Het enige probleem met het inhuren van een eigenzinnige regisseur voor een commercieel project is het gevaar dat je als studio een film gepresenteerd krijgt die niet voldoet aan de verwachtingen. Recent kreeg regisseur Paul Schrader nog het deksel op de neus toen hij een Exorcist-sequel inleverde die volledig vrij was van trillende bedden, roterende hoofden en goedkope shocks. Maar blijkbaar was filmstudio Buena Vista deze keer goed voorbereid op Walter Salles’ versie van de Japanse suspensefilm Dark Water. Voordat er ook maar één frame was gefilmd, was immers al besloten dat de remake verkocht zou worden als een rasechte shocker in het verlengde van hits als The Ring en The Grudge. Maar u raadt het natuurlijk al: Dark Water is van een heel ander kaliber. Weliswaar heeft de film een aantal beklemmende momenten en een hele reeks morbide visuele vondsten, toch is Dark Water voor het overgrote deel een karakterschets van een jonge vrouw en haar dochtertje die langzaam gek worden in een muf, smerig, aftands appartementsgebouw in een van de minder kleurrijke wijken van New York.
Op het gebied van sfeer en stijl leunt Salles film nauw aan bij het origineel van de Japanse horror-regisseur Hideo Nakata (op zich al een verfilming van Kôji Suzuki’s gelijknamige roman). Net als zijn voorbeeld gebruikt Salles voornamelijk donkere kleuren en een sobere cameravoering. Door de lens van cameraman Affonzo Beato ziet alles er flets en vies uit en in de stad lijkt het voortdurend te regenen. Ook in de versie van Nakata was het uitzicht nogal troosteloos, met als grootste verschil dat hij de kijkers steeds dieper meetrok in de somberheid en zelfs op het einde van de film geen sprankeltje hoop biedt. Nakata staat bekend om zijn donkere horrorfilms (hij regisseerde de twee eerste delen van de Japanse Ringu-reeks en het Amerikaanse vervolg The Ring Two), en Dark Water behoort ongetwijfeld tot zijn beste, maar ook meest troosteloze werk. Walter Salles pakt het, al dan niet onder druk van Hollywood, wat optimistischer aan. Hij vindt zelfs plaats voor een streepje ‘good cheer’ en verzacht de impact van het loodzware einde door een klein, maar belangrijk detail te veranderen. Voor zijn aanpak valt zeker wat te zeggen, al was het maar omdat hij opvallend trouw blijft aan de sfeer en de verhaallijn van het origineel. De grootste wijzigingen in het scenario beperken zich voornamelijk tot het verplaatsen van de actie van Tokio naar New York en het inlassen van een aantal slimme shocks in het eerste gedeelte van de film om het ongeduldige tienerpubliek geen kans te geven in slaap te sukkelen.
Want ondanks de pretenties van de opdringerige trailer is Dark Water in geen geval het shockfestijn dat je zou verwachten. Kenners van het origineel weten natuurlijk al waar ze aan toe zijn, maar de nietsvermoedende thrill-seekers kunnen nog wel eens voor een (al dan niet akelige) verrassing te komen staan. De grote kracht van Dark Water schuilt hem namelijk niet in een overdaad aan smerige effecten en grootse shocks, maar in de zorgvuldige opbouw en on-Amerikaanse sfeerschepping. Net als in bijvoorbeeld de originele Japanse Ringu (en talloze andere Japanse horrorfilms) blijft de spanning door het ontbreken van afgelijnde schrikmomenten na elke scène als het zwaard van Damokles boven het publiek hangen. Bij een Amerikaanse horrorfilm weet de kijker instinctief dat je na een grote schok altijd even de tijd hebt om weer bij je positieven te komen; Aziatische regisseurs zijn hun publiek wat dat betreft een stapje voor en laten je zonder pardon de hele film lang zweten om uiteindelijk uit te pakken met een clou die je nog dagen, zoniet jaren, zal heugen.
Ook Dark Water is volgens dat principe opgebouwd. Het eerste uur van de film wordt zowat integraal besteed aan het uitwerken van de personages en het in stelling brengen van alle elementen voor de schokkende finale. Maar dat betekent niet dat het eerste gedeelte van de film zomaar mag worden afgedaan als ballast. Dat is zowat eigenhandig de verdienste van Oscarwinnares Jennifer Connelly, die voor de zoveelste keer laat zien dat ze een van de meest getalenteerde actrices van de nieuwe generatie is. Haar acteerprestatie is volledig geloofwaardig, zelfs als ze in het magisch-realistische tweede gedeelte fysiek wat meer aan de slag moet. Het casten van Naomi Watts in de Ring-remake of Nicole Kidman in The Others bewees al eerder dat films in een potentieel ‘ongeloofwaardig genre’ meteen meer gravitas krijgen als de cast wordt geleid door een actrice die tot meer in staat is dan gillen en mooi zijn. Met andere woorden is in horrorfilms het acteergedeelte minstens even belangrijk als het horrorgedeelte, iets waar regisseur Walter Salles zich blijkbaar goed van bewust is.
Want ook in de bijrollen barst het van de bekende gezichten. De altijd geweldige John C. Reilly is in topvorm als de louche huisbaas die op alle mogelijke manieren probeert te voorkomen dat hij voor de kosten van Connelly’s lekkende plafond moet opdraaien; Tim Roth duikt nog even op als de idealistische advocaat die vanuit zijn auto werkt en Pete Postlethwaite zet zijn Ierse accent opzij voor een niet onbelangrijke rol als de gekke portier die in zijn pauze graag even een pornofilmpje bekijkt. Maar de grootste verrassing is nog de vertolking van de piepjonge Ariel Gade als Connelly’s dochtertje Ceci. Het is altijd weer verbazingwekkend om te zien waar de casting directors dat talent vandaan halen, want ook Gade is weer een jong sterretje om in de gaten te houden. Net als bijvoorbeeld Haley Joel Osment in The Sixth Sense lijkt ook Gade haar rol te ‘beleven’, in plaats van gewoon te spelen. De angst in haar ogen als ze tijdens het tekenen op school plotseling wordt bezeten door een boze geest, getuigt van een immens inlevingsvermogen.
Met zoveel talent en een origineel on-Amerikaans scenario is het toch een beetje jammer dat regisseur Salles uiteindelijk niet voluit durft te gaan. Want als hij het originele einde, in zijn oorspronkelijke vorm, had durven behouden, had de Dark Water-remake een ontknoping gehad waar iedereen in de zaal dieptriest van was geworden. Nu is het einde nog steeds donkerder dan wat we van een gemiddelde Hollywoodfilm gewend zijn, maar het sprankeltje hoop op het einde lijkt eerder op een bescheiden knieval voor Hollywood dan op een doordachte beslissing van de filmmakers. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat het altijd doffe ellende moet zijn. Hoop doet immers leven, nietwaar?
Titel: Dark Water
Genre: Thriller
Speelduur: 1u45
Regisseur: Walter Salles
Acteurs: Jennifer Connelly, John C. Reilly, Tim Roth, Dougray Scott, Pete Postlethwaite, Camryn Manheim, Arien Gade