De toon van een puberaal filmpje wordt bij de proloog al gezet. ‘Laten we eens lekker Amerikaans doen’, moet Caruso gedacht hebben. Paternalisme ten top wanneer we onze held te zien krijgen op jonge leeftijd, afgemat door diens vader die van hem absoluut de topsportende oogappel wil maken. De keuze valt op American Football en een zwevende bal leidt ons naar een oppervlakkig machoverhaaltje waar de brylcrème strak in de haren zit, de sportwagens uit kikkerperspectief op ons los worden gelaten en enige moraal zoek blijft.
Matthew McConaughey vertolkt Brandon Lang, een gespierde ex-quarterback die door een knieblessure het American football vaarwel heeft moeten zeggen maar blijft geloven in een comeback. Intussen komt hij aan de kost als voorspeller van wedstrijden, waarvan hij door een combinatie van spelkennis, ervaring en hoofdzakelijk geluk keer op keer het resultaat ziet aankomen. Ondanks deze gave oefent hij zijn job uit in een miezerig bureautje. Gelukkig haalt Walter Abrams (Al Pacino) hem naar New York om van nu af met resultaten te goochelen ten gunste van rijke zakenlui en minder rijke gokverslaafden. De film is enkele minuten oud en een oneliner of drie volstaan om de naïeve Lang naar the Big Apple te lokken.
Eén juiste pronostiek volstaat om Abrams te overtuigen. Voortaan gaat Brandon voor hem door het leven als John Anthony. Agenten van Abrams die al jarenlang in dienst zijn worden omver geblazen door the American Dream, verpersoonlijkt door Anthony, die als beloning voor zijn voorspelling een overweldigende loft, een blinkende Mercedes en betaalde liefde cadeau krijgt. Zo lang hij maar voldoende “fuck” zegt, zijn borstomtrek op peil houdt en de arrogante, alwetende houding van zijn mentor overneemt. Oppervlakkigheid troef.
Geleidelijk aan verdrinkt Brandon in een zee van geld en macht, worstelend met zijn eigen alter ego. Hij raakt de voeling met het spelletje kwijt, net als de centen van de hem contacterende gokkers in plaats van het voor hen te winnen. Ook Abrams ziet in dat hij wel eens fout zou kunnen gegokt hebben en dreigt zowel zijn echtgenote, klanten als zichzelf te verliezen.
De optimistische kijker verwacht zich dan aan een tirade van Pacino, die zowel zijn pupil als de toeschouwer een geweten in brult. Helaas komt iedereen bedrogen uit. De mystiek die hij in een gelijkaardige rol als John Milton ongeëvenaard ten toon spreidde in The Devil’s Advocate wordt hier vervangen door een plejade aan show, blinkende zakenlui en bovenal misselijkmakend goedkope dialogen. Ook de spanning ruimt plaats voor een geeuw en tegenzin. McConaughy voelt zich als een vis in het water en vertolkt losjes zijn vastberaden MTV-personage. Het voelt raar om heimwee te krijgen naar Keanu Reeves.
Wat houdt de film dan nog recht? Hier en daar komt de klasse van Pacino nog wel boven water en fans van het eerste uur zullen zeker van hem genieten. Maar ook hij laat zich hoofdzakelijk en van meet af aan meeslepen in het flinterdunne, voorspelbare en spotgoedkope scenario. Het verlangen naar een gedecideerd en intrigerend personage als John Milton laait op maar die is in geen kilometers te bespeuren en wordt vervangen door een Pacino die jammer genoeg te kwetsbaar is om overtuigend te zijn en zich sporadisch van zijn meest lichtzinnige kant laat zien. Hij heeft zich duidelijk vergist in het scenario van D.J. Caruso die in 2002 nochtans overtuigde met The Salton Sea. Het valt echter te betwijfelen of Pacino het laatste gedrocht van Caruso, Taking Lives, had bekeken alvorens hij toezegde de rol van Walter Abrams voor zijn rekening te nemen. Hoewel. Hij weet blijkbaar zorgeloos wanproducten als Simone en ook deze prent te combineren met meesterwerken als Insomnia en andere, talrijke topprestaties uit zijn rijke palmares in de jaren ’70, ’80 en ’90. Het blijft respectvol luisteren als hij aan het woord is, maar Abrams wordt te vluchtig en verwaand neergezet om echt in op te gaan. Caruso tracht Abrams nu en dan te presenteren als een kwetsbaar personage maar de geloofwaardigheid hiervan botst te frontaal met de gekende, onverwoestbare houding die Pacino bijna gepatenteerd en ook in deze prent op de kijker loslaat.
D.J. Caruso had ons een keiharde en spannende gokfilm kunnen bezorgen maar slaat de bal volledig mis. Belangrijker vindt hij het om McConaughey als vastberaden spierbundel in de kijker te plaatsen. Brandon wordt als een overwinnaar voorgesteld en dit op de kap van talrijke, onwetende burgers die hun verslaving niet te baas kunnen en hun familie, kapitaal en reputatie op het spel zetten om toch maar het triomfgevoel van een juiste voorspelling te beleven. Te weinig wordt het tot een armtierig leven herleid bestaan van deze meelijwekkende personages in beeld gebracht. Caruso houdt het bij een bijeen gegokte Ferrari en de daaraan verbonden vrouwelijke aandacht die door toedoen van Brandon verloren wordt. Het typeert Caruso en zijn materialisme dat te pas en te onpas in Two for the money op de kijker wordt los gelaten. Zijn laatste troef die hij met dit thema, dit budget en vooral deze cast in handen had gaat zo verloren en zijn doelgroep wordt bovendien tot een zwakhoofdig minimum herleid. Met alle Chinezen...
[START
INFO]
Titel:
Two for
the money
Genre:
Actie/Drama
Speelduur:
122
minuten
Regisseur:
D.J.
Caruso
Acteurs: Al
Pacino, Matthew McConaughey, Rene Russo, Armand Assante, Jeremy Piven
[END
INFO]