Het 32ste filmfestival van Gent in cijfers: het is indrukwekkend. Op 12 dagen tijd snorden 206 films over de projectoren (waaronder 13 in competitie en 6 Belgische), liepen meer dan 250 gasten over de rode lopers en zaten meer dan 100.000 bezoekers in de zalen. Eén cijfers overtreft alles - het aantal films dat Moviegids, de oogbollen rood en de hersens stomend, zag: 41. In dit overzichtsartikel komen ze één voor één aan bod, gerangschikt van uitmuntend (vier sterren) tot slecht (één ster).
**** Le Temps qui Reste. De weg die François Ozon bewandelt, loopt niet volgens vastgelegde paden. De acht films die hij tot nu toe gemaakt heeft, laten zich niet met elkaar vergelijken. Hij is noch trouw aan één bepaald genre, noch aan acteurs of actrices, hij is enkel trouw aan zichzelf. Hij maakt ongeveer één film per jaar. Na het commerciële succes van 8 Femmes of Swimming Pool had hij voor grote films met grote sterren en nog grotere budgetten kiezen, maar hij maakte hij kleine 5x2. Le Temps qui Reste is opnieuw wat men een kleine film noemt. Als er al een constante zat in zijn werk, dan waren het de sterke vrouwelijke personages in zijn. In Le Temps qui Reste is modefotograaf Romain (Melvil Poupaud) het centrale personage. Hij ziet er uit als een Griekse God, zwemt in het geld, heeft een knappe vriend en hij wordt professioneel op handen gedragen. Na een appelflauwte krijgt hij van de dokter te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij heeft kanker. Uit zijn ogen blijkt ontgoocheling, misschien had hij liever AIDS gehad. Zijn dagen zijn in ieder geval geteld. Er zit voor hem niets anders op dan schoon schip te maken in de tijd die hem nog gegund is en leren om te gaan met de naderende dood. Romain besluit niemand iets te zeggen, hij deelt zijn geheim enkel met zijn grootmoeder (een grootse Jeanne Moreau). Ozon koos voor een minimalistische aanpak met een grote rol voor de dialogen. Romain is eerlijk, grof. Hij heeft maar weinig tijd over en besluit in die periode alle schijnheiligheid en hypocrisie uit zijn leven te bannen. Zijn spreekt zijn woorden ongefilterd en hard. De tijd die hij nog heeft, is hijzelf de belangrijkste persoon in zijn leven. Melvil Poupaud is onvergetelijk in zijn rol als stervende man die in de film trouwens nooit tekenen van verval toont. Zijn vertolking en de serene pure toon die Ozon aanslaat – wars van iedere mogelijke vorm van vals sentiment – maken van Le Temps Retrouvé een nieuwe hoogtepunt in het oeuvre van de meest getalenteerde filmmaker van de wereld.
**** Hoewel we in onze recensie Aardmans meesterwerk Wallace & Gromit in The Curse of the Were-Rabbit al eerder prezen willen we ook in dit overkoepelende artikel, waarin we de rekening van het festival maken, de aandacht op deze parel vestigen. De sublieme animatie, de uitgekiende grappen, de onbetwistbare charme, het fantastische stemmenwerk, de onvergetelijke muziek en de ongegeneerde “quirky” stijl van het geheel maken hiervan dé animatiefilm van het jaar. Aan Nick Park en de medewerkers van Aardman kunnen we slechts een raad geven: zorg dat er voldoende plaats is op de schoorsteenmantel. Die Oscar komt eraan.
**** Voor wie na Charlie and the Chocolate Factory maar niet genoeg kan krijgen van Tim Burtons vertelstijl, compleet met Gotische bouwwerken, zwartwit motieven in het decor en Victoriaanse excentriekelingen is er Tim Burton’s Corpse Bride. De prent, geregisseerd door Burton zelf en animator Mike Johnson, werd net als Henry Selicks door Burton geproduceerde juweeltje The Nightmare Before Christmas uit ’93 met stop-motion gerealiseerd. Visueel is Corpse Bride, met de grijze saaiheid van de Wereld van de Levenden en de carnavaleske joie de vivre kleuren in de Onderwereld, ronduit prachtig en de bewegingen van de personages zijn dankzij de nieuwste technieken in poppenanimatie zo vloeiend dat het soms onmogelijk wordt te geloven dat het hier niet om vreemdsoortige computeranimatie gaat. Inhoudelijk schiet de film ietwat tekort, met een verhaal gebaseerd op een Russische volksvertelling dat in twee regels neergeschreven kan worden en mist de prent de charme die van Nightmare zo’n publiekslieveling maakte. Toch moet zelfs de grootste kniesoor toegeven dat Corpse Bride uitstekend entertainment biedt en, net als Wallace en Gromit, een welkom relatief is voor het huidige computergeweld.
**** Met A History of Violence levert regisseur David Cronenberg eindelijk nog eens een door ons erg gewaardeerde film af, hoewel die lang niet bij iedereen in de smaak zal vallen. Viggo Mortensen doet het leeghoofdige doch vrij plezante Hidalgo vergeten en schittert als de al dan niet door gewelduitbarstingen gedefinieerde Tom Stall in een rol die de liefhebbers van zijn vertolking als Aragorn in The Lord of the Rings misschien enigszins zal verbazen. Zoals hij zich ook in Sean Penns The Indian Runner liet opmerken weet Mortensen nagenoeg perfect de lichte en duistere kanten van zijn realistische Dr. Jekyll/Mr. Hyde-personage met elkaar te verenigen. Hij krijgt uitstekend tegenwerk van de onweerstaanbaar erotische Maria Bello als zijn vrouw, Ed Harris als de mysterieuze, nietsontziende gangster Carl Fogarty en William Hurt in een onvergetelijke bijrol. Cronenbergs film speelt in een bijna cartooneske realiteit (de film werd geïnspireerd door een “graphic novel”) en het uitvergrootte, hondsbrutale geweld dat bijna ongewild op de lachspieren dreigt te werken confronteert het publiek met onze onverschilligheid tegen en adaptatie van gruwel en wreedheden.
**** Misschien wel de meest onbezonnen, heerlijk pretentieloze en gewoonweg plezante film tijdens het Filmfestival was My Date with Drew. De prent volgt de belevenissen van de onbezonnen, idealistische Brian Herzlinger als hij in een maand tijd een afspraakje met zijn idool Drew Barrymore tracht te versieren. Het niet aflatende enthousiasme van Herzlinger, zijn vrienden en kennissen en de verschillende tegenslagen tijdens de zelfverklaarde queeste zorgen ervoor dat het publiek zich als een man achter Herzlinger schaart en terwijl de hopeloos romantische, in werkloosheid gestrande Herzlinger aanvankelijk nog een stereotiepe Amerikaanse sul blijkt, ontpopt hij zich tot een onwaarschijnlijk sympathieke dromer; een echt kind van de Eighties dat nooit is opgegroeid. Meer nog dan een idioot, als documentaire vermomd vehikeltje maakt de connectie tussen het publiek en Herzlinger van My Date with Drew een erg grappig, herkenbaar, heel af en toe zelfs ontroerend karakterportret.
