Het was te voorspellen dat regisseur Ron Howard met de verfilming van de megabestseller The Da Vinci Code met de neus plat tegen de muur zou lopen. Een boek dat zoveel opschudding veroorzaakte en proportioneel overhypet werd, laat zich niet ongestraft verfilmen. Cannes moet niets van Da Vinci hebben. Dankzij de wonderen van de nagenoeg simultane wereldwijde release volgt de rest al snel. The Da Vinci Code is zeker niet de film van het jaar, maar nu ook weer niet de flop waarvoor hij versleten wordt.
Leuke cartoon in de krant. Symboloog Robert Langdon tuurt met een vergrootglas in een bundel papieren en roept verrukt uit dat hij de code heeft kunnen ontcijferen: "F-l-o-p". Grappig, maar niet helemaal terecht. Het lijkt wel of The Da Vinci Code in een overdreven negatieve spiraal terecht is gekomen. De eerste onheilspellende berichten kwamen van het Amerikaanse vakblad Variety dat de film zwaar afkraakte. Woensdag kende de film zijn wereldpremière op de Croisette in Cannes. Tweeduizend journalisten zagen de film en via de krantenrecensies sijpelde enkel slecht nieuws door. Er werd niet geapplaudisseerd in de zaal, er werd tijdens de film zelfs gelachen met enkele belachelijke scènes. Dat het een geluk was dat The Da Vinci Code niet in de competitie zit, want de Gouden Palm lag nooit verder buiten het bereik van een film. Het is vreemd hoe meningen soms meedeinen op de golven van een bepaald kringetje ingewijden. Alsof bij consensus besloten is dat The Da Vinci Code in al zijn eigenwaan geen goede film kan zijn.
Een grote, gehypete film beoordeel je altijd een beetje strenger dan een kleine, onafhankelijke film. Dat kan niet anders en dat is misschien maar goed ook. Wie wind zaait, zal storm oogsten. Of: hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. The Da Vinci Code bevindt zich al sinds de release van het boek medio 2003 in het oog van die storm. 45 miljoen mensen kochten het boek en zelfs wie het niet las moet zich de voorbije jaren ofwel in het Big Brother huis ofwel ter hoogte van 71 Graden Noord verscholen hebben om niet te weten waar het verhaal over gaat en wat de zogenaamde grootste cover-up uit de geschiedenis nu precies is. Na het proces wegens plagiaat dat Dan Brown door Michael Baigent en Richard Leigh begin dit jaar aangesmeerd kreeg en de eindeloze boeken, reportages en video's over Opus Dei, het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci, de Priorij van Sion, de Tempeliers, de Rosslyn Chapel in Schotland, de Heilige Graal en een vreemd zwevend mes, is iedereen volgens ons een beetje Da Vinci-beu. Nog voor de grootste film van het jaar goed en wel in de zalen is beland, heeft iedereen er de buik van vol. The Da Vinci Code is de film die iedereen al gezien heeft zonder hem te bekijken.
Het is dan ook nauwelijks nodig om hier met een korte inhoud te komen aandraven. Toch maar erg summier meegeven dat ook de filmversie opent met de moord op Jacques Sauniere (Jean-Pierre Marielle), de conservator van het Louvre. Hij wordt neergeknald door de mysterieuze albinomonnik Silas (Paul Bettany). Vlak voor hij het loodje legt, kan Saunière nog enkele zeer belangrijke symbolen en raadsels op en rond zijn lichaam verbergen. Omdat de Amerikaanse symbolendeskundige Robert Langdon (Tom Hanks) enkele uren voor Saunières dood met hem een afspraak had, is hij voor de norse Franse politie-inspecteur Bezu Fache (Jean Reno) de verdachte nummer 1. Sohie Neveu (Audrey Tautou) helpt Langdon uit het Louvre te ontsnappen. Neveu is Saunières kleindochter en wil graag de raadsels oplossen en daar heeft ze Langdons hulp voor nodig.
