THE ARISTOCRATS

Niet grappig

Paradiso Paradiso Paradiso Paradiso
“Een man loopt met zijn familie bij een talentorganisatie binnen en zegt tegen de agent: 'Ik heb een act voor je...'” Zo begint een legendarische mop die komieken in de Verenigde Staten al sinds de jaren twintig aan hun publiek vertellen. Het maakt niet uit hoe je het vertelt, zolang je maar zoveel mogelijk obsceniteiten aaneenschakelt en eindigt met de punchline: “'En hoe noemen jullie jezelf?' 'The Aristocrats'”. Dit is ook de titel van een documentaire geheel gewijd aan deze mop. Regisseurs Paul Provenza en Penn Jillette (zelf ook komieken) hebben het als hun missie gezien om een enorme hoeveelheid Amerikaanse komieken van nu en ooit te verzamelen om allemaal te vertellen over hun versie van de mop. Interessant? Soms. Schokkend? Ja. Grappig? Niet echt.

De komieken van dienst vertellen in The Aristocrats vanuit verschillende oogpunten over de mop: waar zij de mop voor het eerst hebben gehoord; wat hun reactie was toen zij de mop hoorden; hoe zij de mop zouden vertellen; welke regels er zijn om je aan te houden (die zijn er vrijwel niet); en de vraag of het tegenwoordig allemaal nog wel grappig is. Het enige probleem is dat menig kijker van deze documentaire geen idee heeft waar deze mensen het over hebben. De Aristocrats-mop is een fenomeen binnen de komediewereld, maar daarbuiten - al helemaal buiten de Verenigde Staten - hebben maar weinig mensen kennis hiervan. Provenza neemt niet de moeite om ons van tevoren te laten weten waar het allemaal nu eigenlijk over gaat. Gaandeweg moeten we - als onwetende kijker - alle puzzelstukjes zelf bij elkaar vegen om een sluitend geheel te maken.

Helaas heeft Provenza niet de juiste stukjes op tafel gegooid, maar een grote partij op elkaar lijkende stukjes aan ons voorgeschoteld. Het is daardoor vrijwel onmogelijk om binnen de negentig minuten durende speelduur een geïnformeerd beeld te vormen en laten we wel wezen: informeren is toch de meest vooraanstaande taak van een documentaire. De overvloed van komieken (een stuk of honderd) worden door Provenza omgetoverd tot een niet aflatende parade van 'pratende hoofden' die ons willen laten zien hoe ontzettend grappig hun eigen versie van de wel niet mop is. Dit levert een opeenvolging van zelfingenomen vakmensen op, die allemaal denken dat ze ontzettend grappig zijn en het resultaat is een geforceerd geheel waar weinig lol aan te beleven valt. Het ligt volledig aan de bereidheid van de kijker om zich te verlagen tot het infantiele niveau van de grappen in The Aristocrats om nog plezier te halen uit deze wirwar van spraakwatervallen.

Zonder enige gêne storten de komieken onderwerpen als neuken, poepen, incest, bestialiteit, kotsen en ga zo maar verder over het publiek uit. Zij zijn het er roerend over eens dat de mop een grote hoeveelheid vulgariteiten dient te bevatten, maar waar de mop uiteindelijk over gaat en wat eventueel de maatschappelijke uitleg zou kunnen zijn is hen niet duidelijk. Is de grap bedoeld als satire op de aristocratie die ogenschijnlijk met alles weg kan komen? Is het een vreemdsoortige kijk op een man die denkt dat een act als de zijne grappig zou kunnen zijn? Of is het geheel gewoon een absurdistische opvoering van onmenselijke vunzigheden? Niemand kan het ons vertellen. Misschien moeten we daarentegen deze mop helemaal niet ontleden en gewoon ondergaan. Desalniettemin was The Aristocrats een interessanter documentaire geworden wanneer Provenza in ieder geval een poging had gedaan om zijn film boven het laagdrempelige niveau uit te tillen waar het nu is blijven hangen.

Sommige van de komieken komen echter, ondanks de onsmakelijke inhoud van The Aristocrats, zeer humoristisch uit de hoek. Kevin Pollak (The Usual Suspects) is hilarisch door zijn perfecte imitatie van Christopher Walken; Eric Idle (Monty Python) is een perfecte tegenpool voor zijn Amerikaanse collega's met zijn droge Britse humor; mimespeler Billy the Mime voert de mop op zonder woorden; goochelaar Eric Mead verbaast ons met zijn kaartspelversie van de mop; en Sarah Silverman (School of Rock) steelt absoluut de show met haar pijnlijke oprecht gespeelde overtuiging dat talkshowhost Joe Franklin haar ooit wijsgemaakt heeft dat zij een van de "Aristocrats" was en hij haar daarna in zijn kantoortje heeft laten zien wat zij moest doen in haar opvoering. Ze eindigt door strak in de camera te zeggen, "Joe Franklin heeft mij verkracht." Silverman is fantastisch. Helaas komen deze hilarische momenten te weinig voor.

Daarbij komt nog dat de ADHD-montage van Provenza ons op geen enkele wijze de tijd geeft om de komieken op ons in te laten werken. Dit terwijl het begrijpen van de komieken en hun werkwijzen de basis had moeten zijn van The Aristocrats. Het was zijn idee om een documentaire te maken over de "kunst van het vertellen van een grap," maar hier draait alles meer om de "kunst van het bedenken van zoveel mogelijk viezigheid." Wat een onderzoek had moeten worden naar onze hedendaagse ongevoeligheid voor buitenissige vunzigheid is nu een vrijstaat geworden voor de betrokken vaklui om hun frustratie over de schijnheilige media te botvieren op hun publiek (nergens kunnen ze zich zo laten gaan als hier). Het is misschien nog wel het meest schokkend dat meer dan honderd beroepskomieken tezamen zo'n ontzettend vervelende film kunnen voortbrengen.


Titel: The Aristocrats
Genre: Documentaire
Speelduur: 1u32
Regisseur: Paul Provenza
Acteurs: Jason Alexander, Hank Azaria, George Carlin, Billy Connolly, Carry Fisher, Whoopi Goldberg, Eric Idle, Trey Parker, Kevin Pollack, Paul Reiser, Andy Richter, Don Rickles, Chris Rock, Bob Saget, Harry Shearer, Sarah Silverman, Tom Smothers, Dick Smothers, Matt Stone, Robin Williams