**** Walk the Line. Voor de huidige generatie filmliefhebbers is Johnny Cash een oude zak of een nobele onbekende. Hij is een held van hun grootvaders die zijn muziek op een cassettebandje heeft staan. Cassettebandjes zijn niet meer van deze tijd. Als de jeugd van tegenwoordig naar de biopic Walk the Line zal gaan kijken, zal het meer met de aantrekkingskracht van Joaquin Phoenix te maken hebben dan met de bekendheid van de Amerikaanse bard. Regisseur James Mangold koos Phoenix niet voor de fysieke gelijkenis maar voor hun karakteriele overeenkomsten. Phoenix is een rasacteur die iedere rol kan spelen. Hij heeft het charisma, de innerlijk borrelende passie en de immense kracht om intens gelukkig, boos, gevaarlijk of geërgerd te kijken. Hij is een levende acteervulkaan is dus perfect geschikt om in de huid te kruipen van Johnny Cash. Walk the Line is een klassiek opgebouwde biografie die zich beperkt tot de vroege jaren van de carrière van Cash en die vooral focust op zijn passionele verliefdheid op June Carter, een sterretje uit die tijd. June Carter trok samen met Cash op tournee. Cash, toen getrouwd en vader van twee kinderen, raakte tot over zijn oren verliefd op het blonde populaire zangeresje en bestookte haar onophoudelijk met huwelijksaanzoeken. Dat is romantiek. Romantiek is afzien en lijden. Wachten en smeken. Het deksel op de neus krijgen, opnieuw proberen, aan de drank, pillen en drugs geraken. Proberen afkicken, opnieuw je meisje ten huwelijk vragen. Je dealer bellen omdat ze toch weer nee zegt. James Mangold geeft de swingende jaren vijftig en zestig uitstekend weer. De tijd van de rock and roll toen Johnny Cash, Elvis Presley en Roy Orbison hoge ogen gooiden. Bevrijd van roze mantelpakjes en zeemzoete scenario’s is Reese Witherspoon weer de actrice uit Pleasantville en American Psycho. Ze zou dat meer moeten doen: kiezen voor rollen die haar intellectueel uitdagen en het uiterste vergen van haar creativiteit als actrice. Meer Walk the Line en minder Just Like Heaven.
**** The Three Burials of Melquiades Estrada – in het Spaans Los Tres entierros de Melquiades Estrada – is het regiedebuut van Texaan Tommy Lee Jones. De Mexicaan Guillermo Arriaga – de man van Amores Perros en 21 Grams – schreef het scenario. Hun film is een meesterwerk. Het decor is de grensstreek tussen Texas en Mexico. Dagelijks proberen tientallen Mexicanen de grens over te steken om hun geluk te beproeven in de Verenigde Staten. De Amerikaanse grenspolitie staat voor de onmogelijke opdracht de grens te bewaken en de Mexicanen in hun land te houden. De grens is te lang en het gebied te onherbergzaam. De grenswachters zijn geen poëten. Melquiades Estrada is een van de gelukzakken die zonder ongelukken de grens heeft kunnen oversteken. Hij werkt als cowboy in het bedrijf van Pete Perkins (Tommy Lee Jones). Wanneer Melquiades met kogels doorzeefd aangetroffen wordt, dumpt de plaatselijke sheriff hem zo snel mogelijk in een anoniem graf. Perkins laat het daar niet bij. Hij heeft zijn vriend beloofd hem te begraven in Mexico mocht hem ooit iets overkomen. Perkins houdt woord. Tommy Lee Jones speelt wellicht de beste rol uit zijn leven als vermoeide maar vastberaden cowboy. Hij verzamelde een uitmuntende keure van fenomenale bijrolacteurs rond zich. Barry Pepper, Julio Cedillo, Dwight Yoakam, January Jones, Melissa Leo en Cecilia Suárez spelen cruciale rollen. Geen detail is overbodig, ze zeggen geen woord te veel. The Three Burials baadt in die zandige Texmex-sfeer met zijn eigen wetten en voorschriften. In die setting ontwikkelt zich een drama dat alle elementen bevat dat de Amerikaanse cinema zijn grandeur heeft bezorgd: fantastische breedbeeldlandschappen, moedige personages, een onvoorspelbare verhaallijn en majestueuze muziek.
*** Een ander zijn geluk. De negatieve denker zal zich de vraag stellen: “Waarom wordt er in Vlaanderen niet vaker een film gemaakt als Een ander zijn geluk?” De positieve denker aan de andere kant van de toog zal antwoorden: “Luister eens beste vriend. In geen enkel ander land worden meer films gemaakt dan in India. Van die honderden films is er niet één die deugt. Wij maken er tien per jaar en daar zit iedere keer minstens één goed film tussen.” Een ander zijn geluk is de eerste speelfilm van de Vlaamse regisseur Fien Troch. Een film waar naar werd uitgekeken na haar reeks succesrijke kortfilms. Ze verzamelde de fine fleur van de Vlaamse acteurswereld rond zich en lost met haar eersteling ruimschoots alle verwachtingen in. Zelfverzekerd grijpt ze haar publiek van bij de eerst scène bij het nekvel. Een kind wordt aangereden, de chauffeur pleegt vluchtmisdrijf. Een toevallige voorbijgangster denkt dat ze het jongetje in de sloot ziet drijven en belt de politie. Tegen het moment dat die terplekke is, is het jongetje al weggedreven met de stroming. Hij overleeft de aanrijding niet. De dood veroorzaakt een schokgolf in het dorp. Fien Troch gaat niet op zoek naar de dader van de aanrijding. Het is al na vijf minuten duidelijk wie het gedaan heeft. Ze doet iets veel knapper. Een ander zijn Geluk is een vivisectie van een dorp waarin iedereen elkaar kent. Er is één dader die het vluchtmisdrijf pleegde, maar er zijn meerdere verantwoordelijken. Meer vertellen zou zonde zijn. Troch regisseert alsof ze een zeventigjarige veterane is. Haar timing is perfect, de stiltes goed gekozen, ieder lid van de indrukwekkende cast speelt gevoelig en sereen. Een ander zijn Geluk is het beste Vlaamse regiedebuut sinds jaren. De kracht zit niet in wat ze toont of zegt, maar in wat ze weglaat. Toch borrelen twee vragen op. Wat doet Jan Decleir in deze film? Als het maar is om in een mini bijrol drie zinnen te zeggen, hadden ze net zo iemand anders kunnen kiezen. Waarom spreekt iedereen Nederlands in een Waals dorp? Detailkritiek op een fijne film. Laten we de loftrompet niet te luid laten schallen, want er zitten nog wat schoonheidsfoutjes op die bij de volgende film van Troch ongetwijfeld weggepoetst zullen zijn.
*** Het 32ste Filmfestival van Gent vond met Merry Christmas (Joyeux Noël) de ideale, politiekcorrecte openingsfilm voor het Festival. De film, die verhaalt over de wapenstilstanden aan het front op Kersavond in 1914, beantwoordde aan alle criteria om de een keer per jaar naar een bioscoop afzakkende politici en de met grote ogen om hen heen starende royale bezoekers tevreden te stemmen. Hoewel cynische critici dit als weinig meer dan flauw zaterdagmiddagentertainment bestempelden wist deze Europese coproductie ons nog best te bekoren. Alle meligheid en de te opvallend gedubde zangstemmen van Diane Kruger en Benno Fürmann als het Duitse operakoppel ten spijt bleek de film toch solide en wisten de cruciale scènes van de door de soldaten zelf opgevatte wapenstilstand, met kerstbomen op de loopgrachten en de kille nacht doorbrekende doedelzakmuziek, ons te beroeren.
