Een nieuw toeschouwerrecord en fijne films. Cinema Novo 2006 was geslaagd. Dat is deugddoend nieuws voor de liefhebbers van de niet-Engelstalige film. Grain in Ear won het festival, Cautiva won de publieksprijs.
Cinema Novo zoomde dit jaar in op Zuid-Amerika, maar het was een Chinese film die werd uitgeroepen tot winnaar. De Karibuprijs 2006 ging naar Grain in Ear van cineast Zhang Lu. De distributeur die de film aankoopt en verdeelt in België krijgt een premie. De kans is dus groot dat Grain in Ear binnen afzienbare tijd op de affiche staat in de filmhuizen. De prijswinnaar is een gaaf gefilmde minimalistische studie over de rol van illegale Koreaanse vrouwen aan de rand van de Chinese maatschappij. Grain in Ear barst niet van de vrolijkheid. Het is een trage, moeilijke film voor de volhouder die beloond wordt met een cinefiele ervaring die blijft hangen.
Cautiva won de publieksprijs. Dat levert mooie extra publiciteit op voor de erg aangrijpende film van Gaston Luis Birabén. Cautiva gaat over de uitlopers van de militaire dictatuur die over Argentinië heerste aan het eind van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig. Duizenden tegenstanders van het regime verdwenen spoorloos. Sommigen onder hen hadden ook kinderen. Op het eerste gezicht kwamen zij ongeschonden uit de strijd. Schijn bedriegt zo ondervindt ook Cristina, het 16-jarige hoofdpersonage, ingetogen gespeeld door Bárbara Lombardo. Door de publieksprijs te geven aan Cautiva bewees het trouwe publiek in Brugge zichzelf als kenner en liefhebber van integere cinema. Cautiva draait nu in Brussel en Gent. Een uitgebreide bespreking van leest u elders op deze site.
Een eervolle vermelding had de jury over voor de Chileense film Play, het karakterrijke debuut van Alicia Scherson. Play speelt zich af in Santiago de Chile. Twee jonge mensen zwerven er door de straten. Cristina verhuisde van het platteland naar de hoofdstad. Ze woont in bij een oude, stervende Hongaarse man die ze verzorgt. Haar leven verandert wanneer ze per toeval in een vuilnisbak een aktetas vindt van Tristan, een frisse, jonge aannemer die woont in een prachtig huis en net is gedumpt door zijn sexy, goedgeklede vrouw. Hij probeert voorzichtig zijn vrouw te heroveren en merkt door zijn amoureuze beslommeringen niet dat hij geschaduwd wordt door Cristina, die op haar beurt flirt met Manuel, die werkt bij de groendienst van de stad. Play is een kleurrijke mozaïek waarin de personages als vlinders van het ene stukje naar het andere fladderen. Onder het fraai gefotografeerde uiterlijk - gelardeerd met veel grappige en verrassende scènes - toont Alicia Scherson een stad waar eenzaamheid op de loer ligt. Scherson – die ook het scenario schreef - maakt moderne cinema met typische Zuid-Amerikaanse magisch-realistische elementen. Soms overdrijft ze met haar visuele goochelarij maar die zonde is zo groot als dat ene pintje te veel op café: het zou niet mogen maar ach, de cafébaas moet ook leven.
Geheel eigenzinnig – zoals het ook hoort – bekroonde de jongerenjury het Braziliaanse Jogo Subterrâneo. In de film van Roberto Gervitz gaat Martin – een vermoeide pianist in een nachtclub – in de metro van São Paulo op zoek naar de vrouw van zijn leven. Iedere ochtend stippelt hij met gesloten ogen een willekeurige route uit. De vrouw die exact dezelfde route volgt, kan niet anders dan zijn ultieme partner zijn. Dat is alvast zijn theorie en het dient gezegd, hij slaagt er zelfs in vrouwen in zijn bed te krijgen. De ideale is daar niet meteen bij. Aan zijn veroveringen zijn kosten, zware kosten. Hij wordt verliefd op Ana, een mooie vrouw. Tot die ontmoeting is Jogo Subterrâneo een prikkelende film, luchtig en zwevend op een sfeer van toevallige gekheid. Dan besluit Martin dat hij zijn Ana moet redden en glijdt de film in de richting van een traditionele misdaadfilm. De ontknoping is bepaald onorigineel. Jammer want het uitgangspunt is boeiend en interessant biedt kansen voor een zinderende knaller. Lof voor hoofdrolspeler Felipe Camargo die vermoeidheid met frisheid en hoop met wanhoop combineert. Een bravootje ook voor Roberto Gervitz die het tempo erin houdt en zijn film een aparte look en sound heeft gegeven.
