WALLACE & GROMIT - THE CURSE OF THE WERE RABBIT

Crackin’ good show, Gromit!

U.I.P. U.I.P. U.I.P. U.I.P. U.I.P. U.I.P.
In een tijdperk waarin we voortdurend bestookt worden met in de computer vervaardigde animatiefilms met hun uit pixels opgetrokken personages en we met lede ogen moeten toezien hoe de grondlegger van de moderne tekenkunst Disney een (hopelijk voorlopig) einde heeft gemaakt aan de productie van traditionele 2D-animatiefilms is het niet alleen verfrissend maar ook verhelderend om tussen al dat CGI-geweld een prent van “de oude stempel” te zien. Met de eerste langspeelfilm van de kleifiguurtjes Wallace en Gromit bewijst de oer-Britse productiemaatschappij Aardman dat de visuele stijl ondergeschikt is aan de verhalen en de personages. Niet het aantal haartjes op de vacht van een leeuw zijn belangrijk maar wel wat die grote kat te vertellen heeft.

Oh de wrede ironie van het lot. Het momenteel overweldigende succes van Wallace & Gromit (de best bezochte film aan de Amerikaanse box-office) gaat met een wel heel erg wrange nasmaak gepaard: de studio’s van Aardman zijn, al dan niet door kwaad opzet, afgebrand en bezieler Nick Park kwam tot de realisatie dat de twee Wallace en Gromit-poppen die hij tijdens zijn huidige wereldtournee (waarbij hij ook het Filmfestival van Gent bezoekt) in een koffer bij zich heeft vrijwel de enige overlevenden zijn. De opslagplaatsen en de waardevolle schat aan filmgeschiedenis die erin opgeslagen lag zijn vernietigd en velen spreken over het grootste verlies voor de filmwereld sinds de wagenren uit Ben-Hur in de Cecil B. Demille studio’s in de as werd gelegd.

Wallace en Gromit; de één een door kaas geobsedeerde, vredelievende maar licht gestoorde wetenschapper, de ander een zwijgzame maar intelligente hond die uiteindelijk alle problemen dient op te lossen begonnen hun lucratieve carrière in 1989 met A Grand Day Out. Deze in 1991 voor een Oscar genomineerde kortfilm verhaalt over hoe Wallace en zijn hond, wanhopig omdat ze zonder kaas zitten, een reis naar de maan ondernemen. In The Wrong Trousers uit ’93 worden de twee met een criminele pinguïn geconfronteerd en met A Close Shave uit ’95, waarin Gromit verdacht wordt van de moord op een schaap en Wallace zijn hart verliest aan de mooie Wendolene bevestigde Nick Park zijn talent en dat van alle medewerkers bij Aardman.

Hollywood lonkte en met Chicken Run bleek ook het grote publiek klaar voor de wondere wereld van Aardman. De film over de vele ontsnappingspogingen van enkele kippen bleek een schot in de roos en opende de deuren voor de allereerste langspeelfilm van het duo waarmee het allemaal begon. Wallace & Gromit in The Curse of the Were-Rabbit - zoals de film voluit getiteld werd - is niet alleen een audiovisueel juweeltje maar blijkt ook inhoudelijk aan alle verwachtingen (en meer) te voldoen.

In het dorp van Wallace en Gromit heerst er een konijnenplaag. Dat is vooral met de jaarlijkse Reuzengroenten-wedstrijd in aantocht een hinderlijk probleem. Moestuinen worden genadeloos overhoopgehaald en de ondeugende knaagdieren gaan er met wortels, bloemkolen en slakroppen vandoor. Enter Wallace en Gromit. Samen gaan ze de strijd met de dieren aan en eens gevangen brengen ze de konijnen onder in hun ondertussen bomvolle woonst. Als Wallace op een dag het plan heeft om de konijnen te hersenspoelen en hen een afkeer van groenten aan te leren gaat het een en ander mis en ontstaat er een vreemdsoortige Wallace/konijn hybride die luistert naar de naam Hutch. Het duurt niet lang vooraleer het dorp met een groter gevaar dan de konijnen te maken heeft als het vraatzuchtige Weerkonijn (of Bijtkonijn zoals de vertaling ons wil doen geloven) zich in de donkere stegen verschanst. Is het monster het resultaat van Wallace’s mislukte experiment of is er meer aan de hand? Met Wallace hopeloos op de versiertoer en de beruchte Victor Quartermaine op oorlogspad is het aan Gromit om de zaak op te lossen.

