CRISIS IN HOLLYWOOD

Een kijk op de “Box Office” Slump” van 2005

UIP (War of the Worlds) Warner Bros. (Batman Begins) Fox (Star Wars) Buena Vista (Sin City) Fox (Fantastic Four)

In een tijd waarin de waarde van een film maar al te vaak gekoppeld wordt aan de box office - de kille harde centen die een prent binnenrijft -  is de ondertussen in de wereldpers veelvuldig besproken “box office slump van 2005”, de insiders term voor “waarom komt er geen kat naar onze film kijken?”, een heikel onderwerp. Het “waarom” is een vraag waar menig producent in Hollywood momenteel een bevredigend antwoord op zoekt. De pers biedt in ieder geval enkele mogelijke oplossingen aan en ook wij van Moviegids buigen ons over deze kwestie en onderwerpen enkele argumenten en verklaringen aan onze kritische blik.  

De meest voor de hand liggende reden waarom mensen minder naar de bioscoop afzakken (niet alleen in Amerika maar ook bij ons is de evolutie merkbaar) is dat de films gewoonweg slecht zijn. Het is een stelling die elke filmliefhebber de moed in de schoenen doet zinken. Waarom lijkt het alsof we, halfweg het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw, met weinig anders dan audiovisuele drek bestookt worden? Het antwoord is wat ons betreft heel eenvoudig: het is niet zo. Noem ons naïeve, ziekelijk idealistische, “het glas is altijd halfvol” uitkramende idioten met oogkleppen op zonder voeling met de realiteit (of doe dat liever toch maar niet) maar de bewering dat “film” anno 2005 een minderwaardige kunstvorm is, verzwolgen door de gevaren van platte commerciële doelstellingen, is overbodige doemdenkerij, door cynisme en onwil gedreven pessimisme.

Dat we dit jaar geconfronteerd werden met enkele ondingen trekken we hier niet twijfel. Maar waar we ons wel vragen bij stellen is de hardnekkige idee dat “alles” slecht was. Wij menen dat er niet meer of minder misbaksels dan in het verleden de bioscopen onveilig maakten. Al dan niet zelfverklaarde experts focussen zich op de inkomsten aan de Amerikaanse box office tijdens de zomermaanden, traditioneel de periode waarin de duurste en spectaculairste producties in de zalen komen. Dat Sin City in april een erg bescheiden hit werd (toch kreeg regisseur Robert Rodriguez meteen groen licht voor twee sequels) leek iedereen te verwachten (Frank Millers keiharde, neo-film noir is immers niet voor het grootste publiek) maar wenkbrauwen hingen de hoogte in en voorhoofden fronsten toen Ridley Scotts epische kruistochtenfilm Kingdom of Heaven met een budget van maar liefst honderddertig miljoen dollar een schamele negentien miljoen (slik!) binnenhaalde tijdens het openingsweekend. De toon was gezet en het zou er in de komende weken niet beter op worden.

Batman Begins kwam, zag en leek even te overwinnen maar bleek al evenmin het verhoopte succes en Steven Spielbergs War of the Worlds was, hoewel onmiskenbaar een succes, niet de recordbreker die velen hadden verwacht. De stelling dat films met een box office van alleen al in Amerika ruim tweehonderd miljoen dollar als teleurstellingen worden beschouwd is uiteraard volstrekt absurd maar als je weet dat deze films meer dan honderd miljoen dollar kosten dan gaat er toch een belletje rinkelen. Dé onbetwistbare koning van de zomer was uiteraard Star Wars: Episode III – Revenge of the Sith. Toch wist zelfs die film, met een opbrengst van driehonderdtachtig miljoen dollar, niet alle voorgaande records te verpulveren.

Andere producties zoals Mr. & Mrs. Smith en Charlie and the Chocolate Factory hielden zich temidden van de concurrentiestrijd goed staande maar de Fantastic Four verging het, na een uitstekend openingsweekend dat ons even alle geloof in de mensheid deed verliezen, minder goed en strandde op een winst van een goeie vijftig miljoen. Het voor de Amerikanen waarschijnlijk te Britse Hitchhiker’s Guide to the Galaxy ging dapper de strijd aan maar had geen schijn van kans, Stealth flopte – terecht – genadeloos en Michael Bay’s middelmatige maar vermakelijke The Island bleek Bay’s eerste flop, volgens insiders het gevolg van een foute marketingcampagne en de afwezigheid van “sterren” (sommigen beweerden dat het grote publiek afhaakte omwille van Scarlett Johansson en Ewan McGregor! De meest foute conclusie in verband met de box office slump die we tot nu toe gehoord hebben!).

