In een door een nucleaire Derde Wereldoorlog tot akelige ruïne herleide stad vechten enkele dappere mensen een onbezonnen strijd uit tegen hoofden als erwtjes plettende robots. Onze heldin Deunan, een stereotiepe met wijd opengesperde ogen rondturende, schaars geklede rondborstige babe, wordt na een Ghost in the Shell–Matrix-achtige shoot-out door een schip opgepikt en, op de sfeerzettende tonen van Good Luck van Basement Jaxx, naar het utopische Olympus gebracht. Daar leven mensen in schijnbare harmonie samen met bioroids, genetisch gemanipuleerde klonen die omwille van veiligheidsmaatregelen niet in staat zijn om zich voort te planten. Zoals dat wel vaker gebeurt in elke doordeweekse utopie zijn er rebellen, onder leiding van de vooral erg veel schreeuwende politie-inspecteur Calon en zijn zoon A.J., vastbesloten om de voor hen verderfelijke bioroids uit te schakelen. Deunan belandt middenin een door expositie en ridicule plotwendingen gedomineerd verhaal waarin zwevende oude raadsheren, in korte rokjes rondhuppelende klonen, Deunans doodgewaande, tot gemechaniseerde vechtmachine omgebouwde minnaar Briareos, een of andere supercomputer met de naam Gaia (what’s in a name) en een aantal flink uit de kluiten gewassen krabachtige monstertanks centraal staan.
Gelooft u ons maar als we schrijven dat we bij Appleseed algauw het noorden volledig kwijtraakten. Wat in essentie een clichématige mensen vs. robots plot lijkt wordt volledig overspoeld door zwaarmoedige symboliek, onvoorstelbare meligheid, ongeïnspireerde actiescènes, hatelijke personages en, op de Basement Jaxx-opener na, afschuwelijke muziek. Zoals dat wel vaker gebeurt in anime wordt ook deze prent geplaagd door een te ingewikkelde vertelstructuur. Hadden de makers dit in alle opzichten eenvoudige verhaal (heldin ontdekt barsten in samenleving, vecht met haar robotvriendje tegen de sadistische rebellie en de machthebbers) precies zo op het scherm gebracht dan was Appleseed, ondanks het pijnlijke gebrek aan originaliteit, misschien nog te redden geweest. Nu is het niets meer dan een in onnodige subplots verstrikte warboel waarvan we vermoeden dat zelfs hardnekkige fans van het genre ontevreden de zaal zullen verlaten.
En dan is er nog de “revolutionaire” animatie waarbij 2D-personages in een driedimensionale omgeving rondlopen. Op zich valt er narratief iets voor deze visuele werkwijze te zeggen (oud en nieuw, mens en machine; het zit in de thematiek van de film verweven) maar het resultaat is vaak zo storend dat het nooit echt werkt. De vistas van de landschappen en kapotgebombardeerde steden zijn best indrukwekkend maar de combinatie van zogeheten “natuurlijk” voortbewegende personages met hun onrealistische, popachtige look is erg irriterend. Ook op het actiefront valt er weinig te beleven. De pre-credits actiesequentie waarin grote tanks gebouwen en inzittenden aan gort knallen is best wel geslaagd op een “’t mag dan wel een rip-off van Terminator zijn maar ’t is net als een epilepsieaanvallen veroorzakende videogame”–achtige wijze en de finale waarin opeens reusachtige machines een allesvernietigende wandeling door de stad maken heeft een leuk “race tegen de tijd” gevoel maar dan heeft u alles wel zo’n beetje gehad.
Liefhebbers; waag uw kans! Alle anderen dienen zich, volgens doktersvoorschrift, te onthouden!
Titel: Appleseed
Genre: Animatiefilm/manga
Speelduur: 1u43
Regisseur: Shinji Aramaki
Acteurs: Jurota Kosugi, Ai Kobayashi, Yuki Matsuoka