Het is niet eenvoudig om precies datgene wat deze film zo onweerstaanbaar maakt in de schijnwerpers te plaatsen. Wij vonden in ieder geval dat de prent van de eerste tot de laatste seconde een triomf was; met een overdaad aan geslaagde grappen, leuk uitgewerkte personages, wervelende actiescènes (de scène waarin Gromit het monster met zijn wagen tot diep onder de grond achtervolgt is grandioos) en foutloze animatie. De openingsgeneriek geeft meteen een idee van de karaktertrekken en onderlinge verhoudingen van de twee hoofdpersonages en de door Hans Zimmer geproduceerde filmmuziek van Julian Nott is fantastisch (met een carnavalesk hoofdthema voor de protagonisten dat nog dagenlang door onze hoofden bleef spoken).

De animatie is subliem. Het is opmerkelijk dat Aardman maar liefst vijf jaar aan de creatie van deze prent werkte. Op maar liefst zevenhonderd, meestal goed verscholen computereffecten na is de film volledig met de hand geanimeerd en heel af en toe zijn er zelfs vingerafdrukken op de figuurtjes te zien (zoals ook het geval was bij de originele King Kong in 1933); een bewijs van de handvaardigheid en het engelengeduld van de animators. Visueel is de film nergens indrukwekkender én subtieler dan bij de gelaatsuitdrukkingen van de stille hond Gromit. Hoewel we dit personage nooit een woord horen zeggen en het in essentie een hoopje klei met een zwarte bol als neus en twee veredelde knikkers als ogen is, blijkt hij – net als in de drie kortfilms - de “everyman”, het alter ego van het publiek voor deze productie. Met Gromit vertalen de makers de gedachten, veronderstellingen en twijfels van de kijkers naar het witte doek en als er in dit spervuur van grappen al zoiets als een moraal of een emotionele kern bestaat dan is het wel Gromits vriendschap voor Wallace. Hoe hard het ook tegenzit, Gromit zal altijd bereid zijn om een opoffering te maken voor zijn vriend en het is onmiskenbaar hoe krachtig de makers dit weten over te brengen.

Net als de meeste jeugdfilms van vandaag wordt de film doorspekt met postmoderne grappen maar nooit in die hoeveelheid dat het ergerlijk wordt of de aandacht van de plot en de karakters gaat afleiden. Regisseurs Nick Park en Steve Box lenen gretig bij oude Britse Hammer horrorfilms en injecteren de film met nooit de aandacht opeisende maar erg leuke referenties naar groteske horrorfilms en de griezelfilms van de jaren ’50 en ’60 (let op de muziek tijdens de “brainwash”’-scène of de onophoudelijke blikseminslagen als twee personages het lot van het Weerkonijn bespreken).

Het stemmenwerk is uitstekend (vermijd de gedubde, Vlaamse versie!). De onbekende Peter Sallis ís gewoonweg Wallace en hij wordt mooi bijgestaan door grote namen als Helena Bonham Carter in de rol van Wallace’s would-be vriendin; de rijke Lady Campanula Tottington en Ralph Fiennes als de vermaledijde Victor Quartermaine; de jaloerse, zichzelf als de verloofde van Tottington verklaarde, geldbeluste slechterik van het verhaal. Ook de vele randpersonages zijn stuk voor stuk onvergetelijk. Zo is er een stokoude bultenaar die herinneringen ophaalt aan groentevernietigende plagen uit het verleden en gaan sommige dorpsbewoners wel erg ver in de bescherming van hun moestuin. De show wordt gestolen door de horde konijnen, de hilarische, gemuteerde Hutch en het Weerkonijn uit de titel; een gargantuesk creatuur dat meer dan eens herinneringen oproept aan een andere harige reus die we binnenkort misschien terug op het witte doek zullen zien. De scène waarin we het monster voor het eerst te zien krijgen, triomfantelijk huilend naar de maan is – zowel voor horror- als animatiefans – meesterlijk.

Nu de internationale doorbraak van Aardman nakend is en de tragedie van de afgebrande studio’s op geen slechter moment kon komen, kunnen wij Wallace & Gromit in The Curse of the Were-Rabbit des te meer aanraden. Het is een wervelende familiefilm geworden die ouders misschien nog meer dan hun kroost zal weten te bekoren. Cracking!     


Titel: Wallace & Gromit in The Curse of the Were-Rabbit
Genre: Animatie
Speelduur: 1u34
Regisseur: Nick Park & Steve Box
Acteurs: Peter Sallis, Ralph Fiennes, Helena Bonham Carter, Peter Kay, Liz Smith, Nicholas Smith