Begin 2005 werd het duidelijk dat Singer ervoor ging kiezen om níet de derde X-Men te gaan regisseren. Hij stapte over naar concurrent Warner Bros. om daar de langverwachte nieuwe Superman-film te gaan maken. Singer had al enige maanden besteed aan het voorbereiden van de derde X-Men. Zijn plotselinge beslissing schoot 20th Century Fox in het verkeerde keelgat en de studio verbande Singer van het Fox-terrein, waarop Singer naar Australië vertrok met zijn complete technische staf. Aan een opvolgende regisseur de taak om de touwtjes op te pakken.
Het volgende probleem deed zich voor: 20th Century Fox had voor de release van X-Men: The Last Stand al een datum gereserveerd in de zomer van 2006. Dit was geen enkel probleem geweest wanneer Singer was gebleven, maar in de nieuwe situatie moest een kersverse regisseur binnen een paar maanden het project oppakken en eigen maken, voordat de opnamen van start zouden gaan. Geen gemakkelijke klus bij een megaproject als X-Men waarbij elke topman van Fox over je schouder mee zit te kijken. Fox's keuze viel op de relatief onbekende regisseur Matthew Vaughn. Zijn enige film (Layer Cake) had kennelijk genoeg indruk gemaakt.
De verbazing was groot onder de fans. Een regisseur afkomstig uit het nest van Guy Ritchie (Snatch) een film als X-Men 3 laten regisseren? Het leek een slecht getimede grap van Fox. Het sprookje was echter van korte duur voor Vaughn. Slechts een paar weken na de aankondiging kwam Fox met het bericht dat hij het veld had moeten ruimen wegens familiaire complicaties. Vaughn zou niet bereid zijn geweest om een paar maanden met zijn gezin te gaan wonen in Vancouver. Yeah, right. Het vertrek van Vaughn werd in juni 2005 bekendgemaakt en met een release in mei 2006 werd de druk op de schouders van de volgende regisseur wel heel erg groot.
Geen enkele weldenkende regisseur zag zich genoodzaakt om zich in de slangenkuil van X-Men: The Last Stand te wagen. Behalve Brett Ratner, regisseur van de Rush Hour films en Red Dragon. Vaughn was een vage onbekende voor veel mensen, maar Ratner, daarentegen, was maar al te goed bekend en dat is niet positief bedoeld. Ratner staat erom bekend dat hij visueel spektakel prefereert en dat zijn regiestijl niet tot de meest geraffineerde stijlen behoort. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat Ratner Singer ging imiteren, maar Singer heeft wel een uitgebreid fundament neergelegd voor hem waarop hij door moet borduren. Ratner krijgt hierbij hulp van Zak Penn (ook ooit betrokken bij X2) en Simon Kinberg (Mr. & Mrs. Smith), die de schrijftaken overnamen van Michael Dougherty en Dan Harris. Toen de namen van Ratner, Penn en Kinberg bevestigd waren zat de schrik er goed in bij fans van X-Men. Als dat maar goed ging.
In 2003 verlieten we het universum van de X-Men met een helikoptershot boven Alkali Lake, de plaats waar Jean Grey (Famke Janssen) de rest van de X-Men van de verdrinkingsdood redde. Jean Grey kwam om, maar onder de oppervlakte zagen we vaag het silhouet van een gevleugeld wezen. Dit moest Dark Phoenix voorstellen, de levensgevaarlijke alter ego van Grey. Het grondwerk was hiermee verricht voor X-Men: The Last Stand, want natuurlijk komt Grey terug uit de dood. Ze is echter niet meer dezelfde. De blokkades in het hoofd van Grey, om haar en de wereld te beschermen tegen haar destructieve krachten, zijn opgeheven en Grey's alter ego krijgt vrij spel.
Phoenix wil wraak voor al de jaren dat ze onderdrukt is geweest en iemand die een samenwerking met Grey wel ziet zitten is Magneto (Ian McKellen). Hij kan haar krachten goed gebruiken bij zijn strijd tegen de mensheid. Diezelfde mensheid heeft namelijk een serum gevonden waarmee het zogenaamde X-gen onderdrukt kan worden. Wat zoveel betekent als: elke mutant kan 'genezen' worden van zijn defect. Vraagstukken over identiteit, het gebruik en misbruik van krachten en de strijd tegen vaak onwetende mensen dienen zich aan. Ratner's film belooft een heleboel, maar levert uiteindelijk maar heel erg weinig af. Het wordt gedurende de film steeds duidelijker dat deze film een sterke regisseurshand ontbeert en dat de studio veel te veel inspraak heeft gehad op het eindproduct. De sterke resolute hand van Singer wordt zeer gemist in X-Men: The Last Stand.
Gelijk bij het begin van X-Men: The Last Stand gaat het fout. Het verhaal begint twintig jaar terug in een gewone Amerikaanse buitenwijk. Daar bezoeken (de toen nog lopende) Xavier en Magneto het jonge meisje Jean Grey. Deze ontmoeting resulteert in een interessante scène waarin een goede aanzet wordt gegeven voor de Phoenix-plot later in de film. Tot zover geen probleem, maar in plaats van direct naar de credits over te gaan krijgen we ook nog een introductie van twee compleet nieuwe figuren: Warren Worthington senior en junior. Waarom twee inleidingen? Kon Ratner niet wachten met het vertellen van zijn verhaal tot na de credits? Deze opening getuigt van weinig gevoel voor opbouw en boezemt voor de rest van de film weinig vertrouwen in.
