THE LEGEND OF ZORRO

Desperate Desperado

Sony

We herinneren het ons nog alsof het gisteren was: hoe we dolenthousiast, onze voetjes hoog boven de vloer van grootmoeders woonkamer bengelend, een ondertussen half ingedutte opa naast ons in de ruime zetel om een verhaaltje van die gemaskerde wreker Zorro smeekten. Zijn halfgemompelde toestemming lokte een triomfantelijk gekir bij ons uit en vele schaterlachen volgden bij de al zo vaak herhaalde passages waarin Zorro zijn illustere initiaal in de broek van de idiote sergeant Garcia kerfde. Dat Zorro vandaag nog steeds tot de verbeelding van peuters en kinderen spreekt bewees de overvolle, met het jonge volkje bezaaide en door gekrijs en luide “wanneer komt Zorro?” tirades geteisterde zaal waarin we deze sequel, een vervolg op The Mask of Zorro uit ’98, mochten aanschouwen.

In de lijst van de meest verfilmde en visueel tot leven gebrachte personages scoort de in zwarte gewaden uitgedoste volksheld erg hoog. In 1920 was er al de stille versie van The Mark of Zorro met Douglas Fairbanks en vele verfilmingen volgden met als hoogtepunt de ook als The Mark of Zorro uitgebrachte verfilming uit 1940 met Tyrone Power als Zorro en Basil Rathbone als zijn belangrijkste nemesis. Van dat moment af is Zorro een constante in de internationale film- en televisiewereld. Hij is een comic book held, een Batman avant la lettre, een voorloper van alle personages die hun tweede, misdaadbestrijdende persoonlijkheid achter een façade verborgen houden. Op de een of andere manier bleef deze eenmansburgerwacht geliefd maar langzaam maar zeker begon het personage in de vergetelheid te raken. Zorro verdween nooit maar werd een te ridiculiseren icoon uit lang vervlogen tijden (in 1981 verscheen er een parodie met de titel Zorro, the Gay Blade). Begin jaren ’90 dook er nog een televisieserie op die enige populariteit genoot maar daarna werd het stil rond de mantel- en degenheld.

Tot regisseur Martin Campbell in 1998 op de proppen kwam met een van toon ouderwetse maar degelijke, met alle toeters en bellen van Hollywood gerealiseerde avonturenfilm. Met als werktitel Mark of Zorro dachten de producenten eerst aan Robert “Sin City” Rodriguez voor de regie maar zijn gewelddadige aanpak werd niet geapprecieerd. Ze kozen dan maar voor Campbell die met GoldenEye de James Bond- franchise met nieuw bloed had geïnjecteerd. The Mask of Zorro toonde Anthony Hopkins als een oude Zorro die de fakkel overgeeft aan Alejandro Murrieta, een niet geheel zonder zonden op zijn kerfstok levende nobody, enthousiast vertolkt door Antonio Banderas. De film werkte door de leuke acteerprestaties, het gekibbel tussen Hopkins en Banderas, de zelfrelativerende toon, de amusante actiescènes en zwaardgevechten én de vertolking van de op dat moment zo goed als onbekende moment zo goed als onbekende,  de vertolking van de op dat moment zo goed als onbekende, zelfrelativerende toon, de amusante a Catherine Zeta-Jones als Zorro’s voluptueuze love-interest. Ze heeft haar carrière dan ook aan die prent te danken.

In The Legend of Zorro maken we opnieuw kennis met Alejandro en zijn vrouw Elena. We schrijven tien jaar na de gebeurtenissen uit deel een en de twee hebben ondertussen een eigenwijze zoon Joaquin op de aardkluit rondlopen. Elena wil niets liever dan dat haar man zijn gespuisbevechtende gewoontes achterwege laat en verlangt naar een rustig, incidentloos gezinsleven. Voor Joaquin is Zorro de grote held, in tegenstelling tot zijn vader, die hij als een uitgebluste mislukkeling ziet. Een conflict leidt tot een breuk tussen Elena en Alejandro maar een sinister plan van een snerende snoodaard brengt hen uiteindelijk terug op elkanders pad… en Zorro terug in het zadel. Of wat had u gedacht?

