Regisseur/scenarist James Gunn, die zijn carrière begon onder de vleugels van de illustere Lloyd Kaufman bij schlockstudio Troma en onder andere het scenario voor Tromeo and Juliet schreef, werd in 2002 een door internetgeeks verguisd individu nadat hij het scenario voor de Scooby-Doo verfilming had neergepend. Later volgde nog Scooby-Doo 2: Monsters Unleashed en durfde hij het aan om een remake van George A. Romero’s zombieklassieker Dawn of the Dead te schrijven. Fans schreeuwden moord en brand en Gunn werd als scenarist wat de beruchte Uwe Boll onder de regisseurs is: uitschot. Althans, tot Dawn of the Dead in de zalen kwam en de prent een vrij effectieve horrorthriller bleek te zijn. De diverse cast, spannende actiescènes en bloederige effecten zorgden voor een geslaagd eindresultaat dat nergens het niveau haalde van Romero’s origineel (hardlopende zombies zijn niet enger dan strompelende ondoden!) maar het evenmin beschaamde. Genreliefhebbers kregen opeens appreciatie voor Gunn (een remake van Dead werd als heiligschennis gezien en het feit dat Gunn, samen met regisseur Zack Snyder, een goede moderne zombiefilm aan het publiek schonk werd erg gewaardeerd) en het duurde niet lang vooraleer Gunn plannen kreeg om een eigen project uit de grond te stampen. Met amper vijftien miljoen dollar (peanuts in Hollywoodland) ging Gunn gezwind aan de slag en het resultaat mag gezien worden. Slither is een erg leuke, inventieve horrorkomedie waar de liefde voor het genre als groene slijm vanaf druipt.
Een slaperig Amerikaans stadje wordt opgeschrikt door een buitenaardse invasie. Dit keer brengen de wezens geen de hemel verduisterende armada van vliegende schotels of torenhoge oorlogsmachines maar zijn ze van plan de wereld aan hun wil te onderwerpen met behulp van een angstaanjagende infectie. Als de naar seks smachtende Grant Grant (een hilarische Michael Rooker) geen lust vindt bij zijn zo ongeveer door de halve mannelijke bevolking van het dorp begeerde vrouw; de lerares Starla (Elizabeth Banks), gaat hij stomdronken op pad met een geile jongedame. In het bos ontdekken ze een vreemd spoor dat leidt naar een slijmerig goedje dat zich langzaam over de grond beweegt. Plots schiet er iets uit het ding omhoog en boort zich in Grants borst. Vanaf dat moment is Grant niet langer de man die hij eerder was en terwijl de buitenaardse entiteit aan een hoog tempo bezit van hem neemt (en Grant wanhopig tracht om de uitstulpingen op zijn hoofd minder erg te laten lijken: “it’s just a bee sting”) wordt een diabolisch plan in werking gezet dat de inwoners van het dorp en – inderdaad – de hele wereld dreigt te vernietigen.
Van het eerste beeld – een rakelings langs de camera scherende meteoriet stevent in een bijna “eighties” lijkend melkwegstelsel op de aarde af – tot de laatste “komt er een vervolg” grap na de eindgeneriek is het duidelijk dat Gunn weet waar hij mee bezig is. Zijn film heeft nergens de pretentie om meer te willen zijn dan een in de jaren ’80 verankerde sciencefiction-/horrorpastiche die herinneringen oproept aan films als Night of the Creeps, The Blob, Invasion of the Body Snatchers, Night of the Living Dead, Society en ga zo maar door. Inhoudelijk is er niets nieuws onder de zon maar het aanstekelijke enthousiasme, de amusante vertolkingen, spitante oneliners (“That's some fucked up shit.” klonk nooit zo oprecht), onbeschaamd grove praat en bloedballetten zorgen voor een politiek allesbehalve correct (huisdieren worden afgeslacht, buitenaardse slakwezens vallen kinderen aan, een thema van de film is penetratie) horrorspektakel.
