VOORUITBLIK ACADEMY AWARDS

And the Oscar goes to...

A-Film Independent Paradiso UIP
 

Op 5 maart is het weer zover! Dan wordt de rode loper aan het Kodak Theatre in Hollywood uitgerold en maakt de voor dit jaar geselecteerde elite van het Amerikaanse filmlandschap zich breed grijnzend klaar om voor het oog van ontelbare flitsende camera’s naar de Oscaruitreiking af te zakken. Al dan niet met wespentailles gezegende dames worden in door een of andere modeontwerper bedachte outfits gehesen en krijgen af te rekenen met opdringerige persleden die als hongerige hyena’s op de loer liggen om een microfoon onder de neuzen van beroemdheden te duwen.  

Traditioneel start het hele gebeuren, dat in de nacht van 5 op 6 maart live op Kanaal 2 én in Kinepolis bioscopen wordt uitgezonden, met de bewust oppervlakkige “special” op de rode loper. Enkele angstaanjagende televisiefiguren (waarvan vreemd genoeg enkel de heren elk jaar opnieuw dezelfde blijken; de dames worden steevast door andere, maar daarom niet minder hysterisch krijsende, idiote vragen stellende grietjes vervangen) doen hun uiterste best om alle mogelijke glamour uit het korte maar kleffe rode loper halfuurtje te persen wat soms onbedoeld hilarische momenten oplevert als atypische acteurs en actrices met dit oppervlakkige, “who are you wearing?” (ongetwijfeld de meest onzinnige journalistieke vraag ooit) vragende gespuis geconfronteerd worden. Als u denkt dat wij van Moviegids enigszins overdrijven en alleen staan in onze afkeer voor de pijnlijk enthousiaste reporters dan moet u toch eens een blik werpen op de gruwelijke Billy Bush (het neefje van George W.), een irriterend ettertje dat erin slaagt om zelfs de meest standvastige, “been there, done that” filmster een ongemakkelijk gevoel te geven.

Met dat achter de rug is het dan eindelijk tijd voor het grote werk. De (achtenzeventigste) Academy Awards zijn het hoogtepunt van “Awards Season”; de periode waarin een overdaad aan prijsuitreikingen generale repetities voor de Oscars lijken (hoewel de Golden Globes en de Britse BAFTAs aan bekendheid en belang winnen). Het indrukwekkende Kodak Theatre is tot de nok gevuld met in avondjurken en pinguïnpakken gehulde filmmakers, vol goede moed wachtend op de komst van de presentator. Dit jaar is er geen Billy Crystal, wiens uitstekende openingsmonoloog en grappige filmpjes hem tot de koning van de Oscarpresentatoren hebben gemaakt. Gelukkig kozen de producers niet voor Whoopi Goldberg en ook Steve Martin mocht thuisblijven. De vuilbekkende Chris Rock, die vorig jaar nog tamelijk tam de presentatie voor zijn rekening nam werd aan de kant geschoven voor alweer een nieuw gezicht: Jon Stewart. Stewart, die in Amerika vooral bekendheid verwierf met zijn satirische The Daily Show (bij ons te zien op CNN), dook op in films als The Faculty, Big Daddy en Death to Smoochy maar brak nooit echt door als acteur. Aangezien The Daily Show (waarin ook de ondertussen vooral in de States populaire komiek Steve Carell – laatst nog te zien in het erg leuke The 40 Year Old Virgin – zijn opwachting maakte) vooral de huidige actualiteit en de Amerikaanse regering op de korrel neemt mogen we ons dan ook aan een spervuur van politieke grappen in de stijl van “Dick Cheney schiet er niet naast” verwachten. Al even leuk zijn de daarbij horende obligate close-ups van beroemdheden in de zaal die door hun al dan niet van hilariteit scheefgetrokken of verzuurde gelaatsuitdrukkingen hun eigen overtuiging dreigen bloot te geven.

Het belang van prijsuitreikingen is uiteraard relatief en voor de winnaars wacht niet altijd een rooskleurige toekomst. Films die uiteindelijk klassiekers werden vielen in het jaar dat ze in de zalen kwamen uit de boot en sommige Beste Films zijn weinig meer dan ergens in het achterhoofd verborgen weetjes voor cinefielen. Dit jaar woedt de strijd om het felbegeerde beeldje van Beste Film tussen een liefdesverhaal over twee homoseksuele cowboys (of eerder, zoals producent James Schamus vorige week nog tijdens de BAFTAs zei; twee schaapherders), een biografie over een hier bij het grote publiek vrijwel onbekende auteur, een ensemblefilm over racisme, een politiek geladen drama over persvrijheid en machtsmisbruik en een thriller over Israëls in de mysterieuze nevelen van de geschiedenis verhulde reactie op het gijzeldrama op de Olympische Spelen in München in 1972.