*** Tijdens een festival zijn er altijd wel enkele vreemde, zelfs nog in het risicoloze Amerika gemaakte excentrieke werkstukken te vinden. Een daarvan is Miranda July’s Me and You and Everyone We Know. Deze debuterende kunstenares, die tevens ook de hoofdrol voor haar rekening neemt, leverde een trage, bizarre maar boeiende kijk op het Amerikaanse suburbia af. Een plot lijkt haar minder te interesseren en de bloeiende romance tussen haar Christine en de gescheiden schoenenverkoper Richard (John Hawkes) lijkt slechts een kapstok voor een aantal onvergetelijke, controversiële scènes: wat te denken van een man die dubbelzinnige boodschappen aan zijn raam kleeft om de aandacht van twee vroegrijpe tienermeisjes te trekken of de hilarische cyberseks tussen een zesjarig kereltje en een vrouw aan de andere kant van de informatiesnelweg. Gelukkig slaagt July erin om deze scènes nooit ongepast, confronterend, pijnlijk of ergerlijk te maken. Wel integendeel; ze kruidt ze met een ingetogen onschuld die aandoenlijk is.
*** Nadat hij internationaal succes vergaarde met Pirates of the Caribbean en voor hij aan de twee vervolgfilms begon regisseerde Gore Verbinski The Weather Man; een rustige tragikomedie over een weerman (Nicolas Cage) die de professionele en emotionele aspecten van zijn leven met elkaar wil verenigen. De prent gaat een beetje alle kanten op, blijft wat onevenwichtig en kampt met een nogal warrige structuur maar de centrale vertolking van een zich duidelijke amuserende Cage, de bijrollen van Michael Caine en Hope Davis en de vaak erg geslaagde, gitzwarte humor (“kamelenteen”) maken veel goed. Geen hoogvlieger maar een te genieten tussendoortje.
*** Dallas Pashamende. Oude liefde roest niet. Ook niet in een zigeunerdorp dat is gebouwd op en naast een vuilnisbelt. De politie grijpt enkel in als het echt nodig is, maar sluit liever de ogen voor de wanpraktijken. Radu komt voor het eerst sinds jaren weer voet in zijn geboortedorp omdat zijn vader is overleden. Radu wil zo snel mogelijk de begrafenis regelen en terugkeren naar de stad. Hij geeft al jaren les in de grote stad, ziet er uit als een blanke stadsmens en is verloofd met een verzorgd, lief, blond stadstrutje. Hij is zo verwesterd dat zijn oud-dorpelingen de zigeuner in hem niet meer herkennen. Tegenover het huisje van zijn overleden vader woont zijn jeugdliefde. Ze is getrouwd met een bruut en heeft een kind. De zigeuners verdienen hun geld door op het stort de herbruikbare dingen te verzamelen en die te verkopen aan de maffia-achtige handelaar in afval. Hij is hun enige bron van inkomsten, een rol die hij genadeloos uitspeelt. De aanwezigheid van Radu zorgt voor nieuwe energie in het dorp. Eerst negatieve – iedere nacht stelen ze een onderdeeltje van zijn auto tot er uiteindelijk enkel nog de carrosserie van overblijft – later ook positieve energie. Zijn ex-lief raapt al haar moed samen en gooit haar vent buiten, het dorp durft in opstand te komen tegen de tirannie van de vuilnisbaron. Wat een eenvoudig kom-op-voor-je-rechten-verhaal lijkt, is een boeiende kroniek geworden. De Roemeense regering was overigens niet opgezet met het idee een film te maken over de zigeunergemeenschap. De filmset werd gesloten en de opnames werden maanden later verder gezet in Hongarije. Aan het resultaat is daarvan niets te merken. Dallas Pashamende wordt later in de zalen in België uitgebracht. Dat is uitstekend filmnieuws.
*** Dat films over verschillende levens die met elkaar in contact komen al lang niet origineel meer zijn, hoeft geen betoog en ook deze Nine Lives kon ons niet van het tegendeel overtuigen. Toch wisten wij deze prent, waarin negen in een shot gefilmde scènes mekaar opvolgen, aanvankelijk erg te smaken. Van de gekmakende machteloosheid van een in de gevangenis ondergebrachte moeder via de verborgen verlangens en verloren kansen tussen oude geliefden tot de oppervlakkige nijd en onuitgesproken jaloezie tussen twee koppels en de tot uitbarstingen komende frustraties uit een pijnlijke jeugd blijft Nine Lives boeien. Regisseur Rodrigo García (vooral bekend van televisiewerk voor onder andere The Sopranos, Six Feet Under en Carnivàle) laat bij zijn uitstekende cast de teugels vieren en dat leidt tot mooie, onvergetelijke momenten (de confrontatie tussen Jason Isaacs en Robin Wright Penn, de gefrustreerde onverschilligheid van Stephen Dillane). Het is jammer dat de prent uiteindelijk, misschien door de afwezigheid van een centrale verhaallijn, weinig meer dan een aaneenschakeling van deprimerende episodes “uit het leven van” blijkt. Het resultaat is minder dan de som van de delen.
*** De documentaire Inside Deep
Throat is een met alle middelen gemaakte visuele rollercoaster met de
subtiliteit van een hamer tegen het voorhoofd. Dennis Hopper vertelt het verhaal
van de totstandkoming van de beroemdste pornofilm en de makers
Fenton Bailey en Randy Barbato voeren de meest eigenaardige figuren als getuigen van de
pornografische revolutie op. De documentaire is op zich sensatiebelust en gaat
nogal licht over de ruwe kantjes maar werkt op de een of andere manier toch
aanstekelijk. Inside Deep Throat biedt een leuk tijdsbeeld, erkent de wereld van
de porno als een op geld beluste industrie en toverde met alle franjes en
visuele trucjes binnen het genre een brede grijns op onze blozende gezichten. En
zeg nu eens eerlijk; hoe vaak zie je een in extreme close-up gefilmde
blowjob op het gigantische witte doek van
een bioscoopcomplex? Voor de liefhebbers!
*** De films van de Libanees-Zweedse regisseur Josef Fares zijn een goed bewaard geheim van fervente festivalgangers. Aan goedbewaarde geheimen heeft niemand iets dus is het te hopen dat onze filmdistributeurs Zozo kopen en snel lanceren in onze zalen. Zozo is na de knotsgekke, ongewone komedies Jalla! Jalla! en Kopps zijn eerste serieuze film. Fares is teruggekeerd naar zijn roots. Hij is geboren in Libanon en verhuisde in 1987 – hij was tien - naar het Zweedse Örebro waar hij verder opgroeide. Het titelpersonage Zozo maakt dezelfde reis. Tijdens de burgeroorlog verliest hij zijn vader, moeder en broer op de dag dat ze zouden emigreren naar Zweden, waar Zozo’s grootouders wonen. Hun paspoorten lagen klaar, de tickets waren gekocht, de koffers gepakt. Zozo moet alleen zijn weg zoeken door de belegerde stad. Hoewel Zozo veel ernstiger van toon is dan Jalla! Jalla! en Kopps is Zozo onmiskenbaar een Fares-film. Visueel is het een pareltje, de grappen komen onverwacht en scherp. De 28-jarige regisseur laat zijn ongebreidelde fantasie en poëtisch magisch-realisme los op de aankomst van Zozo in Zweden waar hij opgevangen wordt door zijn grootouders. De cultuurshock is hevig en Zozo’s grootvader heeft een onconventioneel idee over opvoeding. De persoonlijke tragedie wijkt voor heerlijke coming-of-age. Zozo is een van de positieve verrassingen van het festival. Fares is volwassen geworden zonder zijn eigenheid verliezen.
