Wanneer men begint te praten over de spaghettiwesterns uit de jaren ’60 valt onvermijdelijk de naam Sergio Leone. Zeer terecht wordt Leone beschouwd als de vader van het genre en zijn naam is de enige die men zich nog herinnert van de Italiaanse regisseurs uit die periode. Maar er was nog een andere Sergio die een even invloedrijk is geweest op het genre. Zijn naam is Sergio Corbucci en de western heet: Django.
Django is een brutale en krankzinnige pulpklassieker die geen enkele kans laat liggen om op een zalige wijze “over the top” te gaan. De openingsbeelden van Django zet meteen de toon voor de aanhoudende grimmigheid van de film en is het meest iconische van het genre: een mysterieuze en ongeschoren kerel die een doodkist achter zich sleurt door de modder. De film steekt vol met zulke symbolen voor de dood en de climax gebeurt dan ook toepasselijk op een vervallen kerkhof. In het stadje waarin het hoofdpersonage Django verzeilt zijn de straten een zee van modder, iedereen is corrupt en alle inwoners zijn vuil en onverzorgd, zelfs de lucht ziet er smerig uit.
Django doorbrak in 1966 taboes op gebied van filmgeweld, vernedering, masochisme en dodenaantal. In de eerste scène wordt een vrouw door 4 Mexicaanse rovers gegeseld totdat haar belagers afgeknald worden door een Ku Klux Klan-achtige bende (rode maskers in plaats van witte). Die willen diezelfde vrouw levend verbranden op een houten kruis waar onze mysterieuze (anti)held Django een stokje voor steekt door de 5 sadisten af te knallen. Acht minuten film en er zijn al 11 doden gevallen en een vrouw gebrutaliseerd. Daar houdt het niet bij op. Enkele scènes verder zal Django met een machinegeweer dat hij in zijn doodkist verborgen houdt 48 Klansleden neermaaien. De antagonist is Majoor Jackson die vreedzame Mexicaanse boeren laat afknallen als tijdverdrijf.
Het hoogtepunt van de vele geweldscènes in Django is de scène waarin een kerel zijn oor wordt afgesneden, vervolgens moet opeten en dan enkele malen in de rug wordt geschoten. Dit was meer dan 25 jaren voordat Quentin Tarantino controverse creëerde met een gelijkaardige scène in Reservoir Dogs (1992). In de laatste akte van de film Django worden de handen van Django verminkt zodat hij in de finale schoot out op inventieve wijze gebruik moet maken om zijn pistool te hanteren. Zulke scènes waren er de oorzaak van dat Django in enkele landen verboden was. In Engeland bijvoorbeeld werd de film pas officieel vertoond in 1993, ironisch genoeg op televisie. Vandaag is de film niet gewelddadiger dan een doorsnee aflevering van 24 of The Sopranos. Maar in 1966 toonde de film nog nooit geziene wreedheden waar zelfs Sergio Leone niet aan kon tippen en het geweldorgasme in The Wild Bunch lag nog drie jaren in de toekomst.
Django is in feite een rip off van A Fistful of Dollars, de eerste western van Sergio Leone. Maar dat kunnen we de film niet kwalijk nemen aangezien Fistful op zijn beurt een rip off is van de Japanse Samurai-klassieker Yojimbo (1961) van Akira Kurosawa. De Japanse regisseur Kurosawa is de vader van het filmgeweld. Hij was de eerste filmregisseur die geweld een esthetische filmvorm gaf, door de actiescènes te filmen met ongewone camerastandpunten, vernieuwende montage en gebruik van slow motion. In Yojimbo zien we een zwervende Samurai krijger zonder meester die twee bendes manipuleert en elkander laat uitmoorden. Hoofdrolspeler Toshiro Mifune vertolkte de cynische huurling wiens acties nog wreder waren dan de antagonisten. Omdat de Italiaanse producenten van Fistful de moeite niet hadden genomen om de rechten te betalen aan Kurosawa, duurde het enige jaren voordat de film vertoond kon worden in de Verenigde Staten en Japan. Dit geeft een idee hoe laag de verwachtingen waren voor Fistful. Op de oorspronkelijk generiek hebben de meeste medewerkers een Amerikaanse pseudoniem, Leone bijvoorbeeld veranderde zijn naam in Bob Robertson.