Opvallend is dat dit jaar geen grote publiekstrekkers in aanmerking komen voor de belangrijke prijzen. Het signaal dat de filmwereld lijkt te willen sturen is er een van politieke overtuiging en van volwassen, serieuze cinema die de zogenaamde scheiding tussen informatie en entertainment overbrugt. De ene prent doet dat al beter dan de andere en wij vermoeden dat Brokeback Mountain, Ang Lee’s romantische drama met Heath Ledger en Jake Gyllenhaal in de hoofdrollen dat eerder ook al op de Golden Globes en de BAFTA’s won, met de hoofdprijs aan de haal gaat.

Ook tussen de acteurs in een hoofdrol lijkt het pleit beslecht en zal de fantastische Philip Seymour Hoffman, die als het titelpersonage in Capote een totale transformatie onderging, hoogstwaarschijnlijk het beeldje in zijn knuisten mogen klemmen (tenzij Joaquin Phoenix zijn overwinning bij de Golden Globes voor zijn ijzersterke vertolking in een musical/komedie als Johnny Cash in Walk the Line mag overdoen). Vreemde eend in de bijt is Terrence Howard die in 2005 overal leek op te duiken. In deze categorie is hij genomineerd voor zijn rol als pooier met rapambities in het bij ons (nog) niet in de zalen verschenen Hustle & Flow.

Wie er met kop en schouders boven uitsteekt bij de acteurs in een bijrol is moeilijker te voorspellen. Matt Dillon stal de show in het overigens volgens ons vrij middelmatige Crash, Paul Giamatti verdiende vorig jaar een nominatie voor zijn rol in Sideways (dat hij hier genomineerd is voor zijn solide vertolking in Cinderella Man lijkt eerder een troostprijs als compensatie voor de Academy flater van vorig jaar), Jake Gyllenhaal is nog jong en zit aan de start van een veelbelovende carrière maar won toch de BAFTA voor zijn rol als Jack Twist in Brokeback Mountain en William Hurts onvergetelijke bijrol in A History of Violence is misschien iets te “quirky” voor de conventionele Academy. George Clooney, die hoe dan ook een fantastische avond tegemoet gaat met nominaties voor regie, beste film en beste originele scenario, lijkt ons een grote kanshebber voor zijn rol in Syriana.

Tussen de actrices dreigt een regelrechte “cat-fight” die hopelijk, met de immer aanwezige Judi Dench, niet ontaardt in een wedstrijd modderworstelen, hoewel we daar met Keira Knightley, Charlize Theron, Reese Witherspoon en Desperate Housewife Felicity Huffman niet afkerig tegenover moeten staan. Witherspoon lijkt met haar vertolking als June Carter in Walk the Line de gedoodverfde en verdiende winnares maar we blijven toch Huffman, de meest getalenteerde van de Housewives, in de gaten houden. Haar vertolking als transseksueel in Transamerica is precies van het soort waar de Academy verzot op is.

De dames die in bijrollen het witte doek domineerden zijn een al even bont gezelschap. Michelle Williams, bedolven onder complimenten van critici voor haar werk in Brokeback Mountain, staat op de voorgrond maar zal toch moeten strijden tegen de uitstekende Catherine Keener (Capote), Frances McDormand (North Country), Rachel Weisz (The Constant Gardener) en de volledig uit het niets verschijnende underdog Amy Adams (ze was eerder te zien in onder andere Catch Me If You Can en in series als Smallville en Buffy The Vampire Slayer) voor haar acteerprestatie in Junebug.

Bij de technische awards zien we vooral Memoirs of a Geisha (een film waarvan de makers misschien ook nominaties in “belangrijkere” categorieën hadden verwacht) en opvallend maar terecht is de nominatie van zomerblockbuster Batman Begins voor de beste cinematografie. In diezelfde categorie duikt ook eenzaam en schandelijk vergeten The New World op, wat nog maar eens het hele prijsgebeuren relativeert. 