Het oplossen van de raadsels die Saunière heeft achtergelaten maakt het gros van de film uit. Zo komen ze al snel te weten dat Saunière deel uitmaakte van de Priorij van Sion, een genootschap dat de ware Heilige Graal beschermt. Enkele leden van het Opus Dei willen die nieuwe waarheid liever niet openbaar maken en werken tegen. Wie of wat de Graal is en waar die zich bevindt, kom je pas op het einde van de film te weten, tenminste als je het boek niet gelezen hebt. Dat een en ander te maken heeft met het schilderij Het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinci is bekend. Dat Jezus getrouwd was met zijn lieveling Maria Magdalena is ook niet echt een spoiler meer. Inhoudelijk is de hele opzet een storm in een glas water. Wie even nadenkt over inhoud en boodschap van de prent – behoorlijk genuanceerd, verdraagzaam en braafjes – kan zich nauwelijks indenken waarvoor alle ophef van de laatste jaren nodig is. Hoe vaak moet trouwens nog benadrukt worden dat fictie geen realiteit is?
Er valt veel te vertellen over de manier waarop regisseur Ron Howard (A Beautiful Mind, Cinderella Man) The Da Vinci Code heeft verfilmd. Om te beginnen dat de brave man wel degelijk lef had om de job te aanvaarden, want wie een bekend boek verfilmt, heeft altijd boter op zijn hoofd. Peter Jackson verfilmde op een fenomenale en onverbeterlijke manier The Lord of the Rings, maar kreeg toch ook kritiek. Chris Columbus was zo braafjes dat hij Harry Potter letter voor letter verfilmde, maar bleek de kneus van het jaar. In plaats van The Da Vinci Code te verfilmen, kon Howard evengoed in zijn blote kont via CNN de wereld toespreken. Het resultaat zou hetzelfde zijn: iedereen spreekt over de manier waarop maar nauwelijks waar het echt om draait – de inhoud. Zijn aanpak is ook in onze ogen niet de juiste: op alle aspecten kiest hij voor zekerheid en veiligheid. Hij neemt geen enkel risico, is voorzichtig en behoedzaam.
Die aanpak maakt de film oerdegelijk en professioneel, maar zelden spannend, vernieuwend of opwindend – zelfs al ken je het verhaal niet. Maar wat hadden we dan verwacht? Kritiek leveren op de film is ook kritiek leveren op het boek. Bronws verhaal is niets meer of minder dan een moderne versie van een Middeleeuwse queeste op zoek naar de Graal en rolt dus van het ene gekke avontuur in het nog absurdere andere. Dat levert een rammelende verhaallijn op die van A naar B naar C leidt met aan elke tussenstop een cliffhanger van formaat. De sequenties van de film vormen op die manier de perfectie evenknie van de hoofdstukken uit het boek. Wie teveel nadenkt wordt gek van de opeenstapeling aan toevalligheden en onmogelijkheden. Is dat kritiek? Niet echt. Je weet wat je te wachten staat. Niemand heeft ooit beweerd dat Langdons zoektocht naar de Graal Shakesperiaanse proporties zou aannemen.
Wat je regisseur Ron Howard en zijn vaste scenarist Akiva Goldsman wél kan aansmeren is de knulligheid van sommige scènes. De achtervolging in de Smart door de smalle steegjes is er dik over. De scène waarbij een duif als een deus ex machina de hoofdpersonages van de dood redt, kan in het basishandboek scenarioschrijven ondergebracht worden in het hoofdstuk absoluut te vermijden clichés. Helaas lijdt The Da Vinci Code ook aan anorexia: omdat vele stukken uit het boek geknipt moesten worden (de film is nu al 2.5 uur lang), blijven enkele flashbacks en personages in het ijle zweven. Bisschop Aringarosa (Alfred Molina) bijvoorbeeld is een onbestemd karakter waarvan je nooit te weten komt wie hij eigenlijk is en wat zijn aandeel in de hele zaak is. Ook over Silas kom je ondanks een summiere flashback niet zoveel te weten. Anderzijds komen heel wat passages dan weer erg uitleggerig over. Wat dan weer nodig is om de mensen die het boek niet gelezen hebben, bij de les te houden. Het zorgt er tenminste voor dat je kan volgen. Criticasters die beweren kop noch staart aan de plot te krijgen, hebben echt niet goed opgelet.