Er zijn twee elementen die Django onderscheiden van andere Spaghettiwesterns. De muziek is niet traditioneel van Ennio Morricone en Django is de enige spaghettiwestern die niet gedraaid in het Widescreen Techniscopeformaat. Niet dat dit iets afdoet van de film, de muziek van Luis Enríquez Bacalov is zeer toepasselijk, alhoewel de titelliedje vandaag wel op de lachspieren kan werken. De zeven Spaghettiwestern die Corbucci nog zou draaien na Django deed hij wel een beroep op de goddelijke Morricone. De reden voor de keuze van beeldformaat is ons onbekend.
Django maakte van hoofdrolspeler Franco Nero een internationale ster en zou samen met Sergio Corbucci een succesrijke informele westerntrilogie draaien: Django (1966), Il Mercenario (1968) en Vamos a Matar, Companeros (1970). De Nero/Corbucci-trilogie is minder gekend dan de samenwerking van Eastwood/Leone maar moet zeker gezien worden door de fans van het genre. Franco Nero is vandaag zo goed als vergeten en is nooit echt doorgebroken op de Amerikaanse filmmarkt. Tussen 1964 en 1976 werden er meer dan 400 Spaghettiwesterns uitgebracht. Nero had de eer om de cyclus af te sluiten in 1976 met de titelrol in de laatste Spaghettiwestern Keoma (Enzo G. Castellari). Een zeer artistieke wraakwestern die jammer genoeg ontsierd wordt door een afgrijselijke muziekscore. De enige grote hit die Nero kende in een Amerikaanse film was een bijrol in Die Hard 2 (1990).
Blijkbaar had niemand het patent op het Django personage want Django kreeg zo’n 31 onofficiële sequels, allemaal zonder Nero. Met titels zoals Django Kill, Django Shoots First, Son of Django, Django the Condemned, A Few Dollar For Django (1968). Allemaal zeer gewelddadige en krankzinnig wraakwesterns. Om te kunnen incasseren op het succes van Django hadden sommige van deze films enkel de naam in de titel, terwijl er geen enkel personage in de film Django heette. Bij andere films werd dan gewoon bij de dubbing de naam van het hoofdpersonage veranderd in Django. Dat kostte niet veel moeite aangezien alle Italiaanse westerns toch werden gedubd in verschillende talen om de hele Europese markt te beslaan. De naam Django was een zoveelste ziekelijk grap van Corbucci en scenarist en zijn broer Bruno Corbucci. De naam komt van Django Reinhart, een jazzgitarist die legendarisch werd ondanks het feit dat hij enkele vingers mistte.
Het grootste gedeelte van deze sequels zijn vandaag niet meer om aan te zien. De meest geslaagde is Prepari la Bara uit 1968 (de Amerikaanse titel is Django, Prepare a Coffin) met niemand minder dan Terence Hill in de hoofdrol. Terence Hill werd gekozen vanwege zijn sterke gelijkenis op Franco Nero. In hetzelfde jaar zou hij zijn eerste film met Bud Spencer draaien en zou de start zijn van een lange rij komische actiefilms die enorme kassuccessen werden tot in het begin van de jaren ‘80. De cameraman van de originele Django was een zekere Enzo Barboni die later onder de pseudoniem E.B. Clutcher de Trinity-films met Hill/Spencer zou regisseren. Corbucci heeft trouwens later zelf enkele Hill/Spencer films geregisseerd. In 1987 kwam er de uiteindelijk dan toch een officiële sequel met Django 2: Il Grande Ritorno met de enige echte Franco Nero in de hoofdrol. Op zich niet slecht maar jammer genoeg was de regie niet van Sergio Cobucci, zodat deze sequel een dertien in dozijn affaire is.
Door het enorme succes van Django kon Corbucci voor zijn volgende films met Franco Nero in de hoofdrol grotere budgetten krijgen. Il Mercenario neemt plaats in de Mexicaanse revolutie in 1915. Nero vertolkt een Poolse huurling die zichzelf aan de Mexicaanse rebellen verhuurt als wapens- en explosie-expert. De slechterik wordt vertolkt door Jack Palance, de toenmalige specialist van dit soort rollen. Palance is zo goed als verachtelijke moordenaar dat zijn rol best groter had mogen zijn.
In Vamos a Matar, Companeros is de nationaliteit van het personage van Nero ditmaal een Zweed. Opnieuw geplaatst in één van de Mexicaanse revoluties en opnieuw een geweldige aaneenschakeling van wilde schietpartijen, geweld, verraad en zwarte humor. Net als Il Mercenario verteld in flashbackstructuur, een sociale boodschap gecombineerd met religieuze en politieke symbolen, een schitterende schurkenrol van Jack Palance (ditmaal met een houten hand) en zalige muziek van Ennio Morricone.
