MORTE A VENEZIA

Decadente schoonheid

Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros.
Rust: daar is Gustav von Aschenbach, het hoofdpersonage van deze klassieker, naar op zoek. Zowel in zijn persoonlijke als in zijn professionele leven heeft hij namelijk onlangs moeten afrekenen met enkele forse tegenslagen. Zo heeft hij niet alleen zijn dochtertje verloren, maar zijn zijn laatste composities niet bepaald in de smaak van het grote publiek gevallen. Von Aschenbach stort uiteindelijk in en wanneer zijn dokter hem verplichte rust voorschrijft, besluit hij zich een tijdje terug te trekken in Venetië. Maar het is maar de vraag of de getormenteerde componist er de gegeerde gemoedsrust zal vinden...

Venetië wordt namelijk geplaagd door een dagenlange sirocco, die von Aschenbach nog meer schijnen uit te putten. Noch op het strand noch in het hotel kan de componist zijn draai vinden. Vrij spoedig wordt ook duidelijk dat het slechte weer blijkbaar de voorbode is van nog meer onheil: het zal niet lang meer duren of de beroemde gondelstad zal ten prooi vallen van een pestepidemie. Bovendien is de uitgeputte componist stilletjes aan geobsedeerd geraakt door zijn jarenlange queeste naar de ideale, pure schoonheid, die volgens hem niet via de zintuigen, maar via de geest is te vinden. En in Venetië zal hij geheel onverwacht de belichaming van dit ideaal ontmoeten.

In zijn hotel verblijft er namelijk ook een Poolse familie, wiens aandacht volledig wordt opgeslokt door de veertienjarige zoon Tadzio, die een bijna bedwelmend vrouwelijke schoonheid uitstraalt. Het duurt niet lang of ook von Aschenbach geraakt volledig in de ban van de ietwat mysterieuze jongeman; hij gaat zelfs zover dat hij Tadzio begint te achtervolgen, iets wat de Poolse jongeling niet alleen opmerkt, maar zich nog laat welgevallen ook. Von Aschenbach zelf wordt ondertussen verteerd door zijn steeds groter wordende passie, waardoor hij niet meer ziet of wil zien wat er zich in de buitenwereld afspeelt. Terwijl de andere toeristen geleidelijk aan het door de pest geplaagde Venetië verlaten, blijft de componist zo dicht mogelijk bij zijn Tadzio. Dat blijft uiteindelijk niet zonder gevolgen: op het einde van de film sterft von Aschenbach moederziel alleen op het strand, slachtoffer niet alleen van de pest maar ook – en vooral - van zijn obsessie.

Dat von Aschenbach een verdoken homoseksueel is, die het moeilijk heeft zijn geaardheid te aanvaarden, blijkt ook nog uit enkele andere scènes. Zo kijkt de componist in het begin van de film met misprijzen naar een overdreven opgemaakte en opgeklede man zonder te beseffen dat deze figuur eigenlijk een voorafspiegeling is van zijn eigen lot. Ook de componist zelf zal zijn haar laten verven, zich laten schminken en zijn beste pak aantrekken om er jonger en dus mooier uit te zien, niet alleen omdat volgens zijn visie ouderdom lelijk en dus onpuur is, maar ook om de aandacht van Tadzio te trekken, om te verleiden... In een ander fragment wordt dan weer duidelijk dat zelfs een bezoek aan een bordeel von Aschenbach nog gefrustreerder maakt.

Het thema van homoseksualiteit en de suggestie van pedofilie zorgde er in ieder geval voor dat de film bij zijn release in 1971 niet meteen door het grote publiek met veel enthousiasme werd onthaald. En het feit dat regisseur Luchino Visconti geen standpunt inneemt tegenover dit delicate thema en nogal overduidelijk refereert naar Gustav Mahler – een joodse avant-gardistische componist, die zich om aan een goede job te geraken naar de Rooms-katholieke kerk had bekeerd - zorgde voor nog meer controverse. In het boek van Thomas Mann, waarop de film losjes is gebaseerd, is het hoofdpersonage overigens een schrijver, maar Visconti maakte er een componist van en bovendien maken de derde en de vijfde symfonie van Mahler de hoofdmoot uit van de overigens prachtige soundtrack. Anderen vonden het dan weer spijtig dat de complexiteit van de gevoelens van von Aschenbach voor de jongeman die in het boek uitvoerig werden beschreven in de film verloren ging.

In de loop der jaren kreeg de film meer en meer de status van een klassieker. Dat is voor een deel toe te schrijven aan de reeds eerder vermelde muziek, maar ook aan de prachtige fotografie, locatie en decors. Morte a Venezia is niet alleen een film die gaat over schoonheid – en het verval ervan -, maar dit ook uitademt. En ten slotte mogen we zeker de acteerprestaties niet vergeten; vooral Dirk Bogarde is onvergetelijk als de getormenteerde toondichter. Niemand anders kon of kan beter de wanhoop, de nukkige maniertjes, de onrust, de passionele verliefdheid en de onmacht om deze gevoelens te uiten beter uitdrukken. Bjorn Andresen, die de rol van Tadzio voor zijn rekening neemt, heeft amper iets te zeggen in de film, maar belichaamt gewoonweg de androgyne, ongrijpbare schoonheid.

Vraag is of deze klassieker de tand des tijds goed doorstaat. Dat hangt een beetje af van de smaak van de toeschouwer. Sommigen in dit post-Dutroux-tijperk zullen misschien aanstoot nemen aan de obsessie van een niet meer zo jonge man voor een jongeling. Anderen zullen de steeds wederkerende discussies over het wezen en de essentie van schoonheid eerder saai vinden. En ten slotte zal een modern publiek zich wat onwennig voelen bij het trage ritme van de film of de muziek van Mahler nogal aan de zware of pathetische kant vinden. Maar degenen die zich niet storen aan voornoemde elementen zullen genieten.


Elke maand stoffen we een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.