Een geluk dat we bij Moviegids over onze eigen hersenpan beschikken, want het geheugen is een vluchtig ding. Wie veel films bekijkt – en als u dit leest, bekijkt u er ook veel – vergeet snel. De gaten van de zeef zijn groter dan we vermoeden en soms vallen er ook films door die eigenlijk aan de mazen zouden moeten blijven kleven. Dat Leonardo Di Caprio ze als Howard Hughes zag vliegen in The Aviator bijvoorbeeld: dat lijkt al langer dan een jaar geleden. Niet dus. Het bewijst hoe snel de tijd voorbij vliegt, want The Aviator zette het filmjaar 2005 meteen goed in. Regisseur Martin Scorsese schetste in zijn comebackfilm na het controversiële Gangs of New York schitterend de rise and fall van een dromer. The Aviator bleek ook de grote terugkeer van Leonardo Di Caprio, eindelijk dertig en eindelijk verlost van zijn eeuwige babyface-imago. De laatste scènes van de film, waarin hij eenzaam en alleen in zijn hotelkamer zit – nog steeds gefascineerd door de helden van het witte doek – maakten indruk, zelfs na 170 minuten.
In tegenstelling tot wat doemdenkers beweren deden de grote blockbusters het in 2005 zeker niet slecht – en dan bedoelen we vooral kwalitatief. Steven Spielberg maakte met War of the Worlds een perfect uitgekiende formulefilm. Niet de beste film ooit, wel de beste actiefilm ooit. Spielberg blijft een meesterlijke regisseur, zowel in grote actiescènes (de tripods die uit de trottoirs omhoog rijzen) als in claustrofobische ruimtes (de bijna 20 minuten durende bunkerscène met de alien-tentakel). Fragmenten zoals de voorbijrazende vuurtrein of het neergestorte vliegtuig zullen we niet snel vergeten. De Engelse regisseur Mike Newell had de niet eenvoudige opdracht om het vierde deel van Harry Potter, The Goblet of Fire, te verfilmen, maar leverde erg goed werk af: duister, spannend en volwassen. De Harry Potter-films blijven merkwaardig genoeg verbéteren. Wie nu het origineel van Chris Columbus terug bekijkt, ziet in tegenstelling tot de latere delen niets meer dan een feeërieke maar vooral inspiratieloze kinderfilm. Véél inspiratie heeft Tim Burton wél en daarom bleek hij de geknipte regisseur voor het geweldige Charlie and the Chocolate Factory, met Johnny Depp als de perfecte Willy Wonka. Überregisseur Michael Bay wil altijd de grootste hebben en wat ons betreft had hij die ook met The Island. Sommigen vonden deze film hol, leeg en oorverdovend, maar dan hebben ze toch naast de betoverende Jordan Two Delta gekeken. Medio mei kwam een historische saga tot een einde. Een zekere Anakin Skywalker koos definitief voor the Dark Side of the Force en slijt zijn dagen nu als zware astmalijder.
POW! BAM! ZAP! Heel veel liefhebbers keken dit jaar uit naar de terugkeer van Batman. Na acht lange jaren afwezigheid kreeg Christopher Nolan de Caped Crusader weer aan het fladderen in een sterke, menselijke film. De vleermuizenissen van Christian Bale bleken meer te boeien dan de twee andere comic-adaptaties die we dit jaar op het grote doek te zien kregen: Elektra en Fantastic Four. Dat de superhelden écht onsterfelijk zijn zullen we volgend jaar merken als er opnieuw helden van de lopende band zullen rollen. Enkel Joel Schumacher kan hen wellicht een halt toeroepen. Buiten proportie bleek Sin City, de door misdaad verdorven wereld van Frank Miller die door Robert Rodriguez in meesterlijke zwart-wit paletten tot leven werd gebracht. Sin City bewijst hoe breed het spectrum van de comic is. Tussen Elektra en Sin City ligt een boulevard van verschil.
