A HISTORY OF VIOLENCE

Double Identity

RCV RCV RCV RCV
Sinds de eerste oermens een nietsvermoedende medejager genadeloos de kop insloeg voor zijn deel van het mammoetvlees is de mens met het concept van “geweld” vertrouwd geraakt. We ontdekken het allemaal vrij vroeg; als we zien hoe een ander kind op de speelplaats wordt afgetroefd of als we met onze voetjes lelijk uithalen naar een voorbij waggelende hond. Wreedheid zit in ons bloed en hoe we ermee leren omgaan bepaalt ons verdere leven. Daarover gaat A History of Violence, David Cronenbergs meedogenloze return to form na het teleurstellende Spider.

David Cronenberg is, samen met David Lynch, een van de meer eigenaardige hedendaagse regisseurs. Waar Lynch’s films vaak zo goed als onbegrijpelijke, op naargeestige sfeer en absurde personages steunende cult/pulp zijn, blijkt het werk van Cronenberg toch iets toegankelijker voor al wie het aandurft om zich aan een van zijn producties te wagen. Cronenberg, die naast regisseur en cameo-acteur (van rollen in kwaliteit zoals To Die For tot hersenloze maar vermakelijke onzin als Jason X) ook carrières als editor en cameraman achter rug heeft, viel na heel wat televisiewerk in het begin van de jaren ’70 voor het eerst echt op met Shivers, een horrorfilm over de mens in op seksbeluste wezens transformerende parasieten. In Rabid ging hij verder in op het thema van een epidemie, realiseerde met Fast Company een drama over autoraces (?!) en bevestigde zijn vroege talent met het trage maar uiteindelijk onvergetelijke, gore en misselijkmakende The Brood. Bij het grote publiek deed zijn naam een belletje rinkelen door het exploderende-hoofden-epos Scanners, volgde hij zijn eerste bekendheid op met Videodrome en de Stephen King verfilming The Dead Zone om uiteindelijk in 1986 zijn tot nu toe bekendste en populairste film The Fly - een remake van de gelijknamige film uit ’58 – op het publiek los te laten. Hoewel deze prent met de combinatie van romantische dramatiek, groteske gore, futuristische sciencefiction en angstaanjagend doemdenken een schot in de roos bleek volgde Cronenberg de film met meer obscure, bij het grote publiek nagenoeg onmogelijk aan te prijzen werkstukken op. Even leek hij de gebruikelijke rode draad die bijna al zijn films domineert – infectie, vleselijke horror – te doorbreken voor de trage karakterstudie Spider maar ook met die film dook hij in de verwrongen psyche van zijn protagonist. Met A History of Violence lijkt het erop dat Cronenberg zijn meest in het oog springende productie sinds The Fly in handen heeft en dat heeft uiteraard ook niet weinig met zijn hoofdrolspeler te maken; de door Lord of the Rings als superster herboren Viggo “Aragorn” Mortensen.        

Tom Stall (Viggo Mortensen) heeft een schijnbaar perfect leven. Hij woont in een rustig Amerikaans stadje, heeft een zoon en een dochter, is in het bezit van een bescheiden maar gezellig restaurant en kan op sommige avonden nog rekenen op wilde rollenspelseks met zijn knappe vrouw Edie (Maria Bello). Als er op een dag twee kille moordenaars in zijn zaak binnenkomen en ze tot brutaal geweld overgaan ontpopt Tom zich tot een dodelijke vechtmachine. Met berekende precisie schakelt hij beide kerels uit en wordt hij de held van de stad. Reporters lopen zijn zaak plat, hij verschijnt op televisie en het duurt niet lang vooraleer duistere individuen zich met het leven van Tom gaan bemoeien. Hun leider is de koele, met een dood oog rondturende Carl Fogarty (Ed Harris). De man beweert Tom te kennen als ene Joey Cusack uit Philadelphia en laat hem en zijn gezin niet met rust. Langzaam maar zeker komt de waarheid aan het licht en worden de leden van Toms gezin verteerd door aangewakkerd geweld.