U leest het: cliché is troef in dit vervolg. We kunnen zonder blozen verklaren dat er ook maar geen greintje originaliteit in deze prent verborgen zit. Het is ons eigenlijk een raadsel waarom een sequel, zeven jaar na het origineel, opeens nodig bleek en het resultaat is inferieur en bij momenten gewoonweg idioot. En toch…

De openingsscène, waarin een openbare verkiezing om California al dan niet tot de Unie te laten toetreden verstoord wordt door de religieuze bad guy Jake McGivens (een de decors met zijn houten tanden vermalende Nick Chinlund), mondt uit in een wervelende, onvoorstelbaar luide, door James Horners geluidsinstallaties trotserende filmmuziek voortgestuwde actiescène als Zorro de schurken tot op een half gebouwde brug achternazit. Het resultaat bracht meteen een nostalgische glimlach op ons gezicht en beloofde veel goeds voor de rest van de film. De fotografie in deze sequentie is zwierend, de montage intens, de acteerprestaties vol vuur en plezier (na vijf minuten rukt een grijnzende bad guy al meteen het masker van Zorro’s gezicht) en kinderlijk amusant. Het is de perfecte start van een film die daarna jammer genoeg door dwaze humor, slechte dialogen en een haastig bijeengeflanst, gerecycleerd plot gedomineerd wordt. De discussies tussen Elena en Alejandro halen nergens het niveau van de screwball comedy stijl die de makers duidelijk trachtten te bereiken, de aanvankelijk door de Three Stooges geïnspireerde knokpartijen ruimen baan voor het meer voor de hand liggende werk en de rol van Zorro’s bijwijlen ongehoorzame paard Tornado bereikt uiteindelijk een eerloos dieptepunt. Het valt ook op hoe de film in de valstrik van zelfparodie verzeild geraakt (een twijfelachtig “privilege” dat meestal voor het derde of vierde luik in een franchise voorbehouden blijft) en hoewel we ons bij enkele van deze grappen op een goedgemutste glimlach betrapten, verliezen de personages en de gebeurtenissen alle geloofwaardigheid.

Antonio Banderas brengt het er, net zoals in deel een, niet slecht vanaf als het titelpersonage. Wij weten zijn interpretatie van Alejandro en diens alter ego als een ludieke antiheld zeker te appreciëren maar het zal voor fans toch even slikken worden als Banderas tijdens een scène zowat de meest karikaturale, ronduit cartooneske dronkelap die we dit jaar in de bioscopen aangetroffen hebben neerzet (en na het Filmfestival wil dat wel wat zeggen). Catherine Zeta-Jones mist de frisheid van haar vertolking uit Mask of Zorro en bewijst met een pijnlijke running gag over pijproken dat ze lang niet over een groot komisch talent beschikt. De jonge Adrian Alonso wist ons als Joaquin minder te irriteren dan we eerst gedacht hadden maar zijn rol is te banaal en te duidelijk voor een doelgroep gecreëerd dat het ergerlijk wordt. Als de schurken van dienst houden Rufus Sewell en Nick Chinlund zich dapper staande. Sewell ondernoemt verwoede pogingen om zijn personage met een zwarte ziel te kruiden terwijl Chinlund zijn gewetenloze slechterik zonder schroom het scherm laat teisteren.

Ondanks de te lange speelduur, de teleurstellende actiescènes en de volstrekte overbodigheid van deze prent mogen we toch niet ontkennen dat we ons best hebben geamuseerd. De eerder beschreven openingsscène is bijzonder leuk, cast en crew gaan voluit, Campbell smokkelt hier en daar zelfs een vleugje Sergio Leone in de film, de finale op een rijdende trein mag dan wel niet half zo goed zijn als een soortgelijke actiescène uit Back to the Future Part III én mag dan wel geplaagd worden door middelmatige, te duidelijke blue screen effecten (het ouderwetse van de film doet bijna vermoeden dat de makers hier bewust voor opteerden) toch is dit een aangenaam tussendoortje voor filmliefhebbers die eens lekker onderuit willen zakken en die hun brein twee uur kunnen uitschakelen om te genieten van een film die, als een varken in de modder, ploetert in zijn eigen nonsens. En heel even, slechts enkele seconden lang, kirden we van plezier, net zoals vroeger, bij de verhalen van de “horseman known as Zorro”.              


Titel: The Legend of Zorro
Genre: Avonturenfilm
Speelduur: 2u09
Regisseur: Martin Campbell
Acteurs: Antonio Banderas, Catherine Zeta-Jones, Adrian Alonso, Rufus Sewell, Julio Oscar Mechoso, Nick Chinlund, Giovanna Zacarias, Mar Carrera