De films van de Wang Xiaoshuai worden in China steevast gecensureerd of verboden, maar oogsten wel internationaal succes. Xiaoshuai is een van de voortrekkers van de Zesde Generatie. De regisseurs van de Zesde Generatie maken grimmige, ingetogen, haast documentaire films over hedendaagse politieke en maatschappelijke thema’s. Shanghai Dreams won op het Filmfestival in Cannes de Speciale Prijs van de Jury. Een opsteker voor een film over een op het eerste gezicht weinig opwindende gebeurtenis uit de recente Chinese geschiedenis. De film speelt zich af in de jaren tachtig en is gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van de regisseur. Diens vader werd verplicht zijn bruisende geboortestad Shanghai te verlaten om in een afgelegen provincie in een fabriek te gaan werken. De Chinese Communistische Partij wilde met de gedwongen verhuizing van miljoenen burgers een boost geven aan de economische ontwikkeling van het immense Chinese binnenland. Sinds hij de deur openduwde van zijn nieuwe woning, droomt de vader van een terugkeer naar Shanghai. Zijn tienerdochter heeft niets anders gekend dat het trieste hol waar ze opgroeide. Ze heeft er vrienden, herinneringen en gewoontes. Blijven ze daar dan is het leven van de vader verwoest, verhuizen ze dan ligt het leven van de dochter in puin. Een knoert van een vader-dochterconflict is het gevolg. Xiaoshuai draaide de film op locatie in het stadje waar hij zelf opgroeide. Hij verweeft zijn maatschappijkritiek fijntjes in het sterk geacteerde en prachtig gefotografeerde familiedrama dat van de eerste tot de laatste minuut boeit.
De prijs voor de meest verwarrende film van het festival gaat naar Los Muertos van Lisandro Alonso. Aan het eind van de film weet je nog veel minder dan aan het begin. Een man van middelbare leeftijd wordt vrijgelaten uit de gevangenis. Zijn dochter zien is zijn eerste en enige doel na zijn vrijlating. Hij regelt een boot en peddelt door het Argentijnse oerwoud. Los Muertos is een film over een man, zijn verleden en zijn toekomst. Details over zijn misdaad worden niet vrijgegeven. Het enige feit is dat zijn dochter ver weg woont op een eiland. Regisseur Lisandro Alonso laat de man rustig voortdrijven op de rivier. Zijn dagelijkse bezigheden - eten, drinken, brood kopen in een winkel, een babbeltje slaan met iemand aan de oever – vormen de spil van de film. De rauwe erg fysieke vertolking van Argentino Vargas is angstaanjagend. Het is een man die je wel wil vertrouwen, wiens fouten je zou willen vergeven, maar die geen enkel teken geeft dat hij dat vertrouwen wel verdient. Misschien is hij wel op weg om ook zijn dochter te vermoorden. Veel vragen en twijfels in Los Muertos (meervoud) en één langgerekte scène met een geitje langs de waterkant die levenslang in het geheugen blijft hangen. Sterke cinema.
Ook het Chinese The Sunflowers begint met de vrijlating van de misdadiger. Hij komt aan in een dorpje, meldt zich aan bij de politiek en krijgt een baantje als brander en verkoper van zonnebloempitten. Professor, filmcriticus en regisseur Wang Baomin omkadert het verhaal van de jonge misdadiger met slepende folksongs en uitzonderlijke mooie beelden van waaiende zonnebloemvelden en frisse zomerjurken. De jonge man probeert een nieuw leven om te bouwen, maar wordt al snel geconfronteerd met zijn pijnlijke verleden. Aan de hand van flashbacks wordt duidelijk wat er gebeurd is en hoe het nu verder moet. The Sunflowers onthult zijn geheimen met mondjesmaat. De scheidslijn tussen heden en verleden wordt steeds dunner tot alle stukjes van de puzzel op hun plaats liggen. Een intrigerend verhaal in combinatie met visueel uitgekiend spektakel. Laat dat nu net de essentie van cinema zijn.
De heropleving van de documentaire mag nog een tijdje aanhouden. Mur is sereen werk van de Arabisch-Joodse Simone Bitton. Ze posteerde haar camera langs de 500 kilometer lange betonnen muur die de Israëli moet beschermen tegen Palestijnse terroristen. Zelf blijft ze buiten beeld. Ze filmt de eigenlijke bouw van de muur, praat aan beide kanten van de muur met Israëli en Arabieren. Het is niet altijd duidelijk wie ze interviewt, of het een jood is of een Arabier, aan welke kant van de muur de interviewee woont, maar dat is ook de essentie niet van de zaak. De essentie is het onheil dat veroorzaakt wordt door de constructie van de barrière. Tussen de interviews met de rechtstreekse buren van de muur, monteerde Bitton flarden van haar interview met een hoge pief van het Israëlische leger. Argumenteert hij in begin nog feitelijk en enigszins redelijk, fragment na fragment valt zijn masker af tot hij op het einde zijn ware gelaat toont. Bitton heeft haar eigen ideeën niet willen opdringen en dat heeft de documentaire goed gedaan. Knap en eerlijk werk.