Cronenberg levert met A History of Violence zijn meest toegankelijke maar daarom niet minder interessante film af. Met de casting van Viggo Mortensen deed hij een meesterzet. Mortensen, die bij het grote publiek uiteraard vooral bekend is door Peter Jacksons wereldveroverende fantasy-trilogie, bewees zich in het verleden al met opvallende rollen in Carlito’s Way, Crimson Tide, Albino Alligator en vooral het deprimerende maar fantastische The Indian Runner. In de jaren ’90 dook hij op in middelmatige producties als Daylight en A Perfect Murder en even leek het erop dat hij met het vermakelijke maar weinig opzienbarende Hidalgo zijn sterrenstatus zou laten verdwijnen. Zijn Tom Stall laat zich dan ook als zijn eerste echte post-Rings vertolking bekijken en hij levert grandioos werk af als de voortdurend in tweestrijd verkerende familieman. Heel subtiel weet hij beide aspecten van zijn psyche met elkaar te verenigen en het is knap om te zien hoe schijnbaar vredelievende, karaktervormende scènes door latere gebeurtenissen van een duistere subtoon worden voorzien. De steeds beter acterende Maria Bello is al even uitstekend als zijn vrouw Edie. De realisatie dat haar man wel eens iemand anders zou kunnen zijn en wat dat betekent voor haar eigen identiteit brengt ze foutloos over. De twee onvergetelijke seksscènes slagen erin om niet alleen de lust van het koppel maar ook hun innerlijke emoties en complexiteiten over te brengen. Ed Harris geniet zichtbaar als de intelligente, halfblinde Carl Fogarty en domineert elke scène waarin hij opdaagt. Last but not least is er William Hurt in een rol zoals we hem nog nooit gezien hebben. Zijn personage is grappig, dreigend, waanzinnig, charmant en kwaadaardig. Hij is, zonder teveel prijs te geven, de verpersoonlijking én antagonist van Stalls onder de huid levende “Mr. Hyde”.    

Dat de prent op een graphic novel gebaseerd is leidt, ondanks het feit dat Cronenberg hier aanvankelijk niet eens van op de hoogte was, geen twijfel. Het scenario van Josh Olson is een vrije interpretatie van de inspiratiebron maar op de een of andere manier hebben de makers toch voor een bijna kunstmatige realiteit gekozen waarbinnen het verhaal zich ontplooit. Hoewel nergens zo duidelijk als bij pakweg Sin City kan de film zijn narratieve roots niet ontkennen en die visuele stijl werkt zowel in het voordeel als in het nadeel van de prent. Alles aan de film, van de cinematografie tot de acteerprestaties, stralen iets artificieels en onopvallends uit maar Cronenberg doorbreekt slim het palet met in close-up getoonde, confronterende en onvoorstelbaar gore, afschuwkreten losmakende littekens, wonden en sterfgevallen. Het weekt bij de kijkers een dubbel gevoel los. Een eerste reactie is een sadistische grijns of zelfs een schaterlach maar vreemd genoeg blijven die momenten nazinderen en vragen wij ons af of Cronenberg hiermee niet iets anders wil zeggen. De mens is zo eigen aan geweld en gruwel – je hoeft enkel maar naar het nieuws te kijken – en is cynisch en onverschillig geworden in de aanwezigheid ervan op het witte doek dat we bij die scènes, misschien zelfs als onbewust verdedigingsmechanisme, moeten lachen. Cronenberg bespeelt bewust die innerlijke tweestrijd, nergens duidelijker in de gewelddadige maar onmiskenbaar grappige finale.

Hoe je als kijker uiteindelijk tegenover de film staat wordt door de laatste scène; zelfs het allerlaatste, onafwendbare shot vastgelegd. Voor wie dit als een veredelde B-film, een update van Charles Bronson-wraakfilms of gewelddadige exploitatie wil zien zal A History of Violence weinig boeiend blijken. Een avontuurlijke filmliefhebber zal een onverbloemde, onvoorstelbaar knap gemaakte, door Howard Shore met sfeervolle muziek gekruide, indrukwekkend geacteerde én amusante, door intrige en mysterie voortgestuwde thriller ontdekken die misschien nog wel meer dan over Tom Stall over onze eigen gewelddadige impulsen en hoe we daarop reageren gaat.            

[START INFO]
Titel: A History of Violence
Genre: misdaadthriller
Speelduur: 1u36
Regisseur: David Cronenberg
Acteurs: Viggo Mortensen, Maria Bello, Ed Harris, William Hurt, Ashton Holmes, Peter Macneill, Stephen McHattie
[END INFO]