*** Sinds The Full Monty staat de Britse tragikomedie synoniem voor verhalen waarin niet bijzonder welstellende arbeiders na hun ontslag een of ander gek plan verzinnen om hun trots en zelfvertrouwen terug aan te wakkeren. Met On a Clear Day vertellen regisseuse Gaby Dellal en scenarist Alex Rose niets nieuws maar brengen ze toch een competent gemaakte, doelbewuste en aangename feel-good movie in de zalen. De centrale acteerprestatie van Peter Mullan als de gefrustreerde, ontslagen Frank die met behulp van zijn vrienden het Engelse Kanaal tracht over te zwemmen is uitstekend en ook de andere acteurs en actrices (waaronder Brenda Blethyn als Franks vrouw Joan die op haar beurt ook iets wil betekenen en Billy Boyd als Franks iets te enthousiaste collega Danny) zijn prima. De plot heeft niet veel om het lijf en het is al meteen duidelijk hoe het verhaal zich zal ontplooien en welke wijze levenslessen de personages (en de kijkers) te verwerken zullen krijgen maar het geheel wordt met een zekere warmte voorgeschoteld en zo krijgt zelfs de meest doordeweekse kost op een koude dag toch nog smaak.
*** Music by… Gabriel Yared: dat deze relatief korte documentaire eerder op de buis dan in een bioscoopzaal thuishoort mag duidelijk wezen. De film mag dan wel weinig opzienbarend zijn, Music by… biedt een blik op een van de meest onderschatte filmcomponisten van het moment; Gabriel Yared. Hij praat over zijn liefde voor muziek, de films die hij van een gepaste score voorziet en werpt eerlijk en duidelijk nog steeds geërgerd een licht op de minder aangename werkervaringen die volgden op zijn Oscar voor The English Patient. Zijn afgewezen muziek voor Troy van vorig jaar blijft jammer genoeg onbesproken maar de prent, die visueel in het “talking heads” patroon blijft steken, concentreert zich op de werkrelatie tussen Yared en regisseur Anthony Minghella.
*** Niets zo leuk als een foute Japanse horrorfilm om het bloed te doen stromen en de lachspieren te prikkelen. Met The Neighbor N°13, gebaseerd op een – hoe kan het ook anders – mangastrip, slaagde regisseur Yasuo Inoue erin ons te verrassen met deze lang niet slechte, rustig opgebouwde en naar een zenuwslopende ontknoping leidende psychologische thriller. De gebeurtenissen die volgen op het ontstaan van het sadistische alter ego van een gepeste jongeman en de pogingen tot wraak die deze verminkte onverlaat tegenover de pestkoppen onderneemt balanceren tussen de groteske gore van Takashi Miike (die een gastrol heeft) en zwartkomische onzin. Een volstrekt idiote animatiescène aan het begin van de film, een letterlijke kijk binnenin de psyche van het in tweestrijd verkerende hoofdpersonage, een walgelijke hoop uitwerpselen en een finale waarin de kijkers zich aan de zijde van de pestkop scharen maken het geheel, for good or bad, af.
*** Planta 4a heeft geen ‘gebaseerd op waargebeurde feiten’ nodig in de generiek. De details, de humor en de bezieling verraden dat de hele filmcrew weet hoe het er in een kinderziekenhuis aan toegaat. De film van de Baskische regisseur Antonio Mercero speelt zich af op verdieping 4a van een ziekenhuis waar jonge kankerpatiënten worden verzorgd. Miguel Angel, Izan en Dani zijn drie pubers met botkanker. Planta 4a is coming-of-age in ongebruikelijke omstandigheden, maar met dezelfde dromen, verlangens en zwijnerijen als alle andere gezonde jongens van die leeftijd. De drie racen door de gangen met hun rolstoel, bespieden sexy verpleegsters, klooien met hun eten en gaan waar en wanneer ze kunnen in tegen het gezag van de ziekenhuisdirecteur. Heerlijk. Perfect is Planta 4a niet. Sommige scènes neigen naar knullig jeugdtheater en de opbouw is nogal voorspelbaar maar de ontwapenende humor en de onvoorwaardelijke vriendschap van de jonge gasten grijpen recht naar de keel. Van Antonio Mercero kennen we in de lage landen enkel Espérame en el cielo uit 1988. Zijn Planta 4a is al twee jaar oud. Hij komt begin volgend jaar in de zalen in België en draait nu al in Nederland.
*** Joy Levine is het titelpersonage in deze Israëlische film die zich afspeelt op Yom Kippoer, het Joodse verzoeningsfeest. Ze woont op een appartementje met een balkon dat uitzicht heeft op een druk kruispunt vlakbij het busstation. Joy slaat geen maaltijd over. Ze is de minnares van de bewaker van het winkelcentrum waar ze werkt. Ze heeft niet al te veel redenen om te lachen. Het televisieprogramma Gotta Be Happy gaat daar allemaal verandering in brengen. Die show organiseert verrassingsfeestjes en Joy denkt haar ouders een plezier te doen door een feestje in elkaar te boksen voor hen en hun vrienden met wie ze al twintig jaar in ruzie liggen. De televisieproducenten zijn enthousiast. In de aanloop naar de opnames dwingt regisseuse Julie Shles haar personages in de spiegel te kijken, de confrontatie met zichzelf aan te gaan en de balans op te maken van hun leven. Zware kost? Toch niet. Joy-de-film gaat goed vooruit en blijft boeien door de machtige vertolking van Sigalit Fuchs die haar existentiële crisis lucht geeft met haar kwieke oogopslag en zelfrelativerende gestes.
*** Met Proof, de film waarin wiskunde hét gespreksonderwerp van de dag is, probeert regisseur John Madden het Oscarsucces van het overschatte Shakespeare in Love over te doen. Gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van David Auburn, vertelt de film het verhaal van de dochter (Gwyneth Paltrow) van een briljante maar gek geworden wiskundige (Anthony Hopkins). Na zijn dood moet ze met de gedachte dat zijn waanzin ook in haar verborgen zit in het reine komen, ontdekt ze de liefde in de vorm van Hal (Jake Gyllenhaal) en dient ze weerstand te bieden aan haar bemoeizieke zus (Hope Davis). Dat Proof door de producenten Harvey en Bob Weinstein van januari 2005 naar september werd verschoven om de kansen op awards te verhogen is misschien niet zo’n slimme zet als de heren producenten lijken te denken. Madden kon niet verhinderen dat de prent, als gebaseerd op een toneelstuk, visueel erg beperkt bleef maar meer nog; het scenario blijkt te doorzichtig, de vele discussies over wiskunde en de al dan niet aanwezige waanzin van zowel vader als dochter gaat algauw vervelen en wij vrezen dat Proof in het eindejaarsgeweld zal verzuipen. Een beslissende scène zorgt uiteindelijk voor voldoende perspectief en toont een verbluffend subtiele Hopkins die met een enkele blik alle schreeuwerigheid en theatrale drukdoenerij omvat en tenietdoet. Paltrow slaagt er toch in om haar moeilijke rol goed te brengen, Hope Davis blijft nazinderen als haar zus en Gyllenhaal bevestigt zijn status als rijzende ster.