De bewering dat die films lang niet de succesverhalen werden die ze hadden moeten zijn ligt volgens ons dan ook niet aan de kwaliteit van de productie zelf. Hoewel velen de derde Star Wars-film na de teleurstellingen van George Lucas’ eerste prequels ongetwijfeld links lieten liggen bleek Sith de beste van de drie en een bij momenten zelfs waardige toevoeging aan de originele trilogie. Batman Begins en War of the Worlds mochten dan wel gedoopt zijn in een donkere, in de realiteit geankerde sfeer waardoor filmkijkers, wanhopig op zoek naar het zonnige hersenloze blockbusterplezier, de films negeerden maar beiden zijn, hoewel niet foutloos, knap gemaakte zomerfilms. Zelfs Kingdom of Heaven, een prent in het kielzog van teleurstellende epics zoals Troy en Alexander (deze laatste zullen wij tot onze laatste snik blijven verdedigen!), vonden wij, ondanks een middelmatig scenario en een in de montagekamer te hard aangepakte plot, best te pruimen.

De bioscopen lopen leeg omwille van slechte films? Verklaar ons dan waarom het – toegegeven – plezante maar lang niet fantastische Wedding Crashers (de sleeperhit van het jaar!) en vooral het wansmakelijke The Dukes of Hazzard wél mensen naar de zalen lokten? Of waarom Herbie: Fully Loaded nog steeds in onze bioscopen draait?! Nadert de Apocalyps of is er iets anders aan de hand en verkiezen de jeugdige bioscoopgangers ondanks de inspanningen van hardwerkende critici dit soort hersenloze pulp?

Wie een beetje bioscoopervaring heeft weet dat de geliefkoosde donkere zaal niet altijd de beste plaats is om een film te zien. De opmars van het Internet en het daarmee onlosmakelijk verbonden illegale downloaden van muziek en films hebben met zich meegebracht dat vooral de jongerencultuur het slachtoffer is geworden van de verleiding om films te gaan stelen. Het is lang niet onze bedoeling om hierover te gaan preken en we kunnen de campagnes om mensen van dit probleem bewust te maken alleen maar toejuichen, hoe tevergeefs ze misschien ook mogen zijn. Belangrijker dan het Internet is natuurlijk DVD en de Home Cinema Systems die de huiskamers tot professionele minibioscopen omtoveren. Met superieure beeld- en geluidskwaliteit, een overdaad aan extra’s en meer info dan de meeste kijkers ooit zouden kunnen wensen over een film is het voor een bioscoopcomplex moeilijk om de concurrentie aan te gaan met niets meer dan een “maar u bekijkt de film op een groot scherm” argument. We zien hoe de digitale revolutie – love it or hate it – ook tot in de bioscopen begint door te dringen en dat is, vrezen we, een noodzakelijk kwaad. De zo kenmerkende korreligheid van het beeld willen we niet meer. 

Toch is er meer aan de hand dan de omwenteling in de huiskamer. Als we de technische kant en de revoluties binnen het medium even aan de kant zetten komen we op nog een reden die als gevolg heeft dat meer en meer mensen niet langer naar de bioscoop gaan: het publiek zelf. Jaren geleden werden we geconfronteerd met barsten binnen het zich anders zo voorbeeldig gedragende bioscooppubliek toen enkele onverlaten het nodig vonden om met een rood lichtje de boezem van Nicole Kidman voor de andere kijkers aan te wijzen. Het is een infantiele trend die gelukkig (hopelijk!) verleden tijd is maar dat neemt niet weg dat er vaak, eens de lichten doven, bij enkelen een onweerstaanbaar beestachtige drang aan de oppervlakte komt waardoor ze hysterische lachbuien en obscene uitdrukkingen niet langer onder controle kunnen houden. Het onophoudelijke pseudo-seksuele gebaar van een rietje in de colabeker duwen is een bron van urenlang vermaak en niets is leuker dan een reeks popcornbolletjes naar beneden te laten rollen zodat iedereen in de zaal denkt dat er een lawine aankomt. De notie dat een GSM tijdens een film dient af staan is voor velen volstrekt absurd; het is toch niet mogelijk dat een volle zaal op het spannendste moment van de film de hatelijke crazy frog tune niet kan horen?! Of dat het enerverende gelebber van jonge paartjes de stille, dramatische momenten niet mag doorbreken? Wie gaat er nu nog naar de bioscoop voor de film?! Of beter nog, wie waagt het om op tijd te komen?! Niets leuker als met een lamp in de ogen van het publiek te schijnen als de film net begonnen is! Vergeef ons dit sarcasme, beste lezers, maar soms vragen we ons echt af of mensen dit soort ideeën niet serieus menen en of we de enigen zijn die instinctief hun schedels met een hamer willen openbeuken?

Net zoals dat vaak het geval is, is ook de crisis in de bioscopen een samenloop van omstandigheden waarbij niet een enkele reden de belangrijkste is. Hoedt u voor het pessimistische denkbeeld dat de cinema van de eenentwintigste eeuw afschrijft en het medium voor dood verklaart. Geniet van de digitale revolutie maar vergeet ook niet om af en toe de magie van een film te ondergaan waar het hoort; in de bioscoop, met of zonder puisterige trollen in uw omgeving.