet helemaal ten dode opgeschreven. Zo maakte make-upexpert Tom Savini, onder productie van George A. Romero, John A. Russo en Russell Streiner, een prima remake van Night of the Living Dead (’90). De speciale effecten zijn, hoewel deze niet van Savini zelf zijn, erg goed en de film heeft een prima sfeer. Bovendien maakt de sterke cast een mooie update van de oorspronkelijke personages. De 4,2 miljoen dollar kostende remake bracht ongeveer 6 miljoen dollar in Amerika op en werd door de fans en critici over het algemeen goed onthaald, zodat Romero eindelijk ook eens wat geld kon verdienen aan die Night of the Living Dead.

Eén van de beste zombiefilms ooit is van de hand van Peter Jackson (Lord of the Rings-trilogie, King Kong). Braindead (’92) bevat dan ook alles waar de echte zombieliefhebber zijn lading van verschiet! Krankzinnige humor, vrachtladingen gore toestanden, vleesetende ratten, gemuteerde bomma’s en als kers op de taart een fantastische manier om uw grasmachine te smeren! Braindead staat geboekstaafd als dé bloedigste film aller tijden en groeide, nadat de prent met succes zijn ronde langs de filmfestivals had afgemaakt, uit tot een echt fenomeen onder de ‘splatter & gore’-liefhebbers. Met Brian Yuzna’s geflopte, doch spectaculaire splatterfestijn Return of the Living Dead 3 (’93) werd het zombietijdperk - voorlopig - afgesloten.

Het zou tot 2002 duren voordat de zombiefilm opnieuw ontwaakt uit de dood met de videogameverfilming Resident Evil (het beschamend slechte Children of the Living Dead uit 2001 bedekken we even met de mantel der liefde). De door Paul W.S. Anderson (Mortal Kombat, Alien Vs. Predator) geregisseerde film bleek een hersenloze en vooral bloedloze bedoening. Het is enkel maar gissen hoe het project er had uitgezien als ‘meester’ George A. Romero niet de deur zou zijn gewezen, nadat hij en de producenten het maar niet eens geraakten over het scenario. De 53 miljoen dollar kostende prent geraakt in thuisland Amerika niet helemaal uit de kosten en bracht maar 40 miljoen dollar op. International barste de film echter uit zijn voegen en bracht bijna 63 miljoen dollar op, waarop de dollartekens en het woordje ‘sequel’ volop tevoorschijn kwamen in de ogen van de producenten en Anderson. Die andere zombie videogameverfilming House of the Dead (’03) verging het héél minder goed en om ons respect aan het genre te betuigen vergeten we deze zelfs gewoon even…

Maar dé film die het genre weer volledig op de kaart plaatste is Danny Boyle’s Britse shocker 28 Days Later (’03), een film die duidelijk invloeden van Romero bevat en tegelijk dingen (de invoer van de snelle zombie) moderniseert om interessant te zijn voor de ‘nu’-generatie. Vooral de beelden van het desolate Londen hielden de bioscoopgangers in hun greep. De 15 miljoen dollar kostende horrorprent werd dan ook een wereldwijde hit en bracht in totaal 83 miljoen dollar op. Daarna was de zombiemicrobe niet meer te stoppen zodat we zelfs een Australische zombiefilm voorgeschoteld kregen. Undead (’03) van de gebroeders Spierig doet op zijn beste momenten wat denken aan een mix van Bad Taste en Braindead en bevat enkele echt indrukwekkende speciale effecten. De John Woo-invloeden en de hoge hoeveelheid bloedige toestanden maakten van Undead een echte festivaltopper.

Met de hele remakegekte die Hollywood sinds kort overgenomen heeft, was het uiteraard een kwestie van tijd voordat dé zombiefilm bij uitstek een remake zou krijgen. Eind 2003 doken dan ook de eerste geruchten op van een Dawn of the Dead remake. De vele fans schreeuwden moord en brand en het werd er allemaal niet beter op toen bekend werd dat het script van de nieuwe versie zou geschreven worden door James Gunn, die verantwoordelijk is voor de twee afgrijselijke live-action Scooby Doo-films, en dat de film gerealiseerd zou worden door een regisseur van ‘hippe’ reclamespots. Maar het kan verkeren want Dawn of the Dead (’04) bleek één van de beste horrorfilms van de nieuwe generatie. Regisseur Zack Snyder blikte de remake niet alleen in met veel liefde voor het subgenre (én voor Romero’s origineel), maar voerde tevens heel wat veranderingen door. Kijk maar eens naar de sterke openingsscène, die de kijker zonder enige genade bij de strot grijpt. Dawn of the Dead werd op 21 maart 2004 in Amerika uitgebracht. De 46 miljoen dollar gebudgetteerde film sloeg direct in als een bom en bracht in één weekend ongeveer 27 miljoen dollar op. Ook in de rest van de wereld werd de horrorprent erg goed onthaald. Tegen het einde van zijn wereldwijde bioscoopcarrière spaarde de in het begin als ‘overbodig’ verweten remake bijna 103 miljoen dollar bij elkaar. Dankzij het succes van de remake was Universal ook bereid om het nodige geld op te hoesten voor Romero’s lang doodgewaande vierde Dead-film.

De sequel Resident Evil: Apocalypse (’04) was op zijn beurt nog steeds een platte kinderbedoening, maar regisseur Alexander Witt - die het roer overnam van producent/schrijver Anderson - wist toch al de sfeer van het spel mee te geven waardoor de prent iets beter te pruimen is dan de eerste. Een echte aanrader was dan weer de Engelse ‘rom-zom-com’ (een romantische zombiecomedy) Shaun of the Dead (’04). Een meer dan geslaagde ode aan de zombiegenre - en dan in het bijzonder George A. Romero’s Dead-reeks - ingepakt in een jasje van typische Britse humor.

Wat brengt de toekomst ons nog? Met uitzondering van de door Romero geregisseerde zombiekomedie Diamond Dead, Tobe Hooper’s Zombies en de langverwachte remake van Day of the Dead (voorzien voor 2006) zijn het vooral sequels op beproefde formules. Zo kunnen we binnen afzienbare tijd gaan kijken naar 28 Weeks Later, Return of the Living Dead 4: Necropolis, Return Of The Living Dead 5: Rave To The Grave, Day of the Dead 2: Contagium, Resident Evil: Afterlife, Resident Evil 4, The Dead Next Door 2 en begrijpen wie het begrijpen kan House of the Dead 2: Dead Aim.

Maar dé belangrijkste zombiefilm van allemaal is natuurlijk het langverwachte vierde Dead-deel van de koning van het genre. We hebben er twintig lange jaren op moeten wachten, maar op 10 augustus is het dan eindelijk zover en kunnen we Land of the Dead (’05) in al zijn glorie gaan aanschouwen op het grote scherm. George A. Romero’s nieuwe film werd door de Amerikaanse critici alvast warm onthaald en ondanks dat Land of the Dead ongelukkig tussen al de zomerblockbusters gedropt werd, ziet het er naar uit dat ook deze zombiefilm een winstgevende affaire zal worden.

Lees hier  onze recensie van Land of the Dead.