*** Het is niet eenvoudig om Enron: The Smartest Guys in the Room onbekommerd aan te prijzen. De documentaire over een van de meest in het oog springende bedrijfsschandalen in de Amerikaanse geschiedenis is intelligent, niet zonder humor en laat de hoofdfiguren en belangrijkste gebeurtenissen aan bod komen maar veel echt interessante informatie krijgen we niet. Wie naar deze film gaat weet dat de val van Enron veel werklozen met zich meebracht en dat de hoge heren met flinke sommen aan de haal gingen en na afloop ben je niet veel wijzer geworden. Je kreeg enkel duiding mee. Misschien is het vooral de koelheid en berekendheid van de documentaire en de onafgebroken stroom van namen die ons minder konden boeien, feit is dat wel dat Enron: The Smartest Guys in the Room een competent gemaakte productie is voor iedereen die nog eens een bevestiging van de duistere kwaadaardigheid van “corporate America” wil zien.
*** Het tweede deel in Lars von Triers Amerika trilogie, Manderlay, slaat net als voorganger Dogville een niet unaniem geprezen brug tussen minimalistisch theater en film. Manderlay gaat verder waar Dogville ophield en volgt Grace en haar maffiavader (in Dogville Nicole Kidman en James Caan, hier Bryce Dallas Howard en Willem Dafoe) als ze voorbij de slavenplantage van Mam (Lauren Bacall) rijden. Slavernij mag dan wel al zeventig jaar afgeschaft zijn, de oude Mam regeert met ijzeren hand over haar “negers”. Vastbesloten om de Afro-Amerikanen hun vrijheid te schenken besluit Grace hen te helpen. Maar dat zorgt voor meer kwaad dan goed. Inhoudelijk breekt Manderlay alvast geen potten. Het verhaal is bijna identiek aan dat van Dogville, met Grace die ook nu weer in een gemeenschap terechtkomt en er problemen ontketent. Opnieuw belicht von Trier de duistere kant van de mens en dankzij de amper aanwezige decors gebiedt hij het publiek de aandacht op de acteerprestaties en het scenario te vestigen. In tegenstelling tot Dogville leunt Manderlay iets meer naar het filmische (zoals te zien is in de scène met de zwaluwen) maar dat betekent niet dat wie Dogville pretentieuze nonsens vond dit opeens de hemel in zal prijzen. De cast is echter uitstekend, met Bryce Dallas Howard als een sterke vervangster van Nicole Kidman, Danny Glover als de oude Wilhelm en Isaach De Bankolé als de trotse, onversaagde Timothy op kop. De voice-over van John Hurt, die de hele film in een soort sprookjesachtige waas lijkt te hullen, is fantastisch.
*** Met Die Bluthochzeit - De Bloedbruiloft – werpt onze eigen Dominique Deruddere zich net als zijn Amerikaanse collega’s op een – let wel – in dit geval vrij obscure strip. In tegenstelling tot veel Vlaamse regisseurs die weinig risico’s durven nemen draaide Deruddere deze prent in Duitsland, met overwegend Duitse acteurs en actrices en het resultaat mag zeker gezien worden. In tegenstelling tot Jean Van Hamme’s gelijknamige strip over een uit de hand gelopen trouwfeest is de filmversie geen gitzwart, pessimistisch beeld van het slechte in ons maar eerder een zwarte komedie over de mens en al zijn kleine kanten geworden. De twee hoofdpersonages; aan de ene kant de rijke patriarch en vader van de bruidegom, aan de andere kant de trotse chef van het restaurant waar het huwelijksfeest door moest gaan overstijgen beide hun karikaturale trekjes en maken van hen twee onwrikbare figuren waar we niet altijd akkoord mee hoeven te gaan maar die wel op de sympathie van de kijkers kunnen rekenen. De film toont hoe een schijnbaar onschuldig meningsverschil kan ontaarden in een hel voor alle betrokkenen. De Bloedbruiloft is geen grote cinema maar een degelijk gemaakte, grappige en verrassend knap geacteerde tragikomedie over de woedend op de grond stampende “ik krijg altijd mijn zin” schreeuwende onverlaat die in ons allemaal schuilt.
*** Nadat Curtis Hanson op de goedkeurende blikken van de critici kon rekenen met L.A. Confidential en Wonder Boys begaf hij zich op glad ijs met de Eminem-film 8 Mile. Het resultaat was, hoewel geen hoogvlieger, best te pruimen. Met In Her Shoes gaat Hanson nog een stapje verder en durfde hij het aan om een regelrechte chick-flick in de zalen te brengen! Gelukkig voor ons weet Hanson ook in deze door clichés gedomineerde genreoefening zijn talent te laten doorschemeren. Het verhaal van twee verschillende zussen die met elkaar in conflict komen en de parallelle levenslessen van de twee die daarmee gepaard gaan belooft weinig goeds maar Hanson levert solide werk af zonder zich daarom aan de voorspelbare plotwendingen te storen of zich erdoor te laten knechten. Hij wordt geholpen door een magistrale Toni Collette in wat vermoedelijk een van haar laatste filmrollen is (ze gaat zich op een zangcarrière concentreren). Het is dan ook toepasselijk dat haar vertolking in In Her Shoes een spiegel lijkt te vormen voor haar doorbraakrol als het titelpersonage uit Muriel’s Wedding in ’94. Shirley MacLaine is zeer goed als de oma van de zussen en mag zich hoogstwaarschijnlijk aan een Oscarnominatie verwachten en zelfs Cameron Diaz levert uitstekend werk af als de losbandige Maggie, de moraalloze, zonder toekomstperspectieven fuivende jongste zus. Een bescheiden aanrader voor vrouwen én mannen (het feit dat Diaz zowat de helft van de film in ondergoed/badpak rondloopt is uiteraard ook mooi meegenomen).