Ondanks een reeks solide blockbusters was het voor Hollywood bang wachten tot het einde van het jaar, wanneer een aap genaamd Kong zijn opwachting in de multiplexen maakte, want wat was 2005 een slecht jaar voor de box-office! De boekhouders van Tinseltown schreeuwden te pas en te onpas van de daken dat 2005 op financieel vlak een regelrechte tegenvaller was, een ramp zonder weerga, een armageddon dat zelfs Bruce Willis niet had kunnen voorkomen. Achteraf bekeken lijkt dat toch een beetje overdreven. Men verwacht dat er dit jaar zo’n zes procent tickets minder verkocht werden dan in 2004, maar vergeet daarbij wel een belangrijk principe: dat elke stijging ooit toch eens moet stagneren – en dat gebeurt nu, voor het eerst sinds de jaren tachtig. Is dat een reden tot paniek? Helemaal niet. Er moet niet teveel gezaagd worden. Er moeten films gemaakt worden. Mooie films, ontroerende films, spannende films, films met een boodschap – als het hart maar op de juiste plaats zit. In 2004 bracht Shrek in Amerika 436 miljoen dollar op, dit jaar klommen zes films boven de 200 miljoen dollar: Star Wars Episode III (380 miljoen), Harry Potter and the Goblet of Fire (252 miljoen), War of the Worlds (233 miljoen), Wedding Crashers (209 miljoen), Charlie and the Chocolate Factory (206 miljoen) en Batmans Begins (205 miljoen).
Slijp de messen en wet de hakbijlen, want ook in 2005 kropen de horrorfilms opnieuw als zompige zombies uit een graf – en dat een jaar na de release van de remake van Dawn of the Dead. In de zomer domineerde de comeback van George A. Romero met zijn Land of the Dead de gesprekken van horrorfreaks en dat bleek meer dan terecht. De grootmeester is terug. Met Dark Water, The Grudge en The Ring Two kregen we drie Amerikaanse remakes van Japanse horrorfilms in de zalen. Het doet ons veel plezier dat Walter Salles, Takashi Shimizu en Hideo Nakata trouw konden blijven aan de sfeer uit de originele films, maar misschien hebben we het nu wel gehad met de bleke geesten met lange, zwarte haren die ijlings over het scherm flitsen. The Amityville Horror en House of Wax waren twee middelmatige remakes, terwijl Paul Schrader uiteindelijk dan toch zijn originele Exorcist-prequel in de zalen kreeg. Voor de liefhebbers was er het amusante Seed of Chucky en het perverse Saw II, maar jammer genoeg glippen er ook steeds meer slechte en inspiratieloze horrorfilms de zalen in: The Cave, Creep en Night Watch bijvoorbeeld waren te zwak voor woorden.
Het zijn momenten dat de moed je in de schoenen zinkt en je je afvraagt waarom je in hemelsnaam weeral in een donkere filmzaal bent beland. Jammer genoeg waren er dit jaar wel meer van die tenenkrullende momenten. Filmproducenten blijken vaak mensen met zagemeel in het hoofd of popcorn op de plaats van hersens. Alleen zij geven het licht op groen voor wangedrochten als Stealth, Deuce Bigalow: European Gigolo, The Dukes of Hazard, Bewitched of – het ergste van het ergste - Mr. And Mrs. Smith. Ja, al die films hebben we het afgelopen jaar gezien en alleen al de herinnering eraan is genoeg om in een diepe depressie te sukkelen. Zonder schroom breken we deze herinneringen die in glinsterende slierten de kamer uit kronkelen. Dan, ter compensatie, liever nog eens de waggelende pinguïns voor de geest halen uit het schitterende March of the Penguins. De prent bleek deze zomer in Amerika een verdiende sleeper hit en tikte aan tot 77 miljoen dollar. Ga hem bekijken nu het nog kan.