Positieve punten scoort Ron Howard met de manier waarop hij enkele groezelig verfilmde flashbacks vermengt met de verhaallijn in het hier en nu. Zo stappen de personages soms letterlijk door de geschiedenis en dat levert mooie beelden op, hoewel overduidelijk tot leven gebracht door een batterij computers. Een extra vermelding verdienen ook de vele mooie locaties. De Franse minister van cultuur gaf de toestemming om te filmen in het Louvre (al is de Mona Lisa die we zien hangen een replica – een echt kunstwerk verdraagt geen felle filmspots). Het levert een mooie proloog en epiloog op. De piramide aan de ingang van het museum speelt daarin, zoals ingewijden weten, een cruciale rol.
Over hoofdrolspelers Tom Hanks en
Audrey Tautou – vet betaald wellicht - is heel wat te doen. Hanks was niet de
eerste keuze van de regisseur en haalde het pas nadat andere kandidaten – Bill
Paxton, Russell Crowe, Ralph Fiennes, Hugh Jackman, George Clooney – de rol om
diverse redenen niet konden of wilden accepteren. Robert Langdon is zeker niet
de beste rol van Hanks ooit. Bizar om hem aan het werk te zien met lang krullend
haar. Langdon lijkt wel een overjaarse rockster in plaats van een duffe
symbolist. Hanks is zeker niet slecht in de rol, maar zijn uitzonderlijk talent
komt echt te weinig tot uiting. Hij is een beetje passief en ondergaat gelaten
de actie. Voor de rol van Neveu deed half Frankrijk auditie, tot Sophie Marceau
en Julie Delpy aan toe. Audrey Tautou kreeg de rol en spreekt erbarmelijk
Engels. Dat is geen kritiek: ze spéélt toch een Française, quoi?
Toch wordt de show gestolen door een bijrol – zij het een
hele belangrijke. Halfweg hun zoektocht bellen Langdon en Neveu aan bij de
Britse professor Sir Leigh Teabing, een half kreupelen, half geniale vriend van
Langdon die gespecialiseerd is in allerlei theorieën over de Graal. Teabing
wordt geniaal neergepoot door knarse knar Ian McKellen, die ook later in de film
zijn duivels mag ontbinden. Dat Alfred Molina niet tot
zijn recht komt als Aringarosa zeiden we al eerder. Jean Reno is perfect gecast
als Fache, de bikkelharde Franse commissaris die banden blijkt te hebben met
Opus Dei. Paul Bettany gaat af en toe over de schreef als Silas, de moordende
monnik die zich in zijn vrije tijd graag overgeeft aan een partijtje
zelfkastijding. Ronddwalend in de schaduw en gehuld in zijn zwarte cape, komt
hij karikaturaal sinister over. Het woord slechterik staat in grote letters op
zijn blanke voorhoofd getatoeëerd.
Er zit een mooie scène in de film waar Teabing en Langdon discussiëren over wat al dan niet te zien is op Da Vinci's Laatste Avondmaal. Meermaals verwijten ze elkaar dat je in een schilderij of tekening ziet wat je wilt zien. Zo is het bij uitbreiding ook een beetje met deze The Da Vinci Code. Je ziet in deze film wat je wilt zien. Wij zien geen levensbelangrijke film met een theorie die de wereld zal veranderen, laat staan een meesterwerk dat je emotioneel door elkaar ramt. The Da Vinci Code is eerder een vakkundig gemaakte zomerse blockbuster, een religieuze thriller met de nodige spanning en mysterie zoals er wel meer zijn. Het boek redde de literatuur niet; de film zal dat ook niet doen met de zevende kunst. Maar als puur escapisme, is The Da Vinci Code zeker een aanrader.
[START
INFO]
Titel: The Da Vinci Code
Genre: Thriller
Speelduur: 2u29
Regisseur: Ron Howard
Acteurs: Tom Hanks, Audrey Tautou, Ian McKellen, Alfred
Molina, Jürgen Prochnow, Paul Bettany, Jean Reno
[END
INFO]