*** Where the Truth Lies is Atom Egoyans meest toegankelijke film maar bij de regisseur verantwoordelijk voor cinefiele films als Exotica, The Sweet Hereafter, Felicia’s Journey en Ararat is dat natuurlijk niet bijzonder veelzeggend. Toch is Where the Truth Lies in essentie een veredelde murder-mystery die, wat de plot betreft, misschien niet eens veel dieper gaat dan een gemiddelde Columbo-aflevering. Het is echter niet terecht om deze prent als een doorslagje van dat soort detectives af te schrijven en vooral tijdens het eerste uur laat de film een goede indruk na. Colin Firth en Kevin Bacon schitteren als een succesvol komisch duo uit de jaren ’50 dat na de dood van een jong meisje en het feit dat haar lijk in hun hotelkamer werd teruggevonden een einde maakte aan de professionele samenwerking. Alison Lohman is een nieuwsgierige journaliste die op zoek gaat naar de ware oorzaak van de breuk. Nergens lijkt het erop dat Egoyan de bedoeling heeft om de film in een tastbare realiteit te laten afspelen. De kleuren, cinematografie en dialogen verraden een andere wereld, een tijdperk van glitter en glamour dat lang verleden tijd is. De personages zelf bevestigen het karikaturale van nevenfiguren maar Egoyan laat ons nooit vergeten dat onder het flitsende, lieve uiterlijk een poel van brutaal geweld, wilde seks en met dure wijn vermengde drugs ligt. Het einde kreunt onder een twist teveel en eindigt op een te zeemzoete noot maar dat mag de pret zeker niet drukken.
** Miss Montigny is de eerste speelfilm van de Brusselse documentairemaker Miel Van Hoogenbemt. Zijn debuut past in de stroming van de sociaal geëngageerde cinema. Toch leunt Miss Montigny dichter aan bij Iedereen Beroemd van Dominique Deruddere dan bij pakweg Rosetta van de gebroeders Dardenne of Raining Stones van Ken Loach. Montigny is een verbastering van Montignies-sur-Sambre, een afgebladerd mijnstadje in de buurt van La Louvière. De plaatselijke missverkiezing is voor hartsvriendinnen Sandrine (Sophie Quinton) en Gianna (Fanny Hanciaux) een manier om aan geld te geraken om het schoonheidssalon te openen waar ze van dromen. Sandrine verkoopt Camembert in de plaatselijke supermarkt, de bank geeft haar geen lening. Haar moeder maakt huizen schoon van rijkere mensen en haar vader is werkloos. De race naar het misskroontje legt de pijnpunten binnen het gezin bloot en zet de vriendschap tussen Sandrine en Gianna onder druk. Miss Montigny is een film over sociale achterstand, het gevecht voor een eerlijke kans in het leven en een verstoorde moeder-dochter-relatie. Dat is een beetje veel voor één film. De grijsgrauwe streek is mooier in beeld gebracht dan ze in werkelijkheid is, de film heeft zijn pakkende momenten maar blijft hangen in brave voorspelbaarheid. Ariana Ascaride is zoals steeds en ontzettend goed en Sophie Quinton is een ware revelatie. De nevenintriges doen helaas weinig ter zake en de nevenpersonages zijn weinig uitgediept. De strijd van Sandrine is bewonderenswaardig en was gediend geweest met wat meer raffinement en soul.
** Lasse Hallström levert de laatste jaren exclusief in stroop gedrenkt, als bioscoopfilms vermomd televisievoer af en An Unfinished Life is niet anders. Het is een klein wonder dat de film - over een mishandelde jonge vrouw (Jennifer Lopez) die samen met haar dochter op de vlucht slaat voor haar agressieve vriend (Damian Lewis) en onderdak zoekt bij haar misnoegde schoonvader (Robert Redford), een met de tijd van westerns vergroeide moderne cowboy die samen met zijn oudste vriend (Morgan Freeman in een van zijn mentor/vertellers-rollen waar hij een patent op lijkt te hebben) op een ranch woont - nog enigszins lijkt te werken. Uiteindelijk verzuipt de film in een onophoudelijke aanvoer van genreclichés, stereotiepe personages en onbevredigende plotwendingen maar de acteerprestaties van Redford, Freeman, Lewis, Josh Lucas, de jonge Becca Gardner en ja, zelfs Jennifer Lopez én de weinig originele maar mooie fotografie zorgen toch nog voor een afgewerkt geheel dat vooral de kijkers op zoek naar een ontspannend familiedrama zonder veel verrassingen zal weten te bekoren.
** Japanse anime; je houdt ervan of je haat het. Het duurde bij ons ook tot we Hayao Miyazaki’s Spirited Away onder ogen kregen dat we overtuigd raakten van de verbeeldingskracht en mogelijkheden van het medium. Appleseed is jammer genoeg minder geslaagd. De film vertelt het al veel te vaak geziene verhaal van een postapocalyptische wereld waarin een jonge krijgster barsten ontdekt in een schijnbaar perfecte utopische maatschappij. Samen met haar dood gewaande maar tot een mechanische reus omgebouwde vriend gaat ze de strijd aan met oorlogsbeluste vijanden én een samenzwering. De combinatie van traditionele animatie voor de personages (de bewegingen lijken echter wanhopig realistisch en verraden motion capture waarbij acteurs model stonden voor de fysiek van de animatiefiguren) en een in de computer gegenereerde omgeving gaat algauw op de zenuwen werken evenals het onnodig complexe plot, de overdadige namenstroom en de amper van elkaar te onderscheiden en lang niet boeiend te noemen karakters die we tijdens de film ontmoeten. De finale slaagt er heel even in om een cerebrale stroomstoot toe te dienen als onze helden het tegen gigantische machines moeten opnemen en ook de openingssequentie en de bijhorende, vreemd maar opmerkelijk leuk gekozen titelsong (Good Luck van Basement Jaxx) zorgden ervoor dat we net niet in slaap sukkelden.
** Een Sloveense film over verveling in het huwelijk van een stel veertigers uit de middenklasse. Hij is ambtenaar, zij is grafisch ontwerper. Lekker spannend? Tuning zal de Europese multiplexen niet halen, hij zal meer dan waarschijnlijk zelfs de alternatieve bioscopen en filmhuizen niet halen. Igor Sterk schreef en regisseerde een verhaal over een doodgewoon gezin met doodgewone problemen. Meer dan de helft van de huwelijken loopt op de klippen: passie die doodbloedt, overspel, verveling en verdorring. Vooral dankzij de knappe vertolkingen van Natasa Burger en Tomi Janezic stijgt Tuning uit boven de middelmaat. De scène waarin de echtgenoot een sms leest op de telefoon van zijn vrouw en op zoekt gaat naar haar minnaar is grote klasse. Wie drama vermengt met scherpe humor heeft talent. Jammer dat Tuning niet meer dergelijke topmomenten kent.
** In films uit Québec, Franstalig Canada, wordt evenveel getetterd als in Franse film. Een erfenis uit de tijd van de kolonisatie wellicht. Meestal babbelen de Québécois zichzelf in slaap zodat hun films zelden de oceaan oversteken. La Vie avec mon Père is een uitzondering en de recente Oscartriomf van die andere babbelfilm uit Québec Les Invasions Barbares is daar niet vreemd aan. In de film van de bij ons onbekende Sébastien Rose worden twee zonen herenigd met hun vader die jaren de wereld is rondgetrokken. De ene zoon is een drukbezette zakenman met een mooi huis, een mooie vrouw en een glansrijk leven. De andere zoon is een would-be schrijver die nauwelijks de eindjes aan elkaar kan knopen. Hun vader schreef één succesvolle roman. Een feit waar hij de rest van zijn leven op heeft geteerd. Nu zit hij zonder geld en is hij fysiek aan het aftakelen. Het familiehuis staat op het punt onbewoonbaar verklaard te worden, zowel de vader als de schrijvende zoon zitten zonder centen als de rijke zoon door zijn vrouw wordt buiten gegooid. Ze zijn tot elkaar veroordeeld om met elkaar samen te wonen in het vervallen huis. Van verrassingen in het verhaal moet La Vie avec mon Père het niet onmiddellijk hebben, wel van de zeer fijne dialogen, de warme vertolkingen - met name Raymond Bouchard die op delicate wijze de vader met erectieproblemen speelt - en de originele twists die Rose aan de kapitale scènes in zijn film geeft. La Vie avec mon Père is een grappige, aandoenlijke film zonder meer.