Na die volkomen verkeerd opgezette intro komt het eigenlijk nooit meer goed met X-Men: The Last Stand. Ratner's film is niet meer dan een aaneenschakeling van slecht geregisseerde expositiescènes en uitbundige spektakelstukken. Elke stuk dialoog is nog simpeler dan de andere en veel van de plotpunten kunnen al in het eerste kwartier voorspeld worden. Het lijkt wel alsof de schrijvers (en de regisseur) in elke zin een moraal hebben willen leggen, waardoor de personages nooit een normaal gesprek kunnen voeren; het is altijd: "We werken als een team." "Als ze een oorlog willen, dan kunnen ze die krijgen." Het is verrekte lastig om bij het horen van deze teksten je lach in te houden. Hetzelfde geldt voor de manier waarop Magneto op het eiland van Alcatraz wil belanden. Hij neemt niet gewoon de boot, zoals elk weldenkend mens of mutant, maar pakt met zijn krachten de Golden Gate Bridge op en legt die neer als een brug tussen het vaste land en Alcatraz. Plezierig om te zien? Ja. Op enigerlei wijze logisch? Niet echt.
Het visuele aspect van X-Men: The Last Stand is het enige wat de film op de been houdt. Ratner heeft toestemming gekregen van de studio en de producenten om volledig los te gaan wat betreft de spektakelscènes. Hij slaagt hierbij met vlag en wimpel. De meest enerverende scène is ongeveer halverwege te vinden: Grey/Phoenix is teruggegaan naar haar ouderlijk huis en gaat daar een telekinetische strijd aan met Professor Xavier. Een extreem spectaculaire strijd ontvouwt zich tussen deze twee grootmachten, met daaromheen gevechten tussen Wolverine, Storm en een aantal andere mutanten. Dit is werkelijk adembenemend randje-van-je-stoel materiaal. Zo goed zelfs dat de rest van de film een beetje in het niet valt vergeleken hierbij. Ratner piekt te vroeg.
Het grootste euvel in X-Men: The Last Stand is het gebrek aan doelstellingen voor de hoofdpersonages. Wolverine (Hugh Jackman) heeft in feite al in deel twee zijn verhaal afgemaakt. Hij weet waar hij vandaan komt en heeft daarmee afgerekend. Hierdoor is hij inmiddels niet meer dan een gewone X-Man. Storm (Halle Berry) krijgt nooit meer te doen dan zielig een toespraak houden bij een begrafenis of het creëren van een donderwolk. Berry wilde niet terugkomen tenzij haar personage aanzienlijk uitgebreid zou worden. Kennelijk is mevrouw Berry erg snel tevreden. Iceman (Shawn Ashmore), Rogue (Anna Paquin) en Shadowcat (Ellen Page, de derde actrice die deze rol speelt) komen terecht in een goedkope driehoeksverhouding waar uiteindelijk helemaal niets mee wordt gedaan. En dan hebben we het nog maar even niet over Cyclops (James Marsden), Mystique (Rebecca Romijn-Stamos), Pyro (Aaron Stanford), die stuk voor stuk te grabbel gegooid worden.
Dan is het aan de nieuwkomers om de show te stelen: Kelsey Grammer als de intellectuele Beast, Ben Foster als de hoogvliegende Angel, Daniel Cudmore als de oersterke Colossus (eigenlijk al eventjes te zien in X2) en Vinnie Jones als de opvliegerige Juggernaut (binnengehaald door regisseur Vaughn). Helaas, geen van deze acteurs heeft de beschikking over een goed geschreven rol. Zelfs Grammer, die toch een behoorlijk centrale rol speelt in X-Men: The Last Stand, kan weinig uitrichten met het doorzichtige script van Penn en Kinberg. Het derde deel in de X-Men-reeks is een enorme teleurstelling voor kijkers die hoge verwachtingen hadden voor deze film naar aanleiding van de uitstekende Bryan Singer delen. Als men zich van tevoren kan instellen op een middelmatig visueel spektakel, dan is het mogelijk om je honderd minuten lang te vermaken. X-Men: The Last Stand kan op geen enkele wijze tippen aan zijn illustere voorgangers en het is nog maar de vraag of deze film de grote blockbuster van 2006 gaat worden. De hoop is nu definitief gevestigd op Bryan Singer's Superman Returns.
Titel: X-Men: The Last Stand
Genre: Thriller
Speelduur: 1u43
Regisseur: Brett Ratner
Acteurs: Shawn Ashmore, Halle Berry, Ben Foster, Kelsey Grammer, Hugh Jackman, Famke Janssen, Vinnie Jones, James Marsden, Sir Ian McKellen, Michael Murphy, Ellen Page, Anna Paquin, Rebecca Romijn-Stamos, Aaron Stanford, Patrick Stewart