De in 1812 in het Britse Portsmouth geboren schrijver Charles Dickens schreef met A Christmas Carol (misschien beter bekend als Scrooge), Great Expectations en David Copperfield als enkele van zijn bekendste werken een indrukwekkende bibliografie bijeen. Een van zijn meest verfilmde en beroemdste verhalen is ongetwijfeld dat van Oliver Twist. Het is een onbegonnen zaak om alle bioscoopfilms (die teruggaan tot 1909!) en televisiefilmadaptaties (waaronder een versie uit ’97 met Richard Dreyfuss en Elijah Wood en een jaren ’80 adaptatie met George C. Scott als Fagin en Tim Curry als Sykes!) te vermelden op enkele opvallende uitzonderingen na. In 1948 realiseerde David Lean de voor velen ultieme verfilming van het verhaal. Hij castte Alec Guinness als Fagin, de stokoude maar sluwe leider van een groepje stelende weeskinderen en legde met behulp van film-noir stijlkenmerken de nadruk op het misdaadaspect van het verhaal. Aan de andere zijde van het audiovisuele veld vinden we Oliver!, Carol Reeds musicalversie uit 1968 met een voor zijn rol voor een Oscar genomineerde Ron Moody als Fagin, Mark Lester als de vleesgeworden Oliver Twist en een onvergetelijke Oliver Reed als Bill Sikes. Dit is de versie die wij jaren later in onze jeugd mochten ondergaan en is wat ons betreft nog steeds dé filmische blauwdruk van Dickens’ proza. Wie kan zich het vaak geparodieerde “Sir, can I have some more”, gevolgd door het verontwaardigde antwoord – “Moooore?!” - van een vet gevreten opzichter van het weeshuis niet herinnerenroza. e og steeds dean Dicken'haals Bill Sikes. Dit is de versie die wij jaren later in onze jeugd mochten ondergaan en is nog en Moody’s Fagin is een iconische creatie. Met al deze verschillende interpretaties leek het voor ons dan ook niet nodig om nog maar eens Oliver Twist vanonder het stof te halen. Na het bekijken van de film moeten we concluderen dat het inderdaad niet nodig bleek; de film voegt immers weinig of niets toe aan de originele plot maar een knap gemaakte, mooi geacteerde en stijlvol in beeld gebrachte versie is het wel.
Voor de jongste onder ons of zij die de laatste honderdvijftig jaar op een andere planeet vertoefd hebben dan toch maar eerst even het verhaal: Oliver Twist is een weesjongen die, na weinig aangename verblijven in een weeshuis en bij een begrafenisondernemer, zijn geluk in London gaat beproeven en er bij de lepe Fagin en zijn dievenbende terechtkomt. Hoewel hij aanvankelijk meent een thuis te hebben gevonden verandert alles als een welstellende man medelijden met Oliver krijgt en zich als een vaderfiguur voor de weesjongen gaat gedragen. Hij biedt Oliver een beter leven aan maar dat is buiten Fagin en zijn wrede partner in crime, de gevaarlijke Bill Sykes gerekend.
Het verhaal wil dat Polanski deze film voor zijn kinderen wou maken en ook, net als bij The Pianist, omdat de parallellen tussen Oliver en hemzelf als een door de Tweede Wereldoorlog van zijn ouders gescheiden jongen niet te ontkennen zijn. Verwacht van hem echter geen zeemzoete, met suiker gelaagde adaptatie. Deze eenentwintigste-eeuwse Oliver Twist schuwt de donkere pagina’s niet en hoewel Polanski enkele gebeurtenissen uit het boek negeerde leverde hij een klassiek opgebouwde, op het eerste zicht lang niet indrukwekkende maar opmerkelijk effectieve prent af. Het is Polanski niet om originaliteit te doen (sommige beelden lijken bijna exacte replica’s van shots uit andere versies) maar om een nieuwe generatie met Dickens’ werk bekend te maken. Wat ons betreft is hij daar, met de hulp van The Pianist-scenarist Ronald Harwood, in geslaagd maar temidden van Harry Potter, Narnia en de vele andere jeugd- en familiefilms die momenteel en binnenkort de bioscoopzalen domineren is de strijd om de harten van het publiek te winnen voor deze film alvast een vrijwel onbegonnen zaak. Toch kunnen we filmliefhebbers en families met (iets oudere) kinderen aanraden om deze underdog met een bezoek te vereren.