Gunn verzamelde een cast vol – vooral voor het grote publiek - nobele onbekenden die allemaal prima werk afleveren binnen het genre waarin ze spelen. Als politieagent Bill Pardy heeft Nathan Fillion, die recent te zien was in Joss Whedons Serenity, alles in huis om een leading man te zijn… maar dan wel een met een flinke lading zwarte humor in zijn genen (als een door de infectie genekt personage smeekt om te worden neergeknald vervult Bill zonder verpinken of moreel bezwaar die bloederige taak). Zijn vertolking is eerder die van een antiheld die tegen wil en dank in een onmogelijke situatie terecht is gekomen dan de onversaagde actieheld die we vaak in dit soort films zien opduiken. Fillions Bill Pardy is bijna “Han Solo-esque” in de zin dat hij de wereld best wil redden maar dan wel het liefst zonder dat hij daarbij om het leven komt. Ook uitstekend is Elizabeth Banks als Starla Grant. Oplettende kijkers zullen haar misschien herkennen als Betty Brant; J. Jonah Jamesons assistente in de Spider-Man films en uit bijrollen in films als Catch Me If You Can en vorig jaar nog; The 40 Year Old Virgin. Als de vrouw van de door de buitenaardse entiteit bezeten Grant weeft ze haar personage door een hilarisch idioot uitgesponnen subplot waarin ze ontdekt dat de liefde die ze ooit voor haar man voelde tot ver buiten de norm dient uit te stijgen als ze de mensheid voor de ondergang wil behoeden. Als Grant Grant weet B-acteur Michael Rooker zijn personage aanvankelijk een ietwat sullige houding mee te geven om dan na de besmetting over te gaan tot net niet volledig foute overacting. Dat hij zich later in de film verborgen onder onvoorstelbare lagen gruwelijke make-up nog herkenbaar en zelfs enigszins sympathiek weet te maken zegt iets over Rookers onmiskenbare plezier dat hij had in het maken van de film. Gregg Henry vertolkt de vuilbekkende burgemeester van de stad die zich niet bekommert over kinderoren die zijn onophoudelijke tirades zouden kunnen aanhoren. Zijn groeiende paniek en daarmee gepaarde opmerkingen maken de film net dat beetje meer geschift.
De andere leden van de cast doen precies wat van hen verwacht wordt en iedereen zit op dezelfde absurde golflengte als de regisseur. Gunn haalt achter de camera alles uit een beperkt budget en weet enkele minderwaardige computereffecten ruimschoots goed te maken door een visuele inventiviteit (de “zweepslag”-scène) en genrekennis aan de dag te leggen. Wie zich ergert aan het feit dat de prent eigenlijk niets meer dan een rip-off van andere films is mist precies datgene wat Gunn wou bereiken. Een minpunt is misschien dat cast en crew soms te hard hun best doen en dat de makers te vaak naar het publiek knipogen, terwijl ze ondertussen “heeft u het door?” schreeuwend groen slijm tegen het witte doek kwakken.
Dat mag de pret echter niet drukken en iedereen die op zoek gaat naar een anderhalf uur durende pretentieloze B-film in de traditie van producties als Gremlins, Tremors, Braindead, The Evil Dead, Night of the Creeps en recenter; Eight Legged Freaks en Shaun of the Dead is bij Slither aan het juiste adres. Dit is er een voor iedereen die houdt van kotsende zombies, lichamen uit elkaar rukkende tentakels, romantische ballades, glibberige epilepsieaanvallen veroorzakende slakken, gargantuesk opgeblazen vrouwen die dienst doen als baarmoeder, angstaanjagende kleine meisjes, exploderende hoofden, het waanzinnigste bijna Lovecraft-achtige tentakelcreatuur dat u dit jaar in de bioscopen zal aantreffen en veel, erg veel gitzwarte humor. Liefhebbers van kostuumdrama’s kunnen zich maar beter niet aan deze prent wagen.
Niet voor “pussies” dus.
Titel: Slither
Genre: horrorkomedie
Speelduur: 1u35
Regisseur: James Gunn
Acteurs: Nathan Fillion, Michael Rooker, Elizabeth Banks, Gregg Henry, Tania Saulnier