** Rijke mensen hebben wel vaker rare gewoontes. Wat de Japanse plastische chirurg Yuji Kotorida uitvreet is wel erg apart. The Last Supper (Saigo No Bansan) is een Japanse film over een man met een onstuitbare drang naar mensenvlees. Deze erg aparte film toont hoe hij puur uit nieuwsgierigheid een potje menselijk vet (weggezogen uit de dikke billen van een patiënte van de schoonheidskliniek) mee naar huis smokkelde, het bakte en smakelijk binnenwerkte. Tijdens een wandeling door het bos vindt hij toevallig het lijk van een meisje dat zich heeft opgehangen. Hij bakt, braadt, stooft en garneert haar en zweert vanaf dan dat er geen schaap, koe of varken meer op zijn bord komt. De vraag is natuurlijk: hoe raak je aan mensenvlees? Niet in de winkel. Dus slaat hij aan het moorden. Hij is mooi, succesvol en rijk dus de meisjes gooien zich aan zijn voeten. Eerst een wip en dan een steak. Hij heeft een goed leven. Zelfs door dit allemaal te vertellen is nog niet de helft van het verhaal van The Last Supper verteld. De film is een fantasierijk totaal gestoord ijskoud spektakel gefilmd in het raarste licht met een klankband waar je spontaan misselijk van wordt. Waarschijnlijk hadden de gebroeders Lumière niet dit soort films voor ogen toen ze het medium uitvonden maar wat regisseur Osamu Fukutani toont is eigenzinnige cinema voor de liefhebbers van het genre.
** Steve Buscemi is een held. Ook al heeft hij de laatste jaren net iets te veel in foute films gespeeld, toch blijft hij Donny uit The Big Lebowski, Mr. Pink uit Resevoir Dogs en Nick Reve uit Living in Oblivion. In die laatste film speelt Buscemi een regisseur die alle moeite van de wereld heeft om zijn film gedraaid te krijgen. Het lijkt dat Murphy stiekem om de filmset ronddwaalt. Alles dat fout kan gaan, gaat ook fout. In het echte leven heeft Steve Buscemi zelf al drie films geregisseerd. Lonesome Jim deed dit jaar mee in de officiële competitie. Lonesome Jim is op en top Buscemi. Casey Affleck speelt Jim, een chronisch ongelukkige jongeman die geprobeerd heeft een leven op te bouwen in New York maar ontgoocheld terugkeert naar zijn saaie geboortedorp. Wanneer zijn broer een mislukte zelfmoordpoging onderneemt is Jim verplicht te gaan werken in de fabriek van zijn ouders. Het lichtpunt in zijn leven is de ontmoeting met verpleegster Anika (Liv Tyler). Met deze film bewijst Steve Buscemi dat er in Amerika ook grappige films kunnen gemaakt worden over neurotische, diepongelukkige mannen zonder een Woody Allen-imitatie te zijn. Casey Affleck heeft coole oneliners en Liv Tyler, tja, Liv Tyler kan niets verkeerd doen. Laat Buscemi nog maar wat regisseren want ondanks het feit dat Lonesome Jim de moeite waard is, laat hij ons toch een beetje op onze honger. De hoopvolle gedachte leeft dat hij beter kan.
** Het Oostenrijkse Crash Test Dummies is de anti-Before Sunrise, de romantische moderne klassieker met Julie Delpy en Ethan Hawke. Ana en Nicolae, een Roemeens koppeltje komt ’s ochtends aan in Wenen. Sightseeing zit er niet in. Ze komen met louche zaakjes snel geld verdienen: een ritje met een auto van hier naar daar, geld innen en weer op de bus naar Boekarest. Hun eerste afspraak met de tussenpersoon loop al spaak: de auto is nog niet gestolen. Ana en Nicolae kunnen enkel wachten en zonder geld rondzwerven in de stad. Ze spreken de taal niet en ze weten maar half waar ze zijn. Na een klinkende ruzie raken ze elkaar kwijt. Een stroom van onverwachte gebeurtenissen en toevallige ontmoetingen brengt hen in contact met een winkeldetective met een pruik en zijn pillenslikkende huisgenote. Overdreven vrolijk is Crash Test Dummies niet maar regisseur Jörg Kalt ziet zijn hopeloze personages graag en ontwijkt de val van het voyeurisme. Crash Test Dummies is een knappe film.
** Goed nieuws: Orlando Bloom aanvaardt blijkbaar ook rollen in echte films met echte personages en niet enkel in megalomane projecten met het budget van een middelgroot Afrikaans land. Minder goed nieuws: Elizabethtown is geen geweldige film. De romantische komedie is in werkelijkheid een gladde reclamefilm voor de mooie glimlach en onweerstaanbare oogopslag van Orlando Bloom en Kirsten Dunst. Commercieel goed gezien, maar niet erg avontuurlijk: een mooi ventje voor de meisjes, een lekker meisje voor de jongetjes. Bloom is een kassamagneet, Dunst loopt na Spider-Man 2 op een wolk. Cameron Crowe flanste een verhaaltje in elkaar om de romantische intrige te omkaderen. Orlando Bloom is een jonge succesvolle sportschoenenontwerper. Na acht jaar peperdure research blijkt het super-de-luxe model dat net gelanceerd is op de markt een gigantische flop te zijn. Bloom wordt aan de deur gezet en net als hij zich van kant wil maken, krijgt hij telefoon dat zijn vader overleden is. Bloom moet vliegensvlug naar Kentucky om het lichaam van zijn vader te laten repatriëren. De stewardess van dienst is Kirsten Dunst. Hun ontluikende romance is in de traditie van het genre best geloofwaardig maar het deel over de heisa rond begrafenis van zijn vader sleept te lang aan. Susan Sarandon haalt nog een ferme stunt uit op het eind van de film maar het kalf is dan al verdronken. De voormalige rockjournalist Cameron Crowe heeft het net als in zijn andere films - Almost Famous uitgezonderd - als dj beter gedaan dan als regisseur
** Van Hardcore, een Griekse film over twee tienerprostituees, blijft vooral het hard uit de titel bij. Martha en Nadia zijn tienerhoertjes. Martha werkt om drugs te kunnen kopen en omdat ze eigenlijk toch niets anders te doen heeft, Nadia ziet de seksindustrie als een manier op hogerop te komen. De meisjes sluiten vriendschap, minder omdat elkaar graag hebben maar omdat er niemand anders in de buurt is aan wie ze hun affectie kwijt kunnen. Nadia gaat ver in haar zucht naar roem. Als sekswerkster kan ze de mannen moeiteloos om haar vinger winden, ze manipuleert, veinst en gaat over lijken om haar doel te bereiken. Seks, misdaad, drugs en jonge meisjes zijn de ingrediënten van Dennis Iliadis’ ongelijke cocktail. Hij verbloemt het harde bestaan van de meisjes in duistere kamers niet. Zijn film is expliciet en eerlijk, maar de ongenuanceerde stijl maakt het moeilijk om sympathie te voelen voor de personages.