Het cinefiel geluk in de filmhuizen werd grotendeels bepaald door gevestigde waarden. Michael Haneke legde voor een keer meer gevoel dan boodschap in Caché. Zijn film won drie van de belangrijkste Europese Filmprijzen, de Oscars van het oude continent zeg maar. De film van de Oostenrijkse filmmaker werd drie keer bekroond. Het werd de beste film, was volgens de jury het best geregisseerd en Daniel Auteuil was de beste Europese acteur van het jaar. Haneke grijpt terug naar zijn stokpaardje: het comfortabele leven van een burgerlijk gezinnetje wordt brutaal verstoord wordt als de man anonieme dreigbrieven en dreigvideo's ontvangt.
Ook gloriemomenten voor de Europese film in Cannes toen Morgan Freeman en Hilary Swank de Gouden Palm in de handen drukten van Jean-Pierre en Luc Dardenne voor L'Enfant. Voor de Waalse filmbroers is het de tweede Gouden Palm, na die voor Rosetta zes jaar geleden. L’Enfant is ook de terugkeer van de nog steeds maar 24-jarige Jérémie Renier naar het voorplan. De Brusselaar was de laatste jaren vooral te zien in wat men interessante mislukkingen en of Franse pulp pleegt te noemen. De Dardennes waren als co-producer betrokken bij Le Couperet, de interessante sociale aanklacht van Costa-Gavras tegen de harteloosheid van de moderne bedrijven.
In 2005 toonde David Cronenberg voor het eerst in jaren waarom hij beschouwd wordt als een van de meest interessante cineasten van de laatste twintig jaar. Viggo Mortensen – ontdaan van een loodzwaar LOTR-kostuum – is geniaal als stille familievader die tot het uiterste wordt gedwongen om zijn familie te beschermen. Opvallend: omdat ze hem in Amerika geen geld meer willen geven om films te maken, stak Woody Allen de plas over. Hij nam Scarlett Johansson mee en verraste vriend en vijand met Match Point: een sensuele thriller. Scarlett Johansson en Jonathan Rhys-Meyers vormen een ongewoon filmduo, niet de klassieke schoonheden maar dat doet er niet toe.
Dit jaar klopte het alternatieve filmhart links. The Edukators – in het Duits Die Fetten Jahre sind vorbei - bracht twee Duitse talenten samen: Daniel Brühl en Julia Jentsch. Ze maken deel uit van een trio jongeren dat inbreekt in de villa’s van te rijken mensen. Ze halen het hele huis overhoop, maar stelen niets. Ze laten enkel een briefje achter met een boodschap: “U hebt te veel geld”. Modern activisme in de cinema, dat we dat nog mogen beleven. Maar dan komt de liefde de Revolutie verstoren. Dan nog wel de liefde in de frisse gedaante van Julia Jentsch die een wig drijft tussen de twee mannelijke leden van de activisten. En dan is het kiezen: de wereld veranderen of vrijen met een mooi meisje?
Machuca is een fijne film over de laatste jaren van het Chileense Pinochet tijdperk gezien door de ogen van een drie twaalfjarigen. Uit Argentinië kwamen Bombon el Perro en Buena vida delivery, tragikomische films over mannen die met hangen en wurgen overleven in het door een economische crisis geteisterde Zuid-Amerikaanse land. De Fransen en Italianen waren minder in vorm dit jaar. François Ozon met Le Temps Qui Reste en Cédric Klapisch met Les Poupées Russes zorgden voor het meest opvallende werk. Kleinere succesjes waren Lemming, De battre mon coeur s'est arrêté en Gabrielle.
