THE VAN

Een kleintje met mayonaise, aub

Mike Leigh kan niet zwijgen over de Engelse miserie, Lars Von Trier moet ervoor naar Schotland trekken en met Stephen Frears heeft de Ierse lower class nu ook zijn eigen patroonheilige. The Snapper was al een stille wenk in die richting, maar The Van moet alle twijfels van tafel schuiven.

The Van speelt zich af in Barrytown, een klein stadje in Noord-Dublin. Bimbo Reeves (Donal O'Kelly) heeft net zijn ontslag gekregen. In de kroeg wordt er alvast op geklonken! Toch blijft Bimbo niet bij de pakken zitten en gaat al gauw op zoek naar een andere job. Als zelfs McDonald's 'not interested' is, is de maat vol...

Bimbo krijgt het idiote idee om zelf een busje te kopen en het om te dopen tot een frituur. Hij vraagt zijn beste (én eveneens werkloze) vriend Harry (Colm Meany) mee te helpen in de zaak. Die maakt er geen probleem van en samen gaan ze op zoek naar een bus. Gelukkig kunnen ze van een vriend een busje op de kop tikken. Er zijn wel enkele kleine probleempjes: het ding zit onder een tien centimeter dikke vetlaag en heeft geen motor. Kortom: 'Nothing a bit of paint can't fix!'

The Van is de twaalfde film van regisseur Stephen Frears. The Snapper uit '93 zal bij velen waarschijnlijk nog vers in het geheugen liggen, maar Frears verwierf vooral veel bekendheid met My Beautiful Laundrette en - niet te vergeten - ook met het werkelijk oogverblindende Dangerous Liasions. Voor Hollywood maakte hij verder The Grifters en Accidental Hero. Vorig jaar nog kwam hij in de belangstelling met de film Mary Reilly, zijn versie van de horror-klassieker Dr. Jekyll and Mr. Hyde, met Julia Roberts en John Malkovich. De film deed het evenwel zó slecht dat de studio er een flinke kater aan overhield.

En het lijkt wel alsof hij na elke Hollywood-ontgoocheling terugkeert naar Engeland om er voor de BBC een film te maken: The Snapper kwam één jaar na de flop Accidental Hero en één jaar na Mary Reilly is het de beurt aan The Van. Net als in The Snapper gooit regisseur Stephen Frears het in The Van over een heel andere boeg dan collega's Ken Loach of Mike Leigh. Frears bekijkt het allemaal heel wat vrolijker en filmt met een roze lens. (Diegene die niet volledig thuis zijn in Nederlandse zegswijzen, mogen dit vooral NIET letterlijk nemen.) De leuke deuntjes van Eric Clapton, die de filmmuziek schreef, spreken boekdelen.

Toch komt Frears er dit keer minder goed vanaf. Het verhaal in The Snapper mag dan al niet zo veel om het lijf hebben (pa flipt omdat dochter zwanger is), maar iets is nog altijd beter dan niets. The Van daarentegen dobbert wat rond (op het einde van de film zelfs noagal letterlijk). De prent begint leuk, maar van zodra het busje op poten (of wielen) staat, verliest Frears plotseling zijn rijbewijs. De grappige situaties uit The Snapper zijn zoek en ruimen plaats voor smoeltrekkerij.

Het boek van Roddy Doyle, die ook al The Snapper schreef, is veel leuker. Soms is The Van wel plezant, maar om het in frituur-jargon te zeggen: 'Geift mei môr ne kleine mee mayoneis!'