Wij houden er wel van: films waarin het alledaagse Amerikaanse burgerleven op de korrel wordt genomen of op een vreemdsoortige manier in een plot past. American Beauty is zo’n beetje een grondlegger én de koning van het genre (als we al over een genre kunnen spreken), regisseur Todd Solondz kan het niet laten om de meest vreemde kwasten tevoorschijn te toveren en ook in de eigenaardige culthit Donnie Darko zagen we “normale” pubers in een ander, surrealistisch licht. In de toekomst verschijnen er nog twee gelijkaardige producties met verwarrende titels - Thumbsucker en The Chumscrubber - en films waarin veel personages in hun dagelijkse sleur en met hun opvallende, soms gekke karaktertrekken gevolgd worden zijn het speelveld van de Amerikaanse onafhankelijke cinema geworden. Met Me and You and Everyone We Know heeft schrijfster/regisseuse/actrice Miranda July een intrigerend debuut afgeleverd waarin een aantal rustige, met elkaar verweven verhalen deel uitmaken van een groter geheel.
Miranda July is een jonge vrouw waar we in de toekomst ongetwijfeld nog veel van zullen horen. In 1981 schreef ze op zevenjarige leeftijd (!) een trilogie met de titel The Lost Child, ging dan als performance artieste aan de slag, schreef korte verhalen en vestigde algauw haar aandacht op film. Zo werkte ze mee aan het verhaal voor Wayne Wangs The Center of the World in 2001 en zag ze met haar zelfgeschreven Me and You and Everyone We Know de kans om zelf in de regiestoel plaats te nemen. Faut le faire!
Richard Swersey (John Hawkes, een acteur die sommigen wel zullen herkennen uit The Perfect Storm, Identity en From Dusk Till Dawn) is een schoenenverkoper die na een scheiding voor zijn twee zonen; de tiener Peter en de kleine Robby moet zorgen. Het duurt niet lang vooraleer hij een jonge vrouw ontmoet; de licht excentrieke Christine Jesperson (July zelf) die meteen verliefd op hem wordt. Met deze al dan niet ontluikende relatie tussen beide protagonisten als de kern van het narratief toont July ons de wedervaren van de vele personages in hun omgeving; zo ontmoeten we twee seksueel-agressieve tienermeisjes, zijn we getuige van de hilarische chatgesprekken die de aandoenlijk onschuldige peuter Robby voert en heeft de jonge Sylvie haar hele toekomstige leven al uitgedokterd.
Het zijn slechts enkele verhalen en scènes in wat een vrij absurde, kunstzinnige blik op “suburbia” en de mensen die er wonen, werken en leven is geworden. July kruidt haar werkstuk met boeiende, hartverwarmende scènes als die waarin ze met haar wagen dicht bij een ander voertuig op een snelweg blijft rijden, vastbesloten om een door de inzittenden van de wagen vergeten goudvis die in een met weinig water gevuld zakje op het dak van de auto ligt niet te laten sterven. De prent krijgt ook met enige controverse af te rekenen als blijkt dat de jonge kinderen in de film met seksualiteit geconfronteerd worden, terwijl de volwassenen door bijna kinderlijk idealisme gedomineerd en bepaald zijn. Zo zien we hoe de tiener Peter als proefkonijn voor de pijptalenten van de tienermeisjes mag dienen en zijn de gesprekken tussen Robby en de onbekende aan de andere kant van de chat erg gewaagd. Het is sterk dat July hier nergens uit de bocht gaat. Als Robby (subliem vertolkt door de zevenjarige Brandon Ratcliff die de grotemensenwereld met zijn bruine reeënogen gadeslaat) onbewust over de meest groteske seksuele handelingen praat met zijn anonieme gesprekspartner (“back and forth”) dan spreekt het in July’s voordeel dat dit nergens misselijkmakend of “op het randje” wordt. Integendeel; het zijn oprecht grappige, verbluffend onschuldige, zelfs pretentieloos lieve momenten die de kijker de ongecompliceerdheid en puurheid van een kind tonen. De humor komt voort uit het feit dat Robby’s gesprekspartner (die ontegensprekelijk op zoek is naar cyberseks) meent met een volwassene te praten terwijl voor Robby de notie van seks nog niet eens in zijn hoofd opgekomen is. De resolutie van dit subplot is ontroerend mooi en onvergetelijk.
Toch is het niet allemaal prima. De verschillende delen mogen dan wel overwegend in orde zijn, het geheel stelt toch teleur. Zo wist de relatie tussen Richard en Christine, de ruggengraat van de film, ons absoluut niet te boeien. Het is niet dat de vertolkingen zwak zijn maar wij vonden de verhaallijn rond deze personages vrij moeizaam. Het is alsof July net iets te hard probeert om absurd en “quirky” uit de hoek te komen. Andere passages met Christine werken op de zenuwen, in het bijzonder die waarin ze voor haar fotokunstwerk de mensen in haar foto’s van stemmen voorziet (dit is een verwijzing naar de Everyone We Know uit de titel maar daarom niet minder irriterend). Het zijn scènes die ongetwijfeld sommige filmkijkers zullen aanspreken maar wij kregen er de kriebels van. Het is het soort pseudo-artistieke geleuter waar wij een hekel aan hebben. Ook storend vonden wij dat de film eigenlijk nergens naartoe leidt. July maakt een punt over hoe we allemaal beter de wereld met de ogen van een kind zouden bekijken en dat is een idee waar we ons zeker achter kunnen scharen maar de negentig minuten die ze neemt om ons dit te vertellen lijken verdraaid lang. Wij voelden onze aandacht meer dan eens verslappen en dat is onvergeeflijk.
Me and You and Everyone We Know won de Camera D’Or in Cannes en is voor de liefhebbers van “indie”-cinema zeker het bekijken waard. Wij vinden het net niet goed genoeg, onthouden de knappe momenten en scènes waarin July haar groeiende potentieel realiseert en merken op dat deze prent, temidden van het uitbollende maar volle zalen vullende eindejaarsgeweld een eerlijke kans verdient.
Titel: Me and You and Everyone We Know
Genre: tragikomedie
Speelduur: 1u30
Regisseur: Miranda July
Acteurs: John Hawkes, Miranda July, Miles Thompson, Brandon Ratcliff, Carlie Westerman, Brad Henke