De muziek van Morricone voor deze film zal de Quentin Tarantino fans zeker bekend klinken. Een filmgek zoals Tarantino is een expert met het werk van Leone en Corbucci en zijn eigen films steken vol van referenties, knipogen en inside jokes naar deze Italiaanse pulpklassiekers. In Kill Bill (2003/2004) gebruikte hij veel muziek van Ennio Morricone uit de Corbucci-films. Het meest opmerkelijke in Volume 2 waar Tarantino het thema van Il Mercinario gebruikt in de scène waarin The Bride (Uma Thurman) uit haar doodskist ontsnapt.
Il Mercenario en Companeros zitten duidelijk met sociale linkse boodschappen waarin een Europese indringer een arm en verdrukt volk helpt door rijke fascistische dictators te verslaan, uiteraard tegen financiële vergoedingen. Centraal in beide films is de ongewone alliantie tussen de Europese huurling en de Mexicaanse rebel. Maar gelukkig is er steeds veel opwindende actie en geweld in de films van Corbucci zodat de actiefans onder ons tevreden worden gehouden.
Destijds werden de Spaghettiwesterns als stront behandeld door de critici en beschouwd als verwaarloosbare pulp voor de massa. Vandaag worden zulke films geprogrammeerd op zenders zoals Arte: een artistieke zender gericht naar een intellectueel publiek op zoek naar alternatieve speelfilms. Deze films zijn ook niet te vinden in een doorsnee mediawinkel en de dvd’s enkel verkrijgbaar via import. In het geval van Django is jammer genoeg enkel de Engels gedubde versie op dvd verkrijgbaar en niet de originele Italiaanse klankband. Vooral de ingesproken stem van Nero (door een zekere Tony Russell) is allesbehalve geslaagd. Ook de dialogen zijn niet bepaald goed vertaald. Maar de klank en beeldkwaliteit en enkele interessante extra’s, waaronder een interview met Nero, maken veel goed. De dubbing van Il Mercenario en Companeros is wel te pruimen, maar u zal wel diep in uw geldbuidel moeten grijpen. Il Mercenario enkel verkrijgbaar op een Japanse dvd editie (met als optie de Dngels gesproken versie) en van Companeros is er enkel een Duitse dvd-uitgave. De Duitse dvd behandeling van Companeros is wel eersteklas: de film is gerestaureerd tot zijn oorspronkelijke lengte en heeft recente interviews met de hoofdrolspelers.
Het westerngenre heeft een fascinerende evolutie ondergaan. Akira Kurosawa was een fan van de klassieke Amerikaanse westerns, bracht de clichés over naar de Samuraifilms en gaf er zijn eigen unieke draai aan. Sergio Leone liet zich dan op zijn beurt inspireren door deze Japanse actiefilms en bracht die Samurai eigenschappen over naar het westernpersonage. In 1977 zou een zekere George Lucas de westernclichés plaatsen in een sciencefiction context voor zijn low budget fantasietje genaamd Star Wars. Lucas gaf niet voor niets de naam Jango Fett aan de vader van de meedogenloze premiejager Boba Fett uit de originele trilogie. Zonder de D weliswaar, maar het klinkt hetzelfde.
Het westerngenre zelf is zo goed als uitgestorven. De periode tussen goede westerns wordt steeds groter en groter. Tussen Unforgiven (1992) van Clint Eastwood en Open Range (2003) van Kevin Costner liggen meer dan 10 jaren. In feite worden er nog altijd westerns gemaakt, alleen worden ze niet meer gefilmd op fotogenieke prairies. Zowat elke actie en sciencefiction film van de afgelopen dertig jaren is in feite een vermomde western. Het was vooral in de jaren ’80 dat de kenmerken van de Spaghettiwesterns werden geplunderd door de Amerikaanse actiefilms: de stoïcijnse held met grappige oneliners die het opneemt tegen een heel leger boeven. Actiehelden zoals Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger, Bruce Willis en Mel Gibson zijn dus erfgenamen/plunderaars van de Spaghettiwestern iconen. De hedendaagse toestand van het westerngenre kunnen we nog het best omschrijven met de laatste zin uit The Wild Bunch van Sam Peckinpah: “It ain’t like it used to be, but it ‘ll do”
[START INFO]
In Cult Corner dalen we elke maand af
naar de kelders van Hollywood: lang vergeten tv-series, obscure langspeelfilms
of bizarre acteurs worden op die manier weer in het voetlicht geplaatst.
[END
INFO]