De acteerprestaties gaan van goed tot uitstekend. Als Oliver weet Barney Clark de juiste toon te treffen en ondanks het feit dat zijn rol tijdens de tweede en vooral derde act eigenlijk niet veel meer is dan een pion in een misdadige omgeving brengt hij het er met zijn engelengezicht en droevige ogen goed vanaf. De sleutel tot een succesvolle verfilming van het verhaal is de casting van Fagin en met een bijna onherkenbare Ben Kingsley koos Polanski voor kwaliteit. Kingsley weet de ambigue Fagin perfect tot leven te brengen en vertolkt hem als een ietwat zielige, hebzuchtige, listige en humoristische oude schurk. Zijn relatie met de stelende jongens tonen hem als een vriendelijke mentor die hen gewiekst en niet zonder zelfbehoud aan zijn kant bindt. Kingsley laat ons zelden de echte Fagin, de man achter de zenuwachtige kreetjes en enthousiaste praatjes, zien maar in enkele scènes weet hij exact de juiste emoties over te brengen, nergens krachtiger dan in de ontroerende, harde slotscène. In de derde act concentreert Polanski zich op de lotgevallen van Bill Sykes, uitstekend vertolkt door Jamie Foreman die recent nog in Layer Cake te zien was. Foreman mag dan niet zo’n indruk nalaten als Oliver Reed in de musical maar hij maakt van zijn Sykes, met de hond Bulls-Eye in zijn kielzog, een gemene, nietsontziende maar toch niet volledig karikaturale smeerlap. Het is in zijn scènes, en dan vooral die tussen hem en zijn rondborstige vriendin Nancy (een uitstekende Leanne Rowe), dat de film zijn duistere ziel genadeloos ontbloot. Dit deel van het verhaal is dan ook niet voor de jongsten en gevoeligsten onder ons. Polanski schuwt het bloedvergieten niet en de al vaak op het scherm gebrachte ontknoping heeft nog niets aan kracht en waarde ingeboet.
Als de Artful Dodger, Olivers vriend en de meest getalenteerde van Fagins dieven, moet Harry Eden (ook te zien in de al even onderschatte live-action versie van Peter Pan uit 2003) zeker niet onderdoen voor Barney Clark. In tegenstelling tot Oliver, die in essentie altijd een brave jongen blijft, doorloopt de Artful Dodger heel wat meer emoties en gaan twijfels aan hem knagen. Het is een mooie, leuke rol en Eden toont zich als een beloftevol talent. Edward Hardwicke en Mark Strong vullen als respectievelijk Mr. Brownlow, de rijke “nieuwe” vader Voor Oliver, en als Sykes’ flamboyante, misdadige vriend Toby Crackit de cast prima aan en verder treffen we in bijrollen ook nog Ian McNeice (From Hell, Rome) en Liz Smith (Charlie and the Chocolate Factory) aan.
De sfeervolle fotografie van de Poolse Pawel Edelman en de speelse, emotionele en dreigende (en in deze laatste instantie allesbehalve subtiele) muziek van Rachel Portman maken het plaatje verzorgd af. Polanski’s London mag er dan soms iets te artificieel en studiogebonden uitzien en inhoudelijk breekt de film alvast geen potten; de regisseur bewijst dat hij er op zijn tweeënzeventigste nog altijd staat. Hij schotelt ons geen zoetgevooisde en prekerige fabel voor maar wel een harde, zondermeer solide Oliver Twist waarin onze protagonist zijn lange trek naar London met bloedende voeten moet ondergaan en de regisseur ons de essentie van het verhaal (dat eigenlijk over fysieke en emotionele kindermishandeling gaat) nooit doet vergeten.
“Mooore?!”
[START INFO]
Titel:
Oliver Twist
Genre: familiefilm/ drama
Speelduur: 2u10
Regisseur: Roman Polanski
Acteurs: Ben Kingsley, Barney Clark, Jamie Foreman,
Leanne Rowe, Harry Eden, Edward Hardwicke, Ian McNeice, Mark Strong
[END
INFO]