Net zoals bij Paris, Texas werkte Wim Wenders weer samen met Sam Shepard. Deze keer schreef deze laatste niet alleen mee aan het scenario, maar neemt hij ook de hoofdrol voor zijn rekening. Shepard is Howard Spence, een westernacteur die al betere tijden heeft gekend. In zijn gloriejaren speelde hij in grote films de ene hoofdrol na de andere, nu moet hij tevreden zijn met bijrolletjes in films die je allesbehalve meesterwerken kan noemen. De uitgerangeerde acteur heeft de afgelopen jaren de toevlucht genomen in seks, drugs en alcohol, maar op een dag heeft hij er genoeg van. Zonder boe of ba verlaat hij de filmset en trekt de woestijn in.
In het begin loopt hij een beetje doelloos rond, totdat hij plots beslist om zijn moeder te gaan bezoeken. Zijzelf is enorm opgetogen, al was het maar omdat zij gedurende meer dan 20 jaar haar zoon niet meer heeft gezien of gehoord. Het enige wat zij van Howard weet, heeft ze via de roddelpers moeten vernemen, en die hebben niet bepaald een positief beeld gegeven van hem. De reünie is hartelijk; Howard begint zich al wat beter in zijn vel te voelen totdat hij van zijn moeder erg belangrijk nieuws te horen krijgt. Een paar decennia geleden heeft hij namelijk – zonder het zelf te weten – een zoon verwekt bij een dienster.
Howard besluit zo snel mogelijk op zoek te gaan, eerst naar de moeder van zijn zoon, daarna naar zijn nageslacht. Deze keer is de ontvangst echter veel minder warm. Doreen, de dienster die zo’n 20 jaar geleden door hem in de steek werd gelaten, is nog lang niet over haar gebroken hart heen. En als Howard compleet onverwacht suggereert om de draad terug op te pikken, steigert ze helemaal. De confrontatie met zijn zoon loopt ook allesbehalve van een leien dakje. Earl, die een carrière als zanger van de grond probeert te krijgen, heeft al die jaren zijn woede opgekropt tegen zijn afwezige vader. En al die gevoelens komen nu naar boven. Ondertussen is er ook nog een dochter op zoek naar Howard. In tegenstelling tot zijn vroeger liefje en zijn zoon, wil zij haar vader wel leren kennen. Maar in al zijn verwarring keert Howard haar aanvankelijk de rug toe.
Het verhaal op zich is zoals eerder gezegd een flauw doorslagje van Paris, Texas. Maar waar voornoemde film zo goed in slaagde, daarin faalt Don’t Come Knocking. In Paris, Texas kon de kijker mee- en inleven met de personages en net daarin lag de emotionele kracht van de film. Het probleem met Wenders’ laatste film is dat de karakters te weinig zijn uitgediept en dit geldt vooral voor het hoofdpersonage. Dat Howard de buik vol heeft van zijn oppervlakkig leventje valt nog te begrijpen. Maar waarom hij het dan plots in zijn hoofd haalt om zijn moeder terug te gaan opzoeken is niet helemaal duidelijk. De motivatie voor zijn hele doen en laten is zo vaag, dat de kijker niet alleen moeite heeft om sympathie (of antipathie) te krijgen voor Howard, maar dat wat uiteindelijk allemaal met hem gebeurt de kijker koud laat. En spijtig genoeg lijden de andere personages min of meer aan hetzelfde euvel. Earl bijvoorbeeld ligt duidelijk met zichzelf in de knoop, maar welke rol zijn vader daarin speelt, wordt niet voldoende uit de doeken gedaan.
De vage karaktertekening en de emotionele leegte van de film zijn niet de enige mankementen. De acteurs zelf bakken er ook niet veel van, maar dat is voor een deel waarschijnlijk te wijten aan het zwakke scenario. Shepard en Jessica Lange (Doreen) zijn enorm houterig, terwijl Gabriel Mann (Earl) zich dan weer bezondigt aan overacting. Sarah Polley zet een mysterieuze Sky neer, de dochter van Howard, maar je krijgt de indruk dat zowel het personage als de actrice wat verloren lopen in de film. Eva Maria Saint doet het al wat beter als de moeder van Howard.
Gelukkig valt er ook nog wat goed nieuws te melden over Don’t Come Knocking. Het valt niet te ontkennen dat de soundtrack en de prachtige landschappen best te pruimen zijn. En Tim Roth zet wel een prettige bijrol neer. Hij speelt namelijk Sutter, die door de filmmaatschappij erop uit wordt gestuurd om Howard terug op de filmset te krijgen. Met zijn Engels accent, zijn kraaknet kostuum en zijn voorliefde voor lekker eten is hij op zijn minst gezegd een vreemde eend in de bijt en net daardoor zorgt hij voor de enige interessante momenten in de film.
Deze weinige positieve punten kunnen de film niet redden. Door het gebrek aan karaktertekening, de weinig geïnspireerde vertolkingen en een interessant verhaal slaat de verveling snel toe. Don’t Come Knocking komt vooral over als een mislukte kopie van Paris, Texas en niet als een origineel meesterwerk, iets waartoe Wim Wenders nochtans in staat is. De Gouden Palm van dit jaar is dan ook terecht naar een andere film gegaan.
Titel: Don’t Come Knocking
Genre: Drama
Speelduur: 2u02
Regisseur: Wim Wenders
Acteurs: Sam Shepard, Eva Maria Saint, Jessica Lange, Tim Roth, Sarah Polley, Gabriel Mann