Bij de tegenvallers van het jaar hoort The Assassination of Richard Nixon: veel geblaat en weinig wol. Dat Sean Penn het wereldrecord overacting breekt, heeft de film niet geholpen. Ondanks een indrukwekkende propagandamachine flopte Theo Van Goghs laatste film 06/05 in Nederland en België. Het fictionele relaas van de moord op Pim Fortuyn was inhoudelijk zwak. Op een drammerig eerbetoon aan een dubieuze politicus zat in 2005 niemand te wachten. Heel apart en lekker controversieel waren 9 Songs van Michael Winterbottom en het Mexicaanse Batalla en el cielo. Eros, het drieluik geregisseerd door Wong Kar Wai, Steven Soderbergh en Michelangelo Antonioni kon de hooggespannen verwachtingen evenmin waarmaken.
Filmpareltjes vinden we in alle uithoeken van de wereld - soms in landen waar je het absoluut niet verwacht. De Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad maakte het ijzersterke Paradise Now, over de laatste 24 uren van twee zelfmoordterroristen. Jammer genoeg een erg actueel onderwerp, maar de maker is gelukkig zo kies om geen positie voor of tegen in te nemen. Dat laat hij aan de kijker over. De film heeft ondertussen een hele schare aan prijzen en nominaties weten te verzamelen, waaronder een Golden Globe-nominatie.
Tijdens de zomer kon je je eveneens gaan vergapen aan het wel erg originele Hukkle, een Hongaars curiosum van ongeveer 75 minuten. De film begint met een oude man die de hik heeft, vandaar de titel. De rode draad van de film is echter een serie van moorden, waarbij de slachtoffers om het leven komen door vergiftiging. Hoe de vork aan de steel zit, is geen voor de hand liggend gegeven. De camera regisseert het leven van alledag in een klein dorpje in al zijn details en wie niet goed oplet, heeft niet eens door dat de eerste moord al gepleegd is. Origineel is ook dat er geen woord gezegd wordt tijdens de hele film.
Een minstens even merkwaardige film kwam uit Japan, waar ze zich nog aan andere dingen wagen dan griezelfilms. A Taste of Tea was zowat de mafste familiekroniek van het jaar. Eveneens uit het Verre Oosten komt de regisseur Kim Ki-Duk, een man die ons al zeer aangenaam wist te verrassen met o.a. Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring. Dit jaar overtrof hij zichzelf met Bin-Jip, een allesbehalve gewone romance: hij is een inbreker die ‘van huis tot huis’ leeft, zij een mishandelde echtgenote. Langzaam maar zeker worden die twee verliefd op elkaar, zonder hierbij een woord met elkaar uit te wisselen. De Zuid-Koreaanse cineast kreeg in Venetië de Zilveren Leeuw voor de regie. En dat was meer dan verdiend, want Bin-Jip is zonder twijfel één van de meesterwerken van het jaar.
Vanuit Spanje kwam het uitstekende Mar Adentro, maar voor de rest lieten ze het daar in het zuiden een beetje afweten. Crimen Ferpecto, de nieuwe iets te lange griezelkomedie van Alex de la Iglesia en La Vida Que Tu Espera, een niet echt geslaagde combinatie van plattelandsdrama en thriller konden ons niet helemaal overtuigen. Meer inspiratie hadden ze dus gelukkig in Argentinië, dat op de proppen kwam met Bombon, El Perro, zeg maar, een roadmovie op zijn Patagonisch, met als belangrijkste personages een man en zijn hond. Daarmee wordt nog maar eens het bewijs geleverd dat je zonder astronomische budgetten, zonder sterren en zonder special effects een heel mooie film kan maken die recht naar het hart gaat. Een eenvoudig verhaal, doorleefde vertolkingen, een lach en een traan – en een sympathieke hondensnoet – meer moet dat soms niet zijn.