** Voor wie zijn Vlaamse films op het niveau van een betere VTM-film of serie wil (en we willen dat zeker niet meteen afkeuren) is Verlengd Weekend een ideale keuze. Voor alle anderen is dit zwartkomische sociaal drama een stap terug. Jan Decleir en Wouter Hendrickx halen wat hun rollen betreft het onderste uit de kan, Veerle Baetens weet zelfs de flauwe plotwendingen geloofwaardig te brengen maar Koen De Bouw is fout gecast en tijdens de finale hoor je praktisch de violen aanrukken. Een gemiste kans maar entertainend genoeg om er niet te kwaad over te worden.
* Maanden heeft Collin Friesen gewerkt aan het scenario van The Big White. Hij heeft het geschreven, herschreven, het besproken met collega's, gewikt, gewogen, nog eens herwerkt en op de weegschaal gelegd voor hij het opstuurde naar mogelijk geïnteresseerde producers. Ook die hebben het gelezen en beoordeeld. Ze hebben gediscussieerd, suggesties gedaan om het te verbeteren en hebben uiteindelijk de definitieve versie goedgekeurd. Regisseur Mark Mylod heeft het tegen het licht gehouden, net als Robin Williams, Woody Harrelson, Holly Hunter, Alison Lohman, Tim Blake Nelson en Giovanni Ribisi voor ze hun contract tekenden en hun gage bespraken. Een retorische vraag: “Als tientallen mensen bezig zijn geweest met dit project, hoe is het dan mogelijk dat niemand luidkeels geschreeuwd heeft dat The Big White een rampzalige kloon zou worden van Fargo en beter nooit was gemaakt. Een blinde ziet de gelijkenissen en alle vergelijkingen vallen in het nadeel uit van The Big White: een man in geldnood (Robin Williams/William H. Macy), een gek klein vrouwtje dat rare grappige dingen zegt (Holly Hunter/Frances McDormand), onhandige boeven (Tim Blake Nelson & W. Earl Brown / Steve Buscemi & Peter Stormare), het besneeuwde langschap en een dode waarvan niemand weet wie het is. De fijne intelligente humor van Fargo is in The Big White vervangen door lompe gags, Robin Williams heeft zijn irritante tics niet onder controle en Woody Harrelson speelt nog maar eens een halve gare. Ere wie ere toekomt: Alison Lohman en Giovanni Ribisi maken het beste van hun rol. Mark Mylod heeft twee films gemaakt: Ali G Indahouse en The Big White. Bij de bookmakers kan je nu al gokken of hij ooit nog een film zal regisseren. Neem gerust dit advies aan: zet er maar niet teveel geld op in. Voor de liefhebbers van trivia: om te gaan wandelen in de prachtige winterlandschappen uit The Big White moet je niet naar Alaska maar naar Winnipeg, Manitoba, Canada waar de film werd opgenomen.
* Regisseur-scenarist Anthony Byrne moet een nachtelijk visioen gehad hebben over een openings- en slotscène gebaseerd op de glorieuze dansnummers uit Dancing in the Rain. De film begint en eindigt werkelijk fantastisch. Wat de Ierse film Short Order de overige negentig minuten serveert is van een heel andere order. De jonge Fiona - gespeeld door de Franse actrice Emma de Caunes - werkt in een goedkoop eettentje in een stad waar de mensen Engels spreken. Fiona was een van Europa's grootste culinaire talenten tot ze er ineens de brui aan gaf. Ze werkt in het vijfderangsrestaurantje om de druk te ontwijken, 's nachts rustig een sigaret te kunnen roken en te filosoferen over het leven. Haar collega Catherine (gespeeld door Cosma Shiva Hagen, de dochter van de Duitse rockster Nina Hagen) geniet van de stilte van de nacht wanneer ze bestellingen rondbrengt. Ook de culinaire ster van hun buurman is danig verbleekt. De Slavische topkok had ooit drie toprestaurants in 's werelds grootste steden. Zijn zaken gingen failliet en nu kookt hij gemakkelijke, snelle schotels voor een dumpprijs in een anonieme buurt. Hij heeft één speciaal gerecht: een osso bucco gemaakt van mensenvingers die hij zelf heeft afgehakt van mensen die het restaurant verlaten zonder te betalen. Op papier moet het verhaal geestig zijn geweest, van wat op het grote scherm te zien valt, is hoegenaamd niet te genieten. De poging om de link te leggen tussen koken en seks is wanhopig, de filosofische vragen overstijgen nooit het kinderniveau en de grappen werken van geen kanten.
* Diepe zucht. Een film als Just Like Heaven herinnert ons er nog maar eens aan hoe hard we ons kunnen ergeren aan gebeurtenissen op het witte doek. Aanvankelijk hoopten we nog dat deze prent, die ons niets meer dan een flauwe Ghost rip-off leek, nog min of meer mee zou vallen. Met onbetwistbare talenten als Reese Witherspoon en Mark Ruffalo op de affiche zou er toch iets goed moeten gaan toch? Toch… herhaalden we met radeloze piepstemmen. Fout! Waar het gekibbel tussen de luie Ruffalo en de in een of andere schemerzone van het bestaan rondlopende, comateuze Witherspoon nog hersenloos leuk lijkt openbaart de prent zich algauw tot een derderangs romantische komedie waarin de weinige grappen hun bewaardatum al lang overschreden hebben en de plot uiteindelijk in het meest plakkerige, kokhalsneigingen veroorzakende einde sinds mensenheugenis verzeild raakt. Met groeiende verbijstering keken we toe hoe de film blijkbaar ongegeneerd de gruwelijkste kronkels maakte en het is voor onze mentale gezondheid beter dat we de film, en de herinnering eraan, uit ons geheugen schrappen.
* De Griekse competitiefilm Hostage (Omiros) is gebaseerd op een waargebeurde buskaping in 1999. Een Albanees kaapt op een morgen een lijnbus in zijn dorp. Hij eist losgeld, wapens en een vrije doortocht terug naar Albanië. Constantinos Giannaris verfilmde zijn eigen scenario. Hij was heel ambitieus. Hij raakt verschillende boeiende thema’s aan: het gijzelingsdrama dat onder meer verwijst naar de al eeuwenlang vertroebelde relatie tussen Griekenland en Albanië, de positie van immigranten in Griekenland, de structurele armoede in de mediageilheid van de pers, de corruptie van de politie en de rol van de eerwraak. Tussendoor licht hij toe waarom de kaper tot zijn daad is overgegaan, schetst hij de gegijzelden en heeft hij natuurlijk aandacht voor de onderhandelingen met de politie over het losgeld. In een nevenplot komt ook zijn moeder zich moeien met de hele affaire. Het is veel te veel voor één film zodat Hostage nooit boeiend, noch spannend wordt. Het is een matig geacteerd nerveus gefilmd rommeltje. De film doet de slachtoffers van de kaping weinig eer aan.
De films die later een reguliere bioscooprelease krijgen, worden uiteraard bij hun release uitgebreider besproken.