Tweede kansen waren er op het festival onder andere voor La Niña Santa. Lucrecia Martel is de vrouw die in 2000 verraste met La Ciénaga. In La Niña Santa ontdekt een hyperkatholiek tienermeisje haar seksualiteit: zware kost met bespiegelingen over de comateuze Argentijnse samenleving die de economische crisis nog steeds niet te boven is gekomen. De film bezwijkt haast onder zijn eigen humorloze gewicht. La Niña Santa is voer voor het getrainde oog van de adepten van de Argentijnse cinema die echt alles willen gezien hebben.
Sommige regisseurs worden grootmeester genoemd. Eén van hen is de Taiwanees Hsiao-hsien Hou wiens drieluik Three Times gemengde reacties uitlokte. Three Times vertelt drie losstaande liefdesverhalen die zich afspelen in drie verschillende periodes: 1966, 1911 en 2005. De enige link tussen de drie verhalen is het acteursduo. Omdat ook in intelligente cinema het oog wel wat wil, is de adembenemende Shu Qi de vrouw waar de drie verhaaltjes om draaien. In de jaren zestig-episode is ze de net niet bereikbare droomvrouw van een soldaat. In de hedendaagse setting moet ze kiezen tussen een ruige minnaar op een motor en haar vriendinnetje. Echt fantastisch is ze in de tweede episode die zich afspeelt in een concubinehuis in 1911. Het is een verrassende en betoverende hommage aan de stille film. De dialogen verschijnen op pancartes tussendoor, de pianomuziek begeleidt de actie. Het is even wennen en doorbijten maar dan volgt pure filmmagie. Three Times is een film hors categorie.
Joeg de stille episode uit Three Times de zenuwachtige bezoekers de zaal uit, de unieke openingsscène van The Wayward Cloud – samengevat als seks met een watermeloen – nagelde iedereen vast in het bioscoopzitje. Tsai Ming-Liang is de andere Taiwanees die steevast grootmeester wordt genoemd en The Wayward Cloud is zijn meest recente film. Zijn watermeloendrama slash musical werd door de critici niet zo gesmaakt. Het is ook verre van zijn beste film wat niet belet dat hij inhoudelijk en vormelijk ver uitsteekt boven de concurrentie. Zelfs een mindere Tsai Ming-Liang blijft niet te missen cinema. Water is het terugkerende symbool in zijn werk. Deze keer is er geen overschot aan water, maar een tekort. De aanhoudende droogte heeft voor schaarste gezorgd. Watermeloenen zijn het enige alternatief. The Wayward Cloud gaat over communicatieproblemen, onuitgesproken verlangens, liefde, porno en tragische eenzaamheid in de grote stad. Fetisjacteur Lee Kang-Sheng is kort van stof, ook dat is niet verrassend. De surprise komt van de mix van musical, porno en drama die Tsai Ming-Liang gebrouwen heeft. Er mag al eens gelachen worden. Taiwanezen die met droeve ogen vrolijke volksliedjes zingen, het levert grappige beelden op.
Paradise Now won de Oscar voor de beste buitenlandse film uiteindelijk niet. Op het belangrijke festival van Berlijn won de film van de Nederlandse Palestijn Hany Abu-Assad wel de publieksprijs. De film kondigt zichzelf aan als de eerste die een blik gunt in de hoofden van Palestijnse zelfmoordterroristen. Said en Khaled zijn twee vrienden die uitgekozen worden om een Tel Aviv een aanslag te gaan plegen. Ze zijn blij, vastberaden en vereerd dat ze de Palestijnse zaak mogen dienen. Mogen, niet moeten. Paradise Now veroorzaakte flink wat controverse. Abu-Assad geeft de moordenaars een gezicht. Hij toont hun huizen en families. Hij laat zien hoe ze werken en hoe ze zich ontspannen in Nabloes, een stad die permanent wordt omsingeld door het Israëlische leger. Said en Khaled vertrekken richting Tel Aviv maar hun plan mislukt. Dan slaat de twijfel toe. De Grote Prijs van de Moed in de Film bestaat niet, maar zou in het leven kunnen geroepen worden om de keuze van het thema te belonen. Een goed, controversieel onderwerp maakt helaas nog geen controversiële film. In tegenstelling tot het onderwerp, is de uitwerking van Paradise Now honderd procent academisch en traditioneel. De twists in de plot, de dialogen, de opgebouwde spanning, de reddende engel met het inzicht en de afloop. Paradise Now had een bom kunnen zijn, maar het lontje is te kort.