Alle uithoeken van de wereld, goed en wel, maar hoe zit het met de Vlaamse filmindustrie? Die blaast wam en koud. De herfst werd aangekondigd als het grote cinemaoffensief, maar de resultaten vallen tegen. Suspect van Guy Lee Thys en Ivan Boeckmans en De Bloedbruiloft van Dominique Deruddere kregen gemengde kritieken, maar beide minder dan 10.000 toeschouwers. Dat is, ironisch genoeg, minder dan Jan Verheyen in één weekend met Buitenspel binnenhaalde. Het talent Fien Troch maakte met Een ander zijn geluk een verdienstelijke Vlaamse film, maar ondanks genoeg media-aandacht bleef voor de puzzelfilm de ticketverkoop onder de verwachtingen. Het blijft dan wringen als je leest dat Studio 100 met kabouter Plop 163.000 kinderen naar de zaal wist te lokken. Gelukkig redden alvast wat kijkcijfers betreft Verlengd Weekend van Hans Herbots (117.000 toeschouwers) en De indringer (175.000 toeschouwers) de meubelen. De thriller van Frank Van Mechelen bleek een mooi verlengde van de zondagavondcrimi op de televisie, maar het Vlaamse volk glijdt sneller in de sofa dan in een bioscoopzetel. De beste Belgische film, althans volgens de Unie van de Filmkritiek, was een Waalse: L’Enfant van de gebroeders Dardenne, in het voorjaar ook al bekroond met de Gouden Palm in Cannes. Opmerkelijk in diverse top-10 lijstjes: Calvaire, de donkere en brutale horrorfabel van Fabrice du Welz.
Na The Incredibles in 2004 kregen we in 2005 geen nieuwe digitale animatiefilm van Pixar, want op de Cars van John Lasseter zullen we tot de zomer van 2006 moeten wachten. De leemte die Pixar achterliet bleek nauwelijks op te vullen. Disney probeerde het in al zijn grootheidswaanzin solo met het verschrikkelijk fake en foute Chicken Little. We zijn zeer argwanend tegenover Disney’s geheime afdeling Circle 7 die momenteel Toy Story 3 voorbereidt. DreamWorks en PDI hadden het aardige Madagascar (vooral dan... de pinguïns), maar uiteindelijk bleken Fox en Blue Sky nog de beste troeven in handen te hebben met Robots van Ice Age-regisseur Chris Wedge. Een dit jaar actieve Tim Burton liet in zijn onnavolgbare, grillige stijl een indrukwekkende Corpse Bride uit het graf herrijzen, terwijl de kunstenaars van Aardman zich een ongeluk kneedden aan het bioscoopdebuut van grompot Wallace en held Gromit. Een van de opmerkelijkste films van 2005 was Sky Captain and the World of Tomorrow. Regisseur Kerry Conran toverde naast Gwyneth Paltrow en Jude Law ook een héle film digitaal uit de computer.
Van alle films die er over de hele wereld gemaakt worden, bereikt slechts een fractie onze bioscoopzalen – alles in totaal toch nog een dikke vierhonderd. De kater na de zoveelste Dukes of Hazard wordt gelukkig verzacht door een zeldzaam meesterwerk. In 2004 zonken we bijna in een emotioneel coma na het zien van onder meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Lost in Translation en Reconstruction en ook in 2005 waren er weer enkele film die tegen de ribben bleven plakken. Clint Eastwood mepte ons en de oscarjury met een welgemikte linkse knock-out met Million Dollar Baby. Het einde van de prent kreeg conservatief Amerika op de achterste poten.
De beste films sluimeren maanden later nog in je hoofd en verdwijnen wellicht nooit meer helemaal uit je gedachten: Sideways bijvoorbeeld of ijzersterke films als Mean Creek, Mar Adentro, Broken Flowers, Closer, Garden State of Mysterious Skin. Niet vergeten dat 2005 ook het jaar was van het beklijvende en belangrijke Der Untergang. Een geluk dat zulke filmparels te allen tijde in de hersenpan gegoten kunnen worden. Even roeren en de herinnering is terug. In tijden dat we overstelpt worden door zoveel ronduit slechte films, is dat een erg geruststellende gedachte.