De Beste Visuele Effecten zijn voor The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe, King Kong of War of the Worlds. Het feit dat Star Wars: Episode III – Revenge of the Sith nergens te bespeuren is, zal ongetwijfeld een slag in het gezicht zijn van George Lucas en zijn effectenbedrijf Industrial Light & Magic. Gelukkig kunnen die nog hun hoop op War of the Worlds vestigen (en hoewel die laatste fantastische effecten heeft zal ILM opnieuw zijn meerdere moeten erkennen in WETA’s grandioze werk voor King Kong). Vreemd genoeg werd Star Wars wel genomineerd in de categorie van Beste Makeup waarin de Jedi ongetwijfeld de duimen zullen moeten leggen voor Narnia.

Op het animatiefront is Disney de grote afwezige. Hoewel het Huis van de Muis (dat klinkt eigenlijk toch niet zo familievriendelijk) Hayao Miyazaki’s genomineerde Howl’s Moving Castle internationaal op de markt bracht is hun eigen output volledig genegeerd en is de afwezigheid van computergegenereerde producties een belangrijk signaal voor de opgedrongen 3D-cultuur die de huidige animatie overheerst. In plaats daarvan zijn de “poppenfilms” Tim Burton’s Corpse Bride en Aardmans Wallace and Gromit in The Curse of the Were-Rabbit bij de meer dan verdiende gelukkigen.

Wie dacht met L’Enfant een goede mogelijkheid in het Belgische huis te hebben om een nominatie als Beste Buitenlandse Film te verzilveren komt bedrogen uit. In plaats daarvan nemen Don’t Tell, het politiekcorrecte Joyeux Noël, Paradise Now, Sophie Scholl en het bejubelde Tsotsi het tegen elkaar op.

Documentaires vinden steeds meer hun weg naar het grote publiek en dat laat zich merken aan de titels die wedijveren voor het illustere beeldje: March of the Penguins bleek een heuse publiekstrekker, Enron: The Smartest Guys in the Room kon op het Filmfestival van Gent op veel belangstelling rekenen en Murderball (in België te zien vanaf 19 april) werd met uitzonderlijk positieve recensies bekroond.

En dan is er nog de prijs voor de Beste Regie. Daar woedt een veldslag tussen Ang Lee (Brokeback Mountain), debutant Bennett Miller (Capote), Paul Haggis (Crash), George Clooney (Good Night, and Good Luck) en Steven Spielberg wiens Munich, ondanks nominaties voor montage, filmmuziek, beste film en beste geadapteerde scenario, vrijwel onopvallend in de race vertoeft. Daar hebben het heikel onderwerp en het feit dat de prent bij de Golden Globes het met slechts twee nominaties moest stellen ongetwijfeld iets mee te maken. Erger nog, omwille van een technisch probleem met screener DVDs (de dvd’s die naar de stemgerechtigde leden van de Britse Academy gestuurd worden) kreeg de film op de BAFTAs niet een nominatie, met mogelijke gerechtelijke stappen tot gevolg.

Wie uiteindelijk als de grote winnaar triomfeert zien we bij het ochtendgloren op 6 maart. We kunnen eindeloos speculeren en nadenken over wie met welke prijs naar huis gaat maar gezond verstand zegt dat het eigenlijk allemaal niet eens zo belangrijk is. Er zijn altijd films die tussen de mazen van het net glippen, juweeltjes die ondergewaardeerd achterblijven en middelmatige producties die opgehemeld worden. Toch is het leuk om met elkaar in discussie te gaan en na te praten over de “onrechtvaardigheid” of “slimme beslissingen” van de Academy. In een categorie is er alvast geen discussie: zijn de tijdens de show gebrachte Originele Songs uit films meestal slaapverwekkend, dan is de selectie dit jaar op zijn minst interessant te noemen. “In The Deep” uit Crash belooft lang geen onvergetelijk televisiemoment te worden maar wat te denken van Dolly Parton die het podium op zal klauteren met “Travelin’ Thru”. En dan is er nog de derde genomineerde; het prachtig getitelde “It’s Hard Out There for a Pimp”. Het is aan u, beste lezer, om te raden wie van deze drie wij graag zien winnen.

Verzamel de borrelhapjes! Verenig de alcoholische dranken! Blijf met wijdopen ogen wakker! Sluit weddenschappen af met vrienden en familie! Het is bijna